Alleen cheques

Alleen in bijzondere gevallen komt het voor dat het zinloze tijdverlies bij het oeverloos wachten aan de kassa van de Colruyt wordt gecompenseerd door een lucide ingeving. Zo besefte ik begin deze week dat het tot de uitzonderingen behoort dat een bijvoeglijk gebruikt woord in de ene taal in een andere taal opeens bijwoordelijk wordt gebruikt. Daarmee kon ik een voortdurende ergernis voor een keertje ombuigen tot een interessante observatie.

Aan de zijkant van de kassa (van de 5 zijn er altijd maar 1, sporadisch 2 open, om loonkosten te besparen) hing een directiemededeling die luidde: “Seuls les cheques inférieurs à € 100 sont acceptés”/”Alleen cheques tot € 100 worden geaccepteerd“.

Vraag het maar aan je ouders of grootouders: in vervlogen tijden kon je in Nederland betalen met cheques van de Postcheque- en Girodienst, PCGD, later, van 1969-2002 met girobetaalkaarten. Ze waren gegarandeerd tot een bedrag van ƒ 100,=.

In Frankrijk, waar op veel kassabonnetjes het totaalbedrag in Euro’s ook nog steeds in Franse Francs wordt vermeld, is betalen met bankcheques ook vandaag de dag een veel gehanteerde wijze van afrekenen, niet alleen bij de Colruyt, ook bij andere super- of hypermarchés als E.Leclerc of Intermarché. En dan begint de ellende, nog los van de fraudegevoeligheid. Klant geeft aan te willen betalen met een cheque. Helaas blijkt, vooral bij vrouwen, dat het chequeboekje helemaal onder in de tas ligt waar zij net alle boodschappen heeft ingestopt. Dat ze ook nog eens moest betalen, had zij immers niet kunnen voorzien. Dus alles op zijn kop, tot het boekje er is. Dan alleen nog maar de cheque ondertekenen, want de kassa print er zelf het bedrag op en de naam van de begunstigde, waarna de caissier of caissière de cheque ter controle en goedkeuring aan de gedupeerde toont. Die moet vervolgens een identiteitskaart, rijbewijs of paspoort tevoorschijn halen (“Waar heb ik die nou ook weer zitten?“) en overhandigen, waarna de dienstdoende betaalambtenaar aard van het identiteitstdocument, nummer en datum met de hand achterop de cheque schrijft (een tweede, nu wèl schrijvende balpen is meestal wel voorhanden) en dan is de betaling verricht. Niet dat betalen met baar geld veel vlugger gaat, want enerzijds lijken de muntjes van 1, 2 en 5 cent (“Heeft u het niet kleiner?“) te veel op elkaar, en die van 1 en 2 Euro ook, maar veel Fransen keren elk muntje om om te kijken of het wel Franse muntjes zijn en niet vreemde uit Griekenland, Nederland of Portugal. Die zijn per definitie onbetrouwbaarder. Hoogbejaarden beginnen er niet aan; die keren gewoon hun hele portemonnee om, en de kassameneer/-mevrouw mag dan de muntjes naar keuze eruit vissen. Frankrijk zou moeten beginnen de 1 en 2 cent af te schaffen, zoals Finland dat meteen al deed, en Nederland inmiddels ook heeft gedaan.

Nadat ik dit alles in tenenkrommend, gezapig tempo weer eens had moeten aanschouwen, was ik aan de beurt, betaalde in twee seconden contactloos en begon ik in de auto mijn observatie tot een artikel te transformeren. En dat gaat dus over keiharde taalkunde. Over de woorden seul en alleen.

Het Franse seul is een bijvoeglijk naamwoord. Verbogen vormen seuleseuls en seules. In de Nederlandse vertaling kan dat zijn: enkel (één enkel woord; met enkele rake klappen), of alleenstaand (een alleenstaande vrouw), of alleen (zich alleen voelen; alleen op de wereld).

In het aangetroffen zinnetje “Seuls les cheques inférieurs à € 100 sont acceptés”/”Alleen cheques tot € 100 worden geaccepteerd” is seuls evident een bijvoeglijk naamwoord, mannelijk meervoud. Maar in de Nederlandse vertaling is alleen evident een bijwoord, niet-verbuigbaar en niet-vervangbaar door bijvoorbeeld alleenstaand. Wel door enkel, maar in het Nederlands zie je het onderscheid tussen bijvoeglijk naamwoord en bijwoord vaak niet aan de woordvorm.

