Twintigtwintig

Vanaf vandaag hebben we een probleem.
Zijn we nu terechtgekomen in tweeduizendtwintig of in twintigtwintig? En hebben we zo’n soort probleem alleen in Nederland, of is het een wereldwijde uitspraakkwestie? En hoe gingen wij daar een duizend jaar geleden mee om? Denk er, onder het genot van een 1664, maar eens over na, in plaats van allerhande masochistische voornemens te bedenken waar toch niks van terecht komt.

In het jaar duizendzesenzestig vond de slag bij Hastings plaats (ik zeg altijd hastings met een [ɑ], niet heestings met een [e:], zoals ik ook manchester zeg met een [ɑ] en niet menchester met een [ε]. Te Amerikaans in mijn oren.

Maar Godfried van Bouillon stierf niet te Jeruzalem in duizendeenhonderd, maar in elfhonderd, hoewel Fiat in negentiendrieënvijftig toch echt met een millecento op de proppen kwam. Het blijven Italianen, die ook novecento zeggen tegen de twintigste eeuw. Verwarring dus alom.

Merk intussen wel op dat wij in het Nederlands doorgaans de periode 1001-1099 uitspreken als duizendeen tot en met duizendnegenennegentig, maar de periode van 1101-1999 als elfhonderdeen tot en met negentien(honderd)negenennegentig. Niet helemaal consequent, maar zo heeft onze spreektaal zich geëvolueerd. Wel weer consequent was dat wij rond het jongste millennium weer hetzelfde gingen doen: tweeduizendeen tot en met in ieder geval tweeduizendnegentien. Geen mens komt met twintignegentien op de proppen. Mijn vrees is dan ook dat wij, als langdurige kolonie onderworpen aan Amerika, opeens twintigtwintig moeten gaan zeggen in plaats van gewoon tweeduizendtwintig.

Ik schrijf deze weblog met gebruikmaking van WordPress. Dat is een zogeheten ‘501(c)3 non-profit organization‘ uit Amerika, en dan weet je al hoe laat het is. WordPress kent ‘themes’ (ze bedoelen: thema’s) die naar ontwerpjaar worden benoemd: twenty-eleven, twenty-nineteen, twenty-twenty enzovoort. Dus al dat getwintigtwintig in Nederland hebben we aan Trump en trawanten te danken.

Of niet? Net schreef ik nog dat wij van 1101-1999 in het Nederlands net zo goed eerst de honderdtallen uitspraken en daarna de jaargetallen onder de honderd. Kronenbourg (onderdeel van Heineken) brouwt dus zestienvierenzestig. Maar Fransen zijn net zo eigenwijs als Italianen: terwijl zij bij voorkeur seize soixante-quatre drinken, heet in het Frans dat jaartal mille six cent soixante-quatre.
In Nederland ben ik geboren in negentien(honderd)zesenveertig, in Frankrijk in mille neuf cent quarante-six en in Italië in mille novecento quarante sei. Consequent doorrekenend zouden we dus van 2001-2099 moeten spreken als tweeduizendeen tot en met tweeduizendnegenennegentig, maar daarna van 2101-2999 van eenentwintighonderdeen tot en met negenentwintig(honderd)negenennegentig, als we tegen die tijd überhaupt nog iets te zeggen hebben en er nog Nederlands bestaat.

Ik trek mijn conclusie. Zoals paus Benedictus VIII in duizendtwintig koortsachtig poogde de Byzantijnen buiten de deur te houden, hebben wij nu tweeduizendtwintig betreden om twintigtwintig buiten de deur te houden. Noem mij vijf Engelsen of Amerikanen die in hun geschiedenislessen het hebben over tentwenty of tensixtysix. Over een jaar of honderd schakelen we dan wel weer over op eenentwintig(honderd)een en zo.

Denk ik tenminste.

 

Ooohdaaah!

Ooohdaaah!

Nog even en de populariteit in Nederland van Mister Speaker John Bercow gaat die van Barack Obama overstijgen. En dat is niet te danken aan Ivo Niehe, maar aan dat ene woord waarvan hij de twee r-klanken nog niet eens uitspreekt.
Ik wil de Britten graag tot de ooohdaaah roepen met een paar onconventionele suggesties, al vrees ik dat er geen meederheid voor is te vinden.

