Taalonderwijs en morfologie in het Nederlands

Binnen de taalwetenschap bestaan er enkele takken, waarvan iedereen wel de spelling kent en het redekundig en taalkundig ontleden. Minder algemeen bekend zijn de klankleer (fonologie en fonetiek, samen ook wel foniek genoemd), de betekenisleer (semantiek) en de leer van de woordbouw (morfologie). Over die laatste tak ga ik het hier hebben, maar dan wel in samenhang met de genoemde foniek, de semantiek en de spelling. Want die hebben veel met elkaar te maken, maar zij zorgen ook voor nogal wat problemen.

De morfologie is niet een onderzoeksterrein voor het Nederlands alleen, want alle talen gebruiken woorden en al die woorden zijn op een of andere manier gebouwd. Maar hier komt vooral de bouw van Nederlandse woorden ter sprake, anders wordt het verhaal veel te uitgebreid.

ENKELE BASISBEGRIPPEN UIT DE MORFOLOGIE
(zo zal ik ze ook hier in het vervolg hanteren)

  • MORFEEM: Een Nederlands woord bestaat uit één of meer morfemen; dat zijn de kleinst mogelijke lettercombinaties die in onze taal voorkomen, met of zonder betekenis. Dus huisangstbe--loosa-zijn allemaal morfemen.
  • STAMMORFEEM: Als een morfeem als alleenstaand woord kan voorkomen en het een betekenis heeft die verwijst naar iets of iemand in onze omringende werkelijkheid, noemen we het een stammorfeem of vrij morfeem. Het betreft dan een ongeleed woord dat niet verder uit elkaar kan worden gehaald, net zoals huis en angst. Elk Nederlands woord bestaat uit minstens één morfeem.
  • GEBONDEN MORFEEM: Als een morfeem niet los kan worden gebruikt, maar altijd aan een stammorfeem gehecht voorkomt, noemen we het een gebonden morfeem, zoals be-in beloven-loos in achteloos en a- in asociaal. Die gebonden morfemen zijn niet zonder betekenis, maar ze kunnen niet als losse woorden voorkomen.
  • AFFIX: Een gebonden morfeem staat in veruit de meeste gevallen vóór of na het stammorfeem; zie de voorbeelden hierboven. Het woord affix betekent aanhechting of toevoegsel. Staat het vóór het stammorfeem, dan noemen we het een prefix of voorvoegsel; staat het er achter, dan heet het een suffix of achtervoegsel. In sommige talen, maar in het Nederlands slechts uitzonderlijk, kan het affix ook midden in een woord staan, zoals de -s- in scheidsrechter. Die -s- is ingevoegd omdat bij weglating de uitspraak van het woord niet erg prettig overkomt. Iets dergelijks geldt voor de -e- in beginneling, die is ingevoegd omdat het zonder die overgangsklank lastig is uit te spreken. Zo’n affix binnen een woord heet in de vaktaal infix, en als het slechts dient als bindmorfeem tussen woorddelen, een interfix, op voorwaarde dat het geen zelfstandige betekenis heeft, maar alleen ten behoeve van de uitspraak is ingelast.
    Ook mag het niet zo zijn dat die tussenklank onderdeel uitmaakt van een van beide omringende morfemen: in damestasje en zienswijze kunnen we nog denken aan een bezitsaanduiding: het tasje van een dame, de wijze van zien. Dan heeft die -s wel degelijk een betekenis en staat er niet voor de klank. Inmiddels staan overigens de Nederlandse spellingregels toe dat zowel handelwijze als handelswijze aanvaardbare schrijfwijzen zijn en dat je zo’n tussen-s mag schrijven als je hem bij de uitspraak ook hoort.
  • SAMENSTELLING: Als twee of meer stammorfemen aan elkaar worden gekoppeld en zo een nieuw woord vormen, noemen we dat een samenstelling:
    tafel-blad of kachel-pijp-verbinding-stuk (de streepjes staan er alleen om de stammorfemen te onderscheiden). Het Nederlands kent, net als het Duits, geen bovengrens aan het aantal te koppelen stammorfemen.
  • AFLEIDING: als een stammorfeem wordt omgeven door een prefix en/of suffix, spreken we van een afleidinga-sociaalon-betaal-baarecht-heid.
  • MORFOLOGISCHE VALENTIE: Dat is de mogelijkheid van een taal om door middel van samenstelling en afleiding nieuwe woorden te vormen. Nederlands en Duits bezitten een veel grotere morfologische valentie dan bijvoorbeeld Engels, Frans en Italiaans.

