Ryba en Pascha; CZ en SK

In deze weblog is de kerstmis van Jakub Jan Ryba al vaker langsgekomen. Zie onderaan dit bericht de links naar die artikelen. En toch moet ik er nog even op terugkomen, zowel wat betreft de typering van die Česká mše vánoční, als wat betreft zijn verhouding tot die andere, Slowaakse kerstmis van Edmund Pascha (of van Zrunek).
Een enkele aanvulling dus en een kleine correctie.

Eerst de correctie: zo ik, of iemand anders, ooit de suggestie heeft gewekt dat Ryba’s kerstmis tot de (Tsjechische) barok kan worden gerekend, wil ik dat hier ontkrachten. Ten eerste omdat het ontstaan van de compositie (1796) erg aan de late kant is om nog als nieuwe barokcompositie te boek te kunnen staan, en ten tweede omdat er in dit muziekstuk nauwelijks barokelementen waarneembaar zijn.
Bezien wij Ryba op de tijdlijn in combinatie met Bach en Mozart, dan blijkt dat Bach (1685-1750) helemaal vóór Ryba (1756-1813) leefde, en dat Ryba en Mozart (1756-1791) tijdgenoten waren. In principe kan de kerstmis dus door beiden zijn geïnspireerd, maar wie goed luistert, hoort voornamelijk Mozartiaanse invloeden, naast ontegenzeggelijk de klanken van Boheemse volksmuziek, herdersliederen, pastorella’s. De ‘eenvoud’ van die volksmuziek was onder meer oorzaak en gevolg tegelijk van de lokale instrumenten met al hun beperkingen. Zo is de doedelzak uitermate geschikt om een lang aanhoudende grondtoon ten gehore te brengen en hebben pauken binnen een muziekstuk een beperkt toonscala. Ryba’s meest recente partituur bevat overigens geen doedelzak; wel pauken.
Dat ook Bach een matenlang voortdurende grondtoon in de baspartij hanteert, zoals in het begin van de Matthäus Passion, zie de maten 1-5 en 9-13 hierboven, maakt Ryba’s kerstmis nog niet tot barok à la Bach, wanneer hij iets soortgelijks componeert in de maten 12-19 bij zowel de cello en de contrabas als in de linkerhand van de orgelpartij. Zie het voorbeeld hiernaast. Eerder horen we hier de weerklank van Boheemse volks- en herdersmuziek, zoals dat ook het geval is in Pascha’s kerstmis. Wie dus susggereert dat Ryba zich op Bach heeft gebaseerd heeft het mis. Dan zou ook de Schotse en Asturische doedelzakmuziek door Bach zijn ingegeven, maar alleen al chronologisch gezien is dit een absurde gedachte. Dan eerder nog het omgekeerde: dat Bach het wezenskenmerk van de doedelzak als basis van veel van zijn composities heeft gebruikt. Maar ook die opvatting komt niet uit mijn mond.

