All my loving

In vervolg op mijn vorige bericht waarin ik onderaan aandacht besteed aan The Beatles en de twee anthologie-uitzendingen van France Musique wil ik hier een toevoeging plaatsen. Het gaat om een vierstemmig arrangement van All my loving dat Bernard Huijbers rond 1965 maakte en dat ook daadwerkelijk is uitgevoerd, maar ik mis allerhande gegevens daarover.
Vandaar mijn vraag naar verdere informatie.

Niet alleen bij de toen 16-jarige jeugd sloeg de muziek van The Beatles in als een bom, ook sommige volwassenen raakten erdoor geboeid. Zo ook onze koordirigent en componist Bernard Huijbers S.J. die zonder enige aanwijzing vooraf, en zonder enige toelichting achteraf, opeens kwam aanzetten met een a capella zetting van dit lied. Bernard Huijbers S.J., toch in hoofdzaak de muzikale brug waarover Huub Oosterhuis zijn teksten tot den volke kon voeren, maar die ons als koorleden helaas zelden of nooit tekst en uitleg gaf; Bernard Huijbers, die eerder al, rond 1960 even buiten het liturgische pad was getreden met zijn Muzeldicht en met Mozarts d’Bäurin hat Katz verlor’n, legde nooit uit waarom, en wat de muzikale of tekstuele achtergrond was van wat hij ons instudeerde. Jammer van die vele gemiste kansen.
En toen was er opeens All my loving. De cultuurshock was tot in het patershuis doorgedrongen. Waarom, wanneer precies? Ik weet het niet. Zelfs weet ik bij nader inzien niet eens of, en zo ja hoe vaak het is uitgevoerd.

Het enige bewijs dat ik heb, is dat ik de baspartij nog grotendeels in mijn hoofd heb zitten. Na zovele jaren laat mijn absoluut gehoor mij in de steek, maar ik schat dat het stuk in E groot was, zoals ook het origineel van The Beatles. Gelet op het bereik van de doorsnee bas kan ik er niet ver naast zitten. Van de alt- en tenorpartij weet ik helemaal niets meer.
Ik blijf dus zitten met de vraag of er misschien iemand is die zich dit arrangement herinnert, er een partituur van heeft of over andere relevante informatie beschikt.
Ik zou dat graag vernemen.

Er speelt daarnaast nog wel iets anders. Bernard trad in 1975 uit de orde. In de jaren ervoor, kan ik uit mijn vele contacten met hem vanaf 1959 opmaken, keek hij bij tijd en wijle al naar een amoureuze toekomst. Zeker weet ik dat (omdat hij mij dat ooit persoonlijk heeft bekend in zijn latere woonplaats Espeilhac) speelde dat heel sterk toen hij in 1973 de muziek componeerde bij Oosterhuis’ tekst “Delf mijn gezicht op, maak mij mooi. Wie mij ontmaskert, zal mij vinden. Ik heb gezichten, meer dan twee…“. Het was alsof Bernard zich in die tekst herkende. Van daaruit is een tekst als “Close your eyes and I’ll kiss you, tomorrow I’ll miss you… All my lovin’ I will send to you” niet echt een verrassing meer te noemen. Als het hem louter om de (Beatle-)muziek te doen was geweest, had hij misschien nog wel mooiere koorarrangementen kunnen maken van Yesterday of Michelle. Maar nogmaals: Bernard heeft mij dat nooit verteld, dus het blijft mijn eigen interpretatie.

Neemt niet weg dat mijn vragen overeind blijven. Graag dus wat aanvullende informatie.

Hans Kraan 1948-2019

Bijna zestig jaar vriendschap en trouw, dan valt het afscheid zwaar.
Op 26 september overleed Hans Kraan, met wie ik vanaf klas Gym-Ib 1960-1961 van het Ignatiuscollege zo veel en zo lang heb opgetrokken. Het ging al een jaar of wat fysiek niet goed met hem. Aanvankelijk waren de klachten vaag, later werd de oorzaak steeds duidelijker. Een kort ziekenhuisverblijf in april/mei 2019 leek het tij nog te kunnen keren, maar na enige maanden was de situatie uitzichtloos.

Op school was Hans een altijd vrolijke, optimistische knul met wie je geen ruzie kon krijgen, maar met wie je, integendeel, altijd ontzettend veel lol beleefde. In en om school, op het RKAVIC-voetbalveld, hier in 1963: Hans en ik waren de links- en rechtsbuitenbeentjes, hij vooraan links op de foto en ik rechts; op straat bij ons thuis, altijd leuk en opgewekt.

In 2000 is Hans nog een paar dagen in Rosoy op bezoek geweest. Zijn geopperde voornemen om met de scooter te komen, kon ik hem gelukkig uit het hoofd praten. In plaats daarvan haalde ik hem vanuit Boxmeer in Maastricht met de auto op. Oeverloos veel gedaan, bekeken en vooral gepraat, tot diep in de nacht. Open en eerlijk, veelzijdig en mateloos geïnteresseerd in zowat alles.
Voor de rest bestonden onze contacten voornamelijk uit vele mails en nog veel meer telefoongesprekken, waarvan de meeste de 60 minuten ruimschoots overschreden, en ik vrees dat ons 24-uursmenu van veel drank en sigaretten die gesprekken wel steeds op een hoger niveau tilden. Ik besef overigens dat het hodie mihi, cras tibi daarbij ook een akelig reliëf krijgt.

