Borstels

Het was opeens tamelijk frisjes geworden, op 25 september, toen we een bezoek brachten aan de A.M.B.O., de Association pour le Musée des Brosseries de l’Oise in Tracy-le-Mont, het borstelmuseum waarin een groot deel is ingeruimd voor de voormalige borstelfabriek van Charles Loonen. De rode neuzen op deze foto zijn dus niet het gevolg van overmatig drankgebruik.
Het bezoek vond plaats daags voor ons bezoek aan Compi
ègne voor de presentatie van het kolossale boek over de 9.000 gedeporteerden naar Buchenwald, waartoe ook Pierre Loonen, een van Charles’ zonen behoorde.
Over die boekpresentatie heb ik onlangs al bericht; Pierre vormt al enige tijd een van mijn onderzoeksterreinen.

Directe aanleiding om de A.M.B.O. te bezoeken was een kleerborstel en handspiegel die ik vijf jaar eerder via een Amerikaanse veiling had gekocht en die de USPS, de Amerikaanse PTT, mij tegen een woekerbedrag had toegestuurd. Die USPS maskeert, zoals bekend, een ongebreidelde, edoch systematische wanprestatie, zoals het met grote regelmaat kwijtraken althans niet afleveren van poststukken, door exorbitante portokosten te berekenen. Kijk maar op Ebay om je van dat laatste te overtuigen.

Welnu, dat setje “Parisian Loonen Ivory” wilde ik schenken aan het borstelmuseum in Tracy-le-Mont, want het leek mij passender dat het daar een plek kreeg dan bij mij ergens in een kast. In de advertentie werd het geafficheerd als een “vintage item from de 30s“, wat mij verdacht voorkomt, want Charles overleed in 1913 en de fabriek werd in 1918 compleet gebombardeerd en niet heropend. Bovendien is de aanduiding “ivory” op z’n zachtst gezegd misleidend, want het buitenste materiaal is helemaal geen ivoor, maar ivoirin nepivoor, een qua kleur op ivoor gelijkende harde kunststof. Echt ivoren artikelen waren veel zeldzamer en aanmerkelijk prijziger. Vergelijk het met de witte piano- of orgeltoetsen. De set is trouwens niet in de VS gefabriceerd, maar in Tracy-le-Mont en met Engelstalige inscriptie derwaarts geëxporteerd. Het aangebrachte monogram heb ik niet kunnen ontcijferen of thuisbrengen; bij de A.M.B.O. wist men er evenmin raad mee.

Om Charles Loonen (*Breda 1850 – †Tracy-le-Mont 1913) even op de kaart te zetten: hij was het tweede kind van Ferdinand Loonen (*Breda 1824 – †Montmorency 1884) die het vierde van maar liefst 15 kinderen was van Adrianus Loonen (*Breda 1793 – †Breda 1868) die onder meer koopman in galanterieën en ijzerwaren was, de Fa. A. Loonen Czoon te Breda. Zoon Ferdinand emigreerde naar Parijs. Inmiddels in 1868 tot Fransman genaturaliseerd, was hij het die in Tracy-le-Mont een borstelfabriek opzette, die hij aanvankelijk samen met zoon Charles beheerde, die vanaf 1884 de enige directeur/patron werd. Er werden handgemaakte haarborstels, kleerborstels, tandenborstels en bijkomende attributen vervaardigd die niet alleen de vrouwen behaagden.
Charles ontwikkelde zich tot een groot industrieel met wereldwijd verkooppunten, o.a. in New York, Osaka, Londen, Parijs en Hamburg. Zijn fabriek bood werk aan meer dan 1.000 werknemers; andere bronnen spreken van 2.000 werknemers.
Hij bezocht enkele keren de Verenigde Staten en Japan, en in het verlengde daarvan publiceerde hij in 1894 het boek Le Japon moderne, waarmee hij Europa wilde laten kennismaken met Japanse gewoonten, gebruiken en bedrijfscultuur. Dat boek is online te raadplegen en er bestaat een moderne herdruk van (let op de enorme prijsverschillen!).
Onlangs heb ik een origineel exemplaar weten te bemachtigen, weliswaar in vrij deplorabele staat, maar deswege niet al te duur. Ik heb dat helemaal uit elkaar gehaald, opnieuw ingebonden en gerestaureerd. Er circuleren niet veel originele drukken meer.