Dan de aanvulling. Die is niet muzikaal van inhoud, maar demografisch, sociaal-cultureel en politiek.
Vanaf 1968 heb ik frequent Tsjechoslowakije bezocht. Heel vaak met Praag als bestemming, maar ook veel andere steden in Bohemen, in Moravië en tot diep in Slowakije, niet ver van de grens met de Sovjet-Unie; Banska Bystrica, Brezno, net bezuiden de Lage Tatra. Parallel daaraan volgde ik aan de UvA een tweejarige cursus Tsjechisch als gekozen verplichte Tweede Bijvak. Beide feiten samen zorgden ervoor dat ik enige kennis en vaardigheid opdeed in actieve en meer nog passieve kennis van het Tsjechisch. Maar dat werd in de gegeven omstandigheden vaak wel wat vertroebeld door mijn contact met Slowaken en het Slowaaks, een taal die dicht tegen het Tsjechisch aanleunt, maar toch duidelijk ervan valt te onderscheiden. Meer dan Nederlands en Vlaams, minder dan Deens en Noors, of dan Nederlands en Duits.
Van 1960 tot 1990 vormden Bohemen, Moravië en Slowakije één staat: de ČSSR. Daarna volgde een overgangsperiode van twee jaar als de wat geforceerde “Tsjechische en Slowaakse Federale Republiek”, ČSFR, waarna de scheiding in twee afzonderlijke staten in 1992 een feit werd.
Als ik de verhalen mag geloven, is die boedelscheiding niet helemaal ideaal verlopen. Niet alleen moesten allerhande zaken formeel en praktisch worden afgehandeld, zoals bijvoorbeeld de betaalmiddelen: alleen al het om het jaar slaan en in omloop brengen van nieuwe munten, zoals hier 5-kroonmunten uit 1993 (ČR), 1991 (ČSFR) en 1989 (ČSSR) kost een paar kroon, maar dan heb je ook wat, namelijk een verscheurd land. En Slowakije mag dan ook nog eens Euromunten en -biljetten in omloop brengen (behalve de 10-Euromunt van Pascha – de zoveelste miskleun; zie dit eerder bericht). Ook circuleert het bericht dat er bij de verdeling van het materieel van de Tsjechoslowaakse Spoorwegen ČSD 2/3 naar de Tsjechische Republiek ging, en Slowakije met 1/3 genoegen moest nemen.
Dat laatste met name illustreert de mentaliteit die ik gaandeweg al op het spoor was gekomen: er heerste in Tsjechoslowakije, en zeker in Praag, een gevoel van suprematie dat zich ook doet gevoelen in Amsterdam, Parijs, Rome, Londen. Het al dan niet magisch centrum van de wereld bevindt zich in die Grote Steden; de rest eromheen is minderwaardige provincie. Niet iedereen lijdt aan die kwaal, velen wel. Daaruit vloeit ook voort dat sommige landen zich superieur voelen aan anderen. Denk aan een bestaand beeld van Nederlanders, Hollanders liever, ten aanzien van Vlaanderen, met de vele Belgenmoppen over domme Vlamingen als uitingsvorm, aan de wijze waarop ik Denen hoor reageren op Noren, Tsjechen op Slowaken, PVV-ers op Afrikanen – die lijst is wel erg lang te maken, zelfs als je het Nazidenken uit WO-II niet eens meetelt.
In mijn, overigens zeer gedegen en nuttige, colleges Tsjechisch ging ik ervaren dat Tsjechisch superieur is aan Slowaaks, want Tsjechen zijn superieur aan Slowaken, als betrof het een soort Ajax-Feyenoordsyndroom. Toen ik op zeker moment aan de docente vroeg waarom je in het Tsjechisch Itálie moest zeggen voor Italië, en waarom niet (ook) Taliansko, werd mij gedecideerd te verstaan gegeven dat Taliansko niet bestaat en dat zij dat woord ook niet kende. Nee. Klopt. Het is Slowaaks, en dat woord had ik achterop een LP-hoes gelezen. Maar die plaat was niet van Supraphon (Tsjechisch), maar van Opus (Slowaaks). Sorry, hoor.

