Panta rhei

Het Griekse panta rhei (voor de kenners: πάντα ῥεῖ) is net als zijn Latijnse pendant perpetuum mobile een tegeltjeswijsheid die je te pas en te onpas kunt gebruiken, maar waarvan de wetenschappelijke en feitelijke waarheid op los zand berust. Dat besefte ik maar weer eens vorige week tijdens een wandelingetje bij de spoorwegovergang in Rosoy: uit het fonteintje aan de bron van de Amance kwam opeens geen water meer.

Sinds ons verblijf in Rosoy in 1998 had ik het een enkele maal eerder meegemaakt: des zomers bij lange droogteperioden en des winters bij langdurige strenge vorst, als er alleen maar een ijspegel aan de uitloop hing. Maar kennelijk was augustus 2017 dermate droog dat er geen nieuw water uit de bron meer voorhanden was.
Heel veel scheelde het niet, want in de nabij, en iets lager gelegen publieke tapkraan, waar boeren en burgers hun watertanks gratis kunnen vullen, of de auto voor niks kunnen wassen, kwam nog wel water. Ook die tapplaats, kan ik me herinneren, heeft in hete, droge zomers wel eens droog gestaan.
Zo niet nu. Ook dit jaar kon ik enkele malen derwaarts rijden en voldoende water tappen om de dagelijkse bewatering van bloemen, groeten en fruit te kunnen volbrengen, zo weinig als dat in 2017 nodig was.

Toch weerspiegelt panta rhei in zekeren zin wel het sentiment van een dorp als Rosoy: alles heeft zijn loop, en laat het alsjeblieft altijd zo blijven. De volgende gedachtestap is dan dat elke verandering een boze indringer is die het fragiele, maar langdurige evenwicht dreigt te verstoren. De mentaliteit van “laat alles bij het oude”, het teren en vertrouwen op eeuwenoude tradities die het leven leefbaar maken en overzichtelijk houden heeft zo zijn aantrekkelijke kanten. Geen aanpassing is vereist. Als je ’s ochtends opstaat, is alles zoals toen je gisteren naar bed ging. Vandaar dat je kunt constateren dat men hier zo’n 50 jaar achter loopt.

Au quai, een enkele keer is de voortschrijdende techniek niet tegen te houden.
Er kwam elektriciteit in het dorp (we schrijven 1924). Er kwam tv; eerst alleen zwart-wit en later, revolutionair, ook in kleur. Dat verschil heeft, tussen haakjes, lang doorgesudderd in de Franse bureaucratie: tot voor kort moesten de tv-bezitters bij hun belastingaangifte voor kijk- en luistergeld aangeven of ze alleen zwart-wit dan wel kleur hadden, waar verschillende belastingtarieven bij hoorden. Dat is inmiddels gelijk getrokken.
Er kwam glasvezel. Dat wil zeggen: in Rosoy en omliggende dorpen ondergronds door alle hoofdstraten tot aan de plaatselijke centrale, maar nog niet van die hoofdleiding naar de huizen, zodat je nog steeds met een stuk bovengrondse telefoonkabel zit en het debiet nog steeds beneden alle peil is.
Er kwamen ledlampen in de straatlantaarns, vorige maand zijn ze in Rosoy allemaal vervangen. Het bespaart stroomkosten en geeft veel beter licht. Alleen gaan ze om half elf al uit, zodat je er niet lang van kunt genieten.

 

Vind je het dan gek dat Marine le Pen in deze contreien hoog scoort? Bij de recente eerste ronde van de presidentsverkiezingen behaalde zij in het departement Haute-Marne 33% tegen Macron 18%. Bij de tweede ronde was dat 50% voor Macron en 49% voor Le Pen. In de wat dunner bevolkte gebieden als de gemeente Haute-Amance, waaronder Rosoy valt, was het nog explicieter: daar scoorde Le Pen in de eerste ronde 36% (Macron 16%) en bij de tweede ronde 52% (Macron 48%).

