De Apocryphe Boecken

Aan het begin van mijn tweede studiejaar, in augustus 1969, kocht ik, zoals zo vaak slenterend langs de boekenstalletjes onder de Oudemanhuispoort, een boekje dat mij totaal niet interesseerde. Althans, de inhoud niet.
Maar ter bevrediging van mijn verzamelwoede ruim binnen mijn vakgebied was ik dolblij voor slechts ƒ 15,= het oudste boekje in mijn collectie te kunnen aanschaffen, namelijk uit 1670.

Ik had nog nooit van de Apocryphe boeken gehoord en helemaal fris zag het werkje er ook al niet uit.
Een nogal gevlekte, maar op zich mooi gestempelde perkamenten band (nooit perkament proberen schoon te maken!), het onderste derde deel van de rug ontbrak, het zat niet meer helemaal stevig in de band en d’een of d’andere onverlaat had er voor hem/haar interessante passages in zitten onderstrepen of zelfs nog in de marge zitten toelichten.

Niet dat dat alles de leesbaarheid verminderde, want de tekst was toch al niet leesbaar: een driepunts Gotisch lettertje in 17e-eeuws gedrukte taal over een onderwerp buiten mijn vakgebied. Bovendien vertoonde het aan de onderkant nogal nadrukkelijk vlekken van vochtoptrek en was één houtworm erin geslaagd zich van achteren half doorheen het boek te wurmen om er zijn bijbelkennis mee te verhogen; de letterlijke boekenwurm. Maar mij kon dat volstrekt niks schelen. Ik had een 17e-eeuws boek bemachtigd voor weinig geld en ik koesterde het, tot in 1987 met de aanschaf van een boek uit 1656 Jan Vos de koppositie overnam.

Restauratie van dit boekje zou wellicht te overwegen zijn. Maar waartoe diende dat? De perkamenten rug, waarvan het onderste derde deel ontbrak, kreeg ik toch niet mooi hersteld, en om de binding te verstevigen zou ik het hele boekblok uit elkaar moeten halen, daarna opnieuw de katernen aan elkaar naaien en vervolgens het geheel weer stevig in de band moeten proberen te hangen met nieuwe, niet originele schutbladen.

Al die verbeteringen beschouw ik als verslechteringen, omdat ik ermee de originaliteit van het boek ga aantasten. En omdat het toch geen dagelijks gebruiksvoorwerp is, en ik allerminst van plan ben het te gaan verkopen, kan ik het maar beter in de kast laten staan in het besef iets in huis te hebben wat ècht 350 jaar oud is.
__________________________________________________________________________
Dit artikel is een voorbeschouwing van mijn restauratieverslag van het boek van Paul Tannery: Pour l’histoire de la science hellène.

Tannery restauratie-inleiding

Wat moet je anders in deze weken van confinement, bijna absolute opsluiting in huis, waarbij je alleen maar met een speciaal formulier op zak eventjes de deur uit mag om boodschappen te doen of naar de dokter te gaan, op straffe van een subiete boete van €135 voor het niet bij je hebben van dat formulier of om een niet-geldige reden?

Ik verveel me nooit, en vooralsnog denk ik dat goed vol te kunnen houden.

 

Onlangs kreeg ik een verzameling oude wetenschappelijke boeken in handen ter beschrijving en eventuele verkoop. Toen ik daarmee zo goed als klaar was, resteerden er nog drie die in te slechte staat verkeerden om ze te koop aan te bieden. Ik besloot toen een van die exemplaren grondig te gaan restaureren en dat proces hier met een aantal artikelen te begeleiden.

Het gaat om de tweede druk van een werk van de Franse wetenschapper Paul Tannery (1843-1904): Pour l’histoire de la science hellène uit 1930; oorspronkelijke druk 1887. Het boek lag zowat helemaal uit de band, voor- en achterplat lagen los, van rug en rugtekst was hoegenaamd niets meer over, het beloofde portret op het frontispice ontbrak en links en rechts waren er zo nog wel meer beschadigingen. En omdat het werk antiquarisch een bescheiden handelswaarde heeft van hooguit enkele tientjes, vond ik het wel verantwoord mijn boekbindkunde eraan te wijden. Het boek is bovendien in een facsimile-herdruk in 1990 heruitgegeven en het is integraal digitaal gratis beschikbaar.
Ook in bibliofiel opzicht is het weinig uitzonderlijk: de onderhavige editie is geen eerste druk, en daarbovenop tamelijk goedkoop bezorgd, waardoor met name de sobere bindwijze niet bleek opgewassen tegen het volume en gewicht van het werk: 24x17x4 cm en 1010 gram zwaar.
Voordat ik echter die restauratie ga beschrijven, wil ik eerst wat opmerkingen kwijt over oude boeken, hun waarde en hun eventuele restauratie.

Je kunt een boek waarderen om zijn inhoud, los van de staat van het werk; de inhoudelijke waarde. Je kunt een boek waarderen om zijn uiterlijke kwaliteit, zowel van de band als van de vormgeving van het boekblok; de bilbliofiele waarde. Je kunt een boek waarderen om zijn kostbaarheid, evt. verhandelbaarheid; de economische waarde. En vaak is je waardering een combinatie van genoemde waarden.

Om dat te illustreren, wijd ik de komende tijd eerst een drietal artikelen aan andere oude boeken in mijn bezit waaruit blijkt welke afwegingen voor mij de doorslag geven om wel of vaak ook niet tot restauratie te willen overgaan. Klik op de titels voor die betreffende artikelen. Het betreft, van links naar rechts, De Boecken Genaemt Apocryphe uit 1670, Aran en Titvs van Jan Vos uit 1656 en de Institutiones mathematicæ van Eduard Corsini uit 1743.
Daarna kom ik ter zake met de restauratie van bovengenoemd werk van Paul Tannery.