Lezing 7 november

Voor wie het nog niet uit andere berichten heeft vernomen: op dinsdag 7 november zal ik in de bibliotheek van het Cultureel Centrum De Weijer in Boxmeer een lezing gaan houden over La vérité et son image. Daarin zal ik allereerst het opvallend verband schetsen tussen Boxmeer e.o. enerzijds en Rosoy-sur-Amance e.o. anderzijds, maar verder vooral ingaan op de misère tijdens de Eerste Wereldoorlog aan het Noord-Franse front, vanuit één familie: de familie Parisot te Rosoy-sur-Amance.

Mijn motto is: ALLE OORLOGEN ZIJN VERGELIJKBAAR ZO NIET IDENTIEK, in het bijzonder als je ze weet terug te voeren tot het kleine leed dat de betreffende burgers overkwam, het kleine leed dat groter is dan de Grote Oorlog.

Dat geldt voor de Dertigjarige oorlog (1618-1648), de Eerste Wereldoorlog (1914-1918), de Tweede Wereldoorlog (1939-1945), en alle daaraan voorafgaande, daarop volgende en nog volgende oorlogen. Mijn rondgestuurde bericht over die lezing luidt:

Over een maand, op dinsdag 7 november, zal ik in de bibliotheek van Boxmeer een lezing houden over de Eerste Wereldoorlog, vanuit het perspectief van authentiek materiaal van één familie, namelijk de familie die woonde in de Franse boerderij in Rosoy-sur-Amance waar ik nu woon.

De lezing, vergezeld van lichtbeelden en te tonen objecten uit de periode 1914-1918, vindt plaats in het kader van de Biblioplus-activiteiten in het Land van Cuijk. Specifieke informatie daarover vind je op https://biblioplus.biblio-shop.nl/activiteiten/inschrijven/1629/presentatie-boeken-over-resp-30-jarige-oorlog-en-wo-i#.

In die lezing zal ik allereerst kort de relatie toelichten tussen Boxmeer en omgeving, en Rosoy-sur-Amance en omgeving. Daarvoor moeten we even terug naar de Dertigjarige Oorlog, toen zich rond 1636 in beide gebieden opvallend gelijkende gebeurtenissen, gruwelen en ellende voordeden.

Daarna betreed ik het onthutsende domein van de oorlogscorrespondentie tussen wachtmeester Eugène Parisot (1874-1962) en zijn vrouw Louis Millot (1875-1947) met hun kinderen Solange (1900-1997) en André (1909-1981). Vooral aan Solange heb ik te danken dat ik zo veel materiaal uit WO-I heb weten terug te vinden.

Omdat Eugène Parisot naast post die hij aan zijn familie schreef ook een zakboekje bijhield met zijn werkelijke ervaringen aan het front, krijgen we een uniek beeld van het verschil tussen de oorlogsrealiteit (‘la vérité’) en het optimistische, geruststellende beeld (‘l’image’) dat hij ervan wilde overbrengen.

Rond het boek “La vérité et son image“, waarin die volledige correspondentie met uitgebreid commentaar staat opgenomen, heb ik een website opgezet met allerhande informatie en meer dan 500 scans, foto’s en kaarten: http://www.parisot52.fr. Die site is tweetalig, naar keuze Nederlands of Frans. Het boek zelf is geheel in het Frans, maar voor wie daarvan terugschrikt, heb ik een Nederlandstalige versie van het commentaargedeelte digitaal beschikbaar. Die zal bij afname van het boek gratis worden meegeleverd. Neem daartoe eventueel die avond een usb-stick o.i.d. mee.

De lezing op 7 november begint om 20.00 en zal naar schatting anderhalf uur duren. Ter indicatie voor wie met de trein komt: de laatste treinen richting Nijmegen-Utrecht-Amsterdam en Venlo-Maastricht/Eindhoven vertrekken van station Boxmeer om 22:59.

De bibliotheek van Boxmeer is gevestigd in Cultureel Centrum De Weijer, De Raetsingel 1. Wie graag aanwezig is, moet zich liefst wel tevoren aanmelden via de hierboven vermelde website van Biblioplus. De entree bedraagt € 2,50; wie op die avond het boek aanschaft, krijgt die entreekosten van mij in mindering op de koopprijs.

Voor wie het bijwonen van die avond bezwaarlijk is, kan het boek natuurlijk ook bestellen: ofwel af te halen op ons adres Inleg 24, Boxmeer (graag wel even eerst bellen 0485-751576), ofwel per post thuisbezorgd krijgen; de verzending vanuit Frankrijk naar EU-landen kost slecht € 2,55 aan porto. Een simpel e-mailtje naar ljml@neuf.fr volstaat.

Ik verheug me erop velen van jullie op 7 november in Boxmeer te kunnen begroeten.

Waarvan akte.