Vanaf 2014 was Hans een van de aanjagers van de jaarlijkse klassereünie van Gym-Ib 1960-1961. Samen met de andere vier leden van deze bende van vijf, Kees, Huub, Michel en ik, zocht hij naar een geschikte locatie en invulling en de nodige mail- en telefooncommunicatie om iedereen erbij te betrekken. Die eerste keer bezochten we de gebouwen van ons Ignatiuscollege; op de groepsfoto Hans staande als vierde van rechts. Tot en met dit jaar 2019 is dat steeds rimpelloos en drukbezocht verlopen. We raken nog steeds niet uitgepraat met elkaar, zeker als je anderen zo lang niet hebt gezien of gesproken, en met Hans erbij al helemaal niet, want die hield bij die gelegenheden de conversatie naar vorm en inhoud altijd wel op boven Amsterdams Peil. Jaar op jaar is bevestigd wat een hechte en geweldige klas er is gevormd op het IG in het schooljaar 1960-1961.

Begin mei zocht ik, samen met Huub, Hans nog op in het OLVG waar hij enige weken moest verblijven (“Het eten is niet te vreten hier“, maar de waarheid gebiedt te zeggen dat door zijn ziekte hem elke eetlust ontbrak). Wel deed hij er alles aan om bij de reünie van half mei 2019 aanwezig te kunnen zijn, hetgeen hem wonder boven wonder nog gelukt is ook.

Tijdens zijn uitvaart op 1 oktober op de Ooster Begraafplaats heb ik het woord mogen voeren, namens mezelf, namens de klas. Daarvan waren elf klasgenoten aanwezig; enkelen waren verhinderd vanwege het boerengedoe op het Malieveld, een paar anderen verbleven in het buitenland.
Ik spitste mijn verhaal voornamelijk toe op twee onderwerpen: mijn laatste contacten met Hans in september 2019 en de fameuze fietstocht door Zuid-Engeland die onder anderen Hans en ik gedurende 23 dagen in augustus 1964 maakten en waarbij hij vlak voor het einde zijn 16e verjaardag vierde.

Het eerste onderwerp was vrij lastig. Begin september belde Hans mij op omdat hij kort daarvoor het ultieme slechtnieuwsgesprek met de behandelende arts had gehad. Tijdens dat gesprek schijnt hij te hebben gezegd: “Dan had ik maar geen mens moeten worden“; typisch Hans, ook al is het slechts buitenkant. Hij vroeg mij onder meer wat hij het beste kon doen met zijn uitgebreide en gevarieerde collectie boeken, waarover ik met hem nog enige tijd heb gepraat. Een week daarna voerden wij ons laatste telefoongesprek, vlak na het weekend waarop het Nederlands Elftal van Estland en Duitsland had gewonnen. Ik vroeg hem of hij nog naar Duitsland-Nederland, 2-4, had gekeken. “Wat dacht je?“, zei hij opgewekt, “Het dak ging eraf bij ons“. Best link, als je in Kruitberghof woont.
Het werd een lang gesprek, maar niet langer dan een uur, zoals dat daarvoor steeds  schering en inslag was. Het werd een mengeling van onbekommerde lol en lastige gelatenheid. “Weet je wat jij moet doen, Hans? Regel het zo dat je Nederland nog Europees Kampioen ziet worden, komende zomer. Hij: “Dan wacht ik liever tot Ajax de Champions League wint”.
Ok”, zei ik, “whichever comes first, maar zorg wel dat je het meemaakt”.
Ik zal mijn best doen”, beloofde hij, maar het waren zijn laatste woorden tegen mij.
In al die vele jaren heeft onze Ajax-Feyenoord-tegenstelling op geen enkel moment tot ook maar één frictie geleid, zo diep en fanatiek als die clubliefde zat en zit. Alleen over MVV waren we het altijd eens, dat die maar weer gauw in de eredivisie moesten komen, al hadden wij daarvoor uiteenlopende argumenten. Als Hans en ik al eens over iets van mening verschilden, dan konden wij uitstekend polderen om er lachend uit te komen.
Op 18 september heeft hij nog gemaild over het IISG, dat ik hem had aangeraden voor een specifiek deel van zijn boeken. Daarna bleef het stil.
Verder zijn het van de klasgenoten vooral Kees en Huub geweest die Hans tot het einde toe met raad en daad hebben bijgestaan. Ik weet dat Hans dat heel erg heeft gewaardeerd.

Het tweede onderwerp was de fietstocht door Zuid-Engeland in augustus 1964 (zie daarvoor ook https://nardloonen.nl/2012/11/29/7-sacramenten-1959-1966-57/ bovenaan).
Met z’n vijven, Hans, Hugo, Leo, Carlo en ik, hadden met medewerking van Ted de Cloet, onze leraar Engels, een fraaie route uitgestippeld die ons langs onder meer Dover, Hastings, Chichester, Winchester, Salisbury, Stonehenge, Oxford, Londen en Canterbury zou voeren, 1235 kilometers in totaal. Hier staan wij gevijven keurig in balans na aankomst in Dover.

