Mollen verjagen? Wolfsmelk!

Wie last heeft van mollen in de tuin, kan in principe kiezen uit twee opties: ze zien te doden of te verjagen. Voor het eerste zijn er mollenklemmen in de handel, maar met stukjes gebroken glas kun je ook een eind komen en er zijn honden en katten die met oeverloos geduld wachten tot er een mol boven de grond komt en dan gretig toeslaan. Vind je dat allemaal echter een onaantrekkelijk idee, hetzij vanuit het oogpunt van diervriendelijkheid, hetzij omdat je dan bijvoorbeeld zelf die dode mollen uit de klem moet halen, dan zijn er minder hardvochtige oplossingen denkbaar.

Allereerst even kort een bestaande discussie memoreren: waarom mollen niet gewoon hun gang laten gaan/maken? Natuur is natuur, ze zijn vast wel ergens goed voor, al is het maar dat de fijne aarde die zij tot molshopen aan de oppervlakte brengen ideaal is voor het vullen van bloembakken. De tegenstanders van dat idee vinden molshopen lelijk in hun gazon, of, erger nog, zij merken dat mollen hun jonge aanplant van planten, groenten, fruit verpesten. Dat laatste standpunt deel ik, reden waarom ik verjagen geen slechte oplossing vind.

Voor het verjagen van mollen zijn er zogenaamd ingenieuze ultrasone sondes in de handel die je in de grond stopt en die een geluid produceren waarvoor mollen op de loop gaan alsof ze bij een optreden van Lee Towers zijn beland. Ik heb die dingen nooit geprobeerd; mijn geringe geloof in de werking weegt niet op tegen de kosten van de aanschaf.

Bovendien is er een goedkopere en natuurlijker mogelijkheid: wolfsmelk.

Men neme een aantal bladeren, takken, vruchtdozen van een wolfsmelkplant (euforbia of euphorbia), stopt die in een vat of ton met water en laat dat een dag of wat, of weken of maanden staan. Er ontstaat een zeer onwelriekend mengsel. Dat moet je dan maar even voor lief nemen, in de wetenschap dat mollen er echt een vreselijk hekel aan hebben: giet je wat van de oplossing in een opengewerkte molshoop, dan zal daar dagenlang geen mol meer verschijnen.

Maar natuurlijk wel vijf meter verderop, dus daar heb je nog steeds niet zoveel aan. Enig beleid is vereist. Zie bijgaande schematische weergave. Je begint zoveel mogelijk in een hoek of langs de rand van je tuin. In de molshopen daar giet je wat van de oplossing en/of je pulveriseert/sproeit het spul rond die molshopen op het gras. Dan 1 of 2 dagen kijken wat er gebeurt; dikke kans dat er buiten cirkel I nieuwe hopen ontstaan. Probeer en passent ook te ontdekken hoe de mollengangen lopen; dat vergemakkelijkt je operatie. Zijn er dan in cirkel II wederom molshopen bijgekomen, dan begiet en/of bespuit je wederom een cirkelsegment rond het eerder besproeide gedeelte en zo ga je verder met segment III enzovoort, tot je aan de andere kant van je tuin bent gekomen. Let er wel op dat je ze niet verjaagt in de richting van een (ingegraven) muur of een verharde straat, want dan kunnen de beesten geen kant op. Naar de buren dus ermee. Zo doende verricht je ook nog sociaal werk, door hen deelgenoot te maken en te laten meegenieten van jouw probleem. Eventueel bied je hun korte tijd daarna genereus een stekje wolfsmelk aan.

Dat laatste is ook een kwestie van eigenbelang, want een waarschuwing is hier wel op zijn plaats. Ik kreeg van mensen in het dorp twee jaar geleden ook zo’n stekje, dat wonderwel aansloeg. Aan die plant zitten zaadbolletjes die in augustus-september met een knal openbarsten en oeverloos veel zaadjes in de rondte laten vliegen. Een echte man is er niks bij.

Datzelfde najaar nog, en anders wel in het voorjaar, zie je opeens overal in je tuin van die vriendelijke kleine palmboomachtige plantjes opkomen, eerst met vier spitse kruiselings geplaatste blaadjes, later met tientallen blaadjes en voor je het weet, staat je hele tuin vol met wolfsmelk, zoals hier op de foto tussen de klaprozen. Gebruiken dus voor nog meer mol-expulsieve oplossing, of gewoon uitrukken en weggooien. Zo mooi zijn die planten nou ook weer niet, als ze eenmaal volgroeid zijn.

En steeds na afloop je handen wassen. Het witte melkachtige sap in de stengels is wat plakkerig, riekt onfris en is wellicht giftig; de bloemen en vruchten zijn dat zeer zeker.