Corsica 7 van 8

De voorlaatste dag. Geen fantastische tripjes gepland, maar vooral besteed aan inpakken, schoonmaken, wat rondwandelen, de terugvlucht online bevestigen, nog wat boodschappen doen, opeten en -drinken wat we allemaal veel te veel hebben ingeslagen (want de bagagecapaciteit is beperkt) en meer van dat soort logistieke trammelant. Een goed moment om een paar karakteristieke eigenaardigheden onder de loep te nemen die wij op Corsica hebben ervaren.

BEREIKBAARHEID
Om Corsica nog wat aantrekkelijker te maken: vanuit Rosoy rijd je in 1½ uur naar vliegveld Dôle-Tavaux, en van daaruit vlieg je in 1 uur en 40 minuten met Air Corsica naar Bastia. Voor wie vanuit Nederland wil reizen: vanaf vliegveld Brussel-Charleroi vlieg je in 1 uur en 3 kwartier naar Ajaccio of Bastia.

Een alternatief kan zijn dat je per auto of trein naar de Côte d’Azur rijdt, of La Spezia in Italië en daar de boot naar Corsica neemt. Maar die optie is aanmerkelijk duurder en kost beduidend meer tijd.

BIGORNO
Na twee nachten in een hotel bij Bastia verbleven wij 5 nachten in het binnenland van Corsica, in een gîte in Bigorno.
Maar Bigorno bestaat helemaal niet, althans, het bestaat alleen op papier. Het is de overkoepelende naam van de gemeente die vier gehuchten omvat: Teghie (spreek uit: [tedzji]), waar wij zaten, Sammarcello, Roja en Ficajola.
Officieel wonen er 90 inwoners, maar dat is nog ruim gemeten. De buren vertelden ons dat er ’s winters maar vijf huishoudens verblijven; andere bewoners pogen de koude maanden elders door te brengen, want het is er te bar en onherbergzaam. Ook zijn veel panden in de zomermaanden in gebruik als tweede huis voor mensen uit de stad, Bastia, of een andere woonplaats op het Franse vasteland.

WEER
In de twee weken voor en de week tijdens ons verblijf op Corsica schoten de weersverwachtingen alle kanten op.
Nu hanteer ik voor de betrouwbaarheid van wat het KNMI en Météo France ons voorspiegelen doorgaans een formule die ik in de volgende breuk weergeef:


(de geloofwaardigheid van de som van Facebook + Twitter + Whatsapp)²
de juistheid van de tweets van Trump op een schaal van −1 tot −10

Anders gezegd: aanvankelijk zouden we een week krijgen met aan de kust strakblauwe lucht en 30°, wat later veranderde in het ergste scenario van elke dag continu regen, onweer en windvlagen met koude nachten van onder de 14°. En voor Bigorno, op 680 meter hoogte, hetzelfde weertype maar dan slechts tussen de 22-25° overdag en rond de 12° in de nacht.

En wat werd het? Elke dag variërend van onbewolkt tot half/zwaar bewolkt, overal tussen de 26-30° overdag, soms sterke windvlagen, soms dreigende luchten, in de verte zware, zwangere wolken die zich als capuchons op de bergtoppen nestelden, maar verder helemaal droog, op een enkele keer na 13 druppels tegen de voorruit. Maar die konden ook afkomstig zijn van de auto vóór ons, die zijn ruitensproeier hanteerde.
Kort en goed: we hebben geboft met het weer voor het soort uitstapjes dat wij maakten. Geen nattigheid en geen tropische hitte.

VEGETATIE
Ik waag me er niet aan de 2500 plantensoorten op te sommen die je op Corsica tegenkomt. Wel is duidelijk dat het eiland een zeer rijke, letterlijk florissante vegetatie bezit. Enerzijds de overdaad aan bloemen, in het wild, in tuinen, op balkons, waarbij de forse en uitbundig bloeiende oleanders er bovenuit springen, zoals hier in Bigorno langs de trappen van serpentiniet.
Anderzijds de vele bomen, naast kastanjes, beuken, eiken, dadels, vijgen, olijven ook de typisch mediterrane soorten palmen, ananas, agaves en cactussen.

