Beaulieu, 5 van vele

O, mirakel. Een paar dagen na de verdwijning van het glas-in-loodraam (zie vorig bericht), ging ik het drama met een expert bekijken, et voilà, het raam zat weer op zijn plek. Weliswaar weinig professioneel teruggeplaatst, beetje scheef en met een paar simpele houten spietjes bevestigd, maar verder onbeschadigd. We hebben het zekere voor het onzekere genomen, en een herhaling van dit mysterie voorkomen.

Het lijkt op het mirakel van het houten Mariabeeld bij een bron in de vallei van Presles, hier zo’n 4 km vandaan, dat ergens in de 13e eeuw door een boer werd gevonden en naar de kerk van Marcilly werd gebracht. Daags erop lag het echter weer bij de bron. Dat herhaalde zich nog tweemaal, waarop de pastoor besloot dat het een wonder moest zijn en dat de Heilige Maagd wenste daar te blijven, waarop men er een kapel bouwde die er nu nog steeds staat.
Een beetje verdacht is het wel, dat exact eenzelfde wonder zich rond die tijd voltrok in de buurt van Sint-Anthonis (bij Boxmeer), hetgeen enerzijds iets zegt over de betrouwbaarheid van het voorval, anderzijds iets over Maria’s alomtegenwoordigheid.

Samen met een professioneel glas-in-loodzetter heb ik gisteren het raam nu maar zelf gelicht, overigens met telefonische toestemming van de eigenares in Amerika, waarzonder de Gendarmerie alhier zei dat wij van diefstal zouden kunnen worden beticht. Ik heb het vooralsnog schoongemaakt en veilig bij mij opgeborgen, in afwachting van verdere instructies van de eigenares van het complex.

Maar ik schat zo dat geen enkele goddelijke of goddeloze maagd het in haar miraculeuze hoofd zal halen het raam voor die tijd bij mij weg te halen. Zo toch, dan lever ik haar uit aan Berlusconi, Trump of Duterte. Naar keuze.
En verder blijven we speuren naar de betekenis van het erop afgebeelde.

De geschiedenis van Beaulieu is nog lange niet ten einde.

____________________________________

Vorig bericht: http://nardloonen.nl/2018/05/27/beaulieu-4-van-vele/
Volgend bericht: 

Beaulieu, 4 van vele

Mocht iemand dit glas-in-loodraam in bezit hebben, dan wordt het zeer op prijs gesteld het bij mij terug te bezorgen.
Mocht iemand dit glas-in-loodraam ergens tegenkomen, bijvoorbeeld op een (rommel)markt, veiling of websites als Ebay of Leboncoin, of bij iemand thuis aan de muur of als salontafeltje, dan wordt het zeer op prijs gesteld dat mij snel te melden.

Het medaillon is rond met een diameter van ± 64 cm. Vermoedelijk is het 19e eeuws en een analyse van de inhoud heeft tot nu toe nog niet veel opgeleverd. Maar dat neemt niet weg dat je het beter kunt laten hangen dan het zich schielijk toe te eigenen. Gevalletje kunstroof.


Bruikbare tips mogen desgewenst ook anoniem zijn.


Vorig bericht: http://nardloonen.nl/2017/11/29/beaulieu-3-van-vele/
Volgend bericht: https://nardloonen.nl/2018/06/05/beaulieu-5-van-vele/


Tenzij anders vermeld, zijn alle foto’s door mij genomen.
Overname toegestaan, mits met bronvermelding “© 2017-2018 Leonard Loonen”

Beaulieu, 3 van vele

Dit is het derde van een reeks artikelen die vermoedelijk heel lang gaat worden. Ik nummer ze daarom maar  1-100 “van vele”.
Het gaat om de voormalige Cisterciënzer abdij van Beaulieu, hier zo’n 4 km vandaan. Als abdij functioneert het perceel niet meer sinds de Franse revolutie, eind 18e eeuw, maar wat ervan rest is alleszins de moeite van een studie en een openbaarmaking waard.
Hier vooralsnog het laatste bericht over de kapel, voordat we een kijkje gaan nemen op het terrein en in het Château
.