De waarheid ligt niet in het midden, want er is geen midden. Dus passen nu draconische maatregelen.

  • De eerste suggestie is er een die wel vaker wordt gehoord: besluit tot een nieuw referendum. Daar zit wel wat in. Door de niet zo heldere vraagstelling en door de mankerende informatie en voorlichting over de te kiezen alternatieven en hun consequenties is het maar de vraag of er bij het eerste referendum in 2016 niet in hoofdzaak een beroep werd gedaan op de onderbuikgevoelens van de eilandbewoners. Bovendien is inmiddels het Britse electoraat nogal gewijzigd, vooral verjongd. Dat kan een hoop schelen. Niettemin is de verwachting dat ook een tweede referendum om en nabij de 50/50-uitslag te zien zal geven, dus de helft zit met de gebakken peren.
  • De tweede suggestie is dat de Britse regering en het parlement zonder meer besluiten dat het Verenigd Koninkrijk ‘gewoon’ EU-lid blijft. Iedereen blij, behalve de helft van de Britse bevolking. De consequenties zijn niet geheel te overzien.
  • De derde suggestie is wat drastischer, mocht de tweede suggestie onmogelijk blijken. Bercow houdt wel meer tegen. De Briste regering roept de noodtoestand uit en besluit per decreet dat het Verenigd Koninkrijk ‘gewoon’ EU-lid blijft, of er juist met welke Brexit-optie dan ook uitstapt. Democratisch gezien niet echt fraai, maar het biedt wel de mogelijkheid dat mevrouw Elizabeth nog vóór haar honderste het einde der Brexittijden mag beleven. Ook bij deze optie zal de helft der Britse bevolking woedend de straat opgaan.
  • De vierde optie klinkt bezopen, maar is dat ook. Aangezien het grootste struikelblok lijkt te liggen aan de Iers-Noord-Ierse grens, schaffen we die grens gewoon af. Noord-Ierland maakt per direct deel uit van de Republiek Ierland. Historisch gezien kun je hierover kissebissen, maar geografisch ligt het erg voor de hand. De Ieren zelf, en de katholieken in Ulster, zullen het plan met gejuich begroeten; de Orangisten in Ulster zijn furieus. En omdat die twee bevolkingsgroepen al vele jaren lang een onverzoenlijke 50/50 verhouding hebben gedemonstreerd, maakt het in feite niks uit wat je beslist, als je maar iets beslist.

Keuze te over. Ook onder de lezers van dit bericht zal de helft het volstrekte lariekoek vinden, terwijl de andere helft er wel mogelijkheden in ziet. Mij is verder uit Londen of Brussel niets gevraagd.

Wat Onze Handen Kunnen Maken

Het is zover. Het kabinet laat via een SIRE-spotje weten dat het beter is iets te repareren dan het weg te gooien en iets nieuws te kopen. Dat is niets nieuws.
In de jaren-’30 en -’40 moesten we dat noodgedwongen ook al doen, en vanaf de jaren-’60 kan ik zo een paar politieke partijen noemen die dat ook al propageerden.
Oud nieuws dus, maar ook daarvan kun je iets maken.


In slechte tijden, tijden van armoe, schaarste en ellende, tijden van economische neergang, is het een vanzelfsprekendheid. Maar dat het VVD-denken, ook al noodgedwongen, vrees ik, het klimaatbelang opeens laat prevaleren boven het economisch belang, is opvallend. In elk geval lijkt het niet in het voordeel te zijn van de VVD-minded middenstand, die nu wel opeens minder wit-, bruin- en ander goed zal kunnen slijten, terwijl ook al de kringloopwinkels de run op nieuwe artikelen aardig remmen.

Los van dat alles is het vooral een kwestie van mentaliteit, die van de wegwerpcultuur en van te zeggen dat je geen tijd (=geen zin) hebt om vuile handen te maken, of dat je doodweg de vingers en de hersens niet hebt om iets uit elkaar te schroeven en te repareren.
Ik weet dat ik van kindsaf aan leerde knutselen, schroeven, timmeren, zagen, solderen enzovoort. Daarmee deed ik kennis, vaardigheid en ervaring op, zowel met de handen als met het analyseren van problemen en zoeken naar oplossingen. Zeker nu ik sinds 1998 met een boerderij uit 1706 zit, komt mij dit uitermate goed van pas. Ik bewaar alles, gebruik in principe het liefst materialen die ik nog heb liggen en geef zo elk latje, boutje, plaatje, doosje, een tweede of derde leven.