Alleen als bijwoord kun je dus omschrijven als enkel, maar dan in de betekenis slechts, uitsluitend, en dat is precies de betekenis van de waarschuwing aan potentiële chequebetalers. Maar waarom zou het dan in het Frans niet ook een bijwoord zijn, bijvoorbeeld seulement of uniquement ? Is hier sprake van gewoon slecht Frans, of Waals? Niet helemaal. Ik kwam de wending ook tegen in de officiële Handelingen van de Assemblée générale van 19 december 1974: “Seuls les chèques inférieurs à cent francs sont garantis et acceptés“. Zie bovenstaande afbeelding. Dan moet het toch wel correct Frans wezen (zie http://archives.assemblee-nationale.fr/5/cri/1974-1975-ordinaire1/102.pdf).

Wij leerden op school, wat kort door de bocht: “een bijvoeglijk naamwoord zegt iets over een zelfstandig naamwoord, een bijwoord over iets anders, bijvoorbeeld een werkwoord of de hele zin“.

In de bijwoordlezing dus: “Het is slechts/uitsluitend zo, dat cheques onder de € 100 worden geaccepteerd“.

In de bijvoeglijke lezing: “Voor alle cheques geldt dat die van onder de 100 alleen worden geaccepteerd“. Dan valt alleen binnen het zinsdeel “die van onder de 100 alleen“, is het verplaatsbaar door het vooraan dat zinsdeel te zetten (“alleen die van onder de 100“), maar is het in dat zinsdeel niet doordringbaar; parafrases als “Alleen voor alle cheques geldt…” of “Voor alls cheques geldt alleen, dat…” of: “…dat cheques onder de 100 alleen worden geaccepteerd” dekken de lading niet of leveren zelfs onwelgevormde zinnen op.

Toch zegt mijn gevoel dat in het onderhavige geval alleen de lezing van slechts, uitsluitend heeft en daarmee een bijwoord is.

Over alleen, en de plaats ervan binnen het zinsdeel, is in diverse grammatica’s niet bar veel te vinden. Toch is er wel een en ander merkwaardigs aan de hand. In de volgende twee zinnen leidt het tot ongewenst betekenisverschil:

Een man alleen is maar verdrietig
*Alleen een man is maar verdrietig

Maar in de volgende drie zinnen lijkt er een identieke betekenis te bestaan:

Van brood alleen kun je niet leven
Van alleen brood kun je niet leven
Alleen van brood kun je niet leven

Ik ben er nog niet helemaal uit, maar ik weet alleen dat het hoog tijd wordt dat Frankrijk de cheque als betaalmiddel met onmiddellijke ingang afschaft.

Savigny

Wie, om aan de hitte in Nederland te ontsnappen, naar de Spaanse costa’s reist, en dat niet per vliegtuig doet, passeert normaal gesproken op korte afstand een alleraardigste plaats in de Haute-Marne: Savigny (52500). Niet zozeer omdat die plaats slechts rond de 60 inwoners telt, maar wel omdat zich daar een heus Château bevindt dat een bezoek alleszins rechtvaardigt.

In feite omvat het domein twee gebouwen: het 19e-eeuwse Château Le Bocage en het 200 jaar oude jachtslot St.-Hubert, alles gesitueerd op een prachtig, uitgestrekt park. Het geheel heeft uiteenlopende bestemmingen: je kunt er overnachten (individueel of met een groep van max. 50 personen, de architectuur en natuur bewonderen, ontspannen, sporten, aan zweverige dingen doen, en gedurende juni-augustus 2019 een expositie bewonderen van Art au Vert, een kunstenaarscollectief uit de wijde omtrek, dat nu al voor de achtste keer de poorten opent voor een gratis bezoek. Elke zondag van 11-18 uur betreft dat een overzichtstentoonstelling in het kasteel van Savigny, terwijl in de weekenden van 6-7 juli en 17-18 augustus de deelnemende artiesten hun eigen ateliers openstellen.

De hier afgebeelde folders en de website www.lebocage.nl geven verdere uitgebreide informatie. Direct boeken via de site lijkt niet mogelijk te zijn.

Een paar correcties zijn wel op hun plaats. Het informatiemateriaal is nogal verouderd. Zo bestaat de genoemde regio Champagne-Ardennes al sinds begin 2016 niet meer en heet nu, samen met Lotharingen en de Vogezen de regio Grand-Est. De in de folder genoemde prijs van € 35,00 pp/pn is wat optimistisch geschat: een (minimaal vereist) verblijf van 2 nachten voor twee personen komt via Tripadvisor op € 1.961,00 waarbij niet is vermeld of daarbij ontbijt is inbegrepen. Wel is er gratis wifi. Bezoek je alleen de gratis expositie, dan kun je vervolgens elders in de omtrek zeker tien keer goedkoper overnachten.