Zo kom ik toch weer een beetje bij muziek.
De fraaie uitgave van de kerstmis van Ryba is, uiteraard, Tsjechisch. Het is een 270 pagina’s tellende volledige partituur in bijna A4-formaat, uitgegeven door, jawel, Supraphon in 1973 in 1000 exemplaren en door mij in 1978 aangeschaft voor de vasteboekprijs van Kčs 60, wat destijds neerkwam op ƒ 0,60, zwart gewisseld dan.
Voor de inleiding tekent PhDr. Eva Mikanová (1935-2010), gerespecteerd musicologe.
Die inleiding bevat veel nuttige informatie, zowel over Ryba zelf als over zijn bewuste compositie. Bijvoorbeeld de interessante observatie dat de hele mis in majeur is genoteerd, nergens dus een omslag naar mineur. En de notitie dat ten behoeve van het stembereik der sopranen de mis een volle toon lager is genoteerd, dus bijvoorbeeld het Kyrie van oorspronkelijk A-groot naar G-groot, omdat het bereik tot c”’ te hoge eisen stelt. Een zichzelf respecterende componist zou ervan gruwen, al moet ik daaraan toevoegen dat wij niet alles weten over hoe de instrumenten in vroeger eeuwen exact waren gestemd. De norm van a=440 Hz stamt van later datum. Ook appelleert zij aan de Boheemse boeren-oeruitvoeringswijze van pastorella’s die werden begeleid door doedelzakken, waarover ik hierboven ook al sprak; reden te meer om eerder aan het lokale platteland te denken dan aan de barok van Bach c.s.
Maar even treffend en opvallend vind ik de wat hautain overkomende ontkenning door het Praagse culturele establishment dat zij in haar hele inleiding met geen woord rept over de kerstmis van Pascha/Zrunek. Die beide Franciscanen waren immers Slowaken (als het tenminste geen Moraviërs waren), en naast de ‘verplichte’ Latijnse misteksten bevat die mis volkstaalteksten in het Slowaaks, en daar zitten ze in Praag niet op te wachten. Maar het zou me niks verbazen als Ryba die Slowaakse compositie van een halve eeuw eerder heeft gekend en er wat van heeft meegenomen, zal ik maar zeggen.

Pascha/Zrunek (ik blijf het maar in het midden houden) componeerden in 1750 een kerstmis die wel degelijk te bestempelen valt als een mengeling van barokmuziek en volksmuziek uit de Slowaaks-Moravische heuvelen. Mozart kwam er in geen geval aan te pas, want die werd pas in 1756 geboren, en van Mozart kun je zeggen wat je wilt, maar een prenataal wonderkind was hij niet. De vele versieringen wijzen op een baroktraditie zoals we die ook van Bach kennen.
Eerder al sprak ik in dit verband van “eindeloos herhaalde muzikale motiefjes, lydisch en niet-lydisch, met voorspelbare harmonisatie en om de melodie heen dartelende fluiten en violen, evenzeer barokkerig te noemen als kenmerkend voor lokale volksdansmuziek“.

Een frappant voorbeeld vinden we in het Credo, in het fragment dat begint met “Qui propter nos homines…” en dan, via een Slowaaks intermezzo culminerend in “Et incarnatus est de Spirito Sancto ex Maria virgine et homo factus est.” (Gelukkig hoef ik hier geen tekstverklaring of bijbelexegese te geven…).
Trek er even 2½ minut voor uit om dat
te beluisteren door hierboven te klikken.

Ter aanvulling geef ik hier de door dirigent Miroslav Venhoda handgeschreven partituur van de laatste passage van dat fragment; je kunt dan nog beter de afzonderlijke partijen bekijken en beluisteren, vooral die van de baslijn bij diverse instrumenten.

_______________________________

Wien mij kan helpen aan een exemplaar van Mária Jana Terrayová, Vianočná omša F dur = Weihnachtsmesse F-dur : Harmonia pastoralis,  uitgegeven door Opus Bratislava 1987, met daarin de volledige partituur, valt eeuwige dankbaar- en erkentelijkheid alsmede roem ten deel.
___________________________________
Links naar eerdere berichten over dit onderwerp met ook beeld- en geluidsfragmenten (openen in een nieuw venster):
Kerstroep-1 (het eerste uit een reeks van 7 artikelen, waarin je onderaan steeds kunt linken naar een vorig/volgend artikel.
Kerstmix (recent artikel van eerder deze maand over kerstliederen).

 

Marián Varga en Collegium Musicum

Het is dit jaar 50 jaar geleden dat ik voor het eerst lijfelijk kennismaakte met Tsjechoslowakije, oftewel de Tsjechoslowaakse Socialistische Republiek, ČSSR.
Meer dan 50 maal heb ik daarna, tot 2008, dat land bezocht, na 1992 alleen nog de Tsjechische Republiek. Ik kan daarover heel veel vertellen, maar ik beperk me nu even tot muzikale herinneringen. Dat op zich is al complex genoeg.

