Kerstroep-1: Jakub Jan Ryba

In de aanloop naar kerstmis 2014 wil ik een miniserie artikelen wijden aan de hier niet al te bekende Slowaakse kerstmis Vianočná Omša in F van Edmund Pascha uit 1770. Om bepaalde redenen laat ik die echter voorafgaan door een artikel over een andere kerstmis, de Tsjechische Česká mše vánoční in G van Jakub Jan Ryba uit 1796, veel bekender en in de kersttijd immer nog razend populair in Tsjechische kerken.
Iets over Ryba, zijn kerstmis en een repressieve R.K. Kerk, gevestigd te Rome (Italië).

Laat ik eerst maar even verwijzen naar mijn artikel Steeds weer hetzelfde liedje uit 2010, HIER te raadplegen, op blz.221-224. Daarin maak ik inzichtelijk hoe Tsjechen, en meer nog Slowaken, min of meer konden ontsnappen aan de repressieve arm van het Roomsche Kerkelijk Gezag, zeker al twee eeuwen voordat vanaf 1959 in de kapel van het Ignatiuscollege de volkstaalliturgie werd geboren (beter dus: heruitgevonden en dan ook nog eens grotendeels ingegeven door het werk van Joseph Gelineau uit begin jaren-’50) en dus ook ruim voordat het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) aan de volkstaalliturgie de pauselijke zegen gaf.

Over Jakub Jan Ryba zelf (1765-1815) hoef ik hier niet zo bar veel te melden, want dat is op internet in overvloed te vinden, bijvoorbeeld HIER op Wikipedia. Ik wil er alleen één saillant detail van uitlichten, namelijk het feit dat hij o.a. bij zijn streven naar het invoeren van de Tsjechische volkstaal in liturgische muziek in 1815 dusdanig was dwarsgezeten door de kerkelijke autoriteiten, tegengewerkt en gemangeld ook, dat hij in 1815 zelfmoord pleegde – en aanvankelijk dientengevolge in niet-gewijde grond werd begraven.

Ik begin mijn artikelenreeks over Pascha met een kerstmis van Ryba, zoals gezegd, om bepaalde redenen.

De eerste daarvan is mijn eigen ervaring ooit in Praag. Het zal rond kerstmis 1969 of 1970 zijn geweest dat ik voor het eerst de Nicolaaskerk in Praag bezocht (in Malá Strana; niet die op het Oudestadsplein – dat is weer een heel ander verhaal). Tot op heden de mooiste barokkerk die ik ooit van binnen heb gezien, een Jezuïetenkerk van oorsprong, het zal weer niet wezen. Het toeval wilde dat bij dat eerste bezoek een organist op het grote orgel aan het oefenen was, hetgeen de ambiance en ervaring nog verpletterender maakte. Dat orgel, gebouwd rond 1745 door Thomas Schwarz mag er wezen met zijn meer dan 4.000 pijpen, een breedte van over de 60 meter, 4 manualen + pedalen en, als ik goed heb geteld, 75 registers. Daarmee valt wel indruk te maken.

De tweede reden was de uitvoering, in diezelfde Nicolaaskerk, van een hoogmis op kerstnacht, die ik enige tijd later bijwoonde, en waarin Ryba’s kerstmis werd uitgevoerd; een evenement dat ik liever een happening wil noemen. Een steenkoude kerk, dat wel, maar bomvol mensen. In plaats van netjes op hun stoelen gaan zitten om te bidden en te luisteren, liep iedereen de hele tijd dwars door de kerk op en neer om de vele kerststalletjes aan de kinderen te laten zien, om met elkaar een praatje te maken, en zelfs ongegeneerd te lopen picknicken met meegebrachte broodjes en flesjes drank. Voor de muzikale uitvoering werd langdurig geapplaudiseerd. Ik was, vanuit Amsterdam en het Ignatiuscollege, wel wat gewend op het gebied van liturgische hervorming, maar dit onttrok zich aan elke standaard die ik mij in de tien jaren ervoor had eigen gemaakt.