Verder barst de uit 2017 stammende website van de taalfouten (bijvoorbeeld “Klik om cookies te accepteren deze inhoud te activeren“; “Leylijnen” die een regel later opeens foutief “leilijnen” heten; onjuistheden in de eigen adresgegevens, &c).

En ten slotte: de Bocagisten kunnen er ook niks aan doen dat het openbaar vervoer in Frankrijk zo belabberd is, maar dat rechtvaardigt nog niet de in de folder aangegeven reisroutes en afstanden met ontoelaatbaar optimisme te afficheren. Parijs-Savigny is per auto niet de genoemde 220 km (en al zeker niet via de A4), maar ±330 km (snelste route via de A5 en de N19), Langres niet 28, maar minstens 34 km, en van het dichtstbijzijnde treinstation Culmont-Chalindrey is het niet de vermelde 15 km, maar 23 km lopen naar Savigny, want busvervoer is niet voorhanden.

Neemt allemaal niet weg dat Château Savigny en het hele domein eromheen een prachtig voorbeeld is van veelzijdige rijkdom in een nog niet door toerisme geteisterde Haute-Marne. Je moet de gegeven foute/misleidende beschrijvingen maar voor lief nemen, maar eenmaal daar gearriveerd zul je niet teleurgesteld zijn.

 

Spiegelrijm

Een oplettende lezer betrapte mij erop dat ik in mijn rijmoverzicht Een tien voor taal van januari jl. een rijmschema had vergeten op te nemen: het spiegelrijm. Eigenlijk twee schema’s: het scharnierrijm als uitgebreide vorm van het spiegelrijm. Ik ga die omissie hier goedmaken, en misbruik daarvoor het onvergetelijke Collegelied van het Amsterdamse St.-Ignatiuscollege.

De tekst van dat lied, gecomponeerd door Hubert Cuypers (1873-1960), werd geschreven door pater Louis Huf S.J. in 1946. De net voorbij oorlogsjaren klinken er nog in door. Het eerste couplet luidt:

Wij gaan langs Amstels wegen
Door ’t drukke stadsgewoel.
Bij zonneschijn en regen,
’t College blijft ons doel.
Wie ’t leven willen wagen
Die komen hier bijeen
Voor grootse levensvragen
En gaan ook graag weer heen.

Dat is dus een standaardvoorbeeld van gekruist rijm AB-AB-CD-CD.

Kenmerkend voor spiegelrijm is het veel moeilijker te maken rijmschema ABCD-DCBA, dat we ook wel kreeftrijm zouden kunnen noemen vanwege de omarmende scharen. In feite is het hogere rijkunst naast het al eerder behandelde omarmend rijm AB-BA.

Om het dan nog iets lastiger te maken bedenk je een extra middelste regel tussen de twee kwatrijnen, die rijmt op de eerste en laatste regel, waarbij je een tegenstelling of overgang illustreert tussen het eerste en laatste kwatrijn, dus zowel een vormelijk als een inhoudelijk scharnierpunt in het gedicht.

We krijgen dan mijn volgende proeve van bekwaamheid:

A  Wij gaan langs Amstels wegen
B  ’t College blijft ons doel.
C  Voor al die levensvragen
D  Komt ieder graag bijeen,

 

A  (al valt het soms wat tegen)

 

D  Dus gaat ook graag weer heen.
C  De lessen gaan vervagen.
B  Dat scheelt een heleboel:
A  Na zonneschijn komt regen.

Van wie ik het idee heb? Natuurlijk van Drs. P. Zie zijn uitleg op https://www.dbnl.org/tekst/_twe007198901_01/_twe007198901_01_0025.php

 

Leve de ongelijkheid

Het wordt niks met al die pogingen om mannen en vrouwen als dezelfde soort te zien. Niet dat mannen er geen recht op zouden hebben als vrouwen te worden behandeld, of omgekeerd, maar alle goedbedoelde intenties ten spijt zien ze er de zin niet van in. En daarvoor bestaan er tal van aanwijzingen, argumenten en tegenwerpingen.