Het is niet zo dat men hier maalt om immigratieproblematiek. Het ligt algemener en dieper: elke verandering is een bedreiging, zoals ik hierboven al aangaf, en dat betreft ook indringers van buitenaf. Ik zit hier nu bijna 20 jaar, en nog steeds hoor ik er niet helemaal bij. Buitenlanders worden getolereerd omdat zij hier panden opknappen en geld investeren. En als je af en toe stroopwafels uit Nederland meeneemt, worden die in dank aangenomen en verpeuzeld. Maar liever beperkt men zich tot het ons kent ons. Alleen al het feit dat zo ongeveer iedereen hier in het dorp familie is van iedereen is daarvan een overduidelijke blijk. Verder is het niet zo dat het met name moslims zijn die men liever ziet gaan dan komen. Veel wantrouwiger kijkt de inheemse bevolking aan tegen lieden uit Parijs of Marseille – xenofobie is geen buitenlandersprobleem, maar veeleer een departementaal probleem.

Een politieke dorpspartij als Pantaray zou hier wellicht hoog scoren.

A propos: nu, begin oktober, komt er gelukkig weer water uit het fonteintje boven aan de straat, dus toch een beetje panta rhei.

 

 

Salò en het gedonder in Keulen (vervolg)

In de uitzending van Per seconde wijzer van 12 februari werd mij een lijstje van negen schuinsmarcheerders in de schoot geworpen bij een vraag die werd ingeleid met de bekende sigaar uit eigen doos die Bill Clinton in 1995 aan Monica Lewinsky serveerde. Clinton kwam ermee weg, zelfs in het zo preutse Amerika, zelfs bij zijn carrièrebeluste echtgenote. En wij kunnen er wel een beetje lacherig en schouderophalend op reageren.
Bij Strauss-Kahn en de anderen begint het allengs wat bedenkelijker vormen aan te nemen.

Moeiteloos kan ik het rijtje nog uitbreiden met machtige figuren als Jeltsin, Mitterand, en natuurlijk Berlusconi. Op een iets lager niveau speelt ook Nederland een bescheiden bijrol: het gonst van de geruchten rond koning Willem III en Prins Bernhard, en meer recent bij premiers als Lubbers en Balkenende, staatssecretaris Jack de Vries, bisschop Gijsen.
De grootste gemene deler van al deze gevallen is dat politieke of financiële macht leidt tot machtsmisbruik en opvallend vaak tot seksuele uitspattingen. En daar ligt nu precies de link met Salò.

Maar -tegenwerping- de binnenkomende vluchtelingen zijn toch allesbehalve gezagsdragers? Nee en ja.

Nee: Concreet beschouwd staan ze onderaan de ladder en mogen ze al blij zijn als hun de sobere bed-bad-broodregeling ten deel valt. Dat dat tot spanningen kan leiden, met hun recente vluchtoorzaak en -gevaren in het achterhoofd, is niet bijster vreemd. Maar als een soort tweederangsburgers hebben ze het inderdaad niet voor het zeggen.

Ja: kenmerk van xenofobie, waarvan islamofobie een onderdeel vormt, is dat de authentieke bevolking in binnendringers een gevaar ziet, van welke snit of aard dan ook; zij verstoren de bestaande orde en rust, en nemen daarmee en stuk van de regie over. Dat heet dan: onveiligheid. De binnendringer, het zo vaak in films en literatuur optredende motief, vormt in feite, maar zeker in het denkpatroon van bestaande vooroordelen, een machtsfactor waartegen het eigen volk zich niet denkt te kunnen weren, onschuldig en machteloos als het zich voelt.

De hier bovenaan genoemde voorbeelden van stoute gezagsdragers hebben, in dat licht bezien, een totaal ongewenst neveneffect. Want wat nu opvalt, is dat er vanuit diverse hoeken (van PVV en VVD tot een heel scala aan media) een argument tegen de vluchtelingeninstroom wordt gezocht in hun potentiële ontucht. De zondebok wordt afgeschilderd als een seksbeluste crimineel, het liefst al bij voorbaat, als het maar om Arabieren gaat, ongeacht of die uit Syrië of Marokko komen; immers, Berbers en Arabieren zijn één pot nat: ze komen hier profiteren van onze meisjes en uitkeringen. Mijn dochter kan niet meer veilig naar school rijden. Borstvergroting. Misschien hebben de islamofoben te veel naar Drs. P geluisterd die, in het kader van een KRO-radioserie over fruit, de banaan onder de loep nam zonder dat woord ook maar één keer te noemen, maar wel door alle regels erop te laten rijmen. Het lied heet dus “Orgaan” en bevat de volgende strofe:

De ongedwongen Arabier kan zich laten gaan
Bij voorbeeld in het speelkwartier van zijn karavaan
Want daar ontspant men zich van harte en simultaan
Niet dat angstvallige aparte, maar zwaan-kleef-aan

