Beste PVV-spot ooit

Hoera. De PVV is erin geslaagd een tv-spot te produceren die ik met afstand de beste ooit vind. Hij is nu uitgezonden in de aanloop naar de Provinciale-Statenverkiezingen van 20 maart.
Wilders kon het niet beter treffen. Helmond. Regen. Provinciaal. Dranghekken. Daar kan geen Rutte tegenop. “Een hele goede morgen!“, zou Buma zeggen.

Zo te zien is het spotje opgenomen in Helmond (“Gerard van Hal Fotografie, Kerkstraat, Helmond”; is dat gewenste en toelaatbare sluikreclame? Komt wel erg vaak prominent in beeld. Van Hal staat er fraai op!), modelgemeente voor Heel Blank Nederland. Nu alleen nog dat irritante getetter van de Fatih Moskee aldaar langs de Deurneseweg het zwijgen opleggen. Maar het allermooiste eraan is dat er geen woord in wordt gesproken. En dat is veelzeggend, want zwijgen is goud. Slaan zijn traditionele frasen niet meer aan? Is hij met stomheid geslagen? Willen de massaal toegestroomden (er is immers tv bij, en veel politie!) er geen woord meer van horen?

De spot zit geraffineerd in elkaar. In beeld, met een al even nietszeggend deuntje als achtergrondmuziek, zien we voor 83% zenuwachtig om zich heen spiedende beveiligers. Verder veel zwijgende passanten. Ook veel kinderen, want die kunnen het weten, die een bord STEM RUTTE WEG omhoog houden, liefst op papa’s brede schouders gehesen. Ook vaak het Hoofd van Wilders, meestal van achteren, opdat wij de Boze Burgers recht in de ogen kunnen kijken van wie hij het moet hebben. Behalve natuurlijk als ze, om de door de PVV aangejaagde vanzelfsprekende (dus: verzwegen) eenheid tussen autochtonen en allochtonen te benadrukken: van allerhande komaf, een selfie willen maken en dan dezelfde geforceerde lachende pose aannemen als hun favoriete partijleider. Daarmee sniert hij in één klap Denk en Baudet van de buis. Best gevaarlijk: er hoeft er maar één idioot tussen te lopen die zwavelzuur uit zijn nepsmartphone kan laten spuiten; dan zijn al die kostbare beveiligingsmaatregelen voor nop geweest en is het land in rep en roer. Van jong tot oud; van nietsvermoedende peuter tot gekorte bejaarde, van blanke borst “die met eeuwenlang KEIhard werken Nederland groot heeft gemaakt” tot de meest verwenste kutmarrokaan die hier helemaal niet thuishoort. Mag ik u even spreken?
En ter afsluiting de Nederlandse driekleur in beeld: Rood: STEM 20 MAART. Wit: een verregende capuchon van een kleuter op Geerts afhangende schouder. Blauw: STEM PVV. 

STEM RUTTE WEG, het provinciale thema bij uitstek, te beginnen in Brabant. Maar ja, andere partijen gaan voor niets minder, en dus weet nu nog haast niemand hoe het provinciaal bestuur eruit ziet en wat het doet; en dus gaat wederom de helft maar niet naar de stembus. En al helemaal niet voor de Waterschapsverkiezingen. Niet in Helmond. Niet in de regen. Het grote zwijgen tot in het stemhokje.

Omdat geen hond natuurlijk naar de uitzending heeft gekeken, heb ik die maar op YouTube gezet.
Zonder stemadvies mijnerzijds. Ik mag niet eens stemmen.

 

 

El fotógrafo de Mauthausen

Toevalligerwijs vond de verschijning van de Spaanse film El fotógrafo de Mauthausen ongeveer samen met mijn bezoek aan het concentratiekamp Mauthausen in oktober 2018. Over dat bezoek heb ik eerder al bericht en ik was er zeer benieuwd naar te zien hoe dat bezoek en deze nieuwe Netflixfilm zich met elkaar zouden verstaan.