 

Inleiding
Al vrij snel vanaf dat eerste bezoek aan de ČSSR kwam ik in aanraking met de “muziek van eigen bodem”, hetzij via de radio, waar vooral naast klassieke muziek lokale Egerländermuziek te beluisteren viel, hetzij via gesprekken met Tsjechen en Slowaken, waarbij de verworvenheden van mijn bijvakstudie Tsjechich aan de UvA van eminent belang bleken, hetzij via grammofoonplaten die ik in winkels zag liggen en die voor een habbekrats te koop waren. LP’s van Supraphon of de Slowaakse pendant Opus, van welk genre dan ook, gingen doorgaans voor bedragen tussen de 40 en 60 kroon over de toonbank. Met de door mij gepraktijkte (zwarte) wisselkoers kwam dat neer op rond de € 2,50 per plaat. Daarvoor hoefde je ze dus niet te laten liggen.

Sporadisch lieten de autoriteiten ook verfoeilijke, decadente Westerse muziek toe, maar dan wel liefst in Tsjechische vertaling. Dan betrof het bijvoorbeeld Beatle-nummers op z’n Tsjechisch. Ooit, ik meen in 1970 of 1971, kwam ik tot mijn stomme verbazing een singletje tegen met daarop een Tsjechische variant van het Nederlandse (Nederlandse?) Ma belle amie van de Tee Set. Een overigens afgrijselijk nummer dat in de originele versie door Peter Tetterode in uiterst belabberd Engels en Frans gekweeld diverse top-10 noteringen haalde. Het EP-tje heb ik een keer aan iemand in Nederland uitgeleend. Nooit meer teruggekregen. Schande.
Gelukkig is er nu internet en kunnen we  DAAR het gewraakte nummer alsnog horen, in een vertaling van Jiří Štaidl en in 1970 gezongen/uitgevoerd door niemand minder dan Karel Gott himself (je bevindt je dan op het niveau van James Last en Rudi Carrell, wat het er al niet beter op maakt). De “officiële video” ervan staat HIER. Nog een tikkeltje erger vanwege de hele setting en de slechte nasynchronisatie. Je gaat er bijna van houden.

Maar overigens omvat mijn aldus opgebouwde Tsjechoslowaakse collectie een grote reeks klassieke muziek, volksmuziek, muziek op oude instrumenten, religieuze muziek, orgelmuziek en moderne muziek van rock tot jazz. Ook in die veelheid moet ik me hier helaas beperken.

Collegium Musicum
Ik kom dan uit bij de Slowaakse rockgroep Collegium Musicum uit Bratislava, actief tussen 1969 en 1981, met als meest sturende kracht toetsenist Marián Varga (1947-2017). Verder zijn rond die groep tekstschrijvers Kamil Peteraj (1945-…) en Boris Filan (1949-…), gitarist Radim Hladík (1946-2016) en gitarist en zanger Pavol Hammel (1948-…) als prominente representanten te noemen. Het is wat lastig vrij exacte samenstellingen te noemen, want vaak wisselden muzikanten van groep waarmee zij optraden, in het geval van Collegium Musicum betrof dat bijvoorbeeld de groepen Prúdy (1963-…), Jazz Q (1964-…, mede opgericht door Martin Kratochvil op keyboard) en Modrý Efekt, aka M Efekt, aka Blue Efekt.

