Meervoudsvorming in het Nederlands

In de nasleep van mijn artikel over morfologie stiet ik op een skripsie die ik als 4e-jaars kandidaatsstudent met een 3- of 4-tal medestudenten aan de UvA in juni 1972 bij elkaar schreef. Het is niet de bedoeling deze tekst te hanteren als lesstof voor de doorsnee brugklas vwo-havo; wel geeft hij aan op welk nivo wij destijds bezig waren en hoe diepgaand wij te werk gingen, zonder er overigens helemaal tevreden uit te komen. Dat vonden wij zelf, maar de dienstdoende docent Albert Kraak was er lyries over.

Ik herinner het mij als de dag van gisteren. Het was stralend weer, wij waren gedemokratiseerd en een deel van het Lambert ten Katehuis was bezet door de ASVA ter voorbereidng van aksies, of onbruikbaar vanwege interne troebelen binnen de staf van de neerlandistiek, of we hadden gewoon zin om buiten in de achtertuin in het gras te gaan zitten ter nabespreking van ons werk. We dronken tee, want koffie kostte een dubbeltje en tee was maar ƒ 0,05 (suiker gratis). Kraak, over wie in een volgend artikel nog wel wat meer, wilde kostwatkost weten door wie dit stuk was geschreven. Maar wij waren gedemokratiseerd en als doorgewinterde kollektivisten eisten wij op dat er een groepswaardering aan werd toegekend. Kraak hield maar vol, wilde dan op z’n minst weten wie de eindredaksie had verzorgd. Wij jokkebrokken zeiden dat die er niet was. Hij kon niet weten dat het lettertype onmiskenbaar van mijn Underwood mitrajeursnest was; misschien was ik ook wel de enige die op mijn kamer over een schrijfmasjien beschikte en het was het me zelfs gelukt de [ə] tevoorschijn te toveren, door gewoon een [e] te typen, die uit te knippen en dan met gluton omgekeerd op het te stensilen vel te plakken.
Wij kregen allen dezelfde hoge waardering, welke weet ik niet eksakt meer.

Toen ik onlangs het stuk nog eens doorlas, was ik nogal verrast over de inhoud, de uitgebreidheid, de diepgang en de gehanteerde werkwijze. Ik had dat in m’n eentje nooit voor elkaar kunnen krijgen, en je kunt studenten niet verwijten dat ze de uiteindelijke formalisering in bikkelharde regels niet als resultaat hadden weten te krijgen – wel een aanzet daartoe. Ik aksepteer immers alleen taalregels die zodanig zijn geformuleerd dat er geen uitzonderingen op hoeven te worden gemaakt met sterretjes en voetnoten. Je kunt het natuurlijk op z’n Paardekooperiaans doen: gewoon alle nederlandse zelfstandige naamwoorden opsommen met hun meervoudsvorm. Zo doen woordenboeken en woordenlijsten het ook. Maar daarvan is het nadeel dat zelfs de achterachterkleinkinderen van Piet Paardekooper nog niet erin zullen slagen zelfs maar de letter A te voltooien. Los daarvan: die metode zou bij Kraak een dikke onvoldoende hebben opgeleverd; daarover meer in mijn Kraakartikel.
Wat wel duidelijk werd, was dat de meervoudvorming van nederlandse woorden enorm kompleks is en nog lastiger te beschrijven dan de verkleinvormen van onze zelfstandige naamwoorden. En ook al is de skripsie nu bijna 50 jaar oud, de observasies zijn nog steeds geldig en bruikbaar, al zullen de inmiddels vele nieuwe uitheemse woorden nog wel tot wat verdere verfijning en beregeling dwingen. Mij schiet zo meteen alleen crash te binnen (nog niet in Van Dale 8e druk 1961), meervoud: crashes, dat door de toenmalige regels volgens mij niet wordt gedekt, of het zou moeten zijn dat het woord als [VREEMD] wordt gelabeld en zijn oorspronkelijke, engelse meervoud behoudt. Maar dan heb je ook nog putsch (al wel in Van Dale 8e druk 1961), ook [VREEMD], maar dat krijgt dan weer niet zijn duitse meervoud putsche, maar het vernederlandste putschen. Misschien een goed argument om maar liever over neerstorting(en) en staatsgreep/-epen te spreken.

Ik heb de 19 paginaas van het stuk niet overgetypt, maar gescand. Hieronder de gedigitaliseerde versie van de originele foliovellen:







Pas 31 jaar later zou Kraak erachter komen wie de typist van dit stuk was geweest. Dat verklap ik nou nog even niet.

 

3 thoughts on “Meervoudsvorming in het Nederlands

  1. vandaag deze site ontdekt, door de eredivisie brief, ik lees niet alles, maar wilde hier even reageren op taal geneuzel, wat het lijkt, want lees het amper, ik accepteer het gewoon dat ik een buitenlander, die onze taal probeert te leren, gewoon niets snapt van het woord
    ‘vol-ledig’! gewoon genieten van taal, goed of fout bestaat in mijn ogen niet in een taal, zelfs als ik 1-oog ben in het land der blinden, kijk ik nog met argus ogen naar
    taal-peuter-aars 😉 maar spelen met taal, heerlijk!

    • Hij ging inderdaad als Remmert door het leven, maar officieel, zoals in titelbeschrijvingen van zijn werken, heette hij A.(A.). Er is opvallend weinig over hem te vinden op Internet, noch biografisch, noch qua afbeeldingen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.