Binnen de taalkunde worden afgeleide vormen als meervoud (stoel-en), verkleinwoord (bloem-e-tje of bloem-pje), buigingsuitgangen als goed-e en moerder-s mooiste, en verbuigingsaanduidingen als in ge-werk-t en wacht-te niet beschouwd als affixen, voornamelijk omdat die toevoegingen wel degelijk betekenisdragend zijn.
In heel veel gevallen komen we een combinatie van samenstelling en afleiding tegen en krijg je dus gauw vrij lange woorden, zoals oververmoeidheidsverschijnselen of ijsbereidingsmachineonderdelengroothandel.
De bewering dat het Duits met langere woorden werkt dan het Nederlands wordt niet door alle feiten bewaarheid. Er bestaan tellingen die uitwijzen dat de gemiddelde woordlengte van Nederlandse teksten (ietsje) hoger ligt dan van hun Duitse pendanten. Wel is het evident zo, dat de morfologische valentie van Nederlands en Duits aanmerkelijk groter is dan die van bijvoorbeeld Italiaans, Frans en Engels. We zien dat ook vaak terug in de verengelsing van het Nederlands, waarbij woorden die in het Nederlands aaneengeschreven moeten worden opeens als twee woorden verschijnen, omdat het Engels de valentie niet heeft om ze aaneen te schrijven, zoals het incorrect gespelde bagage depot (baggage room), ratten plaag (rat infestation), antwoord apparaat (answering machine) en vele andere.

En kom nou niet aanzetten met het Franse woord in de Almanach van La Poste 2011:
paraskevidekatriaphobie (angst voor vrijdag de 13e), want dat is gewoon Grieks, samengesteld uit Παρασκευή δεκατρία φόβος (“Vrijdag dertien angst“). Fransen kunnen zo’n samenstelling nooit maken.
Denk liever aan het voorbeeld dat ik elders al eens gebruikte:

derdewereldlandenontwikkelingshulpgeldstromenproblematieken

Dat zijn 59 letters. Laat ik welwillend zijn en de onderstreepte genitief-s als voorzetsel beschouwen – iets wat ik al langer doe. Dat kunnen ze in Duitsland ook:

Dritte-Weltländerentwicklungshilfegeldhähnerproblematik

(Naar mijn weten kent het Duitse woord Problematik geen meervoud.)
Ook maar één voorzetsel en een wat minder prettig verbindingsstreepje, maar met 54 letters net iets korter dan het Nederlandse origineel.
Arme Engelsen. die hebben er 4 voorzetsels voor nodig, want ze kunnen geen lange woorden maken:

Problems of the flow of money for development assistance to Third World countries

Maar liefst 13 woorden; altijd nog minder dan die nog armere Fransen en Italianen, die er 7 voorzetsels en 16 woorden voor nodig hebben door hun beperkte morfologische valentie:

Problématiques du flux d’argent pour aide aux pays du tiers-monde en voie de développement.
Problemi dei flussi di denari per aiuto ai paesi del terzo mondo in fase di sviluppo

Tsjechen eten van twee walletjes. Doordat zij maar liefst 7 naamvallen gebruiken, kunnen ze die inzetten naast ‘echte’ voorzetsels:

Problémy s toků kapitálů na rozvojovou pomoc zemím třetího světa

Maar met 2 voorzetsels (s en na) en 6 naamvalsvormen toch een stuk omslachtiger dan dat ene Nederlandse woord.
Maar misschien wisten jullie dat allemaal al lang.

