Boter op wiens hoofd?

Het wordt hoog tijd dat ik mijn stamkaart en distributiebonnen uit de archiefdoos tevoorschijn haal om nog enigermate aan mijn boterrantsoen te kunnen komen:
in Frankrijk is er sinds half oktober zowat geen boter meer te krijgen. Niet bij de Colruyt, niet bij Leclerc, niet bij de Carrefour, niet bij de Intermarché, nergens. Wat is er aan de hand? Geen melkquota meer? Geen melkplas meer? En waarom wel in Frankrijk, maar niet in België en Nederland?

Er circuleren diverse verklaringen in de media. Een daarvan is dat de boterprijzen dermate hoog zijn gestegen, in een jaar tijd van € 2.500 per ton tot wel € 8.000, dat de tussenhandel, lees de supermarkten, het verrekken die hogere prijzen aan hun leveranciers te betalen en vervolgens te moeten doorberekenen aan hun klanten. Daardoor ontstaat er een vreemd soort prijzenoorlog, waarbij de Franse winkelketens hun hakken in het zand hebben gezet en liever niet verkopen dan veel te duur. Typisch Franse koppigheid.

Een andere gemelde verklaring is dat Nieuw-Zeeland, ’s werelds grootste melkexporteur, met een tekort aan melkvolume kampt.
Pardon? Nieuw-Zeelandse melk in Europa? Daar waar wij gewend zijn aan boterbergen, koelhuisboter, melkplassen en overschotten bij de vleet, hebben wij Nieuw-Zeelandse melk nodig om onze boterhammen te smeren? En waarom dan bij uitstek in Frankrijk, en niet in zijn noordelijke buurlanden? Is er iets mis met de Europese samenwerking, vrijhandel, open grenzen?

Ik weet het goed gemaakt. Ik keer terug naar de jaren-’50. Ik rijd naar Nederland. Koop daar een bult boter en smokkel die als vanouds de Belgische grens over. En de Luxemburgse. Daar bevoorraad ik me ook nog eens met aanmerkelijk goedkopere benzine, diesel, alcohol en tabak en rijd met een auto vol smokkelwaar de Franse grens over. Word ik daar niet door de douane betrapt, dan ben ik hem gesmeerd en kan hier weer rustig volop genieten van mijn slinks vergaarde ravitaillering.
Vive l’Europe.