Lokaal bracht de notabele groot-industrieel Charles het van 1892 tot 1912 tot burgemeester van Tracy-le-Mont. Dat feit leidde er mede toe dat er daar een plein naar hem is vernoemd, precies op de plek waar zich eermaals (waarom bestaat dat woord niet meer?) het omvangrijke fabriekscomplex bevond, een eind buiten het centrum van Tracy-le-Mont.

Over de werkomstandigheden zo rond 1900 zou ik het maar liever niet hebben. De Borstelfabriek-Loonen ontpopte zich als een soort staat-in-de-staat, met zijn eigen voorzieningen voor het personeel op het gebied van medische zorg (gratis, tweemaal ’s weeks), ontspanning en eigen winkel, waar de werknemers en -neemsters met eigen bedrijfsmunten noodzakelijke inkopen konden doen. Vergelijk het maar met het Philips-imperium in het Eindhoven van een groot deel van de 20e eeuw.
Dat klinkt allemaal heel mooi, maar de omstandigheden waren in onze huidige opvatting allerbelabberdst. Vakbonden, ondernemingsraad, vakantie, vrije zaterdag, dat waren begrippen die in het vocabulaire-Loonen niet voorkwamen. Bovendien werd met grote regelmaat loon ingehouden, d.w.z. muntjes niet uitgekeerd, als personeelsleden onder het werk zaten te kletsen met elkaar, of te laat kwamen, of hun vereiste productiequotum niet haalden. Het verhaal gaat dat Charles mede op die manier een fortuin vergaarde dat hem onder meer in staat stelde in Ollencourt een fraai Château te laten bouwen, dat lokaal de bijnaam “le Château des amendes“, “het boetekasteel” verwierf. Na te zijn platgebombardeerd in 1918 is het luxe buitenverblijf in oude luister hersteld. Heden ten dage is het een revalidatiecentrum voor cardiovasculaire patiënten. Ik ben er vorige maand eens wezen kijken en vraag me af wat hij er met vrouw en vier kinderen al met al te zoeken had.

A.M.B.O. bleek enorm ingenomen te zijn met ons bezoek op 25 september. Een delegatie van de stichting leidde ons rond door het groots opgezette en door vrijwilligers onderhouden museum, met ampele toelichtingen, een hapje en een drankje (dus toch! Maar ik moest nog rijden…) en een aantal boekjes en ander materiaal alsmede een gepersonaliseerd relatiegeschenk (een haarborstel en twee tandenborstels) in ruil voor de overhandigde aanwinst, waarvoor men alvast een met rood fluweel bedekte vitrineplankje had gereserveerd. Ook de pers van twee lokale kranten was erbij uitgenodigd.
Ik wil niet verhullen dat het bericht in Oise Hebdo, dat hier helemaal bovenaan integraal staat weergegeven, niet uitblinkt door feitelijke correctheid. Eens te meer onderstreept dat de waarschuwing dat je van persberichten niet meer dan 50% moet geloven, maar dat is weer een ander verhaal.

 

Reeletwee

Hulde aan de EO die, bij monde van de Rail Away-regisseur/producent een lang en informatief antwoord stuurde op mijn artikel Reelewee van 13 augustus. Niet alleen omdat het correct en fatsoenlijk was, dat antwoord, en dat je blijkbaar serieus wordt genomen, maar vooral omdat het een forse bijdrage levert aan wat ik een voornaam doel van deze weblog vind: bij een breed scla aan besproken onderwerpen komen tot verantwoorde inhoudelijke diepgang waar ieder naar eigen keuze van kan profiteren en aan kan deelnemen. Daarom plaats ik die reactie van Van Ommen hier integraal en ongewijzigd. Het Corsicaanse routebord is ditmaal de enige afbeelding. Die past ook wel bij het besproken onderwerp, want je kunt er minstens twee kanten mee op.
Een al even informatief interview met regisseur Gerben van Ommen uit 2016 staat op de site van de NVBS.

