Asscher en zijn RUR-verhaal

Op maandag 29 september zette Lodewijk Asscher de toon: de steeds verdergaande robotisering van onze samenleving gaat veel banen kosten. Remedie: het onderwijs moet zich volgens hem meer richten op vaardigheden en creatief analyseren, dan op feiten en routine.
Daarop sloeg het robotvirus onverbiddelijk toe: eerst op het NOS-journaal, twee dagen later bij DWDD, en vandaag uitgebreid in De Volkskrant. We hebben weer iets om over elkaar heen te buitelen: komen er nu minder of juist meer banen? Moet niet langer arbeid worden belast, maar eerder kapitaal? Waarom moeten we allemaal langer doorwerken als we zo massaal werkloos worden? Gaat het nou over mensen of over machines?

De ouderen onder ons herinneren zich nog wel het praatprogramma RUR (“Rechtstreeks Uit Richter”) van Jan Lenferink tussen 1983 en 1987. De overledenen onder ons herinneren zich nog wel het toneelstuk R.U.R. van Karel Čapek uit 1921. In dat literaire werk bevinden we ons in een fabriek waar robots worden gefabriceerd die God en Zijn schepping overbodig maken, doordat ze worden ontworpen “naar beeld en gelijkenis van de mens”.

Jan Lenferink vertelde mij ooit eens aan de telefoon dat hij vaagweg wel weet had van dat toneelstuk, maar dat zijn programma daarmee niets van doen had. Of Lodewijk Asscher het toneelstuk kende, dat overigens nooit in het Nederlands is uitgegeven, is mij niet bekend. In ieder geval maakte hij, noch DWDD, noch De Volkskrant er enig gewag van. Evenmin dus werden er lessen getrokken uit het schijnbaar utopische verhaal van Čapek. Hoewel, niet zo utopisch bij nader inzien, want hij reageerde niet alleen op de soldaten uit 1914-1918 die als kanonnenvoer uit de loopgraven werden gejaagd, maar ook op de opkomende klasse van kapitalistische fabriekseigenaren die, te beginnen met Henri Ford, machines gingen inzetten om arbeidskrachten uit te sparen en zo de kwali- en kwantiteit van de productie te verhogen.

Vandaag de dag gaat de discussie meer over de gevolgen voor de mens, dan over de gevolgen voor de machines. En dat was nou net precies ook het motief voor de humanist Čapek om zijn toneelstuk te schrijven. Maar het grootkapitaal wil liever meer en betere machines, dan meer en duurdere arbeidskrachten.

In het tijdschrift Dilemma (jg.1, nr.3) van juni 1987 heb ik over dat werk een uitvoerig artikel gepubliceerd. Omdat ik geen zin heb dat helemaal over te typen en de spelling aan te passen aan de huidig voorgeschrevene, heb ik dat artikel gescand, een beetje aangepast en HIER online raadpleegbaar gemaakt.

De achterliggende gedachte is eng. Net zo eng als die van Orwells 1984. De praktijk zal er toch wel een blijken te zijn van die niet te hete soep. Als je daarvan in het restaurant de lepel op de grond laat vallen, zal de robot die niet oprapen, stelt De Volkskrant vandaag. Asscher kan gerust zijn: er ontstaat een nieuwe werkende klasse van goedkope lepeloprapers.

________________________
De in het Dilemma-artikel vermelde paginaverwijzingen zijn gemaakt naar de 21e druk van R.U.R. uit 1972, en door mij uit het Tsjechisch vertaald.