Weggooien kan altijd nog.

Geen ramp

Deze weblog is een paar dagen uit de lucht geweest. Bij inloggen was de enige melding de beruchte HTTP 500 fout. Een ramp dreigde. Inmiddels is de situatie weer min of meer normaal, maar het had heel wat voeten in de aarde.

Aanvankelijk zocht ik de fout  bij mezelf, dat wil zeggen: ik had een update van twee WordPress-plugins uitgevoerd, waarna ik geen toegang meer had; anderen ook niet. Het lukte me niet de zaak terug te draaien of iets in codes te veranderen ter verbetering.

Ook mijn stille hoop dat het een hikje was, dat morgen wel weer over zou zijn, bleek ongegrond. En wat je dus nooit moet doen is op internet naar een oplossing voor deze fout zoeken: jij krijgt circa achtentachtig geweldige tips die succes beloven, maar het resultaat was dat nu alles overhoop lag en de site nog even onbereikbaar was. Toen maar WordPress helemaal opnieuw geïnstalleerd, maar ook dat hielp niet.

Ten einde raad Hosting2go gecontacteerd, waar ik de weblog heb ondergebracht, met de vraag of zij misschien wisten wat er aan de hand was. En zowaar: nota bene op zondagochtend kreeg ik van hen een melding dat ze een aantal codes hadden aangepast en links en rechts wat nieuwere versies hadden geïnstalleerd, waarna ik weer toegang had. Hulde voor deze host.

Gelukkig beschikte ik over een backup van de hele weblog van begin juli. Die was in een vloek en een zucht teruggezet en alle artikelen, afbeeldingen en reacties tot 4 juli waren weer in beeld.

Doordat de nieuw geïnstalleerde versie van WordPress nogal verschilt van de versie die ik sinds 2012 gebruikte, kreeg ik er een complicerende factor bij: ik moest me allerhande nieuwe mogelijkheden eigen maken, wat in ieder geval een hoop tijdverlies betekende.

Maar het lijkt erop dat alles nu weer acceptabel op de rails staat.

Geen ramp dus.

Overigens: als iemand opmerkingen/suggesties heeft bij het lezen of zoeken in de weblog, dan verneem ik dat graag. Zelf werk ik steeds op de pc met een groot scherm, maar het kan zijn dan anderen op tablet of smartphone andere ervaringen hebben die ik niet overzie. Ik hoor het graag.

Patience en dementie


Eigenlijk was het mijn plan om onder de titel
patience een mijner grootste ergernissen van het leven in Frankrijk te ventileren, maar omdat dat niet goed is voor mijn bloeddruk en hartslag bewaar ik dat tot een later tijdstip. Nu dan maar eerst iets over dat andere patience en over dementie.

Het kaartspel patience, ook als solitaire bekend staand, kun je spelen met gewone speelkaarten of digitaal op pc of laptop. Het schijnt een Europese origine te hebben ergens in de 19e eeuw.

Niet geheel ten onrechte wordt het spel in al zijn nuffigheid geassocieerd met ambtenaren of een ander soort bureaumedewerkers die hun diensttijd doden met dit spel.
Iconisch is de patience spelende zwembadmeester uit de befaamde Ohra-STER-spot met de paarse krokodil. Ik ben een fervent tegenstander van STER-reclame, maar dat neemt niet weg dat ik dat filmpje met afstand het beste vind dat er ooit op het scherm is verschenen. Dat zit hem niet in het aangeprezen product, maar in de details, de actoren meisje, moeder, badmeester, de snelheid van de opeenvolging van momenten, de camerapositie, de herkenbare irritante bureaucratie. Zelfs na 15 jaar kent meer dan de helft van alle Nederlanders het begrip “paarse krokodil“.

Het is niet dat ik mij verveel, in genen dele, maar ik speel het spel op de pc met enige regelmaat en dat heeft alles te maken met het begrip dementie.