De muziek van Collegium Musicum kan in grote lijnen worden gekwalificeerd als symfonische, of liever: progressieve rock. Dat houdt onder andere in dat veel van hun nummers een link vertonen met de traditionele klassieke muziek en van grote lengte zijn, variërend van 1 tot 4 kanten van een LP of dubbel-LP. Meezingers zijn het niet: het is vooral luistermuziek die je moet ondergaan. Daarnaast produceerde Collegium Musicum ook kortere nummers, meestal liedjes, die ofwel op singeltjes werden uitgebracht, ofwel op verzamel-LP’s. Veel van hun werk is nu nog steeds te beluisteren, bijvoorbeeld op internet via YouTube. De platen zelf raken steeds lastiger verkrijgbaar, maar er zijn heruitgaven, al dan niet geresampled, op CD te koop, in Tsjechische platenzaken als Bonton op het Wenceslasplein in Praag en webshops. Je betaalt daarvoor nu een slordige 200 tot 600 kroon voor. Reken tegenwoordig daarvoor op prijzen tussen de € 8 en € 25 per CD.

De wel gehoorde bewering dat hun muziek gelijkenis vertoont met die van Emerson, Lake & Palmer, waaraan ik meteen de Nederlandse groep Focus (met o.m. Jan Akkerman en Thijs van Leer) wil toevoegen, vind ik correct om een aantal redenen. Genoemde groepen zijn alle ontstaan in de tweede helft van de jaren-’60; de bandleden zijn ook voor het merendeel geboren vlak na de oorlog en hebben dus zo’n beetje mijn leeftijd. Om in de tijd te plaatsen: ze volgen vrij direct op de Beatles en de Rolling Stones, die qua ontstaan en geboortedatums van de leden 5 jaar eerder zijn te situeren. Een andere overeenkomst is de muzikale achtergrond van de bandleden: in bijna alle gevallen betreft het klassiek opgeleide conservatorium-abituriënten die hun gedegen opleiding gingen uitbaten in eigentijdse composities.

Marián Varga
Marián Varga (1947-2017) is daarvan een uitnemend voorbeeld. Op de meeste LP’s bespeelt hij een Hammondorgel. Met zijn jaloersmakende grote handen en lange vingers bedient hij het instrument op virtuoze wijze, niet alleen binnen de aanvankelijk wat gesloten Tsjechoslowaakse rockmuziekcultuur, maar ook naar West-Europese maatstaven. Ik durf hem de duivelskunstenaar op toetsen te noemen à la Paganini op viool.Frequent zijn zijn improvisaties op klassieke composities van o.a. Bach (luister eens naar https://www.youtube.com/watch?v=1z15JcnIigw), Haydn, Rimsky-Korsakoff (luister eens naar https://youtu.be/EDtG252ej2A), Bartók, Strawinsky. Het merendeel van zijn muziek betreft eigen composities. Een uitgebreid, Engelstalig in memoriam vind je in The Slovak Spectator van augustus 2017, te raadplegen op https://spectator.sme.sk/c/20623080/music-legend-marian-varga-dies-at-70.html.

Een ander, uitgebreid Engelstalig artikel over de speelwijze en invloed van Marián Varga vind je op http://www.muzikus.cz/pro-muzikanty-workshopy/Rockove-klavesy-The-Influence-of-Marian-Varga~02~rijen~2016/.
Het loont de moeite verder zelf maar te googelen op “Marián Varga” en/of “Collegium Musicum”.

Zelená Pošta
Het is ondoenlijk hier een compleet overzicht te geven van de door Varga uitgebrachte nummers. Ik pik er één voorbeeldje uit: Cesty bláznov, te vinden op de LP Zelená Pošta (De groene postkoets). Dat nummer is o.a. bijzonder vanwege de tekst en het opmerkelijke basritme.

De tekst, geschreven door Boris Filan, valt te kwalificeren als surrealistische, voor mijn part psychedelische poëzie, zo’n beetje in de trant van Yellow submarine en de LSD-tekst Lucy in the Sky with Diamonds (Beatles), of teksten van Lennart Nijgh als Land van Maas en Waal en Verdronken vlinder, of Visite van Lenny Kuhr. Ik geef hier de originele tekst van Cesty bláznov in het Slowaaks met mijn Nederlandse vertaling:

Sú mestá, mestá, mestá bez domov,
Sú lesi, lesi, lesi bez domov,
Sú rána, rána keď sa nik nebudí,
Sú plné vlaky, vlaky bez ľ udí,
Sú noci zvláštne, dávajú skúsiť
Ľahké a vláčne dotyky múz.
Sú studne dávne, kde voda skrýva
Poklady slávne, mám k nim kľúč.
Sú ženy krásne, môžeš si kúpit
Za lacné básne klamstvo ich rúk.
Sú cesty bláznov, kde každý vláči
Krajinou bláznov slnečný lúč.

