8971

Dat is het exacte aantal biografieën van gedeporteerden tussen 1942 en 1944 vanuit Compiègne naar Buchenwald, en van daaruit naar het ondergrondse werkkamp Mittelbau-Dora waar V2’s werden gebouwd. Het betrof voor het merendeel Franse politieke gevangenen, die zijn opgenomen in het “Livre des 9000 déportés de France à Mittelbau-Dora“.
Op zaterdag 26 september 2020 vond in Compiègne de officiële boekpresentatie plaats, en werden er ±100 exemplaren overhandigd aan nog levende familieleden van gedeporteerden die zich hadden aangemeld. Ik was één van hen als ver familielid van Pierre Loonen (1884-1944).

De gemeente Compiègne had, in samenwerking met het centrum voor oorlogsdocumentatie La Coupole (“De Koepel“) in Saint-Omer (Sint-Omaars) groots uitgepakt. Het werd een dagvullende cérémonie die drie onderdelen omvatte: een officieel gedeelte bij het monument buiten, aan de rand van het Mémorial in Compiègne-Royallieu, de plaats waar in de oorlog het internerings-, tevens doorgangskamp was gevestigd, vergelijkbaar met de functie die Westerbork in Nederland vervulde. Daarna volgde binnen, in de tentoonstellingsruimte, de officële aanbieding van exemplaren van het boek aan nog levende familieleden van gedeporteerden, en ten slotte waren er ’s middags enkele ronde-tafelgesprekken over diverse gerelateerde thema’s.
Op 13 oktober vindt er een vergelijkbare manifestatie plaats in Angoulême en op 16 oktober in Nancy. De geplande bijeenkomsten in Toulouse (6 oktober) en Parijs (29 oktober) zijn vanwege Covid19 nu al geannuleerd.

Het eerste gedeelte was zoals in Frankrijk te doen gebruikelijk: Voorafgegaan door een tiental vaandeldragers, vermoedelijk allen oorlogsveteranen, togen circa 300 kleumende aanwezigen naar het monument om daar eerst te luisteren naar enkele toespraken van Belangrijke Personen, wier toespraken meer breedvoerig dan indrukwekkend waren. Dat het wel ronduit fris was, maar in elk geval niet regende, was nog een geluk bij een ongeluk, want doordat de burgemeester van Compiègne een half uur te laat ten tonele verscheen, liet de organisatie het toegestroomde publiek al die tijd lelijk in de kou staan.
Intussen had de Gendarmerie, uit een mengeling van sereniteit en piëteit, de straat aan beide zijden afgegrendeld; een zeer correcte maatregel, gelet op de aard van de bijeenkomst.

Na de toespraken werden, via luidsprekers, enkele liederen ten gehore gebracht waarvan La Marseillaise het laatste was. Niemand zong mee, noodgedwongen. Tot slot volgde de obligate kranslegging en een beperkt défilé, net zoals wij dat ook van de 4-meiherdenking op de Dam kennen.

Voorafgaand aan het tweede gedeelte, in de tentoonstellingsruimte, kon wie dat wilde nog enkele blikken werpen op wat er van het kampement is overgebleven.
Aan de ingang van het Mémorial bevindt zich een grote glazen wand met daarop alle(?) 40.000 namen van geïnterneerden en gedeporteerden vanuit Royallieu. Ik had die wand al bij een eerder bezoek in 2015 bestudeerd. Maar het viel mij op, en dat werd ook bevestigd, dat de lijst met namen in de afgelopen jaren drastisch was uitgebreid. Het immer voortdurende onderzoek naar oorlogsgegevens blijkt verrassend veel nieuwe informatie aan de oppervlakte te brengen.

Het volumineuze boek van Laurent Thiery (en vele anderen), 2500 pagina’s, 23×30 cm en ruim 4 kilo zwaar is een monument op zich. In hoofdzaak is het een “dictionnaire” van bijna 9.000 alfabetisch opgenomen biografieën, waaronder dus ook die van Pierre Loonen.
Ik lees er gegevens in die mij tot nu toe onbekend waren, zoals de officiële verklaring uit 1950 van zijn overlijden in 1943 (al moet dat 1944 zijn), maar ook enkele waarvan ik de juistheid betwijfel. Maar geen wonder dat een zodanig uitgebreid werk incompleet en op diverse punten incorrect is. Zo zien we op het achterin opgenomen kaartje van Duitse kampen in Europa op de plaats waar kamp Amersfoort had moeten staan, kamp Breendonk vermeld. Maar Fort Breendonk ligt 20 km ten zuiden van Antwerpen. En op dat kaartje ontbreekt kamp Westerbork, toch de Nederlandse pendant van Compiègne.
Ik neem aan dat veel lezers ertoe overgaan omissies en incorrectheden aan de auteur kenbaar te maken, opdat over enige tijd een uitgebreidere en verbeterde druk, of minimaal een lijst van errata zal kunnen verschijnen.