Daar tegenover staan wel de zeer vele dode bomen, zo te zien niet door de droogte of hitte van dit jaar, maar van vele jaren. Ook in de vegetatie heerst kennelijk de wet van de jungle.

Uitgestrekte landerijen met graan of zonnebloemen of aardappelen zagen we niet, maar dat is in een streek vol steile heuvels en bergen ook niet zo verwonderlijk. Wel onderhouden veel Corsicanen een moestuintje met vooral bonen en tomaten.

Alles bij elkaar is het uitermate fotogeniek en wie daarop uit is, kan er honderden fraaie foto’s maken.
En dan heb ik het nog niet eens gehad over het loslopend vee: runderen, varkens/zwijnen, geiten, schapen, die in de bermen wat schamele sprieten of nootjes zoeken om te verorberen, en als dat niet lukt, grazen ze het asfalt af, waardoor je geen andere keus hebt dan te stoppen en te wachten tot ze daar zijn uitgegraasd. Dat geldt ook voor de treinen op het spoor, die bij herhaling tot een noodstop worden gedwongen doordat er een enkele koe of een troep zwijnen zich tussen de rails hebben begeven. Maar goed, dieren horen niet tot de vegetatie.

TAAL
Sè vo leghjite sta frasa, pudete vede chì u corsu hè assai simile à u talianu.
Als je deze zin leest, kun je zien dat het Corsicaans veel weg heeft van het Italiaans.
Het heet dat het Corsicaans sterk verwant is aan het Toscaanse dialect. Ik kan dat niet helemaal goed beoordelen, maar met kennis van het Italiaans kun je je in Corsica goed redden bij het lezen van opschriften en zo.
Natuurlijk heeft de eilandtaal zich apart ontwikkeld. Dat komt ook door de gemengde bevolking; 40% is niet-oorspronkelijk Corsicaans. En natuurlijk doet de Franse overheersing sinds 1768 zich ook in talig opzicht gelden. Per saldo kun je stellen dat de Corsicanen in doorsnee meertalig zijn: Corsicaans en Frans, daarnaast nog Italiaans en Engels. De borden op het vliegveld en de mededelingen in het vliegtuig zijn keurig netjes in het Corsicaans, Frans en Engels.
De Fransen, die het qua toponiemen vaak niet zo nauw nemen, hebben plaatsnaamborden geplaatst, waarvan sommige alleen in het Frans zijn. Daar weet de bevolking wel raad mee: met een spuitbus veranderen zij de Frans-Italiaanse spelling in de Corsicaanse (in het Corsicaans wordt de Italiaanse o vaak als u gespeld en uitgesproken). Sommige borden zijn door de Fransen netjes tweetalig, zoals we dat ook uit Friesland kennen. In dat geval wordt de Frane naam zwart weggespoten.
Bedenk verder dat de Italiaanse lidwoorden il en la in het Corsicaans kortweg u en a zijn, en dat zij micca gebruiken voor ‘niet‘. Altijd handig om te weten.
Ùn hè micca cusì cumplicatu, nò?

In ieder geval is Corsicaans makkelijker te behappen dan Welsh, Baskisch, Maltees en Albanees, om maar eens wat geïsoleerde talen te noemen.
Op internet staan diverse cursussen Corsicaans. Het is een officiële taal, niet dè officiële taal, want Parijs heeft verordonneert dat dat het Frans is.