Ik trap maar even af met het zojuist begonnen WK-vrouwenvoetbal in Frankrijk. Gisteren was Frank Wielaard de NOS-commentator van dienst bij Nieuw-Zeeland tegen Nederland. Het begon al goed. Zijn breed ontwikkelde taalkennis ten spijt opende hij met ons welkom te heten in Le HHHHHHHHHavre. Zoiets zegt geen Fransman. Vervolgens bezondigde hij zich aan het euvel van zovele commentatoren dat ze er meer voor zichzelf zaten dan voor de kijkers: met geen woord repte hij over de omstandigheden, het weer, het veld. In plaats daarvan vertelde hij hoofdzakelijk wie er aan de bal was, alsof wij dat niet konden zien. Maar wat, naast tal van andere taalfouten van het kaliber dat/wat, hen/hun en zo, het ergste van alles was: hij had blijkbaar niet in de gaten hem dat het om vrouwenvoetbal ging. Ik zou de hele 95 minuten nog eens goed erop moeten naluisteren (doe ik niet), maar hij heeft gedurende de hele wedstrijd het woord vrouw niet één keer genoemd. Wel wist hij te melden dat deze of gene speelster door twee man werd afgestopt en dat een andere speelster één man kwijt was. Wielaard is al tientallen jaren actief bij de NOS, maar wellicht is een overstap naar de commerciëlen beter passend bij zijn taalgebruik en informatieverstrekking. Dat hij daarnaast een hekel lijkt te hebben aan het woord Nederland en het steeds maar over oranje had, is leuk om de republikeinen (m/v) onder ons op de tenen te trappen. Het ontbrak er nog maar aan dat hij over Holland begon.

In de aanloop naar dat toernooi kwam de KNVB begin deze maand met het onzalige idee de beloning in het vrouwenvoetbal gelijk te trekken met die in het mannenvoetbal. Dat is de gekheid ten top. Voetbal is geen korfbal. Als de KNVB (en de UEFA en de FIFA) iets zouden willen doen aan de normalisatie van de geldstromen, dan moesten de de beloningen in het mannenvoetbal gelijk worden getrokken met die in het huidige vrouwenvoetbal. Salarissen, bonussen, transferbedragen aan de top zouden dan niet moeten gaan voldoen aan de Balkenendenorm, laat staan aan de Matthijs van Nieuwkerknorm, maar met minimaal een factor 100 moeten worden verlaagd tot iets modaals, iets wat mensen sociaal gerechtvaardigd vinden. Maar nu doemt er een scenario op dat van vrouwen hetzelfde soort haantjes moet gaan worden gemaakt die we maar al te vaak tegenkomen bij top van de HH.Stervoetballers waarvan de media smullen als het gaat over hun verkrachtingszaken, grove belastingmalversaties en andere soorten verslavingen. Miedema, Martens, trap er niet in en laat je niet defeminiseren.

Over Matthijs van Nieuwkerk gesproken: net als Herman van der Zandt dat doet in Met het mes op tafel, spreekt Van Nieuwkerk een reeks dames rond zijn DWDD-tafel steevast aan met “Jongens!“, wat je daarvan ook moge vinden. In een soort vroegtijdige reactie daarop mat ik mij de gewoonte aan voor de klas een groep jongens tot de orde te roepen met de kreet Meisjes! Het was dan gelijk helemaal stil.

Eigenlijk heeft het allemaal niks met voetbal te maken, hoe graag ik er ook naar kijk. Wie googelt op de trefwoorden “male female brain difference” loopt tegen “ongeveer 678.000.000 treffers” aan. Dat ongeveer verrast mij nog het meest. Enkele tientallen daarvan zijn de moeite waard. Maar eentje die ik niet tegenkwam, staat mij nog goed bij. Ergens begin jaren-’90 heb ik enkele groepen studenten (m/v), zowel de jongere van de voltijdopleiding als de oudere van de deeltijdopleiding geconfronteerd met bijgaande tekening. Ik meen dat die afkomstig was uit een artikel in Scientific American, maar dat weet ik niet zeker meer.
Hoe dan ook, het doet me denken aan het schilderij “Grandma Moses goes to the Big City
” uit 1946.
Ik projecteerde die tekening op het scherm met de vraag er gedurende één minuut goed naar te kijken. Daarna schakelde ik de overheadprojector uit en vroeg ik hun die tekening na te tekenen. En ja hoor: voltijd of deeltijd, jong of oud, er kwam steeds hetzelfde resultaat uit: de studenten leverden een redelijk correcte weergave van het wegenpatroon, de lange lijnen op, maar de details waren over het algemeen een grote zooi, vergeleken bij het origineel; bij de studentes zagen we grosso modo het omgekeerde: die waren volstrekt het spoor bijster waar het ging om de paden, straten en lanen, maar huisje-boompje-beestje werden met redelijk grote precisie naar het origineel weergegeven.

Of het iets bewijst, weet ik niet, maar een aanwijzing is het wel. Pogingen om de man/vrouwongelijkheid op te heffen zijn gedoemd te mislukken, en dat hebben we niet aan Frank Wielaard te danken.