Er zat aan de bijeenkomst binnen wel een wat beangstigend kantje. Tijdens de toespraken aldaar, waaronder de toelichting van auteur Laurent Thiery, die onder meer alle namen voorlas van de familieleden die zich hadden gemeld, en die hun eigenhandig een exemplaar van het boek overhandigde, zaten de ±300 aanwezigen hutje-mutje opeengepakt in een afgesloten ruimte.
Weliswaar droeg iedereen, verplicht, een mondkapje en werd er slechts beleefd geapplaudiseerd, maar niet geschreeuwd of gezongen. Ik vraag me af wat daar niettemin het gevolg van kan zijn, en het is ook heel begrijpelijk dat vergelijkbare bijeenkomsten elders in Frankrijk al ruim tevoren zijn geannuleerd. Die omstandigheid was voor ons aanleiding niet deel te nemen aan de gespeksronden in de namiddag, nog los van het feit dat wij ook nog een thuisreis van zeker 5 uren voor de boeg hadden.

Hoe het ook zij, aan de al met al bewogen cérémonie heb ik veel herinneringen overgehouden, en een indrukwekkend boekwerk.
Dat boek is een stimulans te meer verder te gaan met mijn zoektocht naar wat er zich in die oorlogsjaren heeft afgespeeld, met die arrestaties, interneringen, deportaties, werkomstandigheden in Mittelbau-Dora en het “Erholungsort” Lublin/Majdanek, in de biografie van Pierre Loonen betiteld als “camp mouroir“, “crepeerkamp“, als mijn achter-achterneef daar al ooit is aangekomen. Dat zal vermoedelijk wel nooit duidelijk worden.

Pierre LOONEN

Geduld is een schone zaak, maar soms wordt het beloond. Op 15 november 2015 publiceerde ik een artikel over o.a. Pierre Loonen, een van de criminele zoontjes van gerenommeerd borstelfabrikant Charles Loonen, in het bijzonder over zijn deportatie in 1943 naar Buchenwald. Ik beloofde toen er nog op terug te komen.
Op 17 februari 2017, na 15 maanden dus, kreeg ik zowaar antwoord van het ITS-Bad Arolsen, tussen Dortmund en Kassel, met enkele pagina’s gedetailleerde tekst en nog een 24 scans van documenten hem betreffende. Hier een samenvatting.

Eerder al, op 10 november 2015, ontving ik antwoord van het Archiv Buchenwald met de mededeling dat hij op 18.9.1943 in KZ Buchenwald werd geïnterneerd (eingeliefert) onder registratienummer 21019, en op 15.1.1944 op transport werd gesteld naar KL Lublin (bij KL Majdanek). En op 25 november 2015 volgde een bericht van het Archival Information Research Laboratory, State Museum of Majdanek met identieke persoonsgegevens.
Daar bovenop  kreeg ik nu een afschrift van een brief dd. 18.5.1963 van de Poolse Association des Combattants de la Liberté et la Démocratie (Zwiazek Bojowników o Wolność i Demokracę) aan de F.N.D.I.R.P.*), Amicale d’Auschwitz, 10 Rue Leroux, Paris 16ème, dat er geen persoonsgerelateerde gegevens beschikbaar zijn over de gedeporteerden van Buchenwald naar Majdanek, alleen algemene omstandigheden van transport en verblijf in Lublin/Majdanek. Mogelijk is het op grond van deze brief dat Pierre LOONEN officieel als overleden werd geregistreerd, al zal er een eerdere verklaring zijn geweest die een tweede huwelijk van Marguerite DEMEREAU met Pierre Lucien George SIMON op 29.9.1956 in Désertines (Allier) mogelijk maakte.
______________
*) F.N.D.I.R.P. = Fédération nationale des Déportées et Internés, Résistants et Patriots,
website: http://www.fndirp.asso.fr/

In de bijlage van ITS Bad Arolsen wordt uitgebreid stilgestaan bij het Gestapo-systeem van internering en tewerkstelling, al daterend sinds de Reichstagsbrand van 1933, in 1943 resulterend in het kamp Dora (buitenkamp van Buchenwald, dat sinds ±1.11.1944 kamp Mittelbau ging heten) met 60.000 geïnterneerden, vnl. uit de USSR, Polen en Frankrijk.
De bijlage bevat ook een groot aantal verwijzingen naar andere instellingen, musea en archieven ter zake. Ik vat de feitelijke persoonsgegevens even samen:

Pierre LOONEN (geb. 23.6.1884, Tracy-le-Mont, Oise, wonende 3 Rue St.Jenoch (lees: Senoch), Paris 17e, gehuwd met Marguerite DEMEREAU) werd op 4 juli 1943 door de Sicherheitspolizei-Paris gearresteerd (Kategorie: politisch, Schutzhaft), kwam op 18.9.1943 in Buchenwald aan en werd op 23.10.1943 tewerkgesteld in kamp Dora, van waaruit hij op 15.1.1944 werd overgeplaatst naar Majdanek.
Vanaf daar ontbreekt elk spoor. Velen zijn tijdens dat laatste, inderhaast geïmproviseerde transport onderweg reeds gestorven, anderen in Majdanek zelf. De betreffende archieven zijn verbrand of anderszins verloren geraakt.
Op een van de kaarten met uitgereikte persoonlijke bezittingen (Eigentumsverwaltung) staat zijn handtekening (Die Richtigkeit anerkannt). Op een andere kaart staat hij geregistreerd als Rentner, Vertreter. Op een lijst uit Buchenwald van 18.9.1943 staat hij vermeld als Mechaniker.

Wat nog rest ter naspeuring, zijn drie gegevens:

  • 1. Is hij inderdaad in Lublin aangekomen of onderweg reeds bezweken? Die vraag zal vermoedelijk nooit kunnen worden beantwoord, want het tüchtig registreren vond niet meer plaats en veel archiefmateriaal uit Lublin is vlak voor de bevrijding vernietigd of later spoorloos verdwenen (of berust nog in een of andere Moskovitische bunker).
  • 2. Is er een document op grond waarvan blijkt dat de Burgerlijke Stand in Frankrijk hem officieel heeft gekwalificeerd als “vermist” en/of “overleden”? Dat moet toch ergens te vinden zijn.
  • 3. In september 1956 hertouwt zijn vrouw Marguerite, zelf levend teruggekeerd uit Ravensbrück. Die huwelijksacte heb ik al wel opgevraagd, maar nog niet ontvangen. In de bijlagen zal toch iets moeten staan over de verdwijning van haar eerste echtgenoot, hoop ik.
Kortom: we zijn er nog niet, maar het dossier is sinds vandaag wel aanmerkelijk rijker geworden.
_________________________________________
Dit artikel is een vervolg op een eerder artikel uit 2015.
_________________________________________

Compiègne tussen Parijs en Vic-sur-Aisne

Het is maar goed ook, kan ik nu op 14 november zeggen, dat ik niet een week later naar Parijs ben gegaan. Ik was er vrijdag 6 november om op de ambassade mijn paspoort te vernieuwen, waarna ik daags erop een lezing moest houden in Vic-sur-Aisne over La vérité et son image.
Tussen die twee evenementen in bezocht ik Compiègne, en dat was alleszins de moeite waard.

Over Parijs kan ik kort zijn. Op de ambassade kon ik me laven aan de Hollandse bureaucratie, maar goed, over een week of wat zal ik mijn nieuwe paspoort wel hebben en dan voor tien jaar onder de pannen zijn. Daarna was mijn gps zo vriendelijk mij, op weg naar Compiègne, een “snelste route” aan te bieden dwars door Parijs, over de Champs-Élysées en de Périphérique, dat alles een aaneenschakeling van files waar ik wonder boven wonder zonder kleer- of blikscheuren na anderhalf uur van verlost was.

Ook over de lezing in Vic-sur-Aisne kan ik kort zijn. Er waren maar enkele tientallen mensen, maar het waren wel experts met wie geanimeerd en zinvol te discussiëren viel, zodat ik er, naast de verkoop van een redelijk aantal exemplaren, ook inhoudelijk veel aan heb gehad.

Compiègne dus, een stad van zo’n 40.000 inwoners tussen Parijs en Vic-sur-Aisne met een historie die terugvoert tot de Gallische tijd, en groot werd (tevens berucht: lees bij Jos Heitmann maar het verhaal over de Carmelitessen die in Compiègne onder de guillotine stierven) in de keizerlijke tijd, zeg maar de 19e eeuw.

Maar eveneens is de stad nauw verbonden met beide Wereldoorlogen. 