Malle wegen
Het zijn steden, steden, steden zonder huizen,
Het zijn bossen, bossen, bossen zonder bomen,
Het zijn ochtenden, ochtenden dat niemand opstaat,
Het zijn volle treinen, treinen zonder mensen,
Het zijn vreemde nachten die je de kans geven
Licht en week de muze aan te raken.
Het zijn aloude putten, waarin het water
Heilige schatten verbergt, ik heb er de sleutel van.
Het zijn schone vrouwen bij wie je bijna voor nop
Verzen kunt kopen, bedrog van hun handen.
Het zijn malle wegen waarlangs een ieder
Een zonnestraal sleept door een vreemd landschap.

Beluister het nummer maar eens op YouTubeJe hoort dan ook meteen aan het begin al een ander opmerkelijk aspect van de muziek: het ritme, liever gezegd: de maat: het nummer is gebaserd op een uiterst curieuze 19/16e maat (en dus niet op een 9/8e maat, zoals elders op internet wel vermeld). Zie de afbeelding hiernaast.

IJzeren Gordijn
Ik kan niet voorbijgaan aan de politieke situatie in de ČSSR, of liever gezegd: de rol van het IJzeren Gordijn in de jaren 1968-1992. Dat werkte naar twee kanten als een barrière tot behoud van de status quo in Europa, zoals door de geallieerden op Yalta afgesproken. Het moest voorkomen dat invloeden van Oost naar West vloeiden en omgekeerd. De wurgende suprematie van Washington en Moskou diende zo veel mogelijk gerespecteerd te blijven. Dat had zo zijn politieke, maatschappelijke en culturele consequenties. Oost-Europa liep decennia lang zeker tien jaar achter bij het Westen. Ik herinner me nog goed dat begin jaren-’70 ‘opeens’ het plastic werd uitgevonden in Tsjechslowakije. Waar tot dan toe alles was verpakt in papier, hout, glas, textiel, en werd verkocht met touwtjes en kunstig aangebrachte linten om de verpakking, werd alles ineens van plastic: de draagtasjes, het fraaie houten speelgoed, alles nu verpakt in plastic en meegegeven in plastic zakken, huishoudelijke en andere gebruiksvoorwerpen, het interieur van de Škoda’s; voortaan allemaal plastic. Het was het begin van de kapitalistische reformatie die Praag maakte tot de eenheidsworst van een doorsnee Europese stad, gedomineerd door Coca Cola en McDonald’s, Ik hoef er dus niet meer zo nodig heen.

Maar het IJzeren Gordijn was niet waterdicht, hooguit een slecht werkend filter. Ik kan mij geen van mijn meer dan 50 bezoeken herinneren dat ik niet, en zulks zonder enig probleem, heen en weer door het Gordijn reed zonder iets bij me te hebben wat streng verboden was. Of het nu strafbare in- en uitvoer van Tsjechoslowaakse Kronen was, of sterke drank, of muziekcassettes, of kunstvoorwerpen, of tijdschriften, of zelfs complete apparatuur, alles glipte door de Westerse en Oosterse mazen van het Gordijn. Soms hielp het enorm als ik de Tsjechoslowaakse grensposten, die de hele auto scrupuleus doorsnuffelden, vol trots wees op de gastank die ik voorin mijn Škoda had laten monteren en waarin zij mateloos waren geïnteresseerd, dan wel doordat ik op het dashboard quasi achteloos een netje mandarijnen of flesje Bols Jenever had liggen, hetgeen zij zonder verdere vragen blij in ontvangst namen en de rest van de controle maar lieten zitten.