Alles was tot in de puntjes verzorgd: een routeboek met alle afstanden en overnachtingsplaatsen, jeugdherbergen gereserveerd en bevestigd (ook om de ouders gerust te stellen; wij waren toen zo rond de 16); een groot aantal niet-te-missen bezienswaardigheden genoteerd, zoals hiernaast een bezoek aan Chichester Cathedral, waar wij warm werden ontvangen door Walter Hussey, the Dean of Chichester; vlnr. ik, Leo, Walter Hussey, Hans, Hugo.
Vooraf waren alle kleren keurig gewassen, gestreken, gevouwen en logistiek verantwoord in de fietstassen gepropt; de fietsen opgepoetst, gecontroleerd en gesmeerd, wat voor Hans al helemaal geen probleem was, want zijn vader was fietsenmaker. Er kon niks meer misgaan.
1235 kilometer in totaal, maar na amper 70 kilometer, nog voor Dordrecht, was het uitgerekend Hans van wie de voorvork brak. Wij in onaangenaam verraste paniek. Zou de hele reis al op dag één in duigen vallen? Hans was de enige die er de humor wel van inzag. Hoe we het hebben geflikt, staat mij niet meer goed bij, maar we vonden in het nabije dorp een smid die het zaakje vakkundig heeft gelast, en voor de rest van de reis hebben we totaal geen materiaalpech meer gehad.
Die reis, nog steeds voor in het geheugen van ons allemaal, had nog een onverwacht geweldig positieve bijkomstigheid. The Beatles, die net anderhalve maand tevoren hun eerste optreden in Nederland hadden gehad, in Treslong te Hillegom voor de VARA, waren met hun onstuitbare opmars begonnen en dat was in Engeland goed te merken. Overal, in alle pubs, restaurants, jeugdherbergen, op straat, schalde hun muziek uit de luidsprekers. Wij vonden het geweldig en Hans nog wel het meeste. Die bleef ook lang een idolaat bewonderaar van die vier Liverpudlians. Het maakte de reis nog boeiender en succesvoller.

Toeval bestaat niet. Maar op 26 september reed ik terug van Boxmeer naar Rosoy. Ik was net de Luxemburgs-Franse grens gepasseerd op het moment van zijn overlijden, maar dat wist ik toen nog niet. Ik stemde de radio af op France Musique, zeg maar de Nederlandse radio 4, waar kort daarvoor een anderhalf uur durende special over The Beatles was gestart, deel 1 van een tweeluik, over hoe zij de historische brug vormden tussen de klassieke muziek en de popmuziek. Het was die dag precies 50 jaar geleden dat Abbey Road was uitgekomen.

’s Avonds thuis, toen de mail en de voice mail mij het schokkende, maar onverbiddelijke bericht hadden gemeld, heb ik een deel ervan gedownload ter afsluiting van mijn woorden tijdens de uitvaart. Let it be in een barokuitvoering à la Händel of Bach op klavecimbel, gearrangeerd door de Deense klavecinist Anders Danman, speciaal voor Hans. In onze ogen en ervaring was Hans een held, aan wie we nog heel lang met heel veel genoegen zullen terugdenken, zeker ik, na bijna 60 jaar vriendschap en trouw.
Terwijl die muziek klonk, legden de vier nog overgebleven reisgenoten vijf rozen op de kist, voor elke Engelandvaarder eentje, om Hans een goede reis te wensen, waarheen die ook moge voeren. “Want, Hans“, zo besloot ik mijn bijdrage, “When you find yourself in times of trouble, let it be”.

Onlangs nog mailde een klasgenoot: “Wat de Beatles betreft, dat is een schot in de roos. Hans was weg van hen. En niet alleen vanwege hun muziek. Ik herinner me nog dat ik in de vijfde of de zesde gym een tijdje naast hem in de klas heb gezeten. Ik kon toen goed zien hoe hij tijdens minder boeiende lessen Beatle-teksten zat uit te schrijven op een blocnote of in een schrift. Daar was hij steeds ijverig mee bezig. Blijkbaar herkende hij van alles in die teksten.

In de dagen erna heb ik beide uitzendingen van France Musique gedownload, elk bijna anderhalf uur lang. Zij vormen een prachtige hommage aan The Beatles, maar meer nog dan dat, zij geven inzicht in de enorme waarde van hun muziek. De uitzendingen zijn uiteraard in het Frans. Een uitnemend moment om je Frans weer eens wat op te poetsen, al zij gezegd dat meer dan de helft van de uitzendingen uit muziekvoorbeelden bestaat. Zolang  de site van France Musique  beide delen nog online heeft staan, kun je ze beluisteren op:
Deel 1 (26 september): https://www.francemusique.fr/emissions/arabesques/abbey-road-a-cinquante-ans-les-beatles-et-la-musique-classique-1-2-75917
Deel 2 (27 september): https://www.francemusique.fr/emissions/arabesques/abbey-road-a-cinquante-ans-les-beatles-et-la-musique-classique-2-2-75939
Wie de door mij gedownloade opnamen wil hebben, kan mij ook even mailen. Dan stuur ik ze als wav-bestand per wetransfer toe (samen ± 2Gb). Het op 1 oktober gespeelde barokke Let it be vind je in de uitzending van 26 september rond minuut 66.

Daags voor de uitvaart heb ik namens de bijna voltallige klas bijgaande advertentie in De Volkskrant geplaatst. Als motto daarboven staat Beter dan Elckerlyc. Hans en ik, beiden neerlandici, snappen dat wel. “Den spyeghel der salicheyt van Elckerlyc” is een moraliteit, een Middelnederlands allegorisch toneelstuk uit circa 1470 dat gaat over Elckerlyc, lees: Jan en alleman, die met één been in het graf staat en dan merkt dat, nu hem de dood is aangezegd, al zijn aardse waarden hem in de steek laten. Gezelschap, Familie, Vrienden, Bezittingen, zij weigeren hem te vergezellen. Alleen de Deugd is bereid tot in de dood bij hem te blijven.
Ik denk dat Hans het er dus beter heeft afgebracht. Niet alleen dat wij hem met z’n allen, familie, klasgenoten, vrienden, zelfs mede-Ajaxfans, tot het uiterste hebben begeleid. Ook zullen wij zorgen dat zo veel mogelijk van zijn ondernomen literair-maatschappelijke studies, onaf, maar stevig in de steigers, niet verloren zullen raken. Ook zullen de klasgenoten, ik graag voorop, de onschatbare waarden van wat wij met Hans hebben meegemaakt en ervaren, nog in grote dank blijven meevoeren.