Er is vrij veel onderzoek gedaan naar de effecten van het spel bij dementiepatiënten. Zij schijnen er zich rustiger, zekerder en prettiger bij te voelen en daarmee is het, net als muziek maken en luisteren, een van de methoden om het welbevinden van deze patiënten te bevorderen.

Veel minder is er echter te vinden over de effecten van een spel als patience/solitaire ter voorkoming van dementie. Websites die ingaan op het preventief bestrijden van dementie blijven hangen in algemeenheden, zoals veel bewegen, verantwoord eten, niet roken of drinken en aan geheugentraining doen. Veel statistiek komt daarbij niet aan bod en dat is niet zo vreemd, want het is vrijwel onmogelijk bij grote groepen mensen te testen of en zo ja wanneer zij gaan dementeren, en hoeveel later dat dan is dan wanneer zij de hele dag op hun stoel blijven zitten roken en drinken, veel vet, zout, suiker en wat al niet tot zich nemen en vooral niet naar muziek luisteren, kranten of boeken lezen, puzzels en spellen proberen, geen vreemde talen zitten te leren en geen sociale contacten onderhouden.
Maar impliciet kan uit de onderzoeksresultaten bij al wel dementerenden iets worden
afgeleid uit wat wellicht nuttig zou zijn ter voorkoming of minstens vertraging
van opkomende dementie.

Zoals gezegd speel ik veel patience omdat ik denk, zonder enige wetenschappelijke
onderbouwing, dat de benodigde vaardigheden een hersenactiviteit stimuleren die
gunstig werkt om dementie wat uit het hoofd te kunnen laten. Ik preciseer dat.

Enerzijds vergt het de vanzelfsprekende vaardigheid dat je de reeks kaarten van aas tot heer vooral in aflopende volgorde moet kennen. Dat is niet zo flauw als het lijkt: probeer het alfabet maar eens van z tot a snel op te zeggen; de meesten lukt dat niet vlekkeloos en snel. En in de klas liet ik leerlingen of studenten wel eens een reeks woorden alfabetisch sorteren vanaf de laatste letter, dus tijger komt voor leeuwmarmot zit daar tussenin en zeehond staat bovenaan. Steevast ontstond er in de groep grote onrust wegens gebleken onvermogen die omgekeerde reeks vlekkeloos te hanteren.

Naast de reeks kaarten moet je dan ook nog voortdurend rood van zwart onderscheiden, wellicht niet het grootste probleem, maar ook overzien welke kaart(reeks) je kunt verplaatsen, en eventueel of je een soort strategie moet toepassen bij het maken van keuzes.

Ik oefen daarbij bovendien twee verschillende vaardigheden. De eerste is dat ik het spel speel in de standaardvariant, dat wil zeggen met drie kaarten per keer omkeren en spelen op tijd. Om een aanvaardbaar puntentotaal te krijgen dien je dus vooral snel te handelen bij het toepassen van bovengenoemde vaardigheden.
Snelheid is dus de primaire sturende factor. Een fout maken of iets over het hoofd zien is op zich nog niet zo erg als het verspelen van seconden door de situatie lang te bekijken.
De andere variant heet bij solitaire Vegas.
Ook drie kaarten per keer, maar de optie tijd uitvinken. Je kunt dan maar
tweemaal de stapel keren en dan stopt het spel. In deze variant komt het erop
aan dat je absoluut geen fouten maakt. Doordat tijd nu geen factor is bij de te
behalen score, kun je alle aandacht schenken aan de precisie en het overzicht.
Nul fouten in plaats van één – altijd lastig.

Vermoedelijk vergen deze twee spelopties een wezenlijk verschillende hersenactiviteit, en beide lijken mij een gunstige invloed te hebben.
Een bijkomend effect is, los van de gekozen variant, dat ik mijn spelsucces kan relateren aan de mate waarin ik geestelijk fit ben, wakker, scherp. Soms merk ik dat ik voortdurend fouten maak of dingen over het hoofd zie. Dan moet ik eerst maar eens wat anders gaan doen om mijn hersens weer op de goede werktemperatuur te krijgen.

Ik ben benieuwd of er anderen zijn die op dit punt enige ervaring of overweging hebben; met name of er hersenmeesters zijn die hierover vanuit een meer wetenschappelijke benadering iets verstandigs kunnen zeggen.