HET BELANG VAN MORFOLOGIE IN HET ONDERWIJS
In het taalonderwijs is niet of nauwelijks plaats ingeruimd voor morfologie, net zomin als voor fonologie. De eeuwenoude term spraakkunst heeft niets te maken met uitspraak, maar met taal, als in het Duitse Sprache. Spraakkunst is dus gewoon taalkunde.
Al vanaf het basisonderwijs wordt er veel aandacht besteed aan spelling, zonder zich al te theoretisch te bekommeren over hoe spelling en fonologie verweven zijn met morfologische eigenschappen van woorden, en wat precies het verband en het verschil is tussen lettergrepen, syllaben en morfemen.

Als kinderen in het basisonderwijs woorden in delen moeten leren splitsen (ten behoeve van het spelonderwijs?) is een gebruikte methode hen ritmisch klassikaal die woorden uit te laten spreken, eventueel zelfs door erbij te klappen. Wat die kinderen dan doen, is syllabes isoleren.
Syllabes zijn immers klankgrepen, stukjes woord die je los van elkaar kunt uitspreken. Je hoort dan dus:
ho•ngərle•kər, voor•taanhee•lalwaa•rom.

Lettergrepen daarentegen zijn schrijfgrepen. Voor het opsplitsen van woorden in lettergrepen, belangrijk bijvoorbeeld voor het afbreken van woorden aan het regeleinde, worden bovengenoemde voorbeelden:
hon•gerlek•kervoort•aanheel•alwaar•om.

Bij een woord als meestal is het onduidelijk: de lettergrepen zijn meest•al, daarmee de morfologische regels volgend, maar mogelijk zullen in de klas de syllaben mee•stal klinken.
Over het algemeen volgt de lettergreepverdeling de morfologie van een woord, maar dat is geen absolute wet: bij drin•kenhon•ger en me•ten zijn het de fonologische regels van het Nederlands die de grens bepalen. Het is echter niet louter een onderwijsprobleem, elke taalgebruiker die schrijft loopt er met regelmaat tegenaan.

Wat dat afbreken van woorden aan het regeleinde betreft: er zijn drie mogelijkheden om daarmee om te gaan.

  • De eerste is te vertrouwen op de afbreekmodule van het tekstverwerkingsprogramma, bijvoorbeeld Word. Maar dat kan tot ongewenste resultaten leiden – dat zien we zelfs bij meer gevanceerde afbreekalgoritmen van de dagbladpers optreden. Bovendien moeten we alert zijn op dubbelzinnig samenstelde woorden als loods•pet/lood•spetbalk•anker/bal•kanker en vele andere, waar de lettergreepscheiding parallel loopt met de morfologische opbouw van de samenstelling, maar dat kan een tekstverwerker niet makkelijk doorzien.
  • De tweede methode is veiliger: zoek de afbreekregels op in een officiële spellinggids als het Witte Boekje, dat maar liefst vier pagina’s wijdt aan de zeer ingewikkelde regels voor het afbreken in het Nederlands, of zoek het op internet op bij de Taalunie.
  • De derde methode is de beste: breek woorden niet af aan het regeleinde; zet woordafbreken in Word gewoon uit. Dat is alleen heel vervelend bij teksten met lange woorden in smalle kolommen.

Een ander taalkundig probleem zien we bij de verklein- en meervoudsvormen in het Nederlands. Weliswaar zijn die de afgelopen eeuw omstandig en voortreffelijk beschreven, maar voor het onderwijs is dat allemaal teveel wetenschappelijke vaktaal. Ook bij deze vormen zien we dat morfologie, syllaben, lettergrepen, fonetiek en fonologie met elkaar om voorrang strijden.
Zo hebben we naast het morfeem hemd de verkleinvorm hempje (of hemdje, maar weingen zullen dat zo uitspreken) of in kindertaal hemmetje; naast gracht de verkleinvorm grachtje waarbij de t niet wordt uitgesproken, en bloem wordt tot bloempje of bloemetje;
kind wordt kindje, maar in het meervoud hebben we naast kindjes ook kindertjes; het enkelvoud *kindertje bestaat niet. Een klein blad wordt een blaadje, maar in het meervoud hebben we blaadjes en bladertjes, dat laatste echter alleen als het om boombladeren gaat, waarbij het enkelvoud *bladertje niet eens bestaat.
Gelukkig kunnen we ervan uitgaan dat kinderen al op basisschoolleeftijd over genoeg taalkennis en -ervaring beschikken om te weten wat de juiste verkleinvorm van een woord is. Kinderen weten dat met name, doordat in kindertaal veel vaker van verkleinwoordjes gebruikt wordt gemaakt (ook door hun ouders) dan in grotemensentaal, dus het probleem is bij hen niet zozeer de klank van het woord, maar hooguit de spelling en afbreekvorm ervan.

