1 mei

Tussen het gedicht Máj van Karel Hynek Mácha uit 1836 en Herman Gorters Mei (1886) ligt een halve eeuw en een wereld van verschil, hoewel beide dichtwerken baanbrekend waren en lange tijd een pijler vormden in de Tsjechische resp. Nederlandse literatuur.
Máj kende tot nu toe 279 herdrukken, Mei wel veel heruitgaven, maar veel minder herdrukken, ik meen rond de 40. De twee gedichten zijn alles behalve kopieën van elkaar, maar ook niet helemaal elkaars tegendeel.

 

 

De overeenkomst zit hem in de uitbeelding van de vergankelijkheid. Bij Máj is dat de beschrijving van de avond van 1 mei voorafgaand aan de executie van de hoofdpersoon daags erop. In die zin doet het even denken aan het welbekende De achttien doden van Jan Campert.
Mei (foto omslag © KB) situeert die vergankelijkheid door, min of meer als onafwendbare natuurlijkheid, de meimaand te plaatsen tussen april en juni. Ook corresponderen romantiek en liefdesverdriet in beide werken. Maar toch ademt het begin van Máj (Byl pozdní večer – první máj – večerní máj – byl lásky čas”; “Het was laat op de avond – de eerste mei – meiavond – liefdestijd”) een geheel andere geest dan de beroemde beginregels van Mei: “Een nieuwe lente, een nieuw geluid”. Máj bezingt het einde, Mei het begin. En over dat laatste wilde ik het eigenlijk hier hebben.

 

Een amateurboer als ik heeft de tijd niet om lang stil te staan bij verheven versregels. Eind april, begin mei moeten de handen uit de mouwen en wroeten in de grond, met vette klei achter de nagels, niet als rouwranden, maar als tekenen van aanstaande groei en bloei. Nachtvorst vormt de grootste bedreiging, zoals vorig jaar bijkans alle fruitbomen naar de knoppen gingen – geen appels, perziken, mirabellen dat jaar. Maar vooralsnog ziet het weer er een stuk gunstiger uit.

Het is de tijd van spitten en wieden, zaaien, poten en planten en met een gunstige mix van zon en regen schiet de voorspoed de grond uit. Een beetje poëtisch en lyrisch, arcadisch ook wel, mag het klinken, maar het is vooral hard werken. Het is de mooiste tijd van het jaar, doordat het, als het meezit, de belofte herbergt van een oogstperiode later, in de zomer. Het is de tijd dat de kapucijners, de uien, de aardappels (Nicola’s uiteraard), de rucola, de cayennepepers, de kerstomaten, de appels, mirabellen, perziken, wijnperziken en vlierbessen, de aardbeien, de frambozen, de zwarte bessen als om strijd hun best doen om hun beloofde opbrengst naar boven te halen, de tijd dat de kruiden weelderig groeien, maar liever niet bloeien. Peterselie en bieslook, lavas, dille, citroentijm en salie; basilicum, selderie en munt – misschien vergeet ik er nog een paar.

Het is de mooiste tijd van het jaar. Het is genieten.