Corsica 7 van 8

De voorlaatste dag. Geen fantastische tripjes gepland, maar vooral besteed aan inpakken, schoonmaken, wat rondwandelen, de terugvlucht online bevestigen, nog wat boodschappen doen, opeten en -drinken wat we allemaal veel te veel hebben ingeslagen (want de bagagecapaciteit is beperkt) en meer van dat soort logistieke trammelant. Een goed moment om een paar karakteristieke eigenaardigheden onder de loep te nemen die wij op Corsica hebben ervaren.

BEREIKBAARHEID
Om Corsica nog wat aantrekkelijker te maken: vanuit Rosoy rijd je in 1½ uur naar vliegveld Dôle-Tavaux, en van daaruit vlieg je in 1 uur en 40 minuten met Air Corsica naar Bastia. Voor wie vanuit Nederland wil reizen: vanaf vliegveld Brussel-Charleroi vlieg je in 1 uur en 3 kwartier naar Ajaccio of Bastia.

Een alternatief kan zijn dat je per auto of trein naar de Côte d’Azur rijdt, of La Spezia in Italië en daar de boot naar Corsica neemt. Maar die optie is aanmerkelijk duurder en kost beduidend meer tijd.

BIGORNO
Na twee nachten in een hotel bij Bastia verbleven wij 5 nachten in het binnenland van Corsica, in een gîte in Bigorno.
Maar Bigorno bestaat helemaal niet, althans, het bestaat alleen op papier. Het is de overkoepelende naam van de gemeente die vier gehuchten omvat: Teghie (spreek uit: [tedzji]), waar wij zaten, Sammarcello, Roja en Ficajola.
Officieel wonen er 90 inwoners, maar dat is nog ruim gemeten. De buren vertelden ons dat er ’s winters maar vijf huishoudens verblijven; andere bewoners pogen de koude maanden elders door te brengen, want het is er te bar en onherbergzaam. Ook zijn veel panden in de zomermaanden in gebruik als tweede huis voor mensen uit de stad, Bastia, of een andere woonplaats op het Franse vasteland.

WEER
In de twee weken voor en de week tijdens ons verblijf op Corsica schoten de weersverwachtingen alle kanten op.
Nu hanteer ik voor de betrouwbaarheid van wat het KNMI en Météo France ons voorspiegelen doorgaans een formule die ik in de volgende breuk weergeef:


(de geloofwaardigheid van de som van Facebook + Twitter + Whatsapp)²
de juistheid van de tweets van Trump op een schaal van −1 tot −10

Anders gezegd: aanvankelijk zouden we een week krijgen met aan de kust strakblauwe lucht en 30°, wat later veranderde in het ergste scenario van elke dag continu regen, onweer en windvlagen met koude nachten van onder de 14°. En voor Bigorno, op 680 meter hoogte, hetzelfde weertype maar dan slechts tussen de 22-25° overdag en rond de 12° in de nacht.

En wat werd het? Elke dag variërend van onbewolkt tot half/zwaar bewolkt, overal tussen de 26-30° overdag, soms sterke windvlagen, soms dreigende luchten, in de verte zware, zwangere wolken die zich als capuchons op de bergtoppen nestelden, maar verder helemaal droog, op een enkele keer na 13 druppels tegen de voorruit. Maar die konden ook afkomstig zijn van de auto vóór ons, die zijn ruitensproeier hanteerde.
Kort en goed: we hebben geboft met het weer voor het soort uitstapjes dat wij maakten. Geen nattigheid en geen tropische hitte.

VEGETATIE
Ik waag me er niet aan de 2500 plantensoorten op te sommen die je op Corsica tegenkomt. Wel is duidelijk dat het eiland een zeer rijke, letterlijk florissante vegetatie bezit. Enerzijds de overdaad aan bloemen, in het wild, in tuinen, op balkons, waarbij de forse en uitbundig bloeiende oleanders er bovenuit springen, zoals hier in Bigorno langs de trappen van serpentiniet.
Anderzijds de vele bomen, naast kastanjes, beuken, eiken, dadels, vijgen, olijven ook de typisch mediterrane soorten palmen, ananas, agaves en cactussen.

Daar tegenover staan wel de zeer vele dode bomen, zo te zien niet door de droogte of hitte van dit jaar, maar van vele jaren. Ook in de vegetatie heerst kennelijk de wet van de jungle.

Uitgestrekte landerijen met graan of zonnebloemen of aardappelen zagen we niet, maar dat is in een streek vol steile heuvels en bergen ook niet zo verwonderlijk. Wel onderhouden veel Corsicanen een moestuintje met vooral bonen en tomaten.

Alles bij elkaar is het uitermate fotogeniek en wie daarop uit is, kan er honderden fraaie foto’s maken.
En dan heb ik het nog niet eens gehad over het loslopend vee: runderen, varkens/zwijnen, geiten, schapen, die in de bermen wat schamele sprieten of nootjes zoeken om te verorberen, en als dat niet lukt, grazen ze het asfalt af, waardoor je geen andere keus hebt dan te stoppen en te wachten tot ze daar zijn uitgegraasd. Dat geldt ook voor de treinen op het spoor, die bij herhaling tot een noodstop worden gedwongen doordat er een enkele koe of een troep zwijnen zich tussen de rails hebben begeven. Maar goed, dieren horen niet tot de vegetatie.