Macaber symbool daarvan is de treinwagon vlakbij Compiègne waarin op 11 november 1918 de wapenstilstand tussen Frankrijk en Duitsland werd getekend, maar waarin Hitler ook organiseerde dat er de Franse overgave op 22 juni 1940 werd bezegeld. Lees verder maar oeverloos veel over Compiègne op internet.

Via deze omweg kwam ik weer terug bij mijn genealogische bijvangst van april 2015, het verhaal over de broertjes Robert (1878) en Pierre (1884) Loonen. Zij hadden ook nog een oudere zus, Suzanne (1877) die zich later in hoge adellijke kringen ging bewegen, en nog een jongere broer François (1890), die in Afrika als tolk Engels-Frans, en verder als geroutineerd vechtjas doorontwikkelde. Van die laatste twee weet ik nog onvoldoende om er een doortimmerd verhaal over te kunnen schrijven, maar van de eerste twee juist steeds meer. Om ze even in mijn stamboom te plaatsen: maak vanuit mij een reuzen-paardensprong van 6 omhoog en dan weer 4 schuin omlaag en je bent bij dat kwartet Loonens aanbeland. Ze zitten dus qua generatie in de 10e graad op het niveau van mijn grootouders. te weinig om nog aanspraak op een deel van de erfenis te kunnen maken. Jammer, want de ouders lieten naast het Châteu Loonen en de florerende Etablissements Brosserie Loonen in Tracy-le-Mont, nog een vermogen van meer van FF 10.000.000 na. De drie jongens waren, zoals Fransen betaamt, notoire vechtjassen, namen vrijwillig dienst in het leger, en dachten zo de notabele carrière van hun vader te kunnen evenaren. François deed dat voornamelijk in (Frans) Marokko en Algerije, de andere twee bleven in Europa. In hun vrije tijd zaten deze gewiekste boefjes voornamelijk in het gevang. Van Robert heb ik in het april-artikel al een en ander belicht; nu, na mijn bezoek aan Compiègne, kan ik Pierre wat beter gaan inkleuren. Ik blijf nog wel een tijdje doorzoeken om het naadje van de kous te weten. Volgende boek?

Pierre blijkt toch heel wat minder onschuldig te zijn dan hij in een rechtszaak tegen Robert betoogde. Aan zijn militaire staat van dienst hangt een hele lap kattebelletjes met zijn veroordelingen: 1 maand, 2 maanden, 4 maanden, 6 maanden, 2 jaar celstraf, plus telkens een geringe boete (zeker voor een multimiljonair als hij geweest moet zijn) en terugbetaling van achterovergedrukte zaken. Steeds ging het om vermogensdelicten als diefstal, uitgifte van ongedekte cheques, oplichting, verduistering, alles vallend onder de noemer “abus de confiance”, oftewel “handelen in strijd met de redelijkheid en billijkheid” waaronder het “misbruik van vertrouwen” juridisch in Nederland valt.
Appeltje-eitje dus om hem, met documenten gestaafd, compleet af te zagen. Maar…

Zijn staat van dienst vermeldt ook nog gans andere zaken, en verder onderzoek bevestigt en versterkt dat alleen maar. Aan de leuke kant van de balans: hij mocht, nog student, in 1902 met pa mee naar Japan op zakenreis (waar hij heel wat paniek en malversaties schijnt te hebben veroorzaakt), en in 1910 naar Amerika. Zijn vader bezat een grote borstelfabriek in Tracy-le-Mont met vestigingen wereldwijd en het gezin verkeerde ook in Parijs in de hoogste diplomatieke en adelijke kringen. Tussendoor, van 1905-1907, vocht hij mee in de campagne Algerije.

Aan de minder leuke kant: hij vocht in 1914-1918 aan het Franse noordelijke front en werd in mei 1918 aan de Chemin des Dames krijgsgevangen gemaakt door de Duitsers. Vier maanden later werd hij daaruit bevrijd en kon hij zijn militaire verplichtingen weer overdroten voortzetten tot hij in oktober 1931 met groot verlof ging.
Of die krijgsgevangenschap zijn verdere carrière heeft gestuurd, durf ik niet te beweren. Wel weet ik dat Pierre vanaf 1927 tot diep in de jaren-’30 regelmatig in de rechtszaal vertoefde en dientengevolge in de gevangenis (“La Santé”, eufemistisch genoeg). Op zijn militaire conduitestaat prijkt dan ook als zijn woonadres per januari 1932 de Prison de la Santé in Parijs. Best mogelijk dat hij om die reden uit dienst is ontslagen, omdat hij bij voortduring niet echt inzetbaar bleek te zijn.

