Het spel en de regels – respect en kaarten

Mijn tweede artikel dat de spelregels bij voetbal onder de loep neemt, gaat over respect als gedroomd gedrag en kaarten als arbitraal correctiemiddel. Het eerste is nog niet zo simpel; het tweede is veel eenvoudiger aan te scherpen. Maar omdat ze met elkaar hebben te maken, neem ik ze hier in één bericht samen.

Overwegingen vooraf
Respect dwing je af. Je krijgt het niet gratis. Maar van wat de voetbalorganisaties ervan proberen te maken, door spelers tot handenschudden vooraf te bewegen, of door alle spelers door elkaar te laten poseren voor een reclamebord voor respect (of tegen racisme) is nooit een positief effect hard gemaakt. Op mij komt het meer over als window dressing of voor de bühne, waarmee de organisaties hun handen in onschuld wassen en naar spelers en/of publiek kunnen wijzen als er iets misgaat. Dat laatste is nog ietsje complexer dan het lijkt, want het heeft er alle schijn van dat wangedrag van spelers overslaat op het publiek en omgekeerd. In die zin is een voetbalwedstrijd een interactieve gebeurtenis.

Even iets wat geen zijsprong is. In het algemeen wordt aangenomen dat ijshockey een veel ruwere, zo niet onbehouwener en gevaarlijker sport is dan veldvoetbal. Het tegendeel is echter het geval. Ja, met enige regelmaat zie je ijshockeyers met elkaar op de vuist gaan, maar dankzij hun overmatige kledij levert dat nooit blessures of erger op. En wordt het te dol, dan zijn er altijd 2 of 3 scheidsrechters die adequaat en kordaat optreden. En als je het niet gelooft, ga dan maar eens turven per hoeveel strekkende spelersminuten er bij ijshockey en bij voetbal een blessure voorkomt. Dan blijkt voetbal de ruwere sport te wezen.

Maar dat is niet alles. IJshockeyers zijn tijdens de wedstrijd respectvoller dan voetballers, zeker binnen de spelregels. Het duidelijkst blijkt dat uit hun gedrag jegens de scheidsrechter. Bij ijshockey betekent een fluitsignaal van de scheidsrechter dat alle spelers daadwerkelijk stoppen en het verloop afwachten; alleen de aanvoerder, met de letter C op de borst, of zijn tijdelijk vervanger, herkenbaar aan een A op de borst mag zich met een van de scheidsrechters verstaan, om uitleg vragen, in discussie gaan. Wie zich niet daaraan houdt, kan naar de strafbank. Kom daar maar eens om bij voetbal. Daar betekent een fluitsignaal keer op keer het sein tot de vorming van een kluwen spelers die in woord en gebaar en duwend en trekkend duidelijk te maken dat de arbiter van dienst iets is tussen “onbenul” en “hondenlul”.

Voor mij begon het allemaal op 6 september 1965 toen Feijenoord in Rotterdam Real Madrid ontving en met 2-1 won. Na een overtreding op icoon Coen Moulijn ontstond er een knok- en schoppartij tussen de spelers, hetgeen verslaggever Bob Spaak bracht tot de bekende woorden “Coen, beheers je! Jongens, jongens, dat kan toch niet! Wat een afschuwelijke vertoning!
Zulk een intermezzo betekent niet alleen tijdverkwisting (vandaar mijn pleidooi voor zuivere speeltijd), maar ook slaan die emoties over op het publiek, met alle mogelijke gevolgen van dien, en bovendien levert het niks positiefs op, want de scheidsrechter komt toch niet terug van zijn beslissing; hooguit vallen er gewonden.
De invoering van de vele camera’s, de VAR, de herhalingen, zullen ongetwijfeld een gunstige invloed op spelers hebben, nu zij het risico lopen dat hun wangedrag op beeld vastligt en mogelijk een staartje gaat krijgen.

Discussie of gemekker
Mijn voorstel op dit punt is een regel invoeren dat tijdens en rond een wedstrijd uitsluitend en alleen de aanvoerders van beide partijen zich tot de scheidsrechter mogen wenden en dat de andere spelers op afstand afwachten wat het resultaat ervan is. En langs de lijn: alleen de trainers/coaches van beide teams mogen zich tot de vierde man wenden, of de clubarts van dienst ingeval hij medisch ingrijpen nodig acht. Ieder ander die zich in of rond het veld in woord of gebaar met de arbitrage bemoeit, kan een kaart tegemoet zien. Zo kan het zinloze en tenenkrommende gemekker tijdens een wedstrijd aanmerkelijk worden geminimaliseerd en komt fatsoenlijk gedrag het respect ten goede.