Tweede Wereldoorlog, Spanje, foto’s; waar heb ik dat eerder gezien? Juist: in Tras el cristal, waarvan ik heb belicht waardoor ik er zo diep van onder de indruk ben.

Maar vanuit mijn vooroordeel dat als een Amerikaans commercieel bedrijf als Netflix een commerciële film aanbiedt (ook al is het een Spaanse productie), het ergste valt te vrezen, begon ik de film te bekijken. Het begin bevestigde ook meteen mijn bange vermoedens: bij de aankomst van een transport gedeporteerden voor de poort van kamp Mauthausen werd meteen duidelijk dat er niet op locatie was gefilmd. Zie het screen shot hiernaast met daaronder mijn opname uit oktober 2018. De in nevelen gehulde gevel leek wel met bordkarton of spaanplaat te zijn geïmiteerd, en ook op andere momenten was het duidelijk dat er in ieder geval niet in Mauthausen zelf was gefilmd. IMDB meldt dat de opnamen in Hongarije plaatsvonden (goedkoper? makkelijker?). Is dat erg? Ja en nee. Het werkelijkheidgehalte van de film wordt erdoor aangetast, maar ik kan mij goed voorstellen dat de directie van het huidige kampmuseum er bepaald niet op zat te wachten het museum enige tijd voor publiek te sluiten om een Spaans bedrijf er een commerciële film te laten draaien. De Spanjaarden hebber er vandaag de dag al hun eigen gedenkmonument.
Ook de heel korte opnamen nabij de dodentrap maakt duidelijk dat het nep is: hier zien we niet de 186 treden van de steengroeve nabij het kamp, maar een nagebouwde impressie ervan. Wederom: bovenaan een screen shot uit de film, daaronder mijn foto uit oktober 2018.
Is dat erg? Ja en nee. Het verhaal dat de kapo in de film vertelt over het lot van de groep Nederlandse Joden is historisch niet (geheel) correct; de passage waarin het zoontje van een der hoge SS’ers ter gelegenheid van zijn tiende verjaardag een aantal gevangenen mag doodschieten, lijkt sterk op het verhaal dat elders op internet circuleert dat het zoontje op zijn veertiende verjaardag 14 gevangenen ter executie mocht selecteren. Is dat allemaal erg? Ja en nee. En hetzelfde geldt de misser om een Volkswagen Kever in beeld te brengen van het type rond 1960. En hetzelfde geldt voor het fotovergrotingsapparaat Leitz Focomat 1C, dat pas tussen 1950 en 1977 in productie was.
Dat van die Kever was overigens een vermijdbare misser. Neem dan een andere auto, als je een passend type niet kunt vinden, en laat hem zeker niet van achteren zien met de achteruit zo prominent in beeld (bovenste screen shot). De typen van 1938-1945 hadden helemaal geen achterruit. Die van 1945-1953 de gespleten ruit, de zogenaamde bril (onderste foto). Van 1953 tot 1957 kwam het zogenaamde ovaaltje (middelste foto; deze kwam ik toevallig tegen in Wenen, juni 2018). Pas vanaf 1957 verscheen de meer rechthoekige ruit, waarvan de film crew ook gebruik heeft gemaakt.

 

Kortom, als je wilt weten hoe het concentratiekamp Mauthausen er tussen 1938 en 1945 uitzag, en hoe het er daar aan toeging, moet je niet naar El fotógrafo de Mauthausen kijken; je komt bedrogen uit. Anderzijds, de film wil ook geen documentaire zijn, zoals bijvoorbeeld Shoah, met beelden, verhalen, getuigenissen, waaraan ik in twee artikelen aandacht wijdde. Maar tussen een speelfilm, in welke mate dan ook fictief, en een strikt feitelijke documentaire zit een grijs gebied.
Mooi voorbeeld daarvan is de roman De geverfde vogel van Jerzy Kosinski. Rond dat boek heeft van meet af aan de discussie gewoed over de vraag in welke mate dat verhaal autobiografisch is of verzonnen, feiten bevat of fictie is. Maar naar mijn mening doet dat er niet toe. Wie het boek leest, jong of oud, zal onder de indruk raken van gebeurtenissen en omstandigheden die erin staan verwoord. Voor mij zou de roman thuis moeten horen op alle verplichte leeslijsten in Europa en Amerika, los van de mate van realiteitswaarde.