TAAL
Sè vo leghjite sta frasa, pudete vede chì u corsu hè assai simile à u talianu.
Als je deze zin leest, kun je zien dat het Corsicaans veel weg heeft van het Italiaans.
Het heet dat het Corsicaans sterk verwant is aan het Toscaanse dialect. Ik kan dat niet helemaal goed beoordelen, maar met kennis van het Italiaans kun je je in Corsica goed redden bij het lezen van opschriften en zo.
Natuurlijk heeft de eilandtaal zich apart ontwikkeld. Dat komt ook door de gemengde bevolking; 40% is niet-oorspronkelijk Corsicaans. En natuurlijk doet de Franse overheersing sinds 1768 zich ook in talig opzicht gelden. Per saldo kun je stellen dat de Corsicanen in doorsnee meertalig zijn: Corsicaans en Frans, daarnaast nog Italiaans en Engels. De borden op het vliegveld en de mededelingen in het vliegtuig zijn keurig netjes in het Corsicaans, Frans en Engels.
De Fransen, die het qua toponiemen vaak niet zo nauw nemen, hebben plaatsnaamborden geplaatst, waarvan sommige alleen in het Frans zijn. Daar weet de bevolking wel raad mee: met een spuitbus veranderen zij de Frans-Italiaanse spelling in de Corsicaanse (in het Corsicaans wordt de Italiaanse o vaak als u gespeld en uitgesproken). Sommige borden zijn door de Fransen netjes tweetalig, zoals we dat ook uit Friesland kennen. In dat geval wordt de Frane naam zwart weggespoten.
Bedenk verder dat de Italiaanse lidwoorden il en la in het Corsicaans kortweg u en a zijn, en dat zij micca gebruiken voor ‘niet‘. Altijd handig om te weten.
Ùn hè micca cusì cumplicatu, nò?

In ieder geval is Corsicaans makkelijker te behappen dan Welsh, Baskisch, Maltees en Albanees, om maar eens wat geïsoleerde talen te noemen.
Op internet staan diverse cursussen Corsicaans. Het is een officiële taal, niet dè officiële taal, want Parijs heeft verordonneert dat dat het Frans is.

MUZIEK
Heel graag zou ik het uigebreid willen hebben over de typisch Corsicaanse muziek, grofweg onder te verdelen in de zeer oude, basale polyfonische zang met gregoriaanse inslag, daarnaast de eigenaardige instrumentale volksmuziek, gekenmerkt door traditionele lokale instrumenten als de cetera en de pifana, en, onvermijdelijk in een samenleving als de onze, de commerciële rommel van McDonald’s-niveau: hapklaar en zonder je om de inhoud te bekommeren. In de winkels vind je bijna uitsluitend opnamen van I Muvrini, die ik klassificeer als een tussenvorm tussen James Last en André Rieux. De enige speciaalzaak in Bastia die zuivere lokale muziek verkocht, is eind 2019 op de fles gegaan. Zat geen handel meer in.

Een goede behandeling van de echte authentieke Corsicaanse muziek zou hier echter veel te ver voeren. Google maar op “Corsicaanse polyfonie”, waar je onder meer dit uitgebreide artikel kunt vinden.

NATIONALISME
La tête maure (Frans) oftewel a testa mora (Corsicaans), gewoon een Moorkop dus, is al per decreet van 1762 hèt symbool en embleem van Corsica. Het ontstond in de korte periode (1755-1769) dat Corsica een onafhankelijke republiek was. Tot 1755 zat de hoofddoek (kopvod volgens Wilders, want de Saraceense figuur verraadt een moslimachtergond, en aan een zwartepietendiscussie hebben de Corsicanen geen behoefte) voor de ogen, ten teken van onderwerping. Sedertdien zit de doek rond het voorhoofd geknoopt en kom je dat embleem werkelijk overal op Corsica tegen in allerlei varianten, zoals bijvoorbeeld de artistieke uitvoering hier helemaal bovenaan dit artikel op een fles mineraalwater (€ 0,38 voor een 1½-literfles!). Niet alleen op verpakkingen, maar ook op de vele vlaggen, op toeristische hebbedingetjes, op de staart van Air Corsicavliegtuigen, op borden langs de weg, werkelijk overal. Het is ook het symbool van de al dan niet latente Corsicaanse onafhankelijkheidsbeweging die nog steeds voelbaar is. Een vergelijking met Catalonië, Baskenland en Ulster ligt een beetje voor de hand, en het is inderdaad waar dat Frankrijk eigenlijk op Corsica niks te zoeken heeft, maar dat geldt met de ogen van nu voor alle koloniën. Natuurlijk profiteren de Corsicanen ervan qua infrastructuur, economie, toerisme, maar dat weegt niet voor een ieder op tegen het verlies van de eigen identiteit.
Van de bevolking is 2/3 van inheemse, authentieke Corsicaanse origine; de rest is import vooral uit Frankrijk, Marokko en Italië. Dat alles leidt tot een soepele meertaligheid op het eiland. Zie hierboven onder TAAL.

Ach, er valt nog zo veel te vertellen; je raakt er niet uitgekeken of over uitgepraat.
_____________________________________________________
De hele reeks:
Dag 1: 28 aug.
Dag 2: 29 aug.
Dag 3: 30 aug.
Dag 4: 31 aug.
Dag 5: 1 sept.
Dag 6: 2 sept.
Dag 7: (dit verslag)
Dag 8: 4 sept.