Je kunt -ik kan het je aanbevelen- op youtube een aantal uitvoeringen van Ryba’s meesterwerk bekijken en beluisteren. Zeer goed zijn de uitvoering uit december 2013 van het Praags Symfonieorkest en het koor van het Praags Conservatorium (HIER), en om meerdere redenen de door de Tsjechische tv op 18 december 2010 live uitgezonden versie (HIER) in de gotische Vituskathedraal op de burcht in Praag. Onverwarmd, zodat sommige musici een berenmuts dragen en zelfs violisten handschoenen aan hebben. En zoals bij nog andere beschikbare youtube-uitvoeringen van deze mis krijg je vaak voorafgaand aan het Kyrie een toelichting op het werk, dat blijkbaar zozeer tot het cultureel erfgoed van Tsjechië behoort, dat iedereen er goed van op de hoogte dient te zijn. Ook op de Tsjechische tv werd de mis vertoond met daarbij een animatiefilm die de voortreffelijke Tsjechische grafische en animatietraditie weergeeft; zie HIER. Die maakt ook duidelijk waar het verhaal van de mis om draait, het verhaal dat wij allang kennen: een herder roept zijn meester (Hej mistře!) dat hij snel moet opstaan (Vstaň bystře!) omdat hij een fel oplichtende komeet aan het zwerk ziet die zij met schapen en al zullen moeten volgen en die hen uiteindelijk tot het stalletje van Bethlehem voert.

De derde reden om Ryba aan Pascha vooraf te laten gaan is het grote aantal parallellen tussen beide kerstmissen: beide uit het einde van de 18e eeuw; beide, geheel of gedeeltelijk, in de volkstaal; beide gecomponeerd als een kerstspel waarin herders op zoek gaan naar de stal die hun door de kerstster wordt aangewezen; beide een toonbeeld van Tsjechische en Slowaakse barokmuziek, al kun je die niet helemaal over één kam scheren.

Al luister je alleen maar naar de eerste dik halve minuut van de Česká mše vánoční, waarvan ik hier de partituur afbeeld en HIER de te beluisteren versie, je bent meteen helemaal thuis.
Barokmuziek, ja, maar dan Tsjechische. Je hoort er eerder Mozart in dan Bach.
Opmerkelijk is ook het voorkomen van het zogenaamde Dresdner Amen (fluit in maat 12-13; orgel in de maten 12-13 en 31-32). Op 27 oktober 2014 legde Jan Willem de Vriend van Het Symfonieorkest in DWDD uit wat dat Amen van Johann Naumann, ook eind 18e eeuw, aan de vooravond van de Romantiek, inhoudt en hoe het vele componisten heeft geïnspireerd, van Mozart via Mendelssohn tot Mahler e.v.a. Ryba noemde hij er niet bij; Pascha al evenmin, maar ook zij voegden dit motief in hun compositie in.

Wat in deze eerste maten ook al overduidelijk blijkt, en waarom deze reeks ook de titel “kerstroep” draagt, is het veelvuldig voorkomen van het dalende grote-tertsinterval (hier d-b en d-b bij de violen in maat 2 en 4 en de roepende tenor in de maten 20 en 22) dat volstrekt overeenkomt met het evocatieve interval dat wij gebruiken als we iemand roepen en waarvan musicologen beweren dat het als universeel interval aan de wieg staat van de ontwikkeling van de muziek.

Genoeg tot zover over Ryba en zijn Tsjechische Česká mše vánoční, in ieder geval genoeg om de overstap te kunnen maken naar het Slowaakse heuvellandschap en het meesterwerk van Edmund Pascha: de Vianočná Omša in F.

________________________________________
Volgende berichten:
Kerstroep-2: Edmund Pascha (?)
Kerstroep-3: Pascha documentatie
Kerstroep-4: Kyrie
Kerstroep-5: Gloria
Kerstroep-6: Credo
Kerstroep-7: Sanctus-Benedictus-Agnus Dei