 

 

Er is gegronde reden om bovenstaande kritiek op El fotógrafo de Mauthausen naar de achtergrond te schuiven en wel hierom:

De rode draad in de film is niet hoe triest en onmenselijk het lot van de gedeporteerde gevangenen was. Het is ook een onmogelijke opgave om zo veel jaar na dato de verschrikkingen van de uitgemergelde kampbewoners realistisch te verfilmen, los van de vraag hoe wenselijk dat zou zijn.

De rode draad in de film is niet hoe misdadig de SS’ers in Mauthausen waren. In de meeste oorlogsfilms komen SS’ers naar voren als letterlijk en figuurlijk zwarte monsters wier optreden de hele film door een zwartwitbeeld geeft. Niets makkelijker dan dat. In El fotógrafo de Mauthausen zien we echter dat met name de verhouding tussen de hoofdpersonen, de SS-fotograaf Paul Ricken (Richard van Weyden) en de Spaanse gevangene Francesc Boix (Mario Casas) die de foto’s ontwikkelt en afdrukt, aan veranderingen onderhevig is. Die ontwikkeling is een grote bijdrage aan de verhaallijn en vergroot de spanningsboog van de film.

De rode draad in de film, ook al is het bloedrood prikkeldraad, is de opzet en uitvoering van het levensgevaarlijke plan om negatieven van door Ricken gemaakte foto’s het kamp uit te smokkelen. Hoewel je op je vingers kunt natellen dat er een happy end zal volgen, blijft het toch uitermate boeiend de intensieve, gevaarlijke en lastige onderdelen van dat project te volgen. Waar in mijn ogen veel oorlogsfilms dramatisch sneuvelen doordat er een sentimenteel-romantisch liefdessausje overheen wordt gegoten -in veel gevallen betreft het een Amerikaans filmproduct; zodoende- en waar zo vaak de Tweede Wereldoorlog wordt uitgebuit om er een commerciële kaskraker van te maken, met voor mij Schindler’s List en Soldaat van Oranje als typische vertegenwoordigers (en er dan ook nog eens een musical van maken, godbetert!), blijft El fotógrafo de Mauthausen subtiel, beschaafd en imponerend verslag doen van een op ware feiten berustende poging de wereld na de oorlog aan bewijsmateriaal te helpen over wat er zich in Mauthausen afspeelde.

Een van de meest spanningverhogende elementen in de film is de voortdurend aanwezige vraag of iemand betrouwbaar genoeg is, of juist onbetrouwbaar, om in het risicovolle complot te worden betrokken. Iedere keer weer is het voor de kijker, die zich wat graag identificeert met initiatiefnemer Boix, maar de vraag hoe dit zal uitpakken. Daarbij kan eveneens worden betrokken wat de rol is van twee niet-hoofdpersonages: dat is allereerst het zoontje Anselmo van de invalide vader die we meteen in het begin te zien krijgen. Hij komt verderop zó prominent in beeld dat iedereen moet voelen dat hij iets gaat betekenen in het verhaal; dat kan van alles wezen. Daarnaast de rol van Dolores (Macarena Gómez), de gedwongen prostituee die bij gratie van de SS bezoek krijgt van hoofdpersoon Boix. Daaruit kan zich van alles ontwikkelen, van een liefdesrelatie tot een moord, maar het loopt anders.

Mijn conclusie is helder: vanwege de plot en de opzet, de spanningsboog en de verhaallijn, minder vanwege de filmtechnische uitvoering, is El fotógrafo de Mauthausen alleszins waard te worden bekeken.

