La machine à déduction

“Machine à déduction”, dat is wat Google-vertalen oplevert als je vraagt naar “aftrekmachine”. Na mijn vorige artikel over Ćapeks toneelstuk R.U.R. kwamen er wat vragen over de in het daar besproken Dilemma-artikel aangestipte brochure De Antisexus van Andrej Platonov. Omdat er van dat werkje maar één Nederlandstalige editie bestaat (dat is er dan altijd nog eentje meer dan van R.U.R.), die bovendien niet of nauwelijks nog verkrijgbaar is, zal ik de publicatie hier wat nader belichten.

Eerst maar even de buitenkant. Het gaat om een ongepagineerde, edoch 16 pagina’s tellende uitgave van 20×13 cm, slappe kaft met kalkpapieren, bedrukte omslag, in 1986 in een oplage van 500 genummerde exemplaren t.g.v. de jaarwisseling 1986-1987 door uitgeverij Pegasus te Amsterdam geschonken aan relaties. De Nederlandse vertaling is van Jan Braat, het nawoord komt van Thomas Langerak, die dit werk van Platonov uit 1926 al (pas?) in 1981 in het Russisch had gepubliceerd in het Slavistenvakblad Russian Literature. ISBN 9061431999 (oftewel 9789061431992).
Ik bezit een ongenummerd recensie-exemplaar, mij door Pegasus in februari 1987 ter beschikking gesteld.

Om redenen van copyright en beschaving zal ik het werk hier niet OCR-gescand weergeven, hoewel dat qua omvang weinig werk zou zijn. Bovendien: je kunt het in het Engels HIER nagenoeg integraal raadplegen.
Niet onbelangrijk is te constateren dat Pegasus, de “enige Nederlandse communistische boekhandel”, het werk al in 1987 publiceerde, dus nog voor Gorbatsjov in 1990 president werd, al was hij in 1987 al wel partijleider. Onder de vaandels van Brezjnjev en diverse voorgangers zou dit ondenkbaar zijn geweest. Hoe de Nederlandse CPN, met op dat moment Ina Brouwer als fractievoorzitter, over dit soort publicaties dacht en oordeelde, is mij niet bekend.

Net als R.U.R. sluit De Antisexus naadloos aan bij de in het interbellum sterk opkomende tendens om (al dan niet seksuele) gevoelens volstrekt ondergeschikt te maken aan politieke en economische doelstellingen, zo mogelijk zelfs door die gevoelens te nullificeren, zoals in beide werken aan de orde is en welke tendens door beide schrijvers evident wordt bekritiseerd. Dat was overigens niet alleen een streven binnen het kapitalisme (de lopendebandmaatschappij) en het militair-industrieel complex waarvan Ćapek in Tsjechoslowakije in de jaren-’20 deel uitmaakte, maar ook in de bolsjewistische Sovjet-Unie waarin Platonov zich bevond, en evenzeer in het Duitse en Italiaanse fascisme, getuige bijvoorbeeld het in De Antisexus geciteerde commentaar van Mussolini: “Ik zie de Antisexus-apparatuur als de onontbeerlijke uitrusting van elk beschaafd mens, zowel thuis als aan het front. Onze koning heeft bij decreet de toestellen van belasting en invoerrechten vrijgesteld. De van sexuele plicht en consequentie verloste vrouw komt het actief van ons land versterken. Voor leden van de fascistenbond is de aanschaf van het apparaat verplicht, iedereen moet er trouwens een hebben, van de Romeinse clochard tot onze koning”.

Voor je er zelf ook eentje gaat kopen: wat was het eigenlijk voor een apparaat? Grofweg gesteld was het een aftrekmachine. Omdat, stelt Platonov, wij aan het genotsmoment hoge waarde toekennen, “zijn onze modellen zodanig geconstrueerd, dat wij een intensiteit van dat moment mogelijk maken die drie maal hoger ligt dat dat bereikt bij de mooiste vrouw (…). Voorts kan met een speciale regulateur de genotsduur naar believen worden ingesteld, variërend van enkele seconden tot enkele etmalen”. Het apparaat, inmiddels ook op de Sovjetmarkt verkrijgbaar, werd in drie varianten geleverd, met of zonder sterilisator, voor prijzen van $20 tot $100 (prijs zonder korting en emballage, franco thuisbezorgd). “Voor dames zijn dezelfde drie modellen verkrijgbaar, echter met 15% toeslag op de vermelde prijzen”. En aan de nieuw te werven Sovjetklanten wordt 20% korting op de vastgestelde verkoopprijs in het vooruitzicht gesteld “met mogelijkheid tot termijnbetaling tot 12 maanden”.
Met behulp van dit apparaat stelt de fabrikant u voor “eens en voor altijd de post sexuele bevredigingskosten uit Uw huishoudboek te schrappen en zodoende op de weg van financiële welstand te geraken”.
Helaas ontbreken in de brochure een gebruiksaanwijzing, bouwtekeningen en illustraties, behoudens de op de omslag van de publicatie weergegeven affuitachtige tekening.

Stilistisch sluit het boekje uitnemend aan bij de destijds gangbare stijl en terminologie van fabrikanten die hun producten aan de man wilden brengen, inclusief de internationale, zelfs wereldwijde allure die aan het product wordt verleend, de pseudo-wetenschappelijke onderbouwing van nut en noodzaak van het aangeboden apparaat en het citeren van (gefingeerde) aanprijzingen door gezaghebbende personages als Henry Ford, Charlie Chaplin, Mussolini, Gandhi, Chamberlain e.v.a. Door die persiflage krijgt de tekst een extra dimensie, die tegelijkertijd ironisch, cynisch en kritisch-afwijzend is.

Natuurlijk heb ik over dit werkje een mening, anders zou ik er niet over schrijven.

