Het Grote Zwijgen

Er zijn van die foto’s die na kortere of langere tijd iconisch blijken te zijn. Uit mijn herinnering diep ik moeiteloos op: het Vietconglijk dat door een Amerikaanse tank wordt voortgesleept (World Press Photo 1966); het wegrennende napalmmeisje Kim Phuc (WPP 1973); meer recent de aangespoelde Aylan en de ‘toevallige’ vondst in Gouda van de executiefoto’s tijdens de Politionele acties in Nederlands-Indië, waar De Volkskrant onder meer mee kwam in oktober. Iconisch, doordat zij een grote invloed blijken te hebben op de publieke opinie en zelfs op de politiek.

Vreemd genoeg werken die foto’s ongeacht de bijbehorende context; zelfs als ze zouden zijn gemanipuleerd, gephotoshopt of anderszins een ‘verkeerd’ beeld geven, de eenmaal genestelde beeldvorming laat zich niet meer veranderen. Zo gaat bijvoorbeeld van die Amerikaanse tank het verhaal dat de Vietcong vaak mijnen legde onder gesneuvelde lichamen, waardoor het raadzamer was die met een tank weg te slepen dan respectvol op te tillen en op een draagbaar te leggen. Intussen was het anti-Vietnamoorlogsentiment al tot een beslissende hoogte opgevoerd. Prima.

Hoe toevallig de executiefoto’s uit Indië opeens uit een lade in Gouda kwamen, kan ik niet beoordelen. Wel dat ze passen in het tijdsgewricht dat schoon schip wil maken met de romantiek van Nederlands koloniale Indiëverleden en de door de KVP, de Kerk en vele andere opgehemelde bevrijdingsidealen van het Nederlandse leger in de Oost 1946-1949. Wat daarbij wringt, is dat een politiek correcte herziening van de visie op schokkende gebeurtenissen uit het verleden tegen het zere been is van hen die er zelf nog van zouden kunnen getuigen. De Amerikaanse Vietnam-, Afghanistan- en Irakveteranen, de Dutchbatters van Srebrenica, de KNIL-militairen die 1947-1948 hebben meegemaakt, hoe velen van hen lijden er wel niet onder psychische stoornissen, enerzijds door het gevoel dat ze als misdadigers worden weggezet, anderzijds door de nachtmerries die hen blijven achtervolgen na hun al dan niet vrijwillige optreden elders in de wereld. Onmiskenbaar gevolg: Het Grote Zwijgen dat we willen doorbreken, wordt door die getuigen uit de eerste hand alleen maar versterkt wanneer oude wonden weer worden opengereten.

Zoiets kan ook worden gezegd van de broers Frans (1926-1993) en Bertus (1927-2006) Bosman, over wie Paul Welling kort geleden zijn boek Ze spraken er niet over heeft gepubliceerd. Tussen 1947 en 1949 verbleven de broers als dienstplichtig militair op Java en namen zij deel aan de politionele acties van het Nederlandse leger tegen de Indonesische ‘extremisten’. Tijdens hun verblijf aldaar, maar ook na hun terugkeer in Nederland spraken zij met geen woord over gruweldaden, door henzelf of in hun bijzijn gepleegd. Wie veel meegemaakt heeft, praat niet over Indië, motiveert Bertus dat (p.153) en Frans sprak van een vuile oorlog (p.154). Geen details, geen schuldvraag, eigenlijk ook geen zichtbare emotie.

Het moet voor Paul Welling (en na hem: voor de lezer) een soort van teleurstelling zijn geweest dat hij niet heeft weten door te dringen tot enige ontboezeming van de belevenissen van zijn twee ooms. Ze zijn overleden, dus niet meer tot een onthullend gesprek te bewegen, maar ook in de periode ervoor zou het een mission impossible zijn geweest. Ik ken dat van mijn eigen familieleden, in het bijzonder van mijn vader die in 1946 in Soerabaja zes maanden in dienst was bij de militaire inlichtingendienst NEFIS die aanvankelijk inlichtingen over Japanse manœuvres, maar later die van de Soekarnogezinden moest weten te vergaren ten behoeve van de geallieerden, en van het KNIL in het bijzonder. Geen woord erover, ook al wist hij zich gedekt door een door hem op 24 april 1946 schriftelijk ondertekende geheimhoudingsplicht. Ook over zaken die buiten zijn strikte dienstvervulling om speelden, zweeg hij.

Paul Welling moest zich dus tevreden stellen met de constatering, in de titel, in de inleiding en in het nawoord, dat het zwijgen consistent en onverbreekbaar was; in plaats daarvan biedt hij ons een bewonderenswaardig minutieuze opsomming van familie- en persoonsgegevens. Door diep tot de uit bronnen herleidbare gegevens door te dringen weet hij de hoofdpersonen voor de lezer tot leven te brengen. Ook zeer nauwkeurig heeft hij de door hem verzamelde militaire gegevens op schrift gesteld, daarmee bevestigend dat er tegenwoordig veelzijdige data op internet raadpleegbaar zijn en dat (militaire) instanties vandaag de dag uiterst bereidwillig zijn tot het verlenen van inzage in historisch archiefmateriaal. Om dat maar even te onderstrepen: afgelopen week ontving ik van de Stichting Administratie Indonesische Pensioenen een envelop met 47 tweezijdige gekopieerde archiefstukken over betalingen en de diensttijdgegevens van mijn vader. Gratis en voor niks en op eerste simpele verzoek. Terwijl de monden gesloten blijven, gaan de boeken open.

Toch frappeert mij het boek van Paul Welling om nog twee andere redenen. De eerste is een bevestiging van mijn herhaalde uitspraak in La vérité et son image: “Toutes les guerres sont comparables, sinon pareilles“, alle oorlogen zijn vergelijkbaar, zo niet identiek. Of het nu gaat om de hier nadrukkelijk uit brieven te lezen zorgen en machteloosheid van de familieleden thuis, de moeder van Frans en Bertus voorop, of de stijl van de brieven vanuit de Oost die vooral uitstralen dat er voor ongerustheid nauwelijks grond is, of de soms wat primitief overkomende, maar meer dan goed bedoelde zendingen richting front (hier: sigaretten en een vulpen in een dichtgesoldeerd blikje; in mijn boek: vers gebakken wafels die meer dan vijf weken onderweg bleven en bij aankomst aan het front al door kameraden waren opgegeten voor de geadresseerde het pak in handen kreeg), of het onwrikbare geloof dat God uiteindelijk alles wel weer ten goede zou keren.

De tweede reden is de parallel tussen de boven tafel gekregen berichten van de broers Frans en Bertus, die de werkelijkheid filteren om slechts een beeld ervan aan het achterland te tonen, en de volstrekt vergelijkbare correspondentie die ik heb teruggevonden zowel die tussen mijn ouders in de periode 1942-1945 in Indië en Thailand, als die tussen ‘mijn’ Eugène Parisot en zijn familie in Rosoy uit de periode 1914-1918. De kiem voor Het Grote Zwijgen werd steeds al in oorlogstijd zelf gelegd – het gaat niet om  een schaamte- of schuldgevoel achteraf. Het doet een beetje denken aan fotoalbums: die vertonen bij voorkeur mooiweervakantiefoto’s, geen regen of wind; vreugdevolle gebeurtenissen als huwelijk en geboorte, geen stervenspijn of verkeersongelukken; lachende mensen die alleen van vreugde huilen. Niet bijster iconisch allemaal.

Jammer genoeg vertoont het boek de editoriale tekortkomingen die ik ook van andere Boekscout-uitgaven ken: Het papier van de kaft is zo sterk krullend dat het boek voortdurend half open blijft liggen als een gebarsten peulvrucht. De foto’s zijn in zo lage resolutie afgedrukt en op een zo matige papierkwaliteit, dat hun waarde ervan wordt geschaad. Bedenk dat het om uniek materiaal gaat dat het verdient prominent en helder te boek te staan; bij de kwartierstaat en de landkaarten speelt daarenboven dat ze, ongetwijfeld om pagina’s uit te sparen, zo pietepeuterig staan afgedrukt dat ze schier onleesbaar zijn. En met een loep erbij blijken ze ook nog eens behoorlijk onscherp te zijn. Dat zal de auteur toch niet zo hebben aangeleverd. Of het de verantwoordelijkheid van de uitgever is, weet ik niet, maar de enkele haast onvermijdelijke taalfoutjes die in het boek staan, heeft de correctieafdeling van Boekscout niet in de gaten gehad. Overigens ben ik zeer gecharmeerd van Paul Wellings taalgebruik en stijl, die zorgen voor een uiterst prettig leesbare tekst.

Wat wel op het bord van de uitgever ligt, is de prijsstelling, maar we weten van print-on-demanduitgaven dat ze altijd wat aan de dure kant zijn vanwege de lage oplage en het risicodeel van de overheadkosten. Voor mijn uitgaven geldt hetzelfde.

Dat alles neemt niet weg dat we met Ze spraken er niet over een prachtige getuigenis in handen hebben van een onopgelost probleem: Het Grote Zwijgen.

Paul Welling hoopt dat er ooit nog meer (foto-)materiaal over zijn familieleden uit die periode teruggevonden zal worden. Misschien gaat er in Gouda nog wel eens toevallig een laatje open.

__________________

Paul Welling, Ze spraken er niet over. Twee Amersfoortse broers in Nederlands-Indië. Soest : Boekscout 2015. 156 blzz. Illustraties en kaarten in kleur en zwart-wit. Index. ISBN 9789402219401. Prijs € 18,15. Te bestellen via www.boekscout.nl.