MUZIEK
Heel graag zou ik het uigebreid willen hebben over de typisch Corsicaanse muziek, grofweg onder te verdelen in de zeer oude, basale polyfonische zang met gregoriaanse inslag, daarnaast de eigenaardige instrumentale volksmuziek, gekenmerkt door traditionele lokale instrumenten als de cetera en de pifana, en, onvermijdelijk in een samenleving als de onze, de commerciële rommel van McDonald’s-niveau: hapklaar en zonder je om de inhoud te bekommeren. In de winkels vind je bijna uitsluitend opnamen van I Muvrini, die ik klassificeer als een tussenvorm tussen James Last en André Rieux. De enige speciaalzaak in Bastia die zuivere lokale muziek verkocht, is eind 2019 op de fles gegaan. Zat geen handel meer in.

Een goede behandeling van de echte authentieke Corsicaanse muziek zou hier echter veel te ver voeren. Google maar op “Corsicaanse polyfonie”, waar je onder meer dit uitgebreide artikel kunt vinden.

NATIONALISME
La tête maure (Frans) oftewel a testa mora (Corsicaans), gewoon een Moorkop dus, is al per decreet van 1762 hèt symbool en embleem van Corsica. Het ontstond in de korte periode (1755-1769) dat Corsica een onafhankelijke republiek was. Tot 1755 zat de hoofddoek (kopvod volgens Wilders, want de Saraceense figuur verraadt een moslimachtergond, en aan een zwartepietendiscussie hebben de Corsicanen geen behoefte) voor de ogen, ten teken van onderwerping. Sedertdien zit de doek rond het voorhoofd geknoopt en kom je dat embleem werkelijk overal op Corsica tegen in allerlei varianten, zoals bijvoorbeeld de artistieke uitvoering hier helemaal bovenaan dit artikel op een fles mineraalwater (€ 0,38 voor een 1½-literfles!). Niet alleen op verpakkingen, maar ook op de vele vlaggen, op toeristische hebbedingetjes, op de staart van Air Corsicavliegtuigen, op borden langs de weg, werkelijk overal. Het is ook het symbool van de al dan niet latente Corsicaanse onafhankelijkheidsbeweging die nog steeds voelbaar is. Een vergelijking met Catalonië, Baskenland en Ulster ligt een beetje voor de hand, en het is inderdaad waar dat Frankrijk eigenlijk op Corsica niks te zoeken heeft, maar dat geldt met de ogen van nu voor alle koloniën. Natuurlijk profiteren de Corsicanen ervan qua infrastructuur, economie, toerisme, maar dat weegt niet voor een ieder op tegen het verlies van de eigen identiteit.
Van de bevolking is 2/3 van inheemse, authentieke Corsicaanse origine; de rest is import vooral uit Frankrijk, Marokko en Italië. Dat alles leidt tot een soepele meertaligheid op het eiland. Zie hierboven onder TAAL.

Ach, er valt nog zo veel te vertellen; je raakt er niet uitgekeken of over uitgepraat.
_____________________________________________________
De hele reeks:
Dag 1: 28 aug.
Dag 2: 29 aug.
Dag 3: 30 aug.
Dag 4: 31 aug.
Dag 5: 1 sept.
Dag 6: 2 sept.
Dag 7: (dit verslag)
Dag 8: 4 sept.

Corsica 5 van 8

Het was een dapper plan, dat we van tevoren hadden bedacht: vanuit Bigorno dwars het eiland oversteken om de Gorges (=kloof) de Spelunca en de Calanches (=grillige rotsformaties aan de kustlijn) de Piana te gaan bezoeken. De folders en reisgidsen hadden ons daarvoor lekker gemaakt. En met ons nog honderden anderen, helaas.
Niet doen, zei Alexandre. Je bent zeker drie uur onderweg en dan nog eens drie uur terug; ga dan liever de Scala di Santa Regina bekijken, dat is veel dichterbij en daar kom je toch langs. Ook onze buren hier zeiden: Wat een onderneming!