Net als de robots in R.U.R. was in de jaren-’20 de antisexus een fictie, een science- fictionuitvinding die dus niet bestond. Maar waarvan het spook kennelijk wel rondwaarde in de hoofden van mensen, zoals we dat in andere context ook kennen van Jules Verne, Donald Duck, Kuifje en Suske en Wiske. Tijdmachines, ruimteschepen, invriezen van eicellen, xenotransplantatie, de door Asscher aangezwengelde robots-in-opmars, noem maar op. Vijftig of honderd jaar later kunnen we constateren dat al dat soort fictie aan de slagboom van de reële technologische wereld is gaan rukken. En de kennelijke behoefte bij deze en gene om technologisch in te grijpen in het fysieke en psychische menselijke gevoel is niet van vandaag of gisteren: van de oeroude ontwikkeling van folterwerktuigen, waaraan her en der nog wel druk bezochte tentoonstellingen worden gewijd, tot aan prostaatstimulatoren voor eigen gebruik (zoals de Fun Factory Duke, “Speciaal gemaakt voor mannen, de Fun Factory Duke is een heerlijke kwaliteits prostaat stimulator” – eerder dus een prosexus dan een antisexus). Ik bedoel maar, een ondernemende jonge geest kan best wel handel zien in een Antisexus 2.0, aangepast aan de huidige stand van de techniek.

De titel Antisexus is markant: seks wordt daarin kennelijk gezien als “zinnelijke lustbeleving” die bestreden kan worden door haar te stimuleren, en niet als “het verrichten van de huwelijksdaad” ten behoeve van de voortplanting. Dat strookt wonderwel met Platonovs streven “alle gevoelens, vooral de sexuele” te willen uitbannen, zoals Thomas Langerak op de laatste pagina stelt.
Toch denk ik dat Platonov niet uit was op een weergave van zijn verdrongen lusten, net zo min als dat Čapek er in R.U.R. op uit was mensen door robots te vervangen. Eerder stipten zij een in hun ogen ongewenste, doch wellicht onontkoombare ontwikkeling en mentaliteit aan, vooral omdat zij vanuit humanistisch oogpunt het menselijk individu het zag afleggen tegen de techniek, de politiek, de oorlogsindustrie, de economie.

Ik ben het met hen eens.

 

Asscher en zijn RUR-verhaal

Op maandag 29 september zette Lodewijk Asscher de toon: de steeds verdergaande robotisering van onze samenleving gaat veel banen kosten. Remedie: het onderwijs moet zich volgens hem meer richten op vaardigheden en creatief analyseren, dan op feiten en routine.
Daarop sloeg het robotvirus onverbiddelijk toe: eerst op het NOS-journaal, twee dagen later bij DWDD, en vandaag uitgebreid in De Volkskrant. We hebben weer iets om over elkaar heen te buitelen: komen er nu minder of juist meer banen? Moet niet langer arbeid worden belast, maar eerder kapitaal? Waarom moeten we allemaal langer doorwerken als we zo massaal werkloos worden? Gaat het nou over mensen of over machines?

De ouderen onder ons herinneren zich nog wel het praatprogramma RUR (“Rechtstreeks Uit Richter”) van Jan Lenferink tussen 1983 en 1987. De overledenen onder ons herinneren zich nog wel het toneelstuk R.U.R. van Karel Čapek uit 1921. In dat literaire werk bevinden we ons in een fabriek waar robots worden gefabriceerd die God en Zijn schepping overbodig maken, doordat ze worden ontworpen “naar beeld en gelijkenis van de mens”.

Jan Lenferink vertelde mij ooit eens aan de telefoon dat hij vaagweg wel weet had van dat toneelstuk, maar dat zijn programma daarmee niets van doen had. Of Lodewijk Asscher het toneelstuk kende, dat overigens nooit in het Nederlands is uitgegeven, is mij niet bekend. In ieder geval maakte hij, noch DWDD, noch De Volkskrant er enig gewag van. Evenmin dus werden er lessen getrokken uit het schijnbaar utopische verhaal van Čapek. Hoewel, niet zo utopisch bij nader inzien, want hij reageerde niet alleen op de soldaten uit 1914-1918 die als kanonnenvoer uit de loopgraven werden gejaagd, maar ook op de opkomende klasse van kapitalistische fabriekseigenaren die, te beginnen met Henri Ford, machines gingen inzetten om arbeidskrachten uit te sparen en zo de kwali- en kwantiteit van de productie te verhogen.

Vandaag de dag gaat de discussie meer over de gevolgen voor de mens, dan over de gevolgen voor de machines. En dat was nou net precies ook het motief voor de humanist Čapek om zijn toneelstuk te schrijven. Maar het grootkapitaal wil liever meer en betere machines, dan meer en duurdere arbeidskrachten.

In het tijdschrift Dilemma (jg.1, nr.3) van juni 1987 heb ik over dat werk een uitvoerig artikel gepubliceerd. Omdat ik geen zin heb dat helemaal over te typen en de spelling aan te passen aan de huidig voorgeschrevene, heb ik dat artikel gescand, een beetje aangepast en HIER online raadpleegbaar gemaakt.

De achterliggende gedachte is eng. Net zo eng als die van Orwells 1984. De praktijk zal er toch wel een blijken te zijn van die niet te hete soep. Als je daarvan in het restaurant de lepel op de grond laat vallen, zal de robot die niet oprapen, stelt De Volkskrant vandaag. Asscher kan gerust zijn: er ontstaat een nieuwe werkende klasse van goedkope lepeloprapers.

________________________
De in het Dilemma-artikel vermelde paginaverwijzingen zijn gemaakt naar de 21e druk van R.U.R. uit 1972, en door mij uit het Tsjechisch vertaald.