Tsjechische en Slowaakse vrienden baden mij om uit Nederland asjeblieft dit of dat mee te nemen, een bepaald boek, schoenen, een radio-cassettespeler, en vooral veel Westerse muziek op cassette of LP. In ruil kreeg ik dan fraaie dingen die in het Westen absoluut onverkrijgbaar waren, maar ontegenzeggelijk een enorme verrijking van mijn bezit betekenden.

Voor de mensen van Collegium Musicum lag de zaak net iets simpeler: hun muziek werd door de overheid oogluikend, zij het schoorvoetend, toegestaan, waarmee zij een opening hadden tot de Staatsomroep en aan hun bekendheid konden werken. Bovendien ligt Bratislava, hun thuisbasis, vlak aan de Oostenrijkse grens en vlakbij Wenen, waardoor zij, allerhande filters ten spijt, moeiteloos konden luisteren naar de vervloekte Westerse radio-uitzendingen en aldus redelijk op de hoogte konden zijn van de ontwikkelingen in de West-Europese en Amerikaanse popmuziek. Natuurlijk is het zo dat Marián Varga een andere carrière zou hebben beleefd, een betere of slechtere, als hij aan de andere kant van het IJzeren Gordijn zou zijn geboren en had gewerkt, maar het is slechts een door politici aan beide zijden gedroomde fictie dat het Gordijn als afsluiter deugdelijk functioneerde.

Maar laat ik er verder maar geen politieke discussie van maken nu.

Discografie
Het is in dit bestek ondoenlijk een complete discografie te geven van Marián Varga/Pavol Hammel en/of de groepen Prúdy en Collegium Musicum. Ik beperk me maar even tot het volgende lijstje:

1970   Collegium Musicum, (EP) Hommage à J.S. Bach
1970   Collegium Musicum, (EP) Ulica plná plášťov do dažďa
1971   Collegium Musicum, (2LP) Konvergencie
1972   Hammel/Varga, (LP) Zelená pošta
1972   Skupina Prúdy, (LP) Šlehačková princezna
1973   Collegium Musicum, (LP) Live
1974   Skupina Prúdy, (LP) Hráč
1975   Marián Varga & Collegium Musicum, (LP)
1976   Hammel/Varga/Hladík, (LP) Na II. programe sna
1976   Skupina Prúdy, (EP) 3375 ( tri tri sedem päť )
1976   Skupina Prúdy, (EP) Stále je láska
1977   Collegium Musicum, (LP) Continuo
1977   Skupina Prúdy, (LP) Stretnutie s tichom
1978   Hammel/Varga, (LP) Cyrano z predmestia
1979   Collegium Musicum, (LP) On a ona
1981   Collegium Musicum, (2LP) Divergencie

2018   Marián Varga solo in concert

Zowat alles daarvan, en nog heel veel meer, is op YouTube te beluisteren.
De laatste titel is recentelijk (febr.2018) op CD verschenen; daarover meer in een volgend artikel.

 

 

 

 

Vergelijk

Ik kan er ook niks aan doen. Maar rond het gekibbel over Catalonië dringt zich bij mij voortdurend de vergelijking op tussen het koppel Rajoy-Puigdemont (2017) en Breznjev-Dubček (1968). De Grote Leiders die met de vuist op tafel slaan om de kleine opstandige weer in het gareel te krijgen.

Ik zal het wel weer helemaal mis hebben, maar een paar parallellen brengen mij toch weer steeds op die gedachte.

Zoals Rajoy ‘zijn’ Spanje niet wil laten verbrokkelen (net nu het in Baskenland weer een beetje rustiger is geworden), zo kon in 1968 de USSR, bij monde van Breznjev, het niet accepteren dat de ČSSR, in de figuur van Dubček, een deel van het Oostblok zag afglijden naar westerse waarden die beoosten het IJzeren Gordijn niet bepaald welkom waren (zoals bijvoorbeeld een vrije pers).