Finale

Een finale is een eindspel dat je kunt winnen of verliezen. Scherper gezegd, om het sentiment rond finalewedstrijden bij ijshockeytoernooien te citeren: “You lose the gold, but you win the bronze“. Ik ga voor brons, want ik ben een slecht verliezer.
In november 2012 begon ik met het publiceren van mijn weblog. Inmiddels staat de teller op 343 artikelen en 377 reacties. Het is een mengeling van feiten en meningen, ernst en luim, ver- en bewondering, humor en wetenschap, ergernissen en voorliefdes.

Natuurlijk was het mijn opzet mijn bevindingen en opvattingen, luchtig, maar vaker kritisch, kenbaar te maken aan wie ze wilden lezen of niet. Over taalkunde, politiek, films (alleen de betere, niet van die bagger uit Amerika, dus alleen met name  Spaanse, Duitse en vooral Italiaanse, d.w.z. Pasolini), jeugdherinneringen, muziek, de Abdij van Beaulieu, sport, literatuur, verkeer en vervoer, Sint Sebastiaan, het leven op het Franse platteland met al het bijbehorende verbouwen in huis en op het land, een aantal necrologieën,… In die zin heeft het ook wel gefunctioneerd, denk ik.

Jammer genoeg loopt soms een project stuk of spaak, of vertraging op, maar dat is een ernstig en verwerpelijk zeugma. Sorry.

Zo ligt mijn bemoeiing met Beaulieu  (zie beaulieu-1-van-vele voor het eerste bericht uit de reeks van vijf artikelen) al ruim een jaar stil, eigenlijk alleen doordat de Amerikaanse mevrouw wier eigendom het hele domein is, al die hele tijd niets meer van zich laat horen, niet reageert op mijn vele (aangetekende) brieven en mails, en doordat de gendarmerie mij op het hart drukt dat ik zonder door haar geschreven en geauthentificeerde uitdrukkelijke toestemming het terrein niet mag betreden, laat staan er werk verrichten of spullen in veiligheid brengen. Misschien is ze wel dood, of laat ze de boel de boel. Dat anderen intussen ongehinderd naar binnen kunnen en de halve kiet leegroven, is kennelijk geen bezwaar.

Ook mijn jongste project zit in de ijskast, zo het geen diepvries wordt. Ik ben halfweg met het schrijven van een omvangrijke studie waarin ik de parallellen beschrijf tussen Pasolini’s laatste twee films. De meeste van de 28 aspecten van die overeenkomsten heb ik al af, maar ik kan niet verder zonder diepgaande medewerking van het Centro Studi-Archivio Pasolini in Bologna voor tekstmateriaal en foto’s. Na hun aanvankelijk enthousiaste reacties hoor ik opeens al een tijdje niks meer.

En tot nu toe buiten de weblog om ligt mijn taalwetenschappelijk artikel over het verschil tussen ‘geven’ en ‘nemen’, met al zijn consequenties voor het voorzetselgebruik, al circa twee jaar op de plank te verstoffen. Ondanks de hulp van de universiteiten van Leiden en Gent lukt het me nog steeds niet een paar weken achtereen ongestoord te kunnen werken aan een drastische revisie van mijn concepttekst.

Een achterliggend doel van mijn weblog was van meet af aan ook om te dienen als een steeds aangroeiend archief en als documentatiemateriaal voor eigen behoef, zeg maar als mijn testament. Niet het echte natuurlijk, want dat ligt te bestemder plekke veilig opgeslagen, samen met mijn NVVE-wilsverklaring. En mocht de natuur mij te vlug af zijn, ook goed. Aisi soit-il. Maar wel als een scala van blijken van de veelzijdigheid die kenmerkend is voor een docent Nederlands.

Ik doe bar weinig dingen zo maar, of per ongeluk. Niks geen niemendalletjes. Ik ben geen vermakelijkheidsinstelling. Veel van mijn woorden, zinnen, artikelen bevatten dubbele bodems en vereisen meervoudige lezing. Simpel voorbeeldje: mijn beeldmerk (niet: logo, want een logo bevat de bedrijfsnaam; ‘logoV‘ betekent ‘woord’) dat hier bovenaan staat afgebeeld, en tevens de vaste achtergrond van al mijn artikelen vormt en van mijn visitekaartje, kun je van twee kanten bekijken: kantel je je hoofd een klein beetje naar links, dan heb je de horizontale Franse tricolore blauw-wit-rood; kantel je je hoofd meer naar rechts, dan staat er de verticale Nederlandse driekleur rood-wit-blauw. Maar nog steeds weet niemand waar ik het concept vandaan heb. Het is uit het Parijse Musée d’Orsay, en daar is lang aan gewerkt.