__________________________________________________

El fotógrafo de Mauthausen (Spanje 2018; 1’50”)
Regie: Mar Targarona
Beschikbaar in Nederland (via Netflix): februari 2019
IMDB: https://www.imdb.com/title/tt6704776/?ref_=nv_sr_1

 

Floortje aan het einde

Beste BNN/VARA,
Ik wil jullie in deze budgettair moeilijke tijden helpen met een goed voorstel: verstrek Floortje bij haar volgende exotische escapade een enkele reis aan (economy class), zonder film crew,  in plaats van een retourtje. De voordelen zijn veelzijdig en enorm:

  • Je bespaart meteen al geweldig op de reiskosten, zowel heen als nooit meer terug.
  • Je vermoeit de kijkers niet langer met van die reizen naar droombestemmingen die zij toch nooit kunnen betalen.
  • De publieke omroep bespaart minuten publieke zendtijd door geen irritante vooraankondigingen meer te hoeven uitzenden (weten jullie wat 1 minuut zendtijd kost?).
  • Voor mooie natuurseries kan de kijker nu volop genieten van EO-uitzendingen of die fabelachtig mooie van David Attenborough.
  • De VARA, als omroep die progressief Nederland omarmt en zich in woord en beeld sterk maakt voor het oplossen van de milieuproblematiek, kan hierdoor de daad bij het (holle) woord voegen, door prijzige en milieubelastende vliegbewegingen verder in te dammen.

Ik snap niet dat zij geen geel hesje draagt.

 

 

God is geen man

In 2018 verscheen God is geen man: de noodzakelijke taalupdate na 3000 jaar van Mieke van Nistelrooij. Het is een boek dat mij erg aansprak omdat daarin het feminisme en het daarmee verbonden verschijnsel van mannelijke predominantie wordt belicht vanuit taalkundig perspectief. Ik ben geen feminist, wel taalkundige, en ik wil er in dier voege wel een beschouwing aan wijden.

 

 

Veranderingen komen niet in één keer tot stand, stelt zij correct op blz.4, waar zij gelukkig meteen het vreselijke woord taalupdate verbetert in taalaanpassing. Op zinloze anglicismen zitten we niet te wachten. Op blz. 13 specificeert zij haar uitspraak: Soms wordt er gedacht dat we er al zijn met vrouwenemancipatie. Maar ongelijkheid en onvrijheid die duizenden jaren de gewoonte was, is niet in enkele tientallen jaren recht te trekken. Dat klopt, want tussen droom en daad staan (taalkundige) wetten in de weg en lastige (cultureel-historische) bezwaren.

Er lijkt in haar kruistocht tegen de mannelijke, christelijke God en haar roep om een taalaanpassing na 3000 jaar een onjuistheid te bestaan, als we bedenken dat het christendom niet veel ouder is dan amper 2000 jaar, maar dat weerlegt zij al op blz. 4 door te verklaren dat de oudste Bijbelboeken reeds 2768 jaar oud zijn. Het zij zo.
En bovendien: God de Vader is wereldwijd niet de enige mannelijke oppergod, ook al kennen wij ook sporadisch een moedergodin, waarover op Wikipedia uitgebreid wordt ingegaan. Onder meer lezing van De oorlog om de moedergodin van Theun de Vries (het openingsverhaal van de bundel Eidola, 1979, zich afspelend op het oude Malta, tussen 3000 en 2000 voor onze jaartelling) of van mijn artikel n.a.v. Het zondagsbed (1975) getuigt daarvan. Daarnaast kennen we vanuit de getallensymboliek het opmerkelijke feit dat de drie ‘totaal verschillende’ alma-materfiguren Venus, Freia en Maria elk uit 5 letters bestaan, wat dan weer de basis vormt om de meimaand, vijfde maand, tot Mariamaand te bestempelen. Maar voorkomens van matriarchale maatschappijen behoren tot de zeldzaamheden – de oppergod is bij voorkeur een man, en die geslachtsaanduiding berust in ieder geval niet op fysieke kwaliteiten.