Deze bijdrage is een aangepaste en sterk uitgebreide versie van mijn woorden tijdens de uitvaartplechtigheid op 1 oktober jl.


Finale

Een finale is een eindspel dat je kunt winnen of verliezen. Scherper gezegd, om het sentiment rond finalewedstrijden bij ijshockeytoernooien te citeren: “You lose the gold, but you win the bronze“. Ik ga voor brons, want ik ben een slecht verliezer.
In november 2012 begon ik met het publiceren van mijn weblog. Inmiddels staat de teller op 343 artikelen en 377 reacties. Het is een mengeling van feiten en meningen, ernst en luim, ver- en bewondering, humor en wetenschap, ergernissen en voorliefdes.

Natuurlijk was het mijn opzet mijn bevindingen en opvattingen, luchtig, maar vaker kritisch, kenbaar te maken aan wie ze wilden lezen of niet. Over taalkunde, politiek, films (alleen de betere, niet van die bagger uit Amerika, dus alleen met name  Spaanse, Duitse en vooral Italiaanse, d.w.z. Pasolini), jeugdherinneringen, muziek, de Abdij van Beaulieu, sport, literatuur, verkeer en vervoer, Sint Sebastiaan, het leven op het Franse platteland met al het bijbehorende verbouwen in huis en op het land, een aantal necrologieën,… In die zin heeft het ook wel gefunctioneerd, denk ik.

Jammer genoeg loopt soms een project stuk of spaak, of vertraging op, maar dat is een ernstig en verwerpelijk zeugma. Sorry.

Zo ligt mijn bemoeiing met Beaulieu  (zie beaulieu-1-van-vele voor het eerste bericht uit de reeks van vijf artikelen) al ruim een jaar stil, eigenlijk alleen doordat de Amerikaanse mevrouw wier eigendom het hele domein is, al die hele tijd niets meer van zich laat horen, niet reageert op mijn vele (aangetekende) brieven en mails, en doordat de gendarmerie mij op het hart drukt dat ik zonder door haar geschreven en geauthentificeerde uitdrukkelijke toestemming het terrein niet mag betreden, laat staan er werk verrichten of spullen in veiligheid brengen. Misschien is ze wel dood, of laat ze de boel de boel. Dat anderen intussen ongehinderd naar binnen kunnen en de halve kiet leegroven, is kennelijk geen bezwaar.

Ook mijn jongste project zit in de ijskast, zo het geen diepvries wordt. Ik ben halfweg met het schrijven van een omvangrijke studie waarin ik de parallellen beschrijf tussen Pasolini’s laatste twee films. De meeste van de 28 aspecten van die overeenkomsten heb ik al af, maar ik kan niet verder zonder diepgaande medewerking van het Centro Studi-Archivio Pasolini in Bologna voor tekstmateriaal en foto’s. Na hun aanvankelijk enthousiaste reacties hoor ik opeens al een tijdje niks meer.

En tot nu toe buiten de weblog om ligt mijn taalwetenschappelijk artikel over het verschil tussen ‘geven’ en ‘nemen’, met al zijn consequenties voor het voorzetselgebruik, al circa twee jaar op de plank te verstoffen. Ondanks de hulp van de universiteiten van Leiden en Gent lukt het me nog steeds niet een paar weken achtereen ongestoord te kunnen werken aan een drastische revisie van mijn concepttekst.

Een achterliggend doel van mijn weblog was van meet af aan ook om te dienen als een steeds aangroeiend archief en als documentatiemateriaal voor eigen behoef, zeg maar als mijn testament. Niet het echte natuurlijk, want dat ligt te bestemder plekke veilig opgeslagen, samen met mijn NVVE-wilsverklaring. En mocht de natuur mij te vlug af zijn, ook goed. Aisi soit-il. Maar wel als een scala van blijken van de veelzijdigheid die kenmerkend is voor een docent Nederlands.

Ik doe bar weinig dingen zo maar, of per ongeluk. Niks geen niemendalletjes. Ik ben geen vermakelijkheidsinstelling. Veel van mijn woorden, zinnen, artikelen bevatten dubbele bodems en vereisen meervoudige lezing. Simpel voorbeeldje: mijn beeldmerk (niet: logo, want een logo bevat de bedrijfsnaam; ‘logoV‘ betekent ‘woord’) dat hier bovenaan staat afgebeeld, en tevens de vaste achtergrond van al mijn artikelen vormt en van mijn visitekaartje, kun je van twee kanten bekijken: kantel je je hoofd een klein beetje naar links, dan heb je de horizontale Franse tricolore blauw-wit-rood; kantel je je hoofd meer naar rechts, dan staat er de verticale Nederlandse driekleur rood-wit-blauw. Maar nog steeds weet niemand waar ik het concept vandaan heb. Het is uit het Parijse Musée d’Orsay, en daar is lang aan gewerkt.

Vasthoudend ben ik wel, zo nodig met het geduld van een katachtig roofdier dat op zijn prooi loert: ik ben weinig toeschietelijk als het gaat om irritante taalfouten, of als ik mij erger aan de manier waarop wij allen door slinkse, infantiele reclame en asocial media worden besodemieterd en uitgebuit, of als ik dreig te worden meegezogen in modieuze, soms hufterige hypes waar velen als kippen zonder kop achteraan hollen, zoals bijvoorbeeld het wurgende en mensonwaardige neo-puritanisme.