Vasthoudend ben ik wel, zo nodig met het geduld van een katachtig roofdier dat op zijn prooi loert: ik ben weinig toeschietelijk als het gaat om irritante taalfouten, of als ik mij erger aan de manier waarop wij allen door slinkse, infantiele reclame en asocial media worden besodemieterd en uitgebuit, of als ik dreig te worden meegezogen in modieuze, soms hufterige hypes waar velen als kippen zonder kop achteraan hollen, zoals bijvoorbeeld het wurgende en mensonwaardige neo-puritanisme.

Ook blijf ik mij met kracht verzetten tegen kwebbelboxen als whatsapp en twitter. Als je al meent iets de wereld kond te moeten doen, denk dan eerst eens rustig na over een passende en gepaste inhoud en over een daarbij behorende passende en gepaste taalvorm in hele, correcte, Nederlandse zinnen. Dus zonder kretologie en luchtbellen en beweringen waarvan je zelf de waarheid en werkelijkheid niet onomstotelijk kunt aantonen. Daarmee voorkom je oeverloos gezwets en zweefgezwatel en taalverloedering en vertrossing van ons denken. Veel berichten winnen aan kracht en informatieve waarde als je er eerst eens een nachtje over hebt geslapen. Soms wel twee.

En ik ben niet, in ieder geval niet meer, in de race om ongetwijfeld met goede bedoelingen verstrekte adviezen te aanhoren, al dan niet van medische zijde, die mij, voor mijn gezondheid en onbezorgde oude dag (vertel dat het ABP maar), achter de geraniums willen opbergen, mij van de genietingen des levens te laten beroven en mij op een dieet van worteltjes en sla als een konijn te laten vegeteren, mij 2x daags door de ADMR-dames op staatskosten te laten wekken, douchen, aankleden, die de vloer voor mij aanvegen, de kat te eten geven, wekelijks de vuilnisbak aan de stoeprand zetten en de 18 bellen als ik dat zelf niet meer kan of hoef. Evenmin, in ieder geval niet meer, om als een soort horecabedrijf jan en alleman hier gastvrij te onthalen die ‘toevallig’ en route toch net in de buurt is en zich ongevraagd een gratis diner, overnachting en ontbijt laat welgevallen. Ik ben geen sociale instelling. Net als met eten ben ik kieskeurig in mijn uitnodigingen en er zijn er genoeg die ik liefheb, met een sociale instelling.
Anderen kunnen terecht bij Au Lion d’Or = Au lit on dort of bij Het Hijgende Hert.

Waar ik mij verder mateloos aan erger of van walg:

  • honden;
  • bekrompen dorps- en boerenmentaliteit;
  • schurkenstaten als de USA en Israel en nog zo’n paar;
  • vis en kip (“geen veren en geen schubben“);
  • een automobiel van Japanse makelij (geldt voor mijn hele familie; zie het begin van mijn automobielshow);
  • ja zeggen en nee doen;
  • injecties;
  • de vernietiging van de PSP;
  • inhalende vrachtauto’s en caravans en sommiger mensen rijgedrag (niet uitsluitend vrouwen en bejaarden);
  • mensen die medelijden hebben met mensen die anders denken.

En valt er misschien dan ook nog wat positiefs te melden? Wel zeker:

  • van al mijn gezondheids-/ouderdomskwalen zijn er inmiddels enkele afdoende gerepareerd, andere onder controle en een paar nog te bevechten;
  • in 2019 zijn er in huis enorme stappen gezet met uiterlijk, comfort, isolatie en verwarming;
  • ook in 2019 belooft er een goede oogst aan te komen, kruiden, groenten, aardappelen, alleen wat minder fruit, schijnt het;
  • het aantal goede contacten dat ik heb en weet te onderhouden, met sommigen al meer dan 60 jaar lang, is uitermate bemoedigend;
  • dankzij mijn voortreffelijke camera heb ik hier in de buurt tussen 2017 en 2019 de schoonheid van het verval (“La beauté du délabrement“) in een fotoreeks kunnen vastleggen; gebouwen, landschappen, vervoer…; omdat het mp4-bestand van 8½ minuut te groot is, ± 265 Mb, heb ik het op youtube gezet. Bekijk het HIER, maar alleen op een groot scherm; op zo’n lullig minuscuul telefoonschermpje blijft er noch van de schoonheid, noch van het verval weinig over, en evenmin van de Vexations van Erik Satie die ik eronder heb gezet –  zonde van al het werk dat ik erin heb gestoken;
  • elke dag leer ik weer wat bij.

Voor de goede orde: reacties op dit artikel stel ik niet op prijs. Gelezen of ongelezen bereiken ze linea recta hun finale bestemming in het ronde archief. Ze worden hoe dan ook niet gepubliceerd.

Ik heb gezegd. Ik ga voor brons.

Savigny

Wie, om aan de hitte in Nederland te ontsnappen, naar de Spaanse costa’s reist, en dat niet per vliegtuig doet, passeert normaal gesproken op korte afstand een alleraardigste plaats in de Haute-Marne: Savigny (52500). Niet zozeer omdat die plaats slechts rond de 60 inwoners telt, maar wel omdat zich daar een heus Château bevindt dat een bezoek alleszins rechtvaardigt.

In feite omvat het domein twee gebouwen: het 19e-eeuwse Château Le Bocage en het 200 jaar oude jachtslot St.-Hubert, alles gesitueerd op een prachtig, uitgestrekt park. Het geheel heeft uiteenlopende bestemmingen: je kunt er overnachten (individueel of met een groep van max. 50 personen, de architectuur en natuur bewonderen, ontspannen, sporten, aan zweverige dingen doen, en gedurende juni-augustus 2019 een expositie bewonderen van Art au Vert, een kunstenaarscollectief uit de wijde omtrek, dat nu al voor de achtste keer de poorten opent voor een gratis bezoek. Elke zondag van 11-18 uur betreft dat een overzichtstentoonstelling in het kasteel van Savigny, terwijl in de weekenden van 6-7 juli en 17-18 augustus de deelnemende artiesten hun eigen ateliers openstellen.

De hier afgebeelde folders en de website www.lebocage.nl geven verdere uitgebreide informatie. Direct boeken via de site lijkt niet mogelijk te zijn.

Een paar correcties zijn wel op hun plaats. Het informatiemateriaal is nogal verouderd. Zo bestaat de genoemde regio Champagne-Ardennes al sinds begin 2016 niet meer en heet nu, samen met Lotharingen en de Vogezen de regio Grand-Est. De in de folder genoemde prijs van € 35,00 pp/pn is wat optimistisch geschat: een (minimaal vereist) verblijf van 2 nachten voor twee personen komt via Tripadvisor op € 1.961,00 waarbij niet is vermeld of daarbij ontbijt is inbegrepen. Wel is er gratis wifi. Bezoek je alleen de gratis expositie, dan kun je vervolgens elders in de omtrek zeker tien keer goedkoper overnachten.

Verder barst de uit 2017 stammende website van de taalfouten (bijvoorbeeld “Klik om cookies te accepteren deze inhoud te activeren“; “Leylijnen” die een regel later opeens foutief “leilijnen” heten; onjuistheden in de eigen adresgegevens, &c).

En ten slotte: de Bocagisten kunnen er ook niks aan doen dat het openbaar vervoer in Frankrijk zo belabberd is, maar dat rechtvaardigt nog niet de in de folder aangegeven reisroutes en afstanden met ontoelaatbaar optimisme te afficheren. Parijs-Savigny is per auto niet de genoemde 220 km (en al zeker niet via de A4), maar ±330 km (snelste route via de A5 en de N19), Langres niet 28, maar minstens 34 km, en van het dichtstbijzijnde treinstation Culmont-Chalindrey is het niet de vermelde 15 km, maar 23 km lopen naar Savigny, want busvervoer is niet voorhanden.

Neemt allemaal niet weg dat Château Savigny en het hele domein eromheen een prachtig voorbeeld is van veelzijdige rijkdom in een nog niet door toerisme geteisterde Haute-Marne. Je moet de gegeven foute/misleidende beschrijvingen maar voor lief nemen, maar eenmaal daar gearriveerd zul je niet teleurgesteld zijn.