Geachte mijnheer Loonen, 
Vorige week ontving ik via ons Klanten Contact Centrum uw email.
Uiteraard heb ik nagevraagd hoe het zit met uw reactie in augustus. Bij navraag was deze niet in ons systeem te vinden helaas. 
Dus van uw eerdere reactie waren wij niet op de hoogte. Hoe dat kan, weet ik niet, maar als het onze fout is: excuses daarvoor. 

Uw vraag ging om het wederhoor toepassen op uw artikel, daarom heb ik uw verhaal gelezen. En daar is veel over te zeggen en duidelijk te maken, wat ik hieronder wil doen. Gelijk wil ik dan even zeggen dat dit geen poging is om uw verhaal te corrigeren of excuses te zoeken, helemaal niet. Maar het is wel even goed om even puntsgewijs zaken toe te lichten waarom we iets doen in Rail Away. Dan kunt u daarna zelf uw eigen oordeel vormen. Dank dat u onze mening vraagt over uw verhaal. Dat doet ook niet iedereen.
Leuk dat u met genoegen naar onze uitzendingen kijkt!

Allereerst filmen we tot op heden vrijwel altijd met onze grote camera en cameraman in de bestuurderscabine. Dus geen dashcam. De camera zwenkt soms zodat we ook de bestuurder filmen en de meters. Tot op heden zeg ik, want in deze corona-tijd mogen we dit jaar voor het eerst niet meer bij de bestuurder zitten. Dat vangen we op met een kleine camera op de voorruit, wat ook niet altijd mag. Maar die beelden zijn nog niet uitgezonden. 
En ja we krijgen hulp van de plaatselijke VVV, maar niet om hun verhaal te vertellen, maar om ons de weg te wijzen naar de door ons gewenst filmlocaties. En natuurlijk vragen we altijd wat de mooiste te filmen dingen in hun stad zijn. Dat scheelt tijd met zoeken, want zoveel tijd hebben we niet om te filmen. Maar wij van Rail Away bepalen wat we filmen en wat we uitzenden. En alle teksten worden door ons geschreven en door onze stem ingesproken. Hoogstens checken we de feiten nog even zodat die correct zijn.

Wat betreft Wikipedia is dit een pagina die niet door ons is geschreven of goedgekeurd, dus daar moet u het doen met de mening van een overigens zeer betrokken kijker.

En dan wordt het wat serieuzer, als u over “fors storende bezwaren” schrijft. En ook nog dat de EO zich daar maar deels tegen kan verweren. Wellicht hebt u een vooruitziende blik, want we hadden immers nog geen reactie gegeven (-:
Op de uitzending in Corsica kan ik helaas niet in detail ingaan, omdat de collega’s die deze maakten reeds met pensioen zijn en ik de details niet ken. Maar wellicht dat een aantal opmerkingen in algemene zin ook hier zaken verklaren. U voelt zich gefopt, maar in algemene zin kan ik schrijven dat wij -en ik denk ook in het verleden- altijd een ROUTE volgen en nooit één TREIN. Om mensen niet op het verkeerde been te zetten, noemen we dat ook wel in onze voice-over teksten. De door u genoemde “beloofde rit” is dan ook altijd een “beloofde route”, die we ook op een kaartje aangeven.
Bij de zin over het traject staat “als dat dan nog wel klopt”… Dat is tegen het zere been, want zover ik kan nagaan zijn er tenminste vanaf 2005 nooit onjuistheden in de trajecten getoond wat beelden en volgorde betreft. Daar zijn we heel alert op en kost uren beelden bekijken. Uiteraard kan ik dat niet helemaal uitsluiten, omdat bij gelijk uitziende beelden een foutje gemaakt kan zijn.

