Marián Varga – Solo in concert

Ik kom mijn eerdere belofte na een bespreking te wijden aan de CD Solo in concert uit 2003 van de legendarische Slowaakse toetsenist/syntetizator Marián Varga (1947-2017), die sinds februari 2018 in een heruitgave alom in winkels en op internet verkrijgbaar is voor € 10 à € 15 (ex. verzendkosten). Voor liefhebbers van zijn muziek en vakmanschap is het een onmisbaar verzamelalbum.

Al daags na zijn soloconcert op 12 december 2003 in het concertgebouw van de Slowaakse Radio in Bratislava bracht Ars Nova deze CD uit, maar het duurde toch nog 15 jaar voordat er een geresampelde uitgave bij Pavian Records op de markt kwam met dezelfde 20 nummers als de originele versie.

Dat ik een beetje dubbel sta in deze vernieuwde editie heeft twee oorzaken.

Allereerst wekt de CD de indruk dat het een studio-opname betreft (door de akoestiek en vanwege de afwezigheid van storende bijgeluiden vanuit het publiek, terwijl het toch echt een concertopname betreft), waarbij het mij voorkomt dat de producent, om de live-sensatie te imiteren, bij zowat elk begin en slot er een applaus overheen heeft geplakt, waardoor het meer nep dan realistisch wordt.

Verder is het juist dat wij door deze ‘schone’ muziekweergave een goed idee krijgen van Varga’s virtuositeit en veelzijdigheid – een enkele misslag hier en daar zij hem vergeven; dus toch geen studio-opname -, maar doordat hij uitsluitend elektronische instrumenten bespeelt, komen veel van de muzikale effecten niet zozeer uit zijn vingers, maar uit de chips die de registers van zijn toetsenjap aan boord hebben. Ik zou graag ook wat nummers hebben aangetroffen waarbij hij bijvoorbeeld een ‘gewone’ piano bespeelt, waarmee hij in zijn conservatoriumtijd ook zijn carrière begon. Nu is het zo, dat ik wat moeite heb onderscheid te maken tussen de speelkwaliteiten van Varga en die van zijn Yamaha.

Dat alles neemt niet weg dat Solo in concert een waardevolle etalage is van de ontwikkeling van zowel de componist als de improvisator Marián Varga met zijn veelheid van muziekstijlen. Dat maakt het ondoenlijk deze CD te plaatsen in het rijtje van zijn discografie; eerder is het een samenvatting van zijn gehele œuvre. Als ik dan toch een link moet leggen naar een van zijn vroegere albums, pik ik er de dubbel-LP/CD Divergencie uit, die dateert van 1981, uitgebracht op Opus met een heruitgave in 2000 door Sony Music. In dat album horen we hem niet alleen een normale piano bespelen, maar ook een elektronische Fender piano, een Hohner D6-klavinet, een Roland Jupiter 4, een Roland Vocoder Plus, een Minomoog, een analoge ARP-2600 synthesizer, een “gewoon” orgel en een elektronisch Wersi-Helios orgel. Over veelzijdigheid gesproken…

Een wezenlijk verschil met Divergencie en andere Varga-albums is echter dat Solo in concert ook echt een solo-optreden is. Daarbij zijn we dus voor eventjes verlost van medewerkenden, van de gitaren, de zangstemmen en het obligate slagwerk, hetgeen de mogelijkheid biedt naar de ‘pure’ muziek te luisteren en de speelkwaliteiten van de uitvoerende meester. Niks ten nadele van die anderen overigens en volstrekt los van je appreciatie van hun collectieve producties.

Net als bij ander werk van Varga komen we op Solo in concert nogal wat improvisaties tegen op thema’s van ouder klassiek werk, van bijvoorbeeld Sjostakovitsj, Bach, Händel, Vivaldi. Sterker nog, hij improviseert zelfs uitgebreid op improvisaties van eerdere componisten, zoals bijvoorbeeld de variaties van Brahms op een thema van Händel, of die van Beethoven op een Russische volksmelodie. Ook dit wekt voor mij steeds een dubbel gevoel op, niet alleen bij Varga, maar principieel: moet ik het geweldig vinden als componisten het werk van een ander gebruiken om dat ‘beter’ te maken, of prefereer ik originele composities? Is het geweldig of vreselijk dat Varga de traditionele grote- en kleinetertstoonladders loslaat? Laat Bach het niet horen. Of het nu om Mozart gaat die improviseert op Altijd is Kortjakje ziek, of om Max Reger die in 1914 Mozarts pianosonate KV331 uitwerkt tot wat ik onbedoeld en onwillekeurig steeds maar weer de ultieme DDR-muziek vind.