Uiteindelijk kozen we voor een CDA-oplossing: eerst maar eens kijken wat voor weer het werd, daarna op weg gaan en dan maar zien hoe ver we dachten te kunnen komen. Je kunt je van alles voornemen, maar gaandeweg de rit bepaal je het doel en de route. Dat heet dan de gulden middenweg. Alleen: er loopt maar één weg van oost naar west.
We hebben het gehaald, en zonder enige spijt. Laat de beelden verder spreken.

Even voor de geïnteresseerde weggebruikers: klik maar eens op bovenstaande kaart. Tot aan Francardo, over de T20/N193, is er hoegenaamd niets aan de hand. Maar dan ga je westwaarts naar de andere kust toe en begint het rijavontuur. Bijna uitsluitend bochtige, smalle weggetjes; rechts verticale rotswanden met vervaarlijk uitstekende rotspunten, links de steile afgrond de verre diepte in, zonder vangrail of zo, hooguit wat losliggende stenen als randversiering. Kies zelf maar. Het meeste rijd je in de 2e versnelling, af en toe even in z’n 3. Achter elke bocht loert een potentiële tegenligger die er eigenlijk niet langs kan. Maar zoals gezegd, Corsicanen rijden beschaafd, begripvol en behoedzaam. Om de 50 meter is er wel links of rechts een in- of uithammetje waar een van de twee even stopt om de ander te laten passeren. Kort met het groot licht knipperen of een hand opsteken om te bedanken en dan weer op naar het volgende dreigende gevaar.
Zoals alle ritten heb ik ook deze rit volledig met de dashcam opgenomen, alleen al deze dag tweemaal vijf uur lang. Als je je slaapzak meeneemt, mag je die film van tien uren komen bekijken.

Alexandre had gelijk: de Scala di Santa Regina is indrukwekkend en betoverend. Diep in de verte stroomt de Golo, nu een ongevaarlijk stroompje, in het voorjaar vermoedelijk een woest kolkende watermassa. Hier, net als op andere plaatsen, wordt ervan gebruik gemaakt door er een waterkrachtcentrale in aan te leggen. Aan weerszijden verheffen zich hoge rotswanden tot 600 meter hoogte. Zal elders ter wereld ook wel te bewonderen zijn, maar we bevinden ons nu hier en we genieten ervan door enkele malen te stoppen om ernaar te kijken en veel foto’s te maken.

Intussen houd ik de klok in de gaten: elk uur dat we rijden, moeten we ook weer terug, en we willen voor donker, dat is: 8 uur ’s avonds, weer thuis zijn om niet in het donker te hoeven rijden over dit soort weggetjes. We besluiten dat we nog wel een eind verder kunnen gaan, op weg naar het volgende ijkpunt: de Col de Vergio, met 1477 meter letterlijk het hoogtepunt van de reis. Het laatste stuk, kijk maar weer op de uitvergrote kaart, is niet voor de poes. Wel het domein van een paar families zwarte of bonte varkens of zwijnen, you name it, die zich weg en bermen toe-eigenen.

De Col de Vergio is een verzamelpunt voor lieden van allerhande allooi: lokale passanten, mensen die zich met langlaufstokken (Waar blijft die sneeuw nou? Er is hier toch ook een skilift, daar links op de foto?) voortploeteren, motorrijders die zich, liefst massaal groepsgewijs, tegoed doen aan het vocaal omlijsten van hun aanwezigheid, is het niet door hun brullende heng-heng-motoren te demonstreren, dan wel met de daarop gemonteerde ghetto blaster decibellissimo de feestvreugde te verhogen.
Even iets drinken en dan weer gauw wegwezen, terug naar de rust van de natuurlijke omgeving aan de andere kant van de departementsgrens.

Nog steeds tijd genoeg, dus op naar de Gorges de Spelunca. Die lijken een beetje op de Scala di Santa Regina van eerder vandaag, maar dan nog vele malen indrukwekkender en met toppen boven de 1000 meter. De folders en reisgidsen hebben volstrekt gelijk. Het schijnt er leuk wandelen te zijn, maar dat lijkt ons meer iets voor frisse en geoefende klauteraars.