Dan de verschillende treinen. Dat is niet te wijten aan “gebrekkige montage” zoals u schrijft. Zoals al gezegd volgen we een route en niet een trein. Als programmamaker zijn we blij als de treinen dezelfde kleur hebben, dat is voor onze montage een stuk overzichtelijker. Maar op sommige mooie trajecten rijden maar drie treinen per dag, soms zelfs maar één zoals recent in Zweden. Het meest ideale is elk uur een trein. Dan kunnen we een passerende trein filmen, alles weer inpakken in de auto, verderop rijden en een mooie locatie zoeken en dan de volgende trein filmen. Op die manier (tussen 9 en 5) filmen we maximaal 8 treinen op een dag. Dat is dan 8 x circa 20-40 seconden. En omdat we minimaal 20 van dat soort beelden per aflevering nodig hebben, zijn we daar drie dagen mee bezig. Daarnaast zijn er nog dagen voor omgevingsbeelden, beelden met de drone of vanuit de helikopter, en beelden van gebouwen die we bezoeken. Dagen met elke keer ander weer, en andere treinen. Willen wij niet graag steeds dezelfde trein filmen? Ja natuurlijk, maar dat kan betekenen dat we dan 3x zo lang op reis moeten, en dat is onhaalbaar. Probeert u zich eens voor te stellen dat u een passerende trein filmt, die is daarna weg en (meestal…) niet meer in te halen. Dat is niet eens een optie. Laat staan dat je dezelfde trein vanaf de kant, vanuit de lucht en vanuit de trein zou kunnen filmen. Dan moet je met 3 ploegen tegelijk werken. In speelfilms doen ze dat wel, maar dan heb je het over totaal andere budgetten.
De woorden “onvoorziene omstandigheden, budgetten en klunzigheid” gaan niet op. Er zijn altijd onvoorziene omstandigheden, elke reis. Daar houden we rekening mee, en proberen we mee te dealen. Maar die zijn geen excuus voor een slechte montage. Budget heb ik al uitgelegd en klunzigheid kan ik niet zoveel mee.

Even tussendoor: dit is geen klaagzang, maar een uitleg over de werkwijze. Het team van Rail Away is zeer enthousiast over het programma en maakt binnen de beschikbare tijd en het budget een aflevering van 25 minuten. En van harte!

Dan de herhalingen. Ja, omdat het programma zo tijdloos is, zet de netmanager ze graag in bij bv. dag-tv. Op dit moment worden er dagelijks van 1 juli tot eind december afleveringen om 16:30 uitgezonden op NPO 2. En omdat het programma zo populair is, scoren ook deze zoveelste herhalingen weer goed. Is dat een keus van de armoe? Wel als ze ten koste gaan van nieuwe afleveringen, maar dat is niet het geval. Elk jaar komen er 5-10 nieuwe afleveringen op de buis, en daar heeft ons kleine team de handen vol aan. Met veel plezier overigens, maar dat wist u al.

Dan de muziek. Tsja, smaken verschillen. Streekmuziek is geen optie, want voor elke seconde moet betaald worden. Eigen muziek is dan ook al snel voordeliger, zeker omdat het programma vaak herhaald wordt en verkocht aan het buitenland. De laatste jaren -en dus de nieuwste afleveringen- zijn we wel extra alert op het feit dat de treingeluiden belangrijker zijn dan de muziek, dus die staat daar zachter. En dat een treinreis aan zijn eigen audio genoeg heeft vinden wij niet. Een tv-programma is een geheel, waarbij de muziek een belangrijke rol speelt in sfeer. Niet zelden wordt Rail Away genoemd als het voorbeeld van slow-tv en een relax-moment, dat komt mede door de muziek. Maar, zoals gezegd, over smaak valt niet te twisten.
U kunt trouwens de Teletekst ondertiteling ook aanzetten (pagina 888) en het geluid uit, dan krijgt u wel alle info mee. Dit alvast als voorzet voor uw oplossingen.