Achter die vraag gaat wellicht een soort van conservatief denken schuil: laat iets voor wat het is, en als je iets beters wilt, componeer dat dan zelf. Anderzijds zie ik ook wel de onstuitbare ontwikkeling die we niet alleen terugvinden in muzikale improvisaties op bestaande thema’s, maar ook in de literatuur (het oeverloos herbewerkte Reynaertverhaal) en in de techniek (elk nieuw type auto is een doorvertaling van oudere typen). En bovendien houdt het staan op de schouders van een vroegere componist ook een grote waardering van die oude meester in, met daarbij de kwaliteit van de nieuwe meester om daar het beste van te maken in een andere tijd, op andere instrumenten.

Kortom: ga er rustig voor zitten en luister een aantal malen naar Solo in concert. Marián Varga maakt waar dat het geen verloren tijd is. Ik vind het volkomen terecht dat hij, zo kort na zijn dood, nu al een legende wordt genoemd.

Voor luistervoorbeelden verwijs ik naar Youtube. Er is daar vrij veel van Varga te vinden.

 

Marián Varga en Collegium Musicum

Het is dit jaar 50 jaar geleden dat ik voor het eerst lijfelijk kennismaakte met Tsjechoslowakije, oftewel de Tsjechoslowaakse Socialistische Republiek, ČSSR.
Meer dan 50 maal heb ik daarna, tot 2008, dat land bezocht, na 1992 alleen nog de Tsjechische Republiek. Ik kan daarover heel veel vertellen, maar ik beperk me nu even tot muzikale herinneringen. Dat op zich is al complex genoeg.

 

Inleiding
Al vrij snel vanaf dat eerste bezoek aan de ČSSR kwam ik in aanraking met de “muziek van eigen bodem”, hetzij via de radio, waar vooral naast klassieke muziek lokale Egerländermuziek te beluisteren viel, hetzij via gesprekken met Tsjechen en Slowaken, waarbij de verworvenheden van mijn bijvakstudie Tsjechich aan de UvA van eminent belang bleken, hetzij via grammofoonplaten die ik in winkels zag liggen en die voor een habbekrats te koop waren. LP’s van Supraphon of de Slowaakse pendant Opus, van welk genre dan ook, gingen doorgaans voor bedragen tussen de 40 en 60 kroon over de toonbank. Met de door mij gepraktijkte (zwarte) wisselkoers kwam dat neer op rond de € 2,50 per plaat. Daarvoor hoefde je ze dus niet te laten liggen.

Sporadisch lieten de autoriteiten ook verfoeilijke, decadente Westerse muziek toe, maar dan wel liefst in Tsjechische vertaling. Dan betrof het bijvoorbeeld Beatle-nummers op z’n Tsjechisch. Ooit, ik meen in 1970 of 1971, kwam ik tot mijn stomme verbazing een singletje tegen met daarop een Tsjechische variant van het Nederlandse (Nederlandse?) Ma belle amie van de Tee Set. Een overigens afgrijselijk nummer dat in de originele versie door Peter Tetterode in uiterst belabberd Engels en Frans gekweeld diverse top-10 noteringen haalde. Het EP-tje heb ik een keer aan iemand in Nederland uitgeleend. Nooit meer teruggekregen. Schande.
Gelukkig is er nu internet en kunnen we  DAAR het gewraakte nummer alsnog horen, in een vertaling van Jiří Štaidl en in 1970 gezongen/uitgevoerd door niemand minder dan Karel Gott himself (je bevindt je dan op het niveau van James Last en Rudi Carrell, wat het er al niet beter op maakt). De “officiële video” ervan staat HIER. Nog een tikkeltje erger vanwege de hele setting en de slechte nasynchronisatie. Je gaat er bijna van houden.

