Fred van der Spek 1923-2017

Fred van der Spekt tijdens het PSP-congres te Utrecht 1985

Als je, na een zo hectisch, bewogen, onvermoeibaar en standvastig leven, bijna 94 jaar wordt, mag je dat met recht respectabel noemen. Ik heb het over Fred van der Spek, december 1923-november 2017, medeoprichter van de PSP in 1957, later Eerste- en Tweede-Kamerlid, tot de PSP op het congres in Wijk-aan-Zee in 1985 werd verkwanseld aan de verwaterde ideeën van wat later Groen Links zou worden. Hij vertrok, met zo’n 300 getrouwen, maar zijn idealen bleven rotsvast overeind.

Fred van der Spek (links) in debat met Marcus Bakker

Velen zullen zich Fred herinneren om zijn onwrikbare principes en ideeën, zijn uiterst gedegen geografische en politieke dossierkennis op zowat alle binnen- en buitenlandse terreinen, zijn onvermoeibare inzet voor het PSP-gedachtegoed, maar wellicht nog het meest om zijn scherpe discussies, in en buiten het Kamergebouw. Met, wellicht na en naast CPN-fractieleider Marcus Bakker, gold hij als de beste spreker in onze parlementaire geschiedenis, iets waarvan ik altijd zeer gecharmeerd ben geweest. Dat geldt voor beiden, overigens. Scherp, ter zake, goed onderbouwd, en vaak uiterst sardonisch en sarcastisch legde hij menig minister of andere politieke opponent het vuur aan de schenen.

Met Fred van der Spek op het PSP-congres te Utrecht 1985

Als PSP-lid van 1968 tot 1985 ben ik in de periode na 1975 steeds frequenter met Fred in contact geweest, aanvankelijk vanuit mijn bestuurswerk binnen het PSP-gewest Noord-Brabant. Nadat eind 1985 de PSP vanuit interne tegenstellingen de nek werd omgedraaid en Fred, uiteraard, want op persoon verkozen, zijn Kamerzetel behield tot de TK-verkiezingen van mei 1986, werd ik op het Binnenhof zijn secretaris. Gedurende die maanden heb ik erg veel van Fred geleerd, zowel op inhoudelijk terrein als in het verscherpen van argumentatie, en het verkiezen van principes boven gewin, noch persoonlijk, noch als het gaat om aantallen zetels. Fred wekte ook nooit de indruk dat hij zijn eigen belang voorop stelde; het ging niet om hem, maar om het uitdragen en verdedigen van zijn standpunten in de politieke arena die hij als platform beschouwde van de buitenparlementaire actie die voor de PSP steeds de basis van denken en handelen vormde. Een voorbeeld van zijn onbaatzuchtigheid was het feit dat hij het de afscheidsreceptie die wij in 1986 als fractiemedewerkers voor hem hadden georganiseerd in Nieuwspoort, resoluut van de hand wees. Hij zag er volstrekt niets in om zich door jan en alleman in de bloemetjes te laten zetten.

Door interne onenigheid werd het niets met de Partij voor Socialisme en Ontwapening, de logische opvolger van de PSP. Om het maar even kort samen te vatten: men was het grosso modo wel eens over waar men tegen was, maar niet over waar men vóór was. Persoonlijke wrevels deden vervolgens de rest, en Fred trok zijn kandidatuur voor het lijsttrekkerschap in. Ook pogingen om vanaf 1992 via PSP’92 opnieuw te worden verkozen, leidden tot niets: op geen enkel niveau werd bij opeenvolgende verkiezingen ook maar één zetel behaald.

Betekent dat, dat in de woorden van Fred zelf, met zijn dood het pacifistisch-socialisme in Nederland is uitgestorven? Electoraal gezien zou je denken van wel. Zelf ben ik minder pessimistisch. Er zijn voldoende tekenen herkenbaar van onvrede met het huidige nationale en mondiale bestel. Er lopen genoeg mensen rond die de aloude erfenis van de PSP nog in hun hart dragen, maar vooralsnog politiek dakloos zijn, of zich als meest nabije alternatief maar hebben aangesloten bij Groen Links of de SP.

Niemand is onmisbaar, maar met Fred hebben we wel een enorm boegbeeld verloren. Ik ben hem voor zijn inzet zeer dankbaar.