Ook blijf ik mij met kracht verzetten tegen kwebbelboxen als whatsapp en twitter. Als je al meent iets de wereld kond te moeten doen, denk dan eerst eens rustig na over een passende en gepaste inhoud en over een daarbij behorende passende en gepaste taalvorm in hele, correcte, Nederlandse zinnen. Dus zonder kretologie en luchtbellen en beweringen waarvan je zelf de waarheid en werkelijkheid niet onomstotelijk kunt aantonen. Daarmee voorkom je oeverloos gezwets en zweefgezwatel en taalverloedering en vertrossing van ons denken. Veel berichten winnen aan kracht en informatieve waarde als je er eerst eens een nachtje over hebt geslapen. Soms wel twee.

En ik ben niet, in ieder geval niet meer, in de race om ongetwijfeld met goede bedoelingen verstrekte adviezen te aanhoren, al dan niet van medische zijde, die mij, voor mijn gezondheid en onbezorgde oude dag (vertel dat het ABP maar), achter de geraniums willen opbergen, mij van de genietingen des levens te laten beroven en mij op een dieet van worteltjes en sla als een konijn te laten vegeteren, mij 2x daags door de ADMR-dames op staatskosten te laten wekken, douchen, aankleden, die de vloer voor mij aanvegen, de kat te eten geven, wekelijks de vuilnisbak aan de stoeprand zetten en de 18 bellen als ik dat zelf niet meer kan of hoef. Evenmin, in ieder geval niet meer, om als een soort horecabedrijf jan en alleman hier gastvrij te onthalen die ‘toevallig’ en route toch net in de buurt is en zich ongevraagd een gratis diner, overnachting en ontbijt laat welgevallen. Ik ben geen sociale instelling. Net als met eten ben ik kieskeurig in mijn uitnodigingen en er zijn er genoeg die ik liefheb, met een sociale instelling.
Anderen kunnen terecht bij Au Lion d’Or = Au lit on dort of bij Het Hijgende Hert.

Waar ik mij verder mateloos aan erger of van walg:

  • honden;
  • bekrompen dorps- en boerenmentaliteit;
  • schurkenstaten als de USA en Israel en nog zo’n paar;
  • vis en kip (“geen veren en geen schubben“);
  • een automobiel van Japanse makelij (geldt voor mijn hele familie; zie het begin van mijn automobielshow);
  • ja zeggen en nee doen;
  • injecties;
  • de vernietiging van de PSP;
  • inhalende vrachtauto’s en caravans en sommiger mensen rijgedrag (niet uitsluitend vrouwen en bejaarden);
  • mensen die medelijden hebben met mensen die anders denken.

En valt er misschien dan ook nog wat positiefs te melden? Wel zeker:

  • van al mijn gezondheids-/ouderdomskwalen zijn er inmiddels enkele afdoende gerepareerd, andere onder controle en een paar nog te bevechten;
  • in 2019 zijn er in huis enorme stappen gezet met uiterlijk, comfort, isolatie en verwarming;
  • ook in 2019 belooft er een goede oogst aan te komen, kruiden, groenten, aardappelen, alleen wat minder fruit, schijnt het;
  • het aantal goede contacten dat ik heb en weet te onderhouden, met sommigen al meer dan 60 jaar lang, is uitermate bemoedigend;
  • dankzij mijn voortreffelijke camera heb ik hier in de buurt tussen 2017 en 2019 de schoonheid van het verval (“La beauté du délabrement“) in een fotoreeks kunnen vastleggen; gebouwen, landschappen, vervoer…; omdat het mp4-bestand van 8½ minuut te groot is, ± 265 Mb, heb ik het op youtube gezet. Bekijk het HIER, maar alleen op een groot scherm; op zo’n lullig minuscuul telefoonschermpje blijft er noch van de schoonheid, noch van het verval weinig over, en evenmin van de Vexations van Erik Satie die ik eronder heb gezet –  zonde van al het werk dat ik erin heb gestoken;
  • elke dag leer ik weer wat bij.

Voor de goede orde: reacties op dit artikel stel ik niet op prijs. Gelezen of ongelezen bereiken ze linea recta hun finale bestemming in het ronde archief. Ze worden hoe dan ook niet gepubliceerd.

Ik heb gezegd. Ik ga voor brons.

Spiegelrijm

Een oplettende lezer betrapte mij erop dat ik in mijn rijmoverzicht Een tien voor taal van januari jl. een rijmschema had vergeten op te nemen: het spiegelrijm. Eigenlijk twee schema’s: het scharnierrijm als uitgebreide vorm van het spiegelrijm. Ik ga die omissie hier goedmaken, en misbruik daarvoor het onvergetelijke Collegelied van het Amsterdamse St.-Ignatiuscollege.

De tekst van dat lied, gecomponeerd door Hubert Cuypers (1873-1960), werd geschreven door pater Louis Huf S.J. in 1946. De net voorbij oorlogsjaren klinken er nog in door. Het eerste couplet luidt:

Wij gaan langs Amstels wegen
Door ’t drukke stadsgewoel.
Bij zonneschijn en regen,
’t College blijft ons doel.
Wie ’t leven willen wagen
Die komen hier bijeen
Voor grootse levensvragen
En gaan ook graag weer heen.

Dat is dus een standaardvoorbeeld van gekruist rijm AB-AB-CD-CD.

Kenmerkend voor spiegelrijm is het veel moeilijker te maken rijmschema ABCD-DCBA, dat we ook wel kreeftrijm zouden kunnen noemen vanwege de omarmende scharen. In feite is het hogere rijkunst naast het al eerder behandelde omarmend rijm AB-BA.