Dan de teksten. Inderdaad schrijven wij die als makers, voor Bob, onze stem. Taalfouten mag u ons aanrekenen, al zijn we ook daar alert op door teksten te laten checken. Ik spreek daarbij steeds overigens over de periode na 2010, waar de huidige makers voor verantwoordelijk zijn. De kritische noot ontbeert. Jazeker, heel bewust. Wij zijn geen actualiteitenrubriek die voor- en tegenstanders aan het woord moet laten. Rail Away laat een mooi landschap en een trein zien. Er is al genoeg ellende op tv, en ik mag hopen dat niet elk programma een afgewogen voor- en nadelen-overzicht geeft. Dat zou uiterst saai zijn.
Dat onze stem niet meevoelt met de beelden, daar zijn de meningen over verdeeld. Feit is wel dat de stem niet op reis is geweest en het alleen met teksten en beelden moet doen. Dat is jammer, maar is niet anders.

Wel fijn dat u afsluit met: “en toch vind ik het en prachtig programma”.

Sluit ik af met een gedachte die ik vaak gebruik als ik iets over het programma vertel.
“Misschien is wel 90 procent van wat er in de wereld te zien is mooi en maar 10 procent slecht. En wat zie je elke avond op tv? Juist: die 10 procent wat niet goed gaat. Laten wij ons bij Rail Away dan maar focussen op wat wel mooi is. Want er is zoveel moois te zien in de wereld.”

Met vriendelijke groet, 
Gerben van Ommen 
Producer/regisseur Rail Away TV

 

8971

Dat is het exacte aantal biografieën van gedeporteerden tussen 1942 en 1944 vanuit Compiègne naar Buchenwald, en van daaruit naar het ondergrondse werkkamp Mittelbau-Dora waar V2’s werden gebouwd. Het betrof voor het merendeel Franse politieke gevangenen, die zijn opgenomen in het “Livre des 9000 déportés de France à Mittelbau-Dora“.
Op zaterdag 26 september 2020 vond in Compiègne de officiële boekpresentatie plaats, en werden er ±100 exemplaren overhandigd aan nog levende familieleden van gedeporteerden die zich hadden aangemeld. Ik was één van hen als ver familielid van Pierre Loonen (1884-1944).

De gemeente Compiègne had, in samenwerking met het centrum voor oorlogsdocumentatie La Coupole (“De Koepel“) in Saint-Omer (Sint-Omaars) groots uitgepakt. Het werd een dagvullende cérémonie die drie onderdelen omvatte: een officieel gedeelte bij het monument buiten, aan de rand van het Mémorial in Compiègne-Royallieu, de plaats waar in de oorlog het internerings-, tevens doorgangskamp was gevestigd, vergelijkbaar met de functie die Westerbork in Nederland vervulde. Daarna volgde binnen, in de tentoonstellingsruimte, de officële aanbieding van exemplaren van het boek aan nog levende familieleden van gedeporteerden, en ten slotte waren er ’s middags enkele ronde-tafelgesprekken over diverse gerelateerde thema’s.
Op 13 oktober vindt er een vergelijkbare manifestatie plaats in Angoulême en op 16 oktober in Nancy. De geplande bijeenkomsten in Toulouse (6 oktober) en Parijs (29 oktober) zijn vanwege Covid19 nu al geannuleerd.

Het eerste gedeelte was zoals in Frankrijk te doen gebruikelijk: Voorafgegaan door een tiental vaandeldragers, vermoedelijk allen oorlogsveteranen, togen circa 300 kleumende aanwezigen naar het monument om daar eerst te luisteren naar enkele toespraken van Belangrijke Personen, wier toespraken meer breedvoerig dan indrukwekkend waren. Dat het wel ronduit fris was, maar in elk geval niet regende, was nog een geluk bij een ongeluk, want doordat de burgemeester van Compiègne een half uur te laat ten tonele verscheen, liet de organisatie het toegestroomde publiek al die tijd lelijk in de kou staan.
Intussen had de Gendarmerie, uit een mengeling van sereniteit en piëteit, de straat aan beide zijden afgegrendeld; een zeer correcte maatregel, gelet op de aard van de bijeenkomst.