Anders dan bijvoorbeeld Boeddha, Jezus Christus en de profeet Mohammed, zijn Zeus, Jupiter, God de Vader (sic!) en Wodan geen fysiek-concreet bestaande of bestaan hebbende personages. In termen van Aristoteles zijn zij “de eerste onbewogen beweger“, maar daarmee niet specifiek mannelijk. Jezus Christus en Mozart hadden een piemeltje; ik, en nog bijna de helft der wereldbevolking hebben dat ook. Maar van Zeus tot God de Vader weten we dat niet, omdat zij nooit fysiek iets deskenmerkends van zich hebben laten zien. Dat Christus naakt aan het kruis moet hebben gehangen, zoals niemand minder dan Michelangelo dat ook verbeeldde, is zeer waarschijnlijk, daarmee ook zijn mannelijkheid demonstrerend.
Maar dat de Grieken heel soms Zeus naakt afbeelden en zulks als man, is een feitelijke onjuistheid, althans onbewezenheid, hooguit wishful thinking, oftewel een gedroomde werkelijkheid. En achter Zeus aan vinden we soortgelijke representaties van Jupiter, Hercules en al dat soort stoere mannen die kunstenaars door de eeuwen heen hebben geïnspireerd om de mannelijke grootsheid (al is dat om puriteinse redenen opvallend vaak in maatje-pink; dat heet dan het verschil tussen kunst en porno – voor fallussymbolen ligt dat weer wat anders) in volle naakte glorie te vereeuwigen.
Met moedergodinnen als Maria en Freia werd doorgaans kuiser omgesprongen, maar opmerkelijk genoeg konden bij Venus de remmen der losbandigheid wel weer helemaal los.

Mutatis mutandis geldt die wishful thinking ook voor de vrouwelijke Christus (“Jésus Christa“) van de Franse kunstenaar Patrice Lambert;
je kunt Christus wel ophangen, maar niet ontmannelijken.
En dat Scandinaviërs alleen al om klimatologische redenen minder geneigd zijn tot naaktafbeeldingen van bijvoorbeeld Wodan/Odin dan de oude Grieken en Romeinen, verbaast mij niets, al moet ik toegeven dat Wodan wel een baard heeft en een snor.
Met dat al lijkt het erop dat de oppergodse mannelijkheid een projectie is, bedacht door de geest en de (machts-)behoefte van een patriarchale maatschappij.

Merk tussen de regels door dat ik de bespreking van het onderwerp patriarchaat met dat al heb verbreed van taalkundig tot artistiek. Terecht, want communicatie verloopt dan wel hoofdzakelijk via taal, maar uit zich ook in de kunst. Die was in het verleden een voornaam communcatiemiddel vanwege het wijdverbreide analfabetisme, maar ook nu nog steeds zijn films, foto’s en andere afbeeldingen een perfecte manier om met anderen in contact te komen. Niet voor niets hanteerde Jan Vos (1610-1667), schrijver van exuberante spektakeltoneelstukken, het motto: Het zien gaat voor het zeggen. Onze hedendaagse reclamewereld floreert erdoor. En over de afgrijselijke, op mannen en hun denken gerichte reclamespotjes zal ik het nu maar even niet hebben. Ik volsta met de laatste stelling uit mijn proefschrift: Het volstaat niet commerciële reclame op radio en televisie te kwalificeren als infantilisering van taal en denken. De permanente zweem van misleiding, volstrekt niet ter zake doende associaties tussen het aangeboden product en de setting van de reclame-uiting, het kwetsen van individuele burgers die op uiterlijke of innerlijke kwaliteiten niet voldoen aan de norm die door reclame-uitingen wordt gesuggereerd als standaard en goed, alsmede het gebrek aan juiste en voldoende consumentenvoorlichting die in reclame-uitingen wordt aangetroffen, vragen om verdergaande regelgeving dan de bevoegdheid en werkwijze van de Reclame Code Commissie tot op dit moment.

