Katjelam

In de bijna dagelijks groeiende lijst van woorden onder de kop Apetrots en keileuk dook kort geleden opeens het woord ‘katjelam’ op. Mij intrigeerde dat woord omdat ik er geen passende herkomst van kon ontdekken. Daarom mijn licht opgestoken bij Taalunieversum van Onzetaal. Ik stelde de volgende vraag:
Kunt u mij meer informatie geven over het woord ‘katjelam’ (‘straalbezopen, toeterzat’)?
– het tweede deel van de samenstelling is duidelijk: lam, in de betekenis ‘fysiek beperkt’ komt al in MNW en WNT voor in dezelfde betekenis.
– het eerste deel is mij onduidelijk. Verwijst het naar de diernaam kat (misschien te vergelijken met ‘katzwijm’, of wellicht naar qat als geestesverruimend middel?
– is het bekend sinds wanneer het woord ‘katjelam’ in het Nederlands opduikt?
Graag uw mening hierover.

Daarop kreeg ik van Taalunieversum het volgende antwoord:

‘Katjelam‘ in de betekenis ‘stomdronken‘ is pas in 2016 toegevoegd aan Van Dale. Kennelijk is het nog niet zo heel lang gangbaar. Dat wordt ook bevestigd wanneer we zoeken in krantenarchieven via Delpher.nl. Daar treffen we ‘katjelam‘ maar twee keer aan, namelijk in een Provinciale Zeeuwse Courant van 2008 en een uit 2016.

Wel komen we in de Vlissingse Courant in een krant uit 1917 het woord ‘kattelam‘ tegen in de betekenis ‘loom‘. Daar wordt gesuggereerd dat het een vertaling van het Franse ‘catelāme‘ zou zijn, maar daarvan hebben we geen verder bewijs gevonden.
(Zie https://krantenbankzeeland.nl/issue/vco/1917-02-15/edition/0/page/1?query=kattelam.)

De taalkundige Frans Debrabandere bespreekt het woord ‘kat(te)lam‘ in een artikel over volksetymologie. Volksetymologie wil zeggen dat woorden veranderen onder invloed van andere woorden omdat sprekers van een bepaalde taal, in dit geval het Nederlands, dénken dat de woorden met elkaar te maken hebben. Debrabandere gaat ervan uit dat ‘kattelam’ ontstaan is door de associatie met het bekende woord ‘kat‘, maar dat het oorspronkelijk gaat om het Brabantse woord ‘kootlam‘, dat ‘machteloos, niet meer in staat om te bewegen‘ betekende.
Dat woord ‘kootlam‘ staat ook in Van Dale, met de omschrijving ‘verlamd aan de poten door te weinig beweging‘, met als voorbeelden “dat varken is kootlam” en “ik ben in geen veertien dagen uit geweest, ik zou wel kootlam kunnen worden“.
Kootlam bestaat uit ‘koot‘, dat ‘gewricht, wervel‘ betekende (denk aan vingerkootjes) en ‘lam‘ voor ‘niet kunnen lopen‘. Doordat ‘koot‘ nagenoeg verdwenen is uit het Nederlands, kon ‘kootlam‘ veranderen in ‘katlam‘. De kater brengen we tenslotte wel vaker met dronkenschap en de bijbehorende slapte en machteloosheid in verband.
https://www.dbnl.org/tekst/_bie001200901_01/_bie001200901_01_0025.php.)

Het is maar dat je het weet.

Al met al is daarmee de volgende kwestie gerezen: waar komt dat Franse woord ‘catelâme’ vandaan dat Taalunieversum vermeldt? Hiernaast het aangehaalde citaat uit de Vlissingse Courant uit 1917. Nu beschik ik over tal van Franse woordenboeken, ook uitgebreide, wetenschappelijke en ook oude uit de 17e/18e eeuw, en hanteer ik op internet vaak de TLFi (Trésor de la langue Française informatisé; http://www.atilf.fr/tlfi) en Le Dictionnaire vivant de la langue française; http://dvlf.uchicago.edu/, maar nergens kwam ik het woord tegen. Uiteindelijk vond ik in het Frans-Vlaamse dialectwoordenboek Le parler dunkerquois (http://www.jepi-dunkerque.fr/pages/Le_parler_Dunkerquoisc-5351178.html) het woord ‘catelame‘, met als vermelding: Catelame : fatigué, du FL kattelam, met andere woorden: het Duinkerks heeft het woord uit het Vlaams geïmporteerd, en dus niet omgekeerd, zoals de Vlissingse Courant suggereert.
Het is maar dat je het weet.