Wat dreef hem zo op het criminele pad? Was dat de onverwerkte oorlogservaring uit 1918, of vond het (ook) zijn oorzaak in de volstrekt onbezorgde jeugd, vol luxe, met miljoenen francs op de bank, zeker na het overlijden van zijn moeder in 1909 en zijn vader in 1913, hetgeen in vergelijkbare gevallen ertoe leidt dat de kinderen zich met al dat vermogen geen raad weten en buitensporig gedrag gaan vertonen, dat zelfs tot criminalteit kan leiden? Ik moet hierbij steeds denken aan de Baarnse moordzaak uit 1960, ook al speelde die zich onder andere omstandigheden af.

Maar het verhaal Pierre is nog niet af. Ik vermoed dat hij in 1939/1940 niet gevangen zat. Wellicht was hij reisagent, zoals op zijn conduitestaat is bijgeschreven, of makelaar in onroerend goed (na zijn geflopte periode als zwendelaar in roerend goed). Wat ik wel weet: in mei 1943 werd hij door de Gestapo opgepakt en in Compiègne geïnterneerd. In die jaren vervulde Compiègne dezelfde rol als Westerbork in Nederland: het was het vertrekstation van de veewagons voor de deportaties naar de Duitse en Poolse kampen. Op 16 september begon voor hem de twee dagen durende reis naar Buchenwald, mogelijk als “politischer Häftling”, maar het kan ook zijn als asociaal of subversief individu – wat maakt het uit. De registers die in het indrukwekkende Mémorial de l’Internement et de la déportation te Compiègne raadpleegbaar zijn, evenals op internet trouwens, vermelden niet meer dan dat hij niet is teruggekeerd en dus vermoedelijk in 1943 in Buchenwald is overleden. Zijn vrouw, eveneens vanuit Compiègne gedeporteerd, maar in 1944 en naar Ravensbrück, is in mei 1945 bevrijd en naar Frankrijk teruggekeerd. Zij hertrouwde in 1956, daarmee de facto het overlijden van haar eerste man bevestigend.
Beide echtelieden staan vermeld op de immense glazen herdenkingswand in Compiègne tussen de andere 40.000 gedeporteerden.

Toch had ik nog zo mijn vraagtekens. Nader speurwerk leidde mij naar de archiefdienst van Buchenwald zelf, van waar ik binnen een paar dagen het volgende bericht ontving:

Sehr geehrter Herr Loonen,
vielen Dank für Ihre freundliche Anfrage an die Gedenkstätte Buchenwald. Nach Durchsicht der uns vorliegenden Unterlagen, die sich leider nur aus einer unvollständigen Sammlung zusammensetzen, können wir Ihnen folgendes mitteilen:
Pierre Loonen (*23.06.1884 in Tracy le Mont) ist im Juli 1943 verhaftet worden. Der Grund ist uns leider nicht bekannt. Anschließend inhaftierte man ihn in Compiegne. Von dort wurde er am 18.09.1943 in das Konzentrationslager Buchenwald eingeliefert.
In Buchenwald wurde P. Loonen als politischer Französischer Häftling mit der Haftnummer 21019 registriert. Es ist unklar, wo genau im Lager er untergebracht war und ob er hier Zwangsarbeit leisten musste.
Am 15.01.1944 ist Pierre Loonen von Buchenwald in das KZ Majdanek bei Lublin überstellt worden. Leider liegen uns keine weiteren Hinweise auf sein Schicksal vor.
Herr Loonen, es tut mir leid, dass wir Ihre Fragen nach dem genauen Haftgrund und dem Verbleib von Pierre Loonen nicht abschließend beantworten können. Um weitere Informationen zu erhalten möchte ich eine Anfrage an den Internationalen Suchdienst (ITS) in Bad Arolsen zu stellen.(…)

Daarop heb ik zowel de ITS als KZ Majdanek aangeschreven, maar op een antwoord wacht ik nog steeds.
Ik heb geduld – ooit komt de waarheid wel boven tafel.

Het valt me niet mee een eenduidig oordeel over een ver familielid te vormen.
Wel weet ik dat ik voor geen goud met hem zou willen ruilen.
Met empathie alleen kom je er niet. Hij mag dan nog zo’n ploert zijn geweest, daarmee verdien je nog niet wat hij in twee Wereldoorlogen heeft moeten meemaken, en uiteindelijk met de dood heeft moeten bekopen.
________________
Nagekomen mededeling: op 17 februari 2017 kwam er antwoord van het ITS. Lees daarover HIER.