Zoals ik in het vorige bericht al aangaf, was het grootste risico voor het glas-in-loodraam van St.-Nicolaas het zwiepen van de takken naast de kapel. Vandaar dat ik als eerste voorzorg was begonnen met enig snoeiwerk tussen de openbare weg en de kapel. Het heeft weinig zin hier nu te vermelden dat ik daarbij per ongeluk met de motorkettingzaag een stuk prikkeldraad te pakken had, dat zich in de ketting wrong en daarbij de ketting, het kettingzwaard en een remklauw onherstelbaar vernielde. Dat kwam me dus op nieuwe onderdelen te staan, waarna ik weer onverdroten verder kon.
Inmiddels is het snoeiwerk verricht en zijn de bijbehorende bomen geveld, waardoor de restanten van Sinterklaas, in het bijzonder de drie jongelingen in de tobbe aan zijn voeten, weer zorgeloos de winter in kunnen.

Een laatste bijzonderheid van de kapel is dat ik op een gegeven moment ontdekte dat er aan de zijkant een ingang is naar een crypte. Pikdonker, en zonder zaklantaarn lastig te onderzoeken. Natuurlijk was mijn hoop er de graftombes te vinden van helaas overleden abten of prelaten, en eventueel een bijbehorend kistje met gouden muntstukken voor hunne zielenreis. Dat zoeken was niet geheel risicoloos, want zo te zien kwam er nogal eens een brokstuk van het plafond naar beneden en een helm heb ik niet.
Jammer genoeg was de crypte geheel leeg; het enige wat ik er aantrof, was een oud, half verroest wijnrek, helemaal leeg.
Misschien moet ik nog eens wat dieper gaan graven.

 

 

Vorig bericht: http://nardloonen.nl/2017/11/02/beaulieu-2-van-vele/
Volgend bericht: http://nardloonen.nl/2018/05/27/beaulieu-4-van-vele/


Tenzij anders vermeld, zijn alle foto’s door mij genomen.
Overname toegestaan, mits met bronvermelding “© 2017 Leonard Loonen”

Beaulieu, 2 van vele

Dit is het tweede van een reeks artikelen die vermoedelijk heel lang gaat worden. Ik nummer ze daarom maar  1-100 “van vele”.
Het gaat om de voormalige Cisterciënzer abdij van Beaulieu, hier zo’n 4 km vandaan. Als abdij functioneert het perceel niet meer sinds de Franse revolutie, eind 18e eeuw, maar wat ervan rest is alleszins de moeite van een studie en een openbaarmaking waard.
Hier het vervolg van een verhaal waarvan ik vooralsnog het einde niet ken:
La Chapelle.

Het kapelletje is niet groot. Uit nevenstaande maatvoering valt af te lezen dat het grofweg 9×3½ meter groot is. Zowel achter het altaar als links en rechts ervan zijn neogotische ramen waarin zich glas-in-lood bevindt. Bevond, kan ik beter zeggen, want het meeste van de ramen verkeert in allerbelabberste staat.

Ook van die raampartijen heb ik de maatvoering ingetekend. In het midden het grootste raam, achter het altaar, de abside of koornis dus. Dat raam is nog redelijk intact. Links en rechts twee behoorlijk gehavende ramen, min of meer symmetrisch, zowel qua maat als vlakvulling. Van geen van de ramen is de auteur bekend; ze zijn niet gesigneerd en er is geen andere bron waaruit de vervaardiger zou kunnen blijken. Op enkele details na (zie onder), schatten experts ze op 19e-eeuwse panelen, hetgeen klopt met bestaande meldingen dat de kapel in de 19e eeuw is herschapen of herbouwd, remaniée in het Frans. Of dat duidt op aanpassing van een oudere kapel op dezelfde plaats, dan wel op het bouwen van een geheel nieuwe kapel op een andere plaats, is vooralsnog een onopgeloste vraag. Ik beperk me nu even tot de gebrandschilderde ramen.