De klok staat toe dat we verder gaan naar het eindpunt: de kustlijn tussen Porto en Piana.
Hadden we dat maar niet gedaan.

Reden 1: de verhoopte magnifieke rotspartijen die in zee verdwijnen, zijn vanaf de weg niet te zien en per auto al helemaal niet bereikbaar. Dan moet je een boottocht arrangeren, of een helikoptervlucht, maar daarvoor ontbrak ons de tijd, en hoogstwaarschijnlijk ook het geld, want het prijspeil is hier aangepast aan de omstandigheden, zal ik maar zeggen.
Reden 2: vermoedelijk is dat overal op Corsica langs de kustlijn, maar in elk geval is dat hier, tussen Porto en Piana het geval: het is een en al toeristisch, bezaaid met campings, uitspanningen, souvernirwinkeltjes, botenverhuurderijen, waar busladingen vol toeristen op af komen, en niet alleen autobussen, maar ook campers en vooral veel motorrijders die, het liefst met alle 6 of 10 in konvooi achter elkaar zich tussen de auto’s door proberen te wurmen. Alle parkeerplaatsen, en dat zijn er best veel, staan overvol met auto’s. En omdat de Corsicaanse VVV heeft vergeten voor voldoende bewegwijzering en informatieborden te zorgen, lijkt iedereen wanhopig de plek te zoeken waarvan niemand weet waar die precies is.
Ik gun iedereen zijn vakantie; wij zijn zelf per slot van rekening hier ook op reis, maar leuk is anders.
Hoe dan ook, we waren blij de 125 km terug zonder enig probleem af te leggen en zelfs een uur voor zonsondergang onze uitvalsbasis in Bigorno weer te hebben bereikt. Nogmaals: zonder enige spijt de hele tocht te hebben ondernomen, want de indrukken en ervaringen waren van adembenemende schoonheid.
Alleen jammer dat er… Nou ja, laat maar zitten.
_____________________________________________________
De hele reeks:
Dag 1: 28 aug.
Dag 2: 29 aug.
Dag 3: 30 aug.
Dag 4: 31 aug.
Dag 5: (dit verslag)
Dag 6: 2 sept.
Dag 7: 3 sept.
Dag 8: 4 sept.

Corsica 3 van 8

Zondag 30 augustus 2020
Voor onze verplaatsing van het stadsleven in Bastia naar het landleven in Bigorno hadden we tijd genoeg, want beide plaatsen liggen op 40 km van elkaar. Tijd genoeg dus om eerst de zondagse vlooienmarkt/brocante te bezoeken die steevast plaatsvindt op het grote Place Saint-Nicolas in Bastia. Daarna konden we op ons dooie gemak het binnenland intrekken naar het landhuis in Bigorno waar wij voor vijf nachten hadden geboekt.

Van die vlooienmarkt hadden we ons veel voorgesteld, maar dat viel vies stegen. Weliswaar regende het niet (half tot zwaar bewolkt, en boven de 25°), maar er stond een straffe wind. In combinatie met coronapleinvrees waren er nauwelijks mensen en ook maar een stuk of vijf stalletjes met matig aanbod.

We moesten het dus doen met het op zich fraaie plein en een kop koffie in een van de vele stamineekes aan de rand van het plein.

