Het stormt

Het is pronken met andermans veren, ik beken het deemoedig, maar dat schijnt er door de bomen van het trial-by-mediabos ook bij te horen.
Onderstaande passende tekst
-u heeft hem niet van mij, hoor!-
wil ik u desondanks niet onthouden.
Wellicht kan ook Dhr. Th.B. er zich zijn latinistische gevoeg mee doen. En strooit hij dan nog wat onzin in angul’aliquo.

Flat tempestas per arbores,
quoque domi ventus flat.
Veniatne Vir Sanctus, cum
tempus tam malum putat ?  (bis)

Equo vehitur per noctem
obscuram celeriter.
Si nosset, ut exspectemus
veniret velociter.  (bis)

En quis pulsat ibi ?  En quis pulsat ibi ?
En quis pulsat nostram ianuam ?
Barbarus est certe, qui erravit certe.
Nomen eius modo perquiram.

O Nicolae, O Nicolae, nos visita hoc vespero,
et fer nobis dulcia, in angul’aliquo.
_____________________________________

Hoor de wind waait door de bomen,
hier in huis zelfs waait de wind.
Zou de goede Sint wel komen
nu hij ’t weer zo lelijk vindt ?  (bis)

Ja, hij rijdt door donk’re nachten
op zijn paardje o zo snel.
Als hij wist hoe zeer wij wachten,
ja gewis dan kwam hij wel.  (bis)

Hoor wie klopt daar kind’ren ? Hoor wie klopt daar kind’ren ?
Hoor wie klopt daar zachtjes tegen ’t raam ?
’t Is een vreemd’ling zeker, die verdwaald is zeker.
‘k Zal eens even vragen naar zijn naam.

Sint Nicolaas, Sint Nicolaas, breng ons vanavond een bezoek
en strooi dan wat lekkers in een of and’re hoek.