Links treffen we de restanten aan van een Josef met de kleine Jesus. Het gebrandschilderde paneel heeft, zelfs in pefecte conditie, het nadeel dat het aan de noordzijde van de kapel is aangebracht, waardoor er nooit direct zonlicht op valt en de figuren in feite alleen maar goed zichtbaar zijn van buitenaf, via het licht dat door het raam aan de overzijde invalt. De foto hiernaast is dus ook van buitenaf genomen. Restauratie zal wel mogelijk zijn, omdat de hoofdfiguren nagenoeg geheel bewaard zijn gebleven en de entourage min of meer indentiek is aan die van het tegenoverliggende raam. We praten gemakshalve even niet over de kosten, maar dat kan ik wel achter elke paragraaf hierna toevoegen.

Rechts moet een afbeelding zijn geweest van Sint-Nicolaas, gelet op de drie jongens in de tobbe aan zijn voeten en de (gouden?) bal in zijn hand. Het voordeel van het grote analfabetisme destijds was, dat schilders en beeldhouwers aan afbeeldingen iconografische, liever hagiografische attributen toevoegden, waarmee een ieder die een beetje was ingewijd, precies wist wie er was afgebeeld. De in alle katholieke kerken aanwezige kruiswegstatie, sinds 1741 pauselijk verplicht, “leest” dan ook als een soort veertiendelig stripverhaal.
Van deze Sinterklaas resteert helaas alleen de onderste helft, maar hagiografisch is dat wel het belangrijkste, meest herkenbare gedeelte. Het bovenstuk is verdwenen. Ik heb er nog wel enkele brokstukken van weten terug te vinden, maar te weinig om er nog wat van te maken. Mogelijke oorzaken: wind en hagel, baldadig geworpen stenen (dit raam ligt letterlijk op een steenworp afstand van de openbare weg, de D103), maar nog waarschijnlijker zijn het de takken van de naastgelegen bomen die deels tot tussen de dakpannen zijn doorgegroeid en waarvan vele al zwiepend tegen het raam de vernieling hebben veroorzaakt. Flat tempestas per arborum (Hoor de wind waait door de bomen), om maar in Sinterklaasstijl te blijven.
Ik ben inmiddels al begonnen met die takken te snoeien, om nog erger beschadiging te voorkomen. Immers, de eigenares van het hele perceel is oud en woont in Amerika, en zij bekommert zich allerminst om de kapel, hooguit om het kasteel van de oude abdij. En het aanbrengen van een Lexan (slagvast polycarbonaat) schutpaneel aan de buitenzijde is te kostbaar op dit moment; het zou ver boven de € 500 uitkomen.

Komen we toe aan het belangrijkste paneel.
Net als de twee zijpanelen is ook dit centrale paneel 19e-eeuws, maar er is een wezenlijk verschil: er zijn 6 ronde of ovale medaillons in gevat die overduidelijk op vroeger datum wijzen. Zowel hun techniek, maar meer nog de afgebeelde figuren en een enkele maal een jaaraanduiding brengen ons naar de 17e eeuw. Het vermoeden bestaat, maar zekerheid moet nog worden geboden, dat deze medaillons afkomstig zijn van de oudere Abdijkerk of -kapel en die na verwoesting of anderszins afbraak daarvan bewaard zijn gebleven en in het nieuwe 19e-eeuwse kapelletje zijn gevat in een nieuw groot paneel. Ik loop die medaillons even langs:

Over het centrale bovenste stuk, net geen rozet, wil ik het nu niet hebben, want ook dat stamt uit de 19e eeuw en ik ben er nog niet achter wat die 4 met rechtsliggend kruis betekent, noch wiens initialen “PB” zijn afgebeeld. Dat vinden wel nog wel uit.