Wat ook niet geheel aan de verwachtingen vooraf voldeed, was het landhuis “Nuits magiques entre mer et montagnes” in Bigorno. Noem het eerder een gîte, of liever nog een studio (staat niet op de foto hieronder) bestaande uit één kamer. Geen B&B ook, want een ontbijt zit er niet bij. Die kamer is overigens wel rijk ingericht met een aparte douche/wc/wastafel, 2 tweepersoons bedden, waterkoker, magnetron, koelkast, goed werkende wifi, heel veel stopcontacten, genoeg verlichting enzovoort. Alles heel erg schoon. Alexandre, de uitbater, kwam zelf even langs om alles met ons door te spreken.
Maar het aangekondigde terras bestond uit een tafel en zitbankje voor de deur op het betonnen platje; niks geen uitzicht op de magische zee en/of bergen dus, en het dorp Teghie, een gehucht/vlek binnen de gemeente Bigorno, is voor auto’s ontoegankelijk, want het bestaat uit steegjes en trappetjes van groffe plavuizen. Je moet de auto dus maar ergens op de doorgaande weg buiten het dorp zien kwijt te raken, een weg die op zich eigenlijk al te smal is voor twee elkaar passerende auto’s.
We zijn echter wel wat gewend, en in de wetenschap dat we hier toch alleen maar zijn om te slapen en de mail door te nemen, is het voor ons dik voldoende.

Eind van de middag zijn we nog even de schitterende omgeving gaan verkennen en met de auto 12 km naar beneden gereden, naar Ponte Nuovo, waar we de volgende dag vroeg de trein willen pakken.
Op de terugweg maakten we kennis met typische lokale landschapsversterkende elementen. Maar beren op de weg zijn we nog niet tegengekomen.

_____________________________________________________
De hele reeks:
Dag 1: 28 aug.
Dag 2: 29 aug.
Dag 3: (dit verslag)
Dag 4: 31 aug.
Dag 5: 1 sept.
Dag 6: 2 sept.
Dag 7: 3 sept.
Dag 8: 4 sept.

Corsica 2 van 8

Zaterdag 29 augustus 2020
Ons voornemen was deze eerste volle dag vanuit Bastia een tripje naar de noordpunt te maken, via de oostkust en Rogliano en Bettolacce naar de westkust en dan weer terug. Allemaal niet zo steil en goed om de auto, de weggetjes en het rijgedrag van Corsicanen te leren kennen.
Het heeft allemaal wonderwel positief uitgepakt, mede geholpen door het prima weer, al was het vooral de sterke wind die het wat onplezieriger maakte. Maar verder qua zon, wolken en temperatuur geen klagen. En de beperkte ritafstand maakte het tot een ontspannend uitstapje.

De kustlijn is kronkelig en ruig, en mede daardoor erg fascinerend. En om meteen maar even wat eventuele vooroordelen weg te nemen: Corsicanen rijden vrij rustig en beheerst, bij aanstalten maken om over te steken stoppen ze meteen en ze toeteren niet de hele tijd. Anders dan in Rome, Napels of Florence dus.
Wat verder opvalt, ook al wist je dat vanaf de kaart ook al, zijn de korte afstanden. Zeker in de vinger van Corsica, de Cap du Nord of Cap Corse, ben je in een mum van tijd van de ene kust naar de andere. Dat is in Nederland en Frankrijk een onbekend fenomeen.
Overal geniet je van fraaie uitzichten, oude of niet zo oude opvallende gebouwtjes en torentjes, moderne en oude dorpjes en gehuchten
Grote hoogten hebben we daarbij niet te bestijgen: met zo’n 600 meter heb je het wel gehad.
Wel is het natuurlijk zo dat langs beide kusten grote concentraties van toerisme zijn te vinden, en van watersport en hengelsport. Boffen we nog dat het einde seizoen is en dat corona veel mensen uit de drukte weg houdt. Er is dus nog over de weg goed door te komen.

Wat ons nog meer opvalt, zit in de categorie flora en fauna. Weinig honden, wel een hoop scharrelkatten en loslopend vee, koeien, zwijnen, geiten, ook midden op de rijweg en op het spoor, zoals later zal blijken. En vooral veel fraaie begroeiing, zoals citrusbomen, olijfbomen, cactussen, allerhande kruiden en heel erg veel uitbundig bloeiende oleanders.

