Ontleden op brugklasniveau

Dan zal ik het nog zeven keer uitleggen,
zelfs zonder er een kwetsende cartoon bij te voegen.

De ontleding van de roodomlijnde zin zou, als die correct was, ertoe leiden dat Slob en Van Engelshoven onderwerp werden, maar zij zijn slechts meewerkend voorwerp, zowel taalkundig als deze keer ook inhoudelijk. Aandacht te besteden aan de aanslag kan geen lijdend voorwerp zijn, want de zin is passief en die kan dus geen lijdend voorwerp hebben.
Wat is het dan wel? Onderwerp. En wel enkelvoud. En dus was, en niet waren.

De correcte vorm en ontleding is derhalve:

(Aan) Slob en Van Engelshoven : meewerkend voorwerp
was : persoonsvorm; hulpwerkwoord van de lijdende vorm
door hun Franse ambtgenoot : bijwoordelijke bepaling van handelende persoon
gevraagd : rest van het werkwoordelijk gezegde; hoofdwerkwoord
aandacht te besteden aan de aanslag : onderwerp

Voor alle duidelijkheid: de onderliggende actieve zin luidt:

Hun Franse ambtgenoot heeft aan Slob en Van Engelshoven gevraagd aandacht te besteden aan de aanslag.

Het stereotiepe voorbeeldzinnetje waar menigeen de mist mee in gaat is:

Zijn plan werd de bodem ingeslagen.

waarin dus niet Zijn plan, maar de bodem het onderwerp is.

Andere oorbeschadigende oproep:

Passagiers worden verzocht zich naar de uitgang te begeven. (zoek zelf de taalfout)

Dat Engelsen dat zo wel mogen kromtrekken (“Passengers are requested…”), moeten zij weten. Zij rijden ook links en willen van ons af. Geen enkele reden dus om zich aan hun taalregels te houden.

Toch is een en ander complexer dan ik het hier voorstel, en daarom moet ik het burgklasniveau eventjes verre overstijgen.
Zo liet ik voor 12-, 13-jarige brugklassertjes uit didactische overwegingen de problematiek weg van zinnen als:

  • (1) Wiegel wacht op een ministerspost.
  • (2) Van Agt wacht tot Den Uyl weg is.
  • (3) Den Uyl wacht een zware taak.

Ieder praktiserend docent Nederlands zal begrijpen welke paniek dit drietal zinnen bij de ontleding kan veroorzaken en hoeveel tijd het kost de geleden schade te herstellen. Voor de goede orde: de objecten in (1)-(3) staan vet en onderstreept.
Op dit punt mag overigens niet onvermeld blijven dat bij de huidige generatie hbo-voltijdstudenten Nederlands de typische constructies als in zin (3) die met een datief beginnen niet of nauwelijks nog worden gekend en doorzien. De gemiddeld wat oudere deeltijdstudenten hebben er aanmerkelijk minder moeite mee. Met name gaat het om zinnen als

  • (4) Belangstellenden wordt verzocht contact op te nemen.
  • (5) De drugskoeriers was door de politie de pas afgesneden.
  • (6) Onze fietsplannen is door de regen de bodem ingeslagen
    (datieven vet en onderstreept gemarkeerd).

Daarmee ben ik dan weer beland bij de door mij zo geliefde datief, die ik al enkele malen ter sprake heb gebracht, bijvoorbeeld HIER.

 

Geen halve goede morgen

De Volkskrant van vanmorgen, op (taal-)pagina V15, was nog uitermate barmhartig door de jongste CDA-slogan “EEN HELE GOEDE MORGEN” te bestempelen als “leeg”. Dat is hij inderdaad, maar er is nog meer mis met die kreet van de Partij van Wakker Nederland.

Natuurlijk is het een loze kreet die moet dienen als motto voor de aanstaande verkiezingen. Iemand die irritantiter tegen jan en alleman “een hele goede morgen” loopt te tetteren is rijp voor verplichte, acute opname in een psychiatrische inrichting, en bovendien kan zo iemand, op grond van zijn welgemeende goede burgerzin (de positieve grondhouding van Lubbers 1982, ook CDA) bij de aanstaande verkiezingen net zo goed ChristenUnie stemmen, of SGP, of SP, of PVV, of 50+. Het zegt niets over iemands politieke geaardheid als diens buitenkant aardig lijkt te doen naar anderen die daarom helemaal niet hebben gevraagd.

Wat er nog meer mis is -en dit is zeer ernstig-, is de naar populisme stinkende taalfout door het verkeerde gebruik van ‘hele‘. Heb ik daar nou nog niet vaak genoeg op gewezen, laatstelijk nog in dit bericht ?
If you can’t beat them, then join them, moet Buma hebben gedacht: ik ga net zo kwekken als hun. Maar hij vertegenwoordigt een partij die pal zegt te staan voor fatsoen, voor normen en waarden. Maar de CDA-standpunten maken dat niet duidelijk, en nu belijden ze het ook al niet eens meer met de mond.

Zo glijdt het CDA niet alleen in de peilingen, maar ook in de eigen spotjes af naar een bedenkelijk niveau; dat van “as je maar begrijp wat er bedoelt word“.

Ik begrijp het.