Om het dan nog iets lastiger te maken bedenk je een extra middelste regel tussen de twee kwatrijnen, die rijmt op de eerste en laatste regel, waarbij je een tegenstelling of overgang illustreert tussen het eerste en laatste kwatrijn, dus zowel een vormelijk als een inhoudelijk scharnierpunt in het gedicht.

We krijgen dan mijn volgende proeve van bekwaamheid:

A  Wij gaan langs Amstels wegen
B  ’t College blijft ons doel.
C  Voor al die levensvragen
D  Komt ieder graag bijeen,

 

A  (al valt het soms wat tegen)

 

D  Dus gaat ook graag weer heen.
C  De lessen gaan vervagen.
B  Dat scheelt een heleboel:
A  Na zonneschijn komt regen.

Van wie ik het idee heb? Natuurlijk van Drs. P. Zie zijn uitleg op https://www.dbnl.org/tekst/_twe007198901_01/_twe007198901_01_0025.php

 

Ik heb een tien voor taal

De heruitzending op 6 januari 2019 van het programma TV Monument: Drs.P. (2017, BNNVARA) bracht mij in herinnering dat ik mij tijdens mijn docentjaren op het Elzendaalcollege te Boxmeer vrij intensief heb beziggehouden met het liedrepertoire van de Drs. en vooral met zijn ongeëvenaarde rijmkunst.
Onder het motto “Ik heb een tien voor taal, maar rijmen doe ik niet aan mee” stelde ik in 1980, in de aanloop naar Sinterklaas, een overzicht samen van soorten rijm in het Nederlands. Het werd een beknopt, maar alleszins veelomvattend taalwetenschappelijk werkje met een vette glimlach. Getypt op mijn elektrische IBM-bolletjesschrijfmachine, want tekstverwerken was er toen nog niet bij.
Omdat ik niet wil uitsluiten dat sommige leerlingen van destijds het boekje niet meer beschikbaar hebben, en omdat er wellicht ook nog anderen in zijn geïnteresseerd, laat ik het hier gescand en integraal volgen, met alleen een kleine aanpassing op pagina 2.
Vrij te gebruiken/verspreiden voor wie daaraan behoefte gevoelt.


11 oktober

Fransen geven meer om naamdagen dan om verjaardagen. De heiligen van de dag kom je dan ook op allerhande Franse kalenders tegen.
11 oktober is de naamdag van de 9e-eeuwse hymnograaf Théophane, een soort voorloper dus van Bernard Huijbers, en veel van zijn hymnen worden nu nog steeds in Franse kerken gezongen.
Ik had, eerlijk gezegd, nog nooit van de man gehoord, en ik heb er ook niks mee.

 

 

Ook kerkelijk is 11 oktober als “feestdag van het moederschap van Maria“. Althans, dat had paus Pius XI in 1931 zo bepaald, totdat paus Paulus VI in 1968 het feest verschoof naar 1 januari. Het is en was overigens toch maar een feestdag 2e rang, dus verwacht er niet te veel van. “De Engel des Heren heeft aan Maria geboodschapt. En zij heeft ontvangen van de Heilige Geest“. Twee bekende zinnen die grammaticaal incorrect zijn vanwege het ontbreken van de vereiste lijdend voorwerpen bij boodschappen en ontvangen.
Haar op zich onbetwiste moederschap wordt naar de achtergrond gedrongen door de zinloze discussie over haar bovennatuurlijke maagdelijkheid.
De Kerk en seks, al meer dan 2000 jaar is dat geen geslaagd huwelijk gebleken.

Op 11 oktober 1900 werd Solange Parisot geboren, de laatste bewoonster van mijn huidige huis, waaruit zij in 1984 noodgedwongen vertrok naar een maison de retraite. Maar ze hield het huis aan om er weer te kunnen terugkeren als “ze weer beter was”. Fransen bewaren alles en weggooien kan altijd nog. Maar ze werd niet beter, want ze was helemaal niet ziek, alleen maar oud. Ze hield het daar nog 14 jaar uit voordat ze overleed en wij het te koop staande huis konden verkrijgen. Nog steeds waart Solanges herinnering door alle vertrekken hier, inrichting, keukengerei, meubels, kleinere en grotere dingetjes; en te harer ere heb ik een buste van haar in een gedachtenisje in de salon geplaatst, in 2015 gemaakt door Ellen Beljaars naar een foto van Solange uit 1915.

Op 11 oktober 1946 werd ik geboren. Mijn rubriek levensloop op deze weblog is nog steeds verre van compleet. Misschien is dat maar goed ook. Maar uit de inmiddels ruim meer dan 300 berichten valt er veel te lezen en te interpreteren. Voor elk wat wils, dunkt me.

 

Kortom, 11 oktober, een dag om nooit te vergeten.

 

Vooralsnog gelijk

In mijn oktober-artikel had ik voorspeld dat Barcelona-Real Madrid op 6 mei zou eindigen in 3-2. Het werd gisteren 2-2 in een bepaald onvriendelijke wedstrijd. Daarmee is aangetoond dat de strijd tussen Rajoy en Puigdemont in een impasse verkeert.
Is het een aflopende zaak of slechts stilte voor de storm?
Ik durf er niks meer over te zeggen.