Over patriarchaal gesproken: in God is geen man is er bij voortduring sprake van “paternalistisch” waar naar mijn mening “patriarchaal” wordt bedoeld. Als taalkundige wil ik het verschil tussen beide begrippen benadrukken: “patriarchaal” wijst als neutrale, objectieve term op een sociaal-cultureel systeem en patroon, terwijl “paternalistisch” een individueel gedrag benoemt en een subjectieve term is met een doorgaans negatieve connotatie.

Mieke Van Nistelrooij voegt de daad bij het woord. Zijn constateert niet alleen dat ons taalgebruik is doorspekt van mannelijkheid; zij verbaast zich ook erover, het woord kwaadheid valt zelfs, maar zij wil daaraan ook wat doen. En daarmee wil ze ook een eind maken aan geforceerd sociaalcorrecte wendingen als “m/v” of “waar hij staat kan ook zij worden gelezen”. Haar voorstel is om in het Nederlands twee nieuwe genderneutrale voornaamwoorden te introduceren: het persoonlijk voornaamwoord vij als vervanger van hij en zij, en ins als vervanger van de bezittelijke voornaamwoorden zijn en haar. Zij vat die samen onder het OOIA-concept: Onzijdig, Onbekend geslacht, Interseksueel, Alle geslachten. In feite is dat de kern van haar boek. Terloops valt het mij daarbij op dat zij alleen spreekt over voornaamwoorden (hij, zij, zijn, haar) in het enkelvoud. Immers, in het meervoud zijn die in het Nederlands al OOIA-proof: zij/ze en hun, net als het Engelse they en their en het Duitse sie, maar weer wel ihr (m) en ihre (v), terwijl het Frans consequent ils (m) en elles (v) hanteert; in bijvoorbeeld het Italiaans en Tsjechisch ligt het nog weer een heel stuk complexer. Hoe gaat Van Nistelrooij dàt allemaal aanpakken?
En passant (hoofdstuk 7: Exit woordgeslacht) hekelt zij daarbij ook de traditionele taalkundige indeling in mannelijke en vrouwelijke zelfstandige naamwoorden, voor zover niet betrekking hebbend op specifiek mannelijke of vrouwelijke entiteiten. Jammer vind ik dat zij daarbij niet ingaat op de onverklaarbare modehype van de haarziekte, waarover ik me al meermaals erg druk heb gemaakt. Zoek in mijn weblog maar op de term haarziekte om enkele artikelen daarover te vinden.

De traditie van woordgeslachten (mannelijk, vrouwelijk, onzijdig) gaat terug op de leer van Aristoteles en is in Europese talen met meer of minder aanpassingen overgenomen vanuit het Oudgrieks en het Latijn.
Voorbeelden van aanpassingen:
– In het Tsjechisch bestaan er vier geslachten: mannelijk-levend, mannelijk-niet levend, vrouwelijk en onzijdig, elke met aparte rijtjes met uitgangen; wat precies de zin daarvan is, zal niemand mij duidelijk kunnen maken.
– In het Engels wordt naar niet-evident mannelijke of vrouwelijke benamingen voor levende wezens niet verwezen met he of she, maar met it, m.u.v. stoomschepen, waarnaar met she wordt verwezen.
– In het Frans zijn alle auto’s vrouwelijk: la voiture, la Renault, la Mercedes, la Xantia, in het Italiaans idem dito: la macchina, la Renault etc., maar in het Duits zijn ze steevast onzijdig: das Auto, das Opel, das Peugeot, das Volvo. In het Nederlands zijn ze ‘niks’, en dus (!) mannelijk en krijgen ze de als lidwoord en zijn als bezittelijk voornaamwoord.

Deze traditioneel verankerde indeling kan met recht als willekeurig, of althans als niet-functioneel worden bestempeld, maar dat wil niet