Na de toespraken werden, via luidsprekers, enkele liederen ten gehore gebracht waarvan La Marseillaise het laatste was. Niemand zong mee, noodgedwongen. Tot slot volgde de obligate kranslegging en een beperkt défilé, net zoals wij dat ook van de 4-meiherdenking op de Dam kennen.

Voorafgaand aan het tweede gedeelte, in de tentoonstellingsruimte, kon wie dat wilde nog enkele blikken werpen op wat er van het kampement is overgebleven.
Aan de ingang van het Mémorial bevindt zich een grote glazen wand met daarop alle(?) 40.000 namen van geïnterneerden en gedeporteerden vanuit Royallieu. Ik had die wand al bij een eerder bezoek in 2015 bestudeerd. Maar het viel mij op, en dat werd ook bevestigd, dat de lijst met namen in de afgelopen jaren drastisch was uitgebreid. Het immer voortdurende onderzoek naar oorlogsgegevens blijkt verrassend veel nieuwe informatie aan de oppervlakte te brengen.

Het volumineuze boek van Laurent Thiery (en vele anderen), 2500 pagina’s, 23×30 cm en ruim 4 kilo zwaar is een monument op zich. In hoofdzaak is het een “dictionnaire” van bijna 9.000 alfabetisch opgenomen biografieën, waaronder dus ook die van Pierre Loonen.
Ik lees er gegevens in die mij tot nu toe onbekend waren, zoals de officiële verklaring uit 1950 van zijn overlijden in 1943 (al moet dat 1944 zijn), maar ook enkele waarvan ik de juistheid betwijfel. Maar geen wonder dat een zodanig uitgebreid werk incompleet en op diverse punten incorrect is. Zo zien we op het achterin opgenomen kaartje van Duitse kampen in Europa op de plaats waar kamp Amersfoort had moeten staan, kamp Breendonk vermeld. Maar Fort Breendonk ligt 20 km ten zuiden van Antwerpen. En op dat kaartje ontbreekt kamp Westerbork, toch de Nederlandse pendant van Compiègne.
Ik neem aan dat veel lezers ertoe overgaan omissies en incorrectheden aan de auteur kenbaar te maken, opdat over enige tijd een uitgebreidere en verbeterde druk, of minimaal een lijst van errata zal kunnen verschijnen.

Er zat aan de bijeenkomst binnen wel een wat beangstigend kantje. Tijdens de toespraken aldaar, waaronder de toelichting van auteur Laurent Thiery, die onder meer alle namen voorlas van de familieleden die zich hadden gemeld, en die hun eigenhandig een exemplaar van het boek overhandigde, zaten de ±300 aanwezigen hutje-mutje opeengepakt in een afgesloten ruimte.
Weliswaar droeg iedereen, verplicht, een mondkapje en werd er slechts beleefd geapplaudiseerd, maar niet geschreeuwd of gezongen. Ik vraag me af wat daar niettemin het gevolg van kan zijn, en het is ook heel begrijpelijk dat vergelijkbare bijeenkomsten elders in Frankrijk al ruim tevoren zijn geannuleerd. Die omstandigheid was voor ons aanleiding niet deel te nemen aan de gespeksronden in de namiddag, nog los van het feit dat wij ook nog een thuisreis van zeker 5 uren voor de boeg hadden.

Hoe het ook zij, aan de al met al bewogen cérémonie heb ik veel herinneringen overgehouden, en een indrukwekkend boekwerk.
Dat boek is een stimulans te meer verder te gaan met mijn zoektocht naar wat er zich in die oorlogsjaren heeft afgespeeld, met die arrestaties, interneringen, deportaties, werkomstandigheden in Mittelbau-Dora en het “Erholungsort” Lublin/Majdanek, in de biografie van Pierre Loonen betiteld als “camp mouroir“, “crepeerkamp“, als mijn achter-achterneef daar al ooit is aangekomen. Dat zal vermoedelijk wel nooit duidelijk worden.