 

Huijbers-Oosterhuis op vinyl

In het kader van de grote schoonmaak doe ik zo af en toe een bepaalde partij in de aanbieding. Ditmaal betreft het mijn collectie grammofoonplaten met muziek van Bernard Huijbers en teksten van (meestal) Huub Oosterhuis. Niet dat ik erop ben uitgekeken of uitgeluisterd, maar je kunt niet alles blijven bewaren.
Wie belangstelling ervoor heeft, of iemand kent die erin is geïnteresseerd, kan mij een mailtje sturen om over de prijs te onderhandelen en de overdracht te regelen.

18 van de 23 platen zijn uit de reeks Didascalia, uitgegeven door Gooi & Sticht. Het betreft zowel 331/3– als 45-toerenplaten, alle goed speelbaar, al hebben sommige hoezen wel in wisselende mate onder de lange duur geleden. Ze stammen, voor zover ik weet, uit de periode 1959-1977.

Hier een korte omschrijving; voor meer details kun je me mailen.

  • Didascalia-1 : advent. 45t. Gaaf
  • Didascalia-2 : kersttijd. 45t. Gaaf
  • Didascalia-3 : epifanie en voorvasten. 45t. Gaaf
  • Didascalia-4 : vasten. 45t. Gaaf
  • Didascalia-5 : pasen. 45t. Gaaf
  • Didascalia-8 : tijd na pinksteren II. 45t. Gaaf
  • Didascalia-9 : tijd na pinksteren III. 45t. Gaaf
  • Didascalia-XI : de goede week – witte donderdag/goede vrijdag. 33t. Lichte hoesschade
  • Didascalia-XII : de goede week – de paasnachtwake. 33t. Lichte hoesschade en 1 nummer niet goed speelbaar
  • Didascalia-14 : Psalm 24 en 46/Het lied van de stad/Mensenlied. 45t. Gaaf
  • Didascalia-XV : heden en hier en in die dagen. 33t. Gaaf
  • Didascalia-XVI : open uw hart – gezangen om samen iets te vieren. 33t. Lichte hoesschade
  • Didascalia-XVIII : niemand leeft voor zichzelf – muziek voor en door gewone mensen. 33t. Lichte hoesschade
  • Didascalia-22 : gehoord in psalmen – gezangen uit “binnenkant”. 33t. Lichte hoesschade
  • Didascalia-27 : passage. 33t. Lichte hoesschade
  • Didascalia-29 : over de mensen. 33t. Lichte hoesschade
  • Didascalia-31-32 : zoiets als heb mij lief. 33t. dubbel-LP in kartonnen, beschadigde box
  • Ambrozijn en Groggelgijn – voor scholen van de Libanon. 45t. Gaaf
  • Iemand die recht doet. 45t. Gaaf
  • Het Woord is niet te hoog. Literama luisterplaat. 33t. Lichte hoesschade
  • Zijn liefde gaat van mond tot mond. 33t mono. Fontana (witte voorkant). Vochtschade hoes
  • Zijn liefde gaat van mond tot mond. 33t stereo. Philips (zwarte voorkant). Lichte hoesschade.

Liefst verkoop ik het geheel in één keer; dan kan het als pakketpost (bijna 4 kg) binnen Nederland worden verstuurd voor € 6,95 (voor andere landen: verzendkosten op aanvraag).

 

Schumann

 

Ongetwijfeld heeft Erik Scherder gelijk als hij betoogt dat bezig zijn met muziek een enorme invloed heeft op de ontwikkeling van de hersenen, zeker bij kinderen tot 11 jaar. Wat dat betreft heb ik geboft: vroeger bij ons thuis plaatste mijn vader, slechthorend, met grote regelmaat schellakplaten op de Philips draaitafel en moesten wij allen stilzwijgend meeluisteren, anders kon hij de muziek niet goed horen. His Master’s Voice was wet. Die muziek werd slechts afgewisseld op zondag. Eerst rond het middaguur via de draadomroep met het politieke commentaar van Mr. G.B.J. Hilterman, waarvan ik pas later de afgrijselijke politieke kleur ben gaan inzien, maar dat destijds toch een hoogtepunt werd doordat wij tijdens die uitzending steevast een gevulde koek kregen  met een amandel erop. Dan, tegen het einde van de middag, ook via de draadomroep, met de voetbaluitslagen, gelezen door Frits van Turenhout, van Eredivisie tot en met 2e-divisie-B. Dat ging mij pas jaren later interesseren.

Niet dat klassieke muziek het enige genre was dat mijn hersenontwikkeling stimuleerde, maar ik wil me nu even wel daartoe beperken.

Iedereen zal wel het mysterieuze effect kennen dat sommige muziek de luisteraar (of uitvoerder) letterlijk tot tranen kan bewegen. Wat dat betreft legde Erik Scherder duidelijk minder de nadruk op twee andere eigenschappen van muziek: de emotionele uitwerking ervan en de een-op-een-associatie die ik maak van een bepaald muziekstuk met een bepaalde locatie of gebeurtenis. En zo kom ik bij Schumann terecht.

Op gezette tijden stapte mijn vader op de fiets met de kleine Nardje voorop het zitje dat aan het stuur hing, en zo gingen wij Amsterdam verkennen. Een blijvende herinnering is een rit naar de Oranjesluizen (of de Schellingwouderbrug, maar die kwam er pas later, meen ik), terwijl kort daarvoor het pianoconcert van Schumann door de veel te kleine huiskamer in de Anna Vondelstraat had geschald. Terwijl ik voorop de fietsstang grote moeite had met de vingertjes niet bekneld te raken tussen het samenstel van de nikkelen stangetjes langs het stuur van de trommelremmen, zoemde die muziek de hele tijd door mijn hoofd. Zo sterk zelfs, dat ik die associatie nu nog steeds maak. Slaat nergens op, behalve dat er een eenheid van tijd, plaats en handeling is, zoals een klassiek drama betaamt, en zulks ditmaal in zeer positieve zin. Alleen dat al helpt Schumann aan een plaats in mijn top-10 van favoriete componisten.