Tweede vergelijk: Rajoy dreigt met ingrijpen (en deed dat al tijdens het Catalaans referendum, en niet zo zuinig ook ) als Catalonië zich onafhankelijk verklaart. Breznjev sommeerde Dubček het landsbestuur binnen de perken van het Sovjet-denken te houden, zo niet, dan dreigde militair ingrijpen, wat in augustus 1968 ook daadwerkelijk plaatsvond. Dat was, by the way, de reden dat mijn Tsjechoslowaaks visum voor die maand werd geweigerd; een maand later kreeg ik het alsnog.

Nog zo’n saillante overeenkomst: Europa en de VS houden zich opvallend koest in het Spaans-Catalaans conflict. Het is een conflict voor binnenlands gebruik, dus men wenst er zich niet in te mengen, behoudens wat off-the-recordopmerkingen van deze en gene. In 1968 was het niet anders: West-Europa, de VS, de NAVO, zij sputterden in de media wat in de trant van foei en schande, maar deden in feite niks, net als in het geval van Hongarije 1956. In Nederland probeerde Max van der Stoel (Buitenlandse Zaken) zijn PvdA-geweten te volgen, maar daar hadden ze in Moskou niet echt veel last van. Achterliggend argument: Ooit (Jalta 1945), hadden Oost en West afgesproken hoe Europa verdeeld zou worden. Ik zeg het even kort door de bocht, maar het IJzeren Gordijn (prikkeldraad ‘Made in West-Germany’) was de demarcatielijn tussen de Amerikaanse en de Sovjet-invloedsfeer, met alle bijbehorende economische belangen. Behoudens een enkele latere correctie, zoals rond Wenen, moest dat vooral maar zo blijven. Pech voor de Hongaren, pech voor de Tsjechoslowaken.

Voor de laatste twee gelijkenissen moet ik even in de toekomst kijken.
In 1972 vond in Praag het Wereldkampioenschap ijshockey, met de Sovjet-Unie, na 9 opeenvolgende keren wereldkampioen te zijn geweest, als de grote favoriet. Ik was erbij, en heb er nog een fraaie badhanddoek aan overgehouden. Dat wil zeggen: ik was bij ČSSR-Zweden (4-1) in een kolkende ijshal met 12.000 toeschouwers tot de nok gevuld. Rillingen. Een paar dagen later was de finale ČSSR-USSR. Ik was toen al terug naar Nederland en had toch geen kaartje kunnen krijgen. Het werd 3-2 voor de Tsjechoslowaken en dagenlang vierden duizenden mensen in Praag die overwinning als wraak op 1968. Een volksfeest dat vele malen verder ging dan de Nederlandse euforie toen in 1988 het Nederlands elftal in het Volksparkstadion in Hamburg de West-Duitsers in de halve finale met 2-1 versloeg en later Europees kampioen werd. Dat was de wraak voor 1974 (en bij vele ouderen voor ’40-’45).

Welnu: op 6 mei 2018 speelt Barcelona thuis tegen Real Madrid. Ik hoop dat het 3-2 wordt en wil dan wel eens zien wat er in Catalonië losbarst.

Ook in de toekomst: bij veel van mijn latere bezoeken aan de Tsjechische Republiek heb ik gemerkt dat Alexander Dubček zo goed als vergeten is bij de mensen. Hij was, tout court, toch een communist en daar willen ze verder niets meer mee te maken hebben. Wat hij in korte tijd heeft betekend voor hun republiek speelt dan opeens geen rol meer. Men haalt de schouders op. Te verwachten valt (voor sommigen: te vrezen, voor anderen: te hopen) dat Puigdemont hetzelfde lot zal zijn beschoren. Over een jaar of 10, 20, als Catalonië weer een belangrijke regio is van het grote Spanje, zullen velen zijn naam niet meer kunnen spellen.

Ik kan de vergelijking tussen 1968 en 2017 maar niet uit mijn hoofd krijgen.