______________________________

Alle foto’s © Nationaal Archief

Maaslijn

Niet lang voor haar aftreden heeft Wilma Mansveld in ieder geval nog wèl iets goeds gedaan: ze heeft de middelen ter beschikking gesteld voor de elektrificatie en spoorverdubbeling van de lijn Nijmegen-Roermond, de zogenaamde Maaslijn. Wel een beetje laat, en de uitvoering zal zeker nog vijf jaar op zich laten wachten. En als het maar niet gaat als met het zuidelijk deel van de A73, het stuk Venlo-Roermond, waar de twee tunnels, bij Swalmen en Roermond, voor langdurig oponthoud zorgden en die nog steeds met de regelmaat van de klok dichtgaan: alleen al in de periode januari-maart 2016 heeft Van A naar Beter drie nachten gesloten tunnels beloofd voor “periodiek onderhoud”.


Vroeger, ja vroeger, tussen 1982 en 2002, reed er de Ardennen-express van Zandvoort naar Luxemburg vv., gecombineerd met de Valkenburg express. Via Boxmeer, nota bene“, schreef ik in mijn artikel België spoort niet in de serie Belgje pesten. Maar die tijd van vreugde is al lang passé.
Met oude, inmiddels afgedankte Plan-U-rijtuigen, vergekijkbaar  met de dieselhondekoppen, die nu toch weer uit de mottenballen worden gehaald omdat NS materieel tekort komt, en later met modieus opgeleukte Veolia-treinstellen boemel je sindsdien over het traject dat in oorsprong was bedoeld om de kolen uit Onze Staats Mijnen naar de bewoonde wereld te transporteren. Passagiersvervoer was bijvangst. Bijgaande nostalgische foto van drie treinstellen op station Boxmeer is uit 1985.

Over de historie van de Maaslijn, van het traject en de erlangs gebouwde stations, zoals het station Boxmeer hier rechts, valt veel te melden. Ik doe dat verder niet hier, want Wikipedia legt voldoende feiten en bronnen bloot, te beginnen met het -uitgebreide, doch niet geheel geactualiseerde- artikel over de spoorlijn Nijmegen-Venlo.

Achtereenvolgende kabinetten hebben er sinds de jaren-’60 van alles aan gedaan om niets aan de huidige Maaslijn te verbeteren. Eerst door de kolenmijnen te sluiten, waardoor de lijn economisch minder interessant was, toen door met Spoorslag-70 de dienstregeling zo aan te passen dat hij ook voor reizigers -veelal studenten die naar Nijmegen of Venlo spoorden- minder interessant werd, vervolgens door een gelikte A73 (Nijmegen-Roermond, met aansluiting op de A2 Amsterdam-Maastricht) aan te leggen, met alle milieuellende van dien en de tunnelellende op de koop toe, met als lokkertje dat je met de auto sneller van A naar Beter (bv. van Alverna naar Belfeld) kon rijden dan met de trein.

En nu opeens, althans in 2014, besluit Mansveld de deur op een kier te zetten voor verdubbeling en elektrificatie, waardoor er Intercity-treinen tussen Nijmegen en Roermond kunnen gaan rijden. Met haar futuristische aanpak zal dit stuk van Zuidoost Nederland nog bereik- en bereisbaarder worden.

Zal wel. Ik herinner mij dat de PSP-afdeling Land van Cuijk begin jaren-’80 een actie ondernam ter bespoediging van diezelfde verdubbeling en elektrificatie van diezelfde Maaslijn. Een door honderden mensen ondertekende petitie werd aan NS en lokale overheden overhandigd. Ik meen me te herinnen dat ik het was, anders deed ik het in commissie, die bij de opstelling van het PSP-verkiezingsprogramma voor de Provinciale Staten 1982-1986 een amendement kreeg aangenomen om deze Maaslijnwens op te nemen in het hoofdstuk Verkeer en Vervoer.

We zijn nu bijna 35 jaar later en leven in de wetenschap dat het zo rond 2020 misschien realiteit wordt op deze drukste en meest intensief bereden enkelsporige spoorlijn in Nederland (bron: publicatie provincie Limburg, ook zonder Mansveld.

Laat het een schrale troost zijn dat het in Drente en Oost-Groningen misschien nog droeviger is gesteld.