Het vluchtelingendrama leidt daarnaast tot anti-AZC-protesten vanwege “te veel en te lang”, “Vol = vol”. In WO-I nam Nederland echter wel 1 miljoen Belgische vluchtelingen op (maar die spraken een soort Nederlands, waren doorgaans gewoon katholiek en wilden ook graag weer terugkeren naar hun thuisland). Tussen 1935 en 1940 wilde Nederland niet meer dan tussen de 25.000 en 30.000 Duits-joodse vluchtelingen opnemen omdat het zijn neutraliteit wilde waarborgen. Ook een argument. Van de 140.000 joden in Nederland werden er vervolgens meer dan 100.000 weer Nederland uitgedeporteerd. De geschiedenis strooit met getallen en statistieken en ieder kan er zijn gevoeg mee doen.

Waarom monden macht en angst vanuit onmacht zo haast vanzelfsprekend uit in seks? Ik leg weer de link met Salò.
In de woorden van Pasolini: “Salò is de enige film die over de werkelijkheid gaat”. Dat had hij ten tijde van Berlusconi met kracht van feiten kunnen staven, maar nu tijdens wat wij zo vlot ‘vluchtelingencrisis’ noemen al evenzeer.
En ter verduidelijking verklaart hij: “Seks in Salò is de metafoor van de macht. Alle seksualiteit die in Salò aanwezig is, vormt ook een metafoor van de verhouding tussen machthebbers en die aan hen zijn onderworpen. In andere woorden is het de al dan niet gedroomde uitbeelding van wat Marx ‘het tot handelswaar maken van de mens’ noemt: de reductie van het lichaam tot een voorwerp middels uitbuiting. In mijn film speelt derhalve de seks de metaforische rol van het verschrikkelijke”. – Zie hier voor meer (in het Italiaans).

Ik kan niet waarmaken dat er in Keulen (en enkele meer noordelijke steden) geen gedonder is geweest, maar waarom zijn er geen beelden van? Waarom zijn er geen daders of verdachten opgepakt (“er zijn 17 verdachten in beeld”; dat is alles)? Zou er misschien dan toch sprake zijn van een opgeklopte hysterie en fantoomdenken, zoals wij nog wel kennen van Oude Pekela of de Clown van Enschede, waar puntje bij paaltje helemaal niets van waar bleek te zijn? Kom met bewijzen vooraleer te (ver)oordelen en de vluchtelingen bij voorbaat collectief te stigmatiseren en criminaliseren, onze huidige aangepaste variant op de Kristallnacht.

Ik laat het niet bij deze deprimerende klaagzang. Ik wil wel twee aanzetten geven tot een iets realistischer en menselijker optreden jegens mensen die om welke reden dan ook liever in Nederland verblijven dan in hun thuisland.

Remedie 1: Zonder een cordon sanitair rond de PVV voor te staan, propageer ik het wat selectiever publiceren in deze kwesties en het niet meeliften op populistische prietpraat; kom in de pers en op bijeenkomsten liever maar met talloze voorbeelden van geslaagde opvang. Laten we er maar van uitgaan dat ruim 99,9% van de mannelijke vluchtelingen geen sekspiraten zijn – vrouwen en kinderen tellen we niet mee, want die doen dat soort dingen immers toch niet.

Remedie 2: Spreek niet langer over vage grote aantallen van anonieme vluchtelingen/gelukzoekers, maar focus op één persoon of één familie en probeer die te volgen van de reden tot ontvluchten tot de opvang ergens in Europa. Dat is ook precies mijn insteek geweest bij mijn historische miniroman Hortes 1636: niet de 600 inwoners van Hortes collectief laten afslachten, maar één lid van één Hortse familie de camera laten voeren en via hem alle anderen te schilderen. Evenzo was dat mijn insteek bij mijn jongste WO-I-boek La vérité et son image: de documenten van één vader van één familie uit Rosoy vanuit diverse optieken aan het woord laten en zo de hele oorlog tot leven brengen. Want het kleine leed is groter dan de Grote Oorlog.

Ik maak hier graag webruimte vrij voor het relaas van één zo’n Syriër in Nederland, en één verhaal zegt meer dan tienduizend vluchtelingen. Het Volkskrantartikel van 3 maart 2016 over de Urker zalmsnijder vervult daarvan een prima voorbeeld.