Maar overigens omvat mijn aldus opgebouwde Tsjechoslowaakse collectie een grote reeks klassieke muziek, volksmuziek, muziek op oude instrumenten, religieuze muziek, orgelmuziek en moderne muziek van rock tot jazz. Ook in die veelheid moet ik me hier helaas beperken.

Collegium Musicum
Ik kom dan uit bij de Slowaakse rockgroep Collegium Musicum uit Bratislava, actief tussen 1969 en 1981, met als meest sturende kracht toetsenist Marián Varga (1947-2017). Verder zijn rond die groep tekstschrijvers Kamil Peteraj (1945-…) en Boris Filan (1949-…), gitarist Radim Hladík (1946-2016) en gitarist en zanger Pavol Hammel (1948-…) als prominente representanten te noemen. Het is wat lastig vrij exacte samenstellingen te noemen, want vaak wisselden muzikanten van groep waarmee zij optraden, in het geval van Collegium Musicum betrof dat bijvoorbeeld de groepen Prúdy (1963-…), Jazz Q (1964-…, mede opgericht door Martin Kratochvil op keyboard) en Modrý Efekt, aka M Efekt, aka Blue Efekt.

De muziek van Collegium Musicum kan in grote lijnen worden gekwalificeerd als symfonische, of liever: progressieve rock. Dat houdt onder andere in dat veel van hun nummers een link vertonen met de traditionele klassieke muziek en van grote lengte zijn, variërend van 1 tot 4 kanten van een LP of dubbel-LP. Meezingers zijn het niet: het is vooral luistermuziek die je moet ondergaan. Daarnaast produceerde Collegium Musicum ook kortere nummers, meestal liedjes, die ofwel op singeltjes werden uitgebracht, ofwel op verzamel-LP’s. Veel van hun werk is nu nog steeds te beluisteren, bijvoorbeeld op internet via YouTube. De platen zelf raken steeds lastiger verkrijgbaar, maar er zijn heruitgaven, al dan niet geresampled, op CD te koop, in Tsjechische platenzaken als Bonton op het Wenceslasplein in Praag en webshops. Je betaalt daarvoor nu een slordige 200 tot 600 kroon voor. Reken tegenwoordig daarvoor op prijzen tussen de € 8 en € 25 per CD.

De wel gehoorde bewering dat hun muziek gelijkenis vertoont met die van Emerson, Lake & Palmer, waaraan ik meteen de Nederlandse groep Focus (met o.m. Jan Akkerman en Thijs van Leer) wil toevoegen, vind ik correct om een aantal redenen. Genoemde groepen zijn alle ontstaan in de tweede helft van de jaren-’60; de bandleden zijn ook voor het merendeel geboren vlak na de oorlog en hebben dus zo’n beetje mijn leeftijd. Om in de tijd te plaatsen: ze volgen vrij direct op de Beatles en de Rolling Stones, die qua ontstaan en geboortedatums van de leden 5 jaar eerder zijn te situeren. Een andere overeenkomst is de muzikale achtergrond van de bandleden: in bijna alle gevallen betreft het klassiek opgeleide conservatorium-abituriënten die hun gedegen opleiding gingen uitbaten in eigentijdse composities.

Marián Varga
Marián Varga (1947-2017) is daarvan een uitnemend voorbeeld. Op de meeste LP’s bespeelt hij een Hammondorgel. Met zijn jaloersmakende grote handen en lange vingers bedient hij het instrument op virtuoze wijze, niet alleen binnen de aanvankelijk wat gesloten Tsjechoslowaakse rockmuziekcultuur, maar ook naar West-Europese maatstaven. Ik durf hem de duivelskunstenaar op toetsen te noemen à la Paganini op viool.Frequent zijn zijn improvisaties op klassieke composities van o.a. Bach (luister eens naar https://www.youtube.com/watch?v=1z15JcnIigw), Haydn, Rimsky-Korsakoff (luister eens naar https://youtu.be/EDtG252ej2A), Bartók, Strawinsky. Het merendeel van zijn muziek betreft eigen composities. Een uitgebreid, Engelstalig in memoriam vind je in The Slovak Spectator van augustus 2017, te raadplegen op https://spectator.sme.sk/c/20623080/music-legend-marian-varga-dies-at-70.html.