Via internet had ik het idee dat Bettolacce een prachtig dorp was om te bezoeken. Dat was ook zo, alleen kon je er niet per auto komen. Vanuit de ‘hoofdgemeente’ Rogliano liep er een kronkelend trappetjespad naar beneden, zodat voeten en benen het zwaar te verduren kregen. Een autovrije zone dus, waar op de vele satellietschotels na de tijd stil lijkt te staan.

Terug in Bastia was het een kwestie van boodschappen doen, bij een Italiaan een snelle hap verorberen en genieten van de branding onder aan het hotel. Door de sterke wind beukten de golven vervaarlijk tegen de rotsen, alsof ze het hele eiland wilden verzwelgen. Mijn voornemen er even in te gaan kwam niet verder dan tot de knieën, waarbij kleine steentjes als kogels tegen mijn benen sloegen. Toen toch maar mijn toevlucht genomen tot het zwembad van het hotel met water van 29°.

Morgen trekken we het binnenland in, weg van de bewoonde wereld.
_____________________________________________________
De hele reeks:
Dag 1: 28 aug.
Dag 2: (dit verslag)
Dag 3: 30 aug.
Dag 4: 31 aug.
Dag 5: 1 sept.
Dag 6: 2 sept.
Dag 7: 3 sept.
Dag 8: 4 sept.

Corsica 1 van 8

Vrijdag 28 augustus 2020
Als je, zoals wij dat deden, al in november 2019 begint met het plannen van je zomervakantie en de nodige boekingen verricht, kun je kwalijk van een last-minutereis spreken. Het heeft zo zijn voordelen: de tarieven zijn nog relatief laag en je kunt je goed inlezen in je vakantiebestemming, teneinde er het meeste uit te halen. Nadelen zijn er ook: je weet natuurlijk niets van de weersverwachting te bestemder plaatse en sinds maart 2020 staat zo’n beetje alles op zijn kop, waardoor het maandenlang maar de vraag bleef of alles wel door zou kunnen gaan. Maar toen die laatste hobbel -noem het puur toeval- was genomen, konden we vanuit Rosoy 100 km naar vliegveld Dóle-Jura rijden om daar de nog niet zo lang geleden geopende lijnvlucht van Air Corsica naar Bastia te nemen.

Bij vlagen stortregen en amper 14 graden, maar verder verliep alles volgens plan. Van het verhoopte uitzicht op de Mont Blanc kwam niks terecht, omdat we boven een gesloten wolkendek vlogen, dat pas aan de Middellandse-Zeekust open brak.
En eenmaal geland in Bastia was het gewoon weer zonnig en tegen de dertig graden.

De huurauto, die we pas na een uur wachten (een hele rij voor ons, iedereen op 2 meter afstand en verplicht gemuilkorfd) ter beschikking kreeg, was niet de beloofde Peugeot 3008 (geweldig!), maar een Dacia Duster (ach, hoe nederig!). Niettemin voldoet die prima voor onze reisdoelen; korte draaicirkel, veel binnenruimte en vooral veel bodemvrijheid, prettig op al die smalle en matig geplaveide bergweggetjes, alsook over de oeverloos veel aanwezige verkeersdrempels, zowel in Bastia als in de berggebieden. Dat hij scheef staat, komt door de vertekening van de groothoeklens.

Het viersterrenhotel lÁlivi, vlak boven Bastia biedt alle mogelijke comfort. Goed om hier even twee nachten te kunnen acclimatiseren met de beukende golven van de zee pal onder ons terras.
Voor we alles op orde hadden en heel goed hadden gegeten en gedronken, was het middernacht. Morgen een korte trip naar de noordpunt van het eiland.
_____________________________________________________
De hele reeks:
Dag 1: (dit verslag)
Dag 2: 29 aug.
Dag 3: 30 aug.
Dag 4: 31 aug.
Dag 5: 1 sept.
Dag 6: 2 sept.
Dag 7: 3 sept.
Dag 8: 4 sept.