Daaronder zien we de volgende twee oude medaillons:

Rechts in het ovale medaillon zien we overduidelijk wederom Sint-Nicolaas: bisschopsmantel, mijter, staf, aureool en de drie tobbende jongelieden aan zijn voeten. Wat hij hun met de rechter hand aanbiedt, is niet te zien. Merk ook het boek op dat schier achteloos naast de tobbe ligt.

 

De linker afbeelding is vooralsnog een raadsel. Het lijkt om twee vrouwen te gaan, waarvan de rechter oudere de linker jongere de les leest, met een boek tussen hen beiden in. Ik zie geen verdere hagiografische attributen, zo het hier al om heiligen gaat.
Mogelijk duidt het op educatieve aspiraties van de kloosterorde, maar de Cistersiënzer abdij van Beaulieu kende alleen mannelijke bewoners (sporadische, vluchtige uitzonderingen daargelaten; zie in een van de volgende artikelen uit deze reeks het verhaal van de tunnel).

Daaronder een volgend tweetal medaillons:
Rechts zien we Saint Amance, want dat staat erbij vermeld, plus nog het jaartal 1609 of 1699, dat moeten we bij nadere bestudering en reiniging nog zien te bevestigen.
Er zijn zeker drie heiligen met de naam Sint-Amantius. Of het hier gaat om Amantius van Rodez, heiligverklaarde (aureool!) bisschop (mantel, mijter en staf; twee opgestoken vingers!) is niet zeker, maar wel waarschijnlijk, want zo te zien verrichtte hij hier een van zijn vele wonderen, d.w.z. je ziet de duivel uit de te bekeren vrouw wegfladderen, en om wonderen verrichten en bekeren stond deze Zuid-Franse heilige bekend.
Links moet Maragreta van Antiochië zijn, een heilige die in het kader van #SheToo wel een en ander zou kunnen verklappen, zie bv. op heiligen.net, maar die in ieder geval vaak wordt afgebeeld als bedwingster van de draak, een kruis in haar hand, aureool achter haar hoofd. Er zijn bronnen die haar in verband brengen met de Franse stad Terrasson, in de buurt van Brive, als zou zij het zijn die de stadsbevolking wist te bekeren door de draak te verslaan die het dorp in zijn greep hield. Ook heet het dat onder meer zij eeuwen later verscheen aan Jeanne d’Arc om die haar missie te duiden.

De onderste twee medaillons ten slotte leveren ook wat mysteries op:
Uiteraard kan aan wat er resteerde van de rechter afbeelding onmogelijk worden afgeleid met welke al dan niet heilige bisschop we hier hebben te maken. Een van mijn eerste projecten nu is resterende brokstukken te vinden in de hoop tot een completer beeld te komen. Zie daarvoor onderaan dit artikel.
Links laat de afbeelding minder te wensen over. Immers, er hebben nogal wat heilige martelaren bestaan die het bestonden om met hun afgehakte hoofd verder door te lopen om hun zaligmakende activiteiten voort te zetten, zoals Dionysius. Een ander voorbeeld daarvan was Saint Didier, Sint-Desiderius, bisschop van Langres, alwaar de aan hem gewijde kapel nu onderdeel is van het gemeentelijk museum, maar die ook in Hortes sterk wordt vereerd met een kapel en een straatnaam, naar hem vermoemd. Het lijdt geen twijfel dat hij hier staat afgebeeld. Kenmerken: de bisschopsmantel en -staf, en de mijter. Mogelijk is de rots rechtsboven een verwijzing naar Langres, dat immers hoog op een rots is gebouwd en dat hij tegen de Alemannen poogde te verdedigen.

Rest dan nog de zoektocht naar de bijna verdwenen afbeelding in het medaillon rechts onder. Al gravend en wroetend in de aarde onder het raam tot onder het altaar, en achter het raam aan de buitenkant, vond ik een aantal brokstukjes die als een legpuzzel aan elkaar passen. Daarmee wordt in ieder geval de afbeelding duidelijk; wat er nog ontbreekt zijn enkele details van de entourage en het achtergronddecor.
Maar daarmee is de puzzel nog bij lange na niet opgelost.

