NB012b_21-03-2021

Van componisten als Bach, Mozart en Paganini kun je zeggen dat het alles bij elkaar niet echt gezellige lieden waren die je graag aan tafel zou uitnodigen of in het café zou willen ontmoeten, behoudens om muzikale informatie uit te wisselen.
Voor Brahms geldt bovendien dat ik weinig met zijn muziek opheb, maar dat is natuurlijk een kwestie van smaak.

Een uitzondering is diens overbekende vijfde Hongaarse dans voor 2 piano’s (1874), waaraan nogal wat vaagheden omtrent de herkomst kleven. Die dans is eigenlijk het meest bekend geworden door de zeer vele arrangementen voor een scala van instrumenten en totaal verschillende interpretaties. De oorspronkelijke pianoversie staat in fis-mineur, de orkestversie in g-mineur en Jacomine Punt speelt hem op haar altviool zelfs in a-mineur.
Een van de meest boeinde en eigenzinnige die ik ken, is van de Litouwse accordionist Martynas Levickis, al is die zelf geen Hongaar.
Ik raad iedereen aan zijn uitvoering eerst maar even te beluisteren en dan verder te lezen. Eerst weer even de reclame aan het begin wegklikken, helaas.
Aan de vingers van zijn rechterhand is te zien dat hij het stuk in g-mineur speelt.
Voor een beetje componist maakt het nogal uit of je een bepaalde compositie in fis, g of a speelt (even los van de beperkingen die instrumenten kunnen opleggen), zoals het voor een schrijver uitmaakt in welk lettertype zijn geschrift wordt gepubliceerd, en al helemaal in welke taal dat geschiedt.
Om maar wat te noemen (het begin van Gorter, Mei):

Een nieuwe lente en een nieuw geluid:
Ik wil dat dit lied klinkt als het gefluit,
Dat ik vaak hoorde voor een zomernacht
In een oud stadje, langs de watergracht.

In het Afrikaans wordt dat:
’n Nuwe lente en ’n nuwe geluid:
Ek wil hê dat hierdie lied soos die gefluit klink,
Wat ek dikwels hoor op ’n someraand
In ’n ou stad, langs die watergrag.

In het Frans wordt dat:
Un nouveau printemps et un nouveau son :
Je veux pour ce chant la modulation
Que j’entendais souvent les soirs d’été
Sur les canaux d’une vieille cité.

En in het Fries:
In nije maaie dy’t in nij lûd bringt!
Ik wol dat dit liet as it floitsjen klinkt,
dat ik faak heard ha op in maitydsjûn
bylâns de greft, dy’t troch ’t âld doarpke rûn.

Klank, ritme en zelfs rijm maken deze bewerkingen tot steeds weer een compleet andere tekst.

In mijn verhaal over de terts in de muziek noemde ik de picardische terts een trucje van de componist om een stuk in mineur een majeur-slotakkoord te geven. Ik bedoelde dat niet negatief, ook al vind ik het vaak een onaantrekkelijk einde. In het rondgestuurde NB12a heb ik dat verder uitgelegd. Wel is het zo dat ik de terts beschouw als een hulpmiddel, onderdeel, instrument, stuk gereedschap waarvan een componist zich in de Europese muziek welhaast verplicht moet bedienen.
Vergelijk het met een timmerman, ook al is het een doe-het-zelver, die een schroevendraaier gebruikt om een schroef in het hout te draaien. Schroevendraaiers heb je in heel wat maten en soorten, en het is aan de houtbewerker de meest gewenste keus te maken. Doorgewinterde communisten zweren bij hamer en sikkel. Kan eventueel ook. Maar als je met een hamer een schroef het hout in wil jagen, is succes niet gegarandeerd, want vermoedelijk sla je de schroef krom in plaats van omlaag.

Ik had, zoals gebruikelijk, weer heel veel woorden nodig om to the point te komen.
In mijn verhaal over de terts noemde ik twee manieren om de terts te gebruiken: die om twee opeenvolgende tonen te laten klinken, en die om twee (of drie) tonen tegelijk te laten klinken. Je ziet beide hier rood omcirkeld. Een ander trucje (lees dus: hulpmiddel) is wat Brahms laat horen. Daarom begon ik dit bericht ook over hem.
Wat past hij toe, hier in fis-klein genoteerd? Hij laat (linker rode rechthoek) het thema horen en laat dat vijf maten later terugkomen (rechter rechthoek) waarbij hij als over een tertsenladdertje twee tertsen omhoog klimt zodat de 2e, 3e en 4e maat van het thema een terts hoger komt te liggen dan in het origineel. Ook dat is dus een manier om de terts nuttig en in dit geval speels te gebruiken.

Waarmee ik maar weer eens heb willen aantonen dat het genieten van muziek enorm kan toenemen als je die niet misbruikt als een fast-food consumptieartikel, of als achtergrondmuziek om pijnlijke stiltes op te vullen, maar als je de diepte erin gaat zoeken. En die dan ook vindt.