STAMMORFEEMPROBLEMEN
Ter afsluiting nog een tweetal probleemgevallen waarbij morfologie, fonologie, spelling en afbreking een rol spelen.

  • Het is van belang te weten wat de stam van een werkwoord is, voonamelijk vanwege de spelling van werkwoordsvormen. Het idee dat de stam de vorm is die achter ik komt, is niet geheel correct. Leef is niet de stam van leven, net zomin als vries de stam is van vriezen. Die stammen zijn namelijk resp. leev en vriez. Maar de fonologische wetten voor het Nederlands staan niet toe dat een woord of lettergreep in geschreven taal eindigt op een -v of een -z, (behoudens in leenwoorden als jazz•concert) en ook niet dat een woord of lettergreep met een stomme e. Dat verklaart de lettergreepscheiding be•le•ven in plaats van be•leev•en en be•vrie•zen in plaats van be•vriez•en, wat morfologisch gezien correcter zou zijn. Het Nederlands staat daarin niet alleen. Denk aan de Engelse koppels life en to live, of wife met meervoud wiveswolf met meervoud wolves, en komen to specialise en to specialize beide voor.
  • Een ander uitgangspunt is om als werkwoordsstam het hele werkwoord te nemen zonder de -en aan het einde. Dat werkt natuurlijk niet bij doen, gaan, zien en zijn, maar de bovengenoemde v en z komen dan wel correct in beeld. En daarmee zij dan tevens verklaard waarom leefde en geleefd, vreesde en gevreesd een d krijgen en niet een t, die ze volgens ’t kofschip zouden moeten krijgen bij de stam leef en vrees.
  • Bij woorden die het Nederlands aan een vreemde taal heeft ontleend, zeker als dat al lang geleden is gebeurd, is het maar de vraag of je de oorspronkelijke morfologie en lettergreepscheiding moet aanhouden of niet. Twee Griekse voorbeelden: de helikopter, “wentelwiek” komt uit het Griekse helikon(“spiraal“) en pterux (“vleugel“). In het Grieks breek je dat dus af als he•li•ko•pte•rux, maar het woord is zodanig vernederlandst, dat wij er he•li•kop•ter van maken, vooral doordat onze fonologische regels niet toestaan dat een Nederlands woord begint met pt- En dan natuurlijk morfologie, in het Grieks morf•o•lo•gie. Dat zou fonologisch gezien ook wel kunnen in het Nederlands, maar toch hebben wij het ‘aangepast’ en er mor•fo•lo•gie van gemaakt. Morfologisch incorrect dus.

Het moge duidelijk zijn dat Nederlands een lastige taal is, onder andere vanwege de voortdurende wisseling van prioriteit en botsende regels. Reden te over voor taaldocenten om zich goed in te werken in de morfologie van het Nederlands om zo tot meer heldere uitleg en een beter inzicht te kunnen komen.


Bronnen en referenties

  • – eigen lesmateriaal
  • – W.G. Klooster, Grammatica van het hedendaags Nederlands. SDU 2001
  • – Het Witte Boekje. Genootschap Onze Taal 2006
  • – M.C. van den Toorn, Nederlandse grammatica. Wolters-Noordhoff, 9e druk 1984
  • – Het verkleinwoord in het Nederlands. Instituut voor Algemene Taalwetenschap. UvA 1971
  • – Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS). Martinus Nijhoff, 2e druk 1997
  • – E-ANS op https://ans.ruhosting.nl/

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.