 

Flitspassage

Twintig seconden. Langer duurt het niet, en dan is het hele peloton voorbijgeflitst. Daar sta je dan van half negen tot half drie op te wachten. Gelukkig reden er drie koplopers 4’10” vooruit. En het lange wachten (later kom je de weg niet meer op en bovendien wil je een gunstige plek hebben) werd ietwat gecompenseerd door de reclamekaravaan die aan het festijn voorafgaat. Die heeft een lengte van ruim twintig minuten, dus dan weet je wel waarom het draait. Maar omdat het hele circus dik twee kilometer van mijn huis passeerde, wilde ik het schouwspel niet missen.

Mijn fysiotherapeute had me daags tevoren nog geprobeerd wat moed in te praten. “Misschien zie je wel een grote valpartij vlak voor je neus, dan duurt het wat langer“. Maar dat gebeurde niet.
Ik had mijn meest toepasselijke shirt aangetrokken: de gele trui met tekening van de kubist Fernand Léger (“Je ne te demande pas si ta grand-mère fait du vélo” – “Bemoei je met je eigen zaken“), ooit eens in Musée d’Orsay gekocht, in de hoop dat dat in de tv-uitzending in beeld zou komen. Maar dat gebeurde niet. De uitzending begon pas toen de renners net de zware klim naar Langres bedwongen, 15 kilometer verderop.

Er valt op de hele kermis wel wat af te dingen. Dat geldt vooral die reclamekaravaan. Wij hebben onze carnavalsoptochten en bloemencorso’s, maar dit is andere koek, namelijk pure commercie zonder ook maar de minste artistieke aspiratie. Het herinnerde mij, bij 34 graden langs de kant van de N19, vrij spontaan aan de viering op 1 juli van de afschaffing van de slavernij. Hoewel grootverdieners, vertolken de renners van deze tour dezelfde rol als de slaven van weleer. Balkenendes VOC-mentaliteit indachtig zijn zij het die het commerciële circus kleur en jeu moeten geven. En inkomsten. Twintig minuten lang trekken de potsierlijke voertuigen voor hen uit, spiegeltjes en kraaltjes, prullaria en hebbedingetjes, petjes, sleutelhangers, tasjes, tegoedbonnetjes-als-je-maar-eerst-betaalt, roerstaafjes,… in de berm werpend voor het gretig toesnellende publiek, dat er ter plekke om staat te vechten (maar ik was op mijn stek gelukkig alleen), er vervolgens thuis niks mee kan doen en in een la legt en ze na jaren weggooit. Dan, als toetje, flitsen de coureurs een tijdje later voorbij, gedirigeerd door hun stalorders, want ook voor de wielerploegen valt er veel te winnen of te verliezen. Vlak daarvoor bungelen een aantal onbeduidende pionnen die genadiglijk een tijdje wat vooruit mogen rijden om de sponsor veel in beeld te laten komen. Het zijn de goedbetaalde slaven van de moderne economie.
Moet je er dan maar niet naar kijken en je er niet voor interesseren? Dan geldt dat evenzeer voor de Olympische Spelen, een WK-voetbal, langebaanschaatsen, of welke profsportbeoefening dan ook. Citius, altius, fortius. Graaien zonder grenzen. Maar het publiek vraagt om brood en spelen. Dus kijkt het. Dus betaalt het.

Wat mij, aan de andere kant, als groot bewonderaar van logistieke operaties, enorm fascineert, is de hele organisatie rond de Tour. Dat begint al bij het vaststellen van het parcours een jaar eerder (wie het meest betaalt, krijgt de Tour door de stad). Maar dan, tijdens de etappes, de hele logistiek van tourboek tot wegafzettingen, perscontacten en helikopters, alles tot in de puntjes geregeld en op het oog ook vlekkeloos uitgevoerd. Een draaiboek om van te smullen. In de uren voordat de reclamekaravaan verschijnt, zijn alle zijwegen geblokkeerd, rijden er tientallen gendarmes op hun indrukwekkende motoren met blauwe zwaailichten zenuwachtig heen en weer, bijvoorbeeld om mij te zeggen dat ik mijn auto 20 cm verder de berm in moet zetten, want er moet minimaal 150 cm naast het wegdek vrij blijven. Voorts passeren en talloze auto’s van ploegen, radio, tv, met allemaal belangrijke mensen erin op weg naar een belangrijke aankomst in Troyes, in halfopen busjes worden de rondemissen verscheept waarvan er uiteindelijk twee hun lippenstift op de wangen van een bezwete Brit mogen afdrukken. En als de laatste renner is voorbijgeflitst volgen er ongelogen honderden auto’s, ploegenwagens, materiaalwagens (allemaal dus prima reclame voor Škoda), ambulances, brandweerauto’s, auto’s met lieden van radio, tv en schrijvende pers… er komt geen einde aan.

En dan mogen de geamuseerde burgers in alle gepasseerde dorpen hun producties van nijvere huisvlijt uit de rubriek “Wat Onze Handen Kunnen Maken” gaan opruimen, waaraan ze ongetwijfeld meer tijd en energie hebben besteed dan aan de viering van 14 juillet, volgende week.

Ik heb langs de kant van de weg, zij het op amper 50 cm naast het wegdek, van alles staan filmen. Ingekort werd het dik 17 minuten. Die laat ik je graag zien via deze YouTube link.