Wie helpt?
Het gaat om een bisschop: wederom de mantel, mijter en staf en de twee opgestoken vingers.
Maar voor wie of wat staan de letters “GP”;
waarop duidt de inscriptie “PREVOIN”, welk woord ik in geen van mijn vele Franse woordenboeken heb kunnen terugvinden, en op internet al evenmin;
wat mogen we afleiden uit de zetel op het blazoen met die vijfpuntige ster die ervoor ligt?

Vragen te over, dus nogmaals: wie helpt?


Vorig bericht: http://nardloonen.nl/2017/10/25/beaulieu-1-van-vele/
Volgend bericht: http://nardloonen.nl/2017/11/29/beaulieu-3-van-vele/


Tenzij anders vermeld, zijn alle foto’s door mij genomen.
Overname toegestaan, mits met bronvermelding “© 2017 Leonard Loonen”

 

Beaulieu, 1 van vele

Dit is het eerste van een reeks artikelen die vermoedelijk heel lang gaat worden. Ik nummer ze daarom maar  1-100 “van vele”.
Het gaat om de voormalige Cisterciënzer abdij van Beaulieu, hier zo’n 4 km vandaan. Als abdij functioneert het perceel niet meer sinds de Franse revolutie, eind 18e eeuw, maar wat ervan rest is alleszins de moeite van een studie en een openbaarmaking waard.
Hier dus de start van een verhaal waarvan ik vooralsnog het einde niet ken.

Als sinds mijn verblijf in Rosoy was het “château” mij opgevallen, als pontificaal overblijfsel van wat ooit de priorij (“Prieuré abbatiale”), de abtswoning annex gastenverblijf, van de abdij was. Ik wist niet wie de huidige eigenaar was, noch of het überhaupt bewoond was, laat staan welke functie of bestemming het nu had. Maar als je er langs rijdt, zie je het prachtig staan op het ommuurde perceel.

Kom je echter van de andere kant aanrijden, dan valt er nog iets op: verscholen tussen de bomen, maar wel gemarkeerd met het oude toeristische bord “Beaulieu – Ancienne Abbaye cistércienne”, zie je een klein, neogotisch ogend kapelletje waarvan bij nadere beschouwing vooral de deels verwoeste glas-in-loodramen opvallen.
Die ramen waren het die mij het meest boeiden.

Destijds, rond 2000, heb ik dat kapelletje bezocht, maar er geen foto’s van gemaakt. Voor zover ik weet, zijn er ook geen oudere foto’s van die raampartijen, van binnenuit genomen. De departementale experts en archieven beschikken er in elk geval niet over.
Inmiddels ben ik er heel vaak binnen geweest en heb ik de ramen, althans wat er nog van over is, deugdelijk gefotografeerd.

Zo het van buitenaf schijnt dat het kapelletje er nog redelijk intact uitziet, zo teleurgesteld word je van het interieur. Het bouwsel, waarvan de oorsprong niet duidelijk is, behalve dat het in de 19e eeuw in gotische stijl is herschapen of verbouwd, is aan danig verval onderhevig. Niet alleen weer en wind en vallende takken hebben vrij spel, maar ook een ieder die er van buitenaf stenen tegenaan gooit, of wie met wat meer lef er binnengaat en er van alles meeneemt, lostrekt, of vernietigt.

Ik zal mij in het volgende artikel eerst maar eens concentreren op de nog aanwezige glas-in-loodramen, en wat ermee te doen valt. Later volgen dan de rest van de kapel en haar eventuele restauratie, en daarna de geschiedenis van de abdij vanaf de stichting in 1166 tot het huidige Château dat ervan rest.
Er valt heel veel over te melden.


Volgend bericht: http://nardloonen.nl/2017/11/02/beaulieu-2-van-vele/


Tenzij anders vermeld, zijn alle foto’s door mij genomen.
Overname toegestaan, mits met bronvermelding “© 2017 Leonard Loonen”