 

Perfecte timing

E.Leclerc, de supermarktketen die nooit te beroerd is om ergens een slaatje uit te slaan, vooral uit de consument, heeft oog voor de perfecte timing: voor een kleine duizend euro (vanaf prijs, maar reken maar op veel en veel meer; zie alle kleine lettertjes) kun je nu of nooit profiteren van hun zonovergoten vakantie naar Sri Lanka met als extra attractie
OFFRE CHOC ~
Gaat dat zien en beleven!
Stel het niet uit! Doe het nu! Het is eens en daarna nooit meer!

 

Beste PVV-spot ooit

Hoera. De PVV is erin geslaagd een tv-spot te produceren die ik met afstand de beste ooit vind. Hij is nu uitgezonden in de aanloop naar de Provinciale-Statenverkiezingen van 20 maart.
Wilders kon het niet beter treffen. Helmond. Regen. Provinciaal. Dranghekken. Daar kan geen Rutte tegenop. “Een hele goede morgen!“, zou Buma zeggen.

Zo te zien is het spotje opgenomen in Helmond (“Gerard van Hal Fotografie, Kerkstraat, Helmond”; is dat gewenste en toelaatbare sluikreclame? Komt wel erg vaak prominent in beeld. Van Hal staat er fraai op!), modelgemeente voor Heel Blank Nederland. Nu alleen nog dat irritante getetter van de Fatih Moskee aldaar langs de Deurneseweg het zwijgen opleggen. Maar het allermooiste eraan is dat er geen woord in wordt gesproken. En dat is veelzeggend, want zwijgen is goud. Slaan zijn traditionele frasen niet meer aan? Is hij met stomheid geslagen? Willen de massaal toegestroomden (er is immers tv bij, en veel politie!) er geen woord meer van horen?

De spot zit geraffineerd in elkaar. In beeld, met een al even nietszeggend deuntje als achtergrondmuziek, zien we voor 83% zenuwachtig om zich heen spiedende beveiligers. Verder veel zwijgende passanten. Ook veel kinderen, want die kunnen het weten, die een bord STEM RUTTE WEG omhoog houden, liefst op papa’s brede schouders gehesen. Ook vaak het Hoofd van Wilders, meestal van achteren, opdat wij de Boze Burgers recht in de ogen kunnen kijken van wie hij het moet hebben. Behalve natuurlijk als ze, om de door de PVV aangejaagde vanzelfsprekende (dus: verzwegen) eenheid tussen autochtonen en allochtonen te benadrukken: van allerhande komaf, een selfie willen maken en dan dezelfde geforceerde lachende pose aannemen als hun favoriete partijleider. Daarmee sniert hij in één klap Denk en Baudet van de buis. Best gevaarlijk: er hoeft er maar één idioot tussen te lopen die zwavelzuur uit zijn nepsmartphone kan laten spuiten; dan zijn al die kostbare beveiligingsmaatregelen voor nop geweest en is het land in rep en roer. Van jong tot oud; van nietsvermoedende peuter tot gekorte bejaarde, van blanke borst “die met eeuwenlang KEIhard werken Nederland groot heeft gemaakt” tot de meest verwenste kutmarrokaan die hier helemaal niet thuishoort. Mag ik u even spreken?
En ter afsluiting de Nederlandse driekleur in beeld: Rood: STEM 20 MAART. Wit: een verregende capuchon van een kleuter op Geerts afhangende schouder. Blauw: STEM PVV. 

STEM RUTTE WEG, het provinciale thema bij uitstek, te beginnen in Brabant. Maar ja, andere partijen gaan voor niets minder, en dus weet nu nog haast niemand hoe het provinciaal bestuur eruit ziet en wat het doet; en dus gaat wederom de helft maar niet naar de stembus. En al helemaal niet voor de Waterschapsverkiezingen. Niet in Helmond. Niet in de regen. Het grote zwijgen tot in het stemhokje.

Omdat geen hond natuurlijk naar de uitzending heeft gekeken, heb ik die maar op YouTube gezet.
Zonder stemadvies mijnerzijds. Ik mag niet eens stemmen.