Kaarten
Al zo’n 50 jaar hanteren diverse sporten een systeem van kaarten die de scheidsrechter kan trekken om een speler of lid van de technische staf (soms zelf het hele team als collectief) te corrigeren en met enig vorm van consequentie te bestraffen. Het varieert van drie soorten kaarten (groene, gele en rode) bij het veldhockey, via twee (gele en rode bij veldvoetbal) tot nul (bij ijshockey). Maar in die laatste sport vigeren andere maatregelen: een speler die naar het oordeel van de arbitrage over de schreef gaat, kan vertrekken naar de strafbank, voor 2, of 5, of 10 minuten, of zelfs voor de hele wedstrijd. Daarvoor zijn geen kaarten nodig, en (respect!) die straffen worden doorgaans zonder al te veel gemekker of gemor geaccepteerd. Wat daarbij mijns inziens een grote rol speelt, is niet dat ijshockeyers in doorsnee nettere mensen zijn dan profvoetballers -waarschijnlijk is dat niet zo, als het al te meten is-, maar dat de spelregels en andere reglementen van ijshockey veel strikter, gedetailleerder zijn dan de voetbalspelregels, waardoor er minder ruimte is voor interpretatie en dus ook voor discussie, gemekker en gemauw, noch bij de spelers, noch bij de staf, noch bij het publiek. Dat impliceert dus ook dat ik pleit voor striktere spelregels bij het voetbal, opdat een ieder weet waaraan je je te houden hebt.

Daar bovenop: handhaaf rustig het uitdelen van gele en rode kaarten, maar voeg er, net als bij ijshockey en veldhockey, een strafbank aan toe, bijvoorbeeld 5 of 10 minuten (zuivere speeltijd uiteraard) bij een gele kaart en de hele wedstrijd bij een rode kaart, welk laatste nu ook al het geval is.

Bijkomend voordeel is de volgende overweging: Team A speelt tegen team B. Een speler van A krijgt een gele kaart, maar kan desalniettemin de wedstrijd voortzetten, ook al is het een beetje met de handrem erop om geen tweede gele kaart te incasseren, want geel+geel=rood. Maar het voordeel van B tijdens die wedstrijd is zeer beperkt. Zou de betreffende speler voor een aantal minuten van het veld moeten, dan is het numeriek voordeel voor B evident. Bovendien: als diezelfde speler van A door die gele kaart een schorsing oploopt en A moet volgende week tegen C spelen, dan is C bevoordeeld door de afwezigheid van die speler, en B benadeeld, want C pakt dan het voordeel dat B, tegen wie de overtreding is begaan, is misgelopen.

Technische complicatie: net als bij ijshockey zou bij veldhockey en veldvoetbal de bestrafte speler niet mogen plaatsnemen in de dug out van zijn team, maar plaats moeten nemen in een aan te leggen strafbank aan de andere kant van het veld, zulks ter voorkoming van contact tussen speler en staf waardoor de bestrafte speler ook nog eens tal van aanwijzingen kan meekrijgen en zo profiteert van zijn uitsluiting. Twee strafbanken zelfs, eentje per team, want het komt niet zelden voor dat van beide teams tegelijk een speler naar de strafbank moet, waarna dat tweetal buiten de lijnen met elkaar op de vuist gaat of zich anderszins misdraagt uit frustratie. Bijgaande uitzonderlijke foto maakte ik op 2 januari 2007 tijdens de kwartfinalewedstrijd Finland-USA (3-6) in het Zweedse Mora. Er zaten maar liefst 4 Finse spelers tegelijk in de strafbank en een van hen sloeg in drie houwen zijn stick op de plexiglas boarding kapot, hetgeen hem nog een bijkomende straf opleverde. Zo iemand wil je toch niet naast je in de dug out hebben zitten…
Tussen beide strafbanken bevindt zich een official die de toegang van de strafbank opent en, de stopwatch in de hand, na het uitzitten van de straf weer opent.

Heren, heren, gedraagt u alstublieft.
En dames binnenkort ook, valt te vrezen.

____________________________________________

Berichten in deze reeks:

  1. Zuivere speeltijd
  2. Respect en kaarten (dit bericht)
  3. Puntentelling
  4. Belijning