Maar dan nog iets. Afgelopen zondag reed ik van Boxmeer terug naar Rosoy. Eenmaal voorbij Arlon kun je dan op de autoradio France Musique ontvangen, de Hilversum-4 van Frankrijk met muziek van klassiek tot jazz, van middeleeuwen tot avant-garde. Dat is andere koek dan Hilterman of Van Turenhout, laat staan gevulde koek. Die middag had de omroep een speciale uitzending gewijd aan Sviatoslav Richter, voor mij de beste pianist ooit (al wil ik Arthur Rubinstein, Ingrid Hæbler, Dinu Lipatti, Wibi Soerjadi, de broertjes Jussen e.v.a. geenszins te kort doen). Zo ergens tussen Metz en Nancy kwamen opeens de tranen. Slaat nergens op, behalve dat het om het kwintet voor piano en strijkers ging, opus 44, van Robert Schumann. Oorzaak was het tweede deel: In modo d’una Marcia (un poco largamento). Een beetje te vergelijken met de Marche funéraire (prélude) van Chopin, maar ook weer niet helemaal. Ik kan het niet rationeel verklaren, maar dat tweede deel ging dwars door mij heen en laat mij nu al dagenlang niet los. De beruchte oorwurm met weerhaakjes. En Schumann is weer een paar plaatsen gestegen op mijn klassieke ladder.

Wie daarop nog meer een plek hebben, kan ik niet definitief zeggen. Wel weet ik dat Bach bovenaan staat; bijna alle anderen staan als componist op zijn schouders. Verder vermoed ik om uiteenlopende redenen een ereplaats voor, in alfabetische volgorde: Chopin, Mahler, Mendelssohn, Mozart, Paganini, Satie, Schumann natuurlijk, …

Een hartgrondig hekel heb ik aan Van Beethoven. Niet omdat hij een slecht componist was, niet omdat hij voortborduurde op de erfenis van Mozart en Haydn, zelfs niet om zijn pompeuze Romantiek, waarbij een muziekstuk aan het einde maar steeds niet wil ophouden, maar juist om dat associatie-element dat ik hierboven uiteenzette. Tot driemaal toe heeft hij het voor elkaar gekregen mij tot walgens toe te kwellen.
Eerst toen op een dag, ik moet 10 of 11 zijn geweest, het mijn vader had behaagd die vreselijke 6e symfonie op te zetten, toen ik geboeid aan het lezen was in de zo spannende Prisma Juniores 32: Alfred Hageni, 50 dagen oerwoud. Net op het moment dat Beethoven het tijd vond om een van zijn romantische erupties door de luidspreker te schallen, was ik net op een bladzij met een heel spannend en eng moment in het verhaal. Gevolg: iedere keer als ik die symfonie hoor, val ik weer ten prooi aan de gevaren van de jungle. Ook nu nog.

Het tweede moment was de eerste (en laatste) keer dat ik meemaakte dat mijn moeder in een overspannen bui door het lint ging. Ik had zoiets nog nooit beleefd en schrok. Door de kamer en suite in de Lomanstraat klonk Beethovens 6e symfonie. De gevolgen waren desastreus. Ook nu nog steeds.

Het derde moment is geweest om voor het zogenaamde Europese Volkslied te kiezen voor Alle Menschen werden Brüder (Ode an die freude) uit Beethovens 9e symfonie. Welke oen heeft dat bedacht? Behalve dat Alle Menschen werden Brüder niet bepaald genderneutraal is, eerder voor 50% der Menschen transseksueel, is het ook je reinste science fiction, of op z’n minst wishful thinking. Dan hadden ze net zo goed kunnen kiezen voor Einigkeit und Recht und Freiheit, für das deutsche Vaterland! Danach laßt uns alle streben, brüderlich mit Herz und Hand! Evenmin genderneutraal, maar het benadert wel beter wie er in Europa de baas is, en het komt net iets minder kwetsend over dan Deutschland, Deutschland über alles, über alles in der Welt, al komt het wel op hetzelfde neer. Nu kan ik me voorstellen dat Angela Merkel (ex-DDR) niet erg was geporteerd voor die Einigkeit und Recht und Freiheit, omdat dat het begin is van het eerste couplet van het DDR-volkslied. Maar ze had toch ook kunnen kiezen voor iets Zweeds (geen Abba a.u.b.), iets Italiaans (geen Pavarotti a.u.b.) of desnoods iets Nederlands (geen Wien Neêrlands bloed a.u.b.)?

Beethoven staat dus niet in mijn top-10; sterker nog, hij staat onderaan en moet voor degradatie vrezen. Als de man nog leefde, zou hij zich omdraaien in zijn graf.

Van het tweede deel van Schumanns kwintet staan diverse uitvoeringen op YouTube.
Niet slecht vind ik die uit 2010 van de Meadowmount School of Music.
De complete partituur van het kwintet is HIER te downloaden.
Voor de pianisten heb ik In modo d’una Marcia gearrangeerd voor pianosolo; alleen het hoofdthema, zeg maar de eerste twee minuten, dat verderop nog in diverse varianties terugkeert.
Afbeelding staat hiernaast.


Had ik niet al anders besloten, dan zou ik misschien dat tweede deel van Schumanns kwintet wel op mijn uitvaart hebben willen gespeeld horen.
Maar ja, toekomstmuziek, hè. Ongetwijfeld.