Straatnamen en voorzetsels

Bovenste foto: © Nationaal Archief. Onderste foto: eigen opname

In heel veel talen is de keuze voor het juiste voorzetsels een lastig probleem, ook voor moedertaalsprekers. Dat geldt zeker ook voor het Nederlands met zijn vele voorzetsels. Een af te bakenen groep taaluitingen waar dit speelt zien we bij straatnamen: woon je nu IN, OP of AAN de Steenstraat? Wat zijn daarbij de overwegingen en waarom geven we de voorkeur aan het een of het ander?


Voordat die vragen aan een beantwoording toekomen, dienen we eerst vast te stellen wat het woord “straat” eigenlijk inhoudt. Het blijkt namelijk dat “straat” op twee verschillende begrippen kan slaan.

Enerzijds kennen we allemaal “straat” als laatste deel van een bepaalde begaanbare doorgang van punt A naar punt B waarlangs zich huizen bevinden: de Kerkstraat, Hoofdstraat, Anne Frankstraat enzovoort. Dit in tegenstelling tot uitgangen als -weg, -laan, -baan, -gracht, -dreef, -kade en nog veel meer.

Bron: Google Maps


Soms is dat een beetje verwarrend. Zo bevindt zich in het Belgische Sint-Niklaas zowel een Nijverheidslaan als een Nijverheidsstraat. De lokale Commissie had dat beter kunnen voorkomen.

 

 

Anderzijds gebruiken we “straat” ook als een verzamelbegrip voor alle begaanbare doorgangen van A naar B, ongeacht of die benamingen nu eindigen op -straat, -laan,
-weg
enzovoort. In die betekenis is “straat” een collectivum, een soort categorie om alle mogelijke benamingen onder één term te vangen. Zo zul je bij een stadsplattegrond vaak een straatnamenregister aantreffen, waarin niet alleen de Parkstraat, maar ook de Parkweg, Parklaan en Parkdreef kunnen staan vermeld. Voor dat collectieve begrip “straat” hebben we eigelijk geen echt Nederlands woord beschikbaar. Slechts weinigen zullen de officiële term “hodoniem” kennen. Dat woord is uit het Grieks (via het latijn) overgenomen en is samengesteld uit οδός (“weg, straat”) en όνομα (“naam”). Dat “odos” kennen we nog wel in woorden als “methode” (“de weg waarlangs“), “exodus” (“uitweg“) en “synode” (“samen op weg“).

In het verloop van dit bericht zal ik het woord “straat” in principe in de eerstgenoemde betekenis gebruiken; voor de tweede, collectieve betekenis, zal het woord “hodoniem” voorkomen. Over het algemeen zal dit onderscheid overigens eerder warrig zijn dan verwarrend. Bedenk dat we in het Nederlands binnen de bebouwde kom doorgaans spreken van het “stratenplan“, maar buiten de bebouwde kom van het “wegennet“, maar dat de Nederlandse Spoorwegen en gemeente-vervoerbedrijven als GVB, HTM en RET een “lijnenkaart” presenteren. Ook bij woorden als “uitweg“, “luchtweg“, “vluchtweg“, “vaarweg” kiezen we voor “weg“.
En in het Engels zien we de woorden “airlines” en “airways” naast elkaar bestaan. Maar het Engelse “tramway” is opmerkelijk genoeg niet vernederlandst, in tegenstelling tot talen als het Frans (“tramway“), Tsjechisch (“tramvaj“) en Spaans (“tranvía“).


Met dit alles in het achterhoofd kunnen we kijken naar het voorzetsel dat bij een straat hoort, want velen zullen twijfelen of je nu IN de Tulpstraat woont, of OP de Tulpstraat of AAN de Tulpstraat. Waar komt die twijfel vandaan?

Die heeft van alles te maken met het concept “straat“, dat wil zeggen: bij wat we ons moeten voorstellen bij een straat. Er zijn minstens twee nogal verschillende ideeën over.

Ofwel we zien een straat als een tweedimensionaal begrip, een doorgang met uitsluitend een lengte en een breedte, en daarbinnen kunnen we nog onderscheid maken tussen een breedte tot aan de perceelsgrenzen aan weerszijden, in welk geval je AAN de Tulpstraat woont, en een breedte inclusief de bebouwing, in welk geval je OP de Tulpstraat woont. Alleen dan kun je je OP straat bevinden, dus zonder lidwoord; AAN straat en IN straat zijn incorrect Nederlands.
Ofwel we beschouwen een straat als een driedimensionaal begip, een doorgang als een soort tunnel met lengte, breedte en hoogte, in welk geval je IN de Tulpstraat woont.
Het een is niet beter of slechter dan het ander; het is de manier van beschouwen van het begrip “straat” en/of het is in de taaltraditie zo gegroeid dat een van de voorzetsels het meest is ingeburgerd.

Dat laatste zien we vaker op treden bij hodoniemen eindigend op -weg. Je zult niet vaak horen zeggen “Ik woon IN de Amstelveenseweg“. Vermoedelijk komt dat doordat van oorsprong een weg een verbinding is tussen twee bebouwde kommen, maar zelf geen bebouwing kent, waarvoor alleen bovengenoemde tweedimensionale betekenis van “doorgang met lengte en breedte” geldt, en perceelsgrenzen niet aan de orde waren. Als dan in de loop der tijd toch de twee bebouwde kommen aaneengesloten worden dichtgebouwd, zal hooguit “Amstelveenscheweg” worden aangepast tot “Amstelveenseweg“, maar kun je er nog steeds niet IN wonen.

Het voorzetsel in brengt een zekere omsluiting met zich mee, dus een ruimte met lengte, breedte en hoogte. Die visie dringt zich op als die hoogte ook evident is, bijvoorbeeld door bomenrijen met bijbehorende hodoniemen als “-laan” of “-dreef“, terwijl we in het omgekeerde geval, waarin er niet van hoogte maar van diepte sprake is, het gebruik van in uit den boze is: je kunt kwalijn beweren dat je IN de Keizersgracht woont.

In sommige gevallen is de derde dimensie, hoogte of diepte, voor het gevoel afwezig. Dan kun je er ook niet IN wonen, maar alleen OP (dus met een breedte inclusief bebouwing) of AAN (dus met een breedte tot aan de perceelsgrenzen). Zo kun je dus wonen OP of AAN het Keizer Karelplein of OP dan wel AAN de Champs Élysées. Achterliggende overweging daarbij is dat “plein” en “veld” (“champ” betekent “veld“) een platte ruimte voorstellen met een omvangrijk oppervlak zonder daarbij aan een verticale dimensie te denken.

Dat er desondanks een Nederlandse achternaam als In ’t Veld” voorkomt, heeft met hodoniemen niets te maken, of het zou op een vlakte met heel hoog gras moeten duiden. De ook voorkomende naam “Op ’t Veld” verwijst meer naar de (tweedimensionale) vlakte.
En voor de doordenkers: Waarom gebruiken we OP straat, OP weg en OP pad, maar IN de weg lopen?