Een ander, uitgebreid Engelstalig artikel over de speelwijze en invloed van Marián Varga vind je op http://www.muzikus.cz/pro-muzikanty-workshopy/Rockove-klavesy-The-Influence-of-Marian-Varga~02~rijen~2016/.
Het loont de moeite verder zelf maar te googelen op “Marián Varga” en/of “Collegium Musicum”.

Zelená Pošta
Het is ondoenlijk hier een compleet overzicht te geven van de door Varga uitgebrachte nummers. Ik pik er één voorbeeldje uit: Cesty bláznov, te vinden op de LP Zelená Pošta (De groene postkoets). Dat nummer is o.a. bijzonder vanwege de tekst en het opmerkelijke basritme.

De tekst, geschreven door Boris Filan, valt te kwalificeren als surrealistische, voor mijn part psychedelische poëzie, zo’n beetje in de trant van Yellow submarine en de LSD-tekst Lucy in the Sky with Diamonds (Beatles), of teksten van Lennart Nijgh als Land van Maas en Waal en Verdronken vlinder, of Visite van Lenny Kuhr. Ik geef hier de originele tekst van Cesty bláznov in het Slowaaks met mijn Nederlandse vertaling:

Sú mestá, mestá, mestá bez domov,
Sú lesi, lesi, lesi bez domov,
Sú rána, rána keď sa nik nebudí,
Sú plné vlaky, vlaky bez ľ udí,
Sú noci zvláštne, dávajú skúsiť
Ľahké a vláčne dotyky múz.
Sú studne dávne, kde voda skrýva
Poklady slávne, mám k nim kľúč.
Sú ženy krásne, môžeš si kúpit
Za lacné básne klamstvo ich rúk.
Sú cesty bláznov, kde každý vláči
Krajinou bláznov slnečný lúč.

Malle wegen
Het zijn steden, steden, steden zonder huizen,
Het zijn bossen, bossen, bossen zonder bomen,
Het zijn ochtenden, ochtenden dat niemand opstaat,
Het zijn volle treinen, treinen zonder mensen,
Het zijn vreemde nachten die je de kans geven
Licht en week de muze aan te raken.
Het zijn aloude putten, waarin het water
Heilige schatten verbergt, ik heb er de sleutel van.
Het zijn schone vrouwen bij wie je bijna voor nop
Verzen kunt kopen, bedrog van hun handen.
Het zijn malle wegen waarlangs een ieder
Een zonnestraal sleept door een vreemd landschap.

Beluister het nummer maar eens op YouTubeJe hoort dan ook meteen aan het begin al een ander opmerkelijk aspect van de muziek: het ritme, liever gezegd: de maat: het nummer is gebaserd op een uiterst curieuze 19/16e maat (en dus niet op een 9/8e maat, zoals elders op internet wel vermeld). Zie de afbeelding hiernaast.

IJzeren Gordijn
Ik kan niet voorbijgaan aan de politieke situatie in de ČSSR, of liever gezegd: de rol van het IJzeren Gordijn in de jaren 1968-1992. Dat werkte naar twee kanten als een barrière tot behoud van de status quo in Europa, zoals door de geallieerden op Yalta afgesproken. Het moest voorkomen dat invloeden van Oost naar West vloeiden en omgekeerd. De wurgende suprematie van Washington en Moskou diende zo veel mogelijk gerespecteerd te blijven. Dat had zo zijn politieke, maatschappelijke en culturele consequenties. Oost-Europa liep decennia lang zeker tien jaar achter bij het Westen. Ik herinner me nog goed dat begin jaren-’70 ‘opeens’ het plastic werd uitgevonden in Tsjechslowakije. Waar tot dan toe alles was verpakt in papier, hout, glas, textiel, en werd verkocht met touwtjes en kunstig aangebrachte linten om de verpakking, werd alles ineens van plastic: de draagtasjes, het fraaie houten speelgoed, alles nu verpakt in plastic en meegegeven in plastic zakken, huishoudelijke en andere gebruiksvoorwerpen, het interieur van de Škoda’s; voortaan allemaal plastic. Het was het begin van de kapitalistische reformatie die Praag maakte tot de eenheidsworst van een doorsnee Europese stad, gedomineerd door Coca Cola en McDonald’s, Ik hoef er dus niet meer zo nodig heen.

Maar het IJzeren Gordijn was niet waterdicht, hooguit een slecht werkend filter. Ik kan mij geen van mijn meer dan 50 bezoeken herinneren dat ik niet, en zulks zonder enig probleem, heen en weer door het Gordijn reed zonder iets bij me te hebben wat streng verboden was. Of het nu strafbare in- en uitvoer van Tsjechoslowaakse Kronen was, of sterke drank, of muziekcassettes, of kunstvoorwerpen, of tijdschriften, of zelfs complete apparatuur, alles glipte door de Westerse en Oosterse mazen van het Gordijn. Soms hielp het enorm als ik de Tsjechoslowaakse grensposten, die de hele auto scrupuleus doorsnuffelden, vol trots wees op de gastank die ik voorin mijn Škoda had laten monteren en waarin zij mateloos waren geïnteresseerd, dan wel doordat ik op het dashboard quasi achteloos een netje mandarijnen of flesje Bols Jenever had liggen, hetgeen zij zonder verdere vragen blij in ontvangst namen en de rest van de controle maar lieten zitten.

Tsjechische en Slowaakse vrienden baden mij om uit Nederland asjeblieft dit of dat mee te nemen, een bepaald boek, schoenen, een radio-cassettespeler, en vooral veel Westerse muziek op cassette of LP. In ruil kreeg ik dan fraaie dingen die in het Westen absoluut onverkrijgbaar waren, maar ontegenzeggelijk een enorme verrijking van mijn bezit betekenden.

Voor de mensen van Collegium Musicum lag de zaak net iets simpeler: hun muziek werd door de overheid oogluikend, zij het schoorvoetend, toegestaan, waarmee zij een opening hadden tot de Staatsomroep en aan hun bekendheid konden werken. Bovendien ligt Bratislava, hun thuisbasis, vlak aan de Oostenrijkse grens en vlakbij Wenen, waardoor zij, allerhande filters ten spijt, moeiteloos konden luisteren naar de vervloekte Westerse radio-uitzendingen en aldus redelijk op de hoogte konden zijn van de ontwikkelingen in de West-Europese en Amerikaanse popmuziek. Natuurlijk is het zo dat Marián Varga een andere carrière zou hebben beleefd, een betere of slechtere, als hij aan de andere kant van het IJzeren Gordijn zou zijn geboren en had gewerkt, maar het is slechts een door politici aan beide zijden gedroomde fictie dat het Gordijn als afsluiter deugdelijk functioneerde.

Maar laat ik er verder maar geen politieke discussie van maken nu.

Discografie
Het is in dit bestek ondoenlijk een complete discografie te geven van Marián Varga/Pavol Hammel en/of de groepen Prúdy en Collegium Musicum. Ik beperk me maar even tot het volgende lijstje:

1970   Collegium Musicum, (EP) Hommage à J.S. Bach
1970   Collegium Musicum, (EP) Ulica plná plášťov do dažďa
1971   Collegium Musicum, (2LP) Konvergencie
1972   Hammel/Varga, (LP) Zelená pošta
1972   Skupina Prúdy, (LP) Šlehačková princezna
1973   Collegium Musicum, (LP) Live
1974   Skupina Prúdy, (LP) Hráč
1975   Marián Varga & Collegium Musicum, (LP)
1976   Hammel/Varga/Hladík, (LP) Na II. programe sna
1976   Skupina Prúdy, (EP) 3375 ( tri tri sedem päť )
1976   Skupina Prúdy, (EP) Stále je láska
1977   Collegium Musicum, (LP) Continuo
1977   Skupina Prúdy, (LP) Stretnutie s tichom
1978   Hammel/Varga, (LP) Cyrano z predmestia
1979   Collegium Musicum, (LP) On a ona
1981   Collegium Musicum, (2LP) Divergencie

2018   Marián Varga solo in concert

Zowat alles daarvan, en nog heel veel meer, is op YouTube te beluisteren.
De laatste titel is recentelijk (febr.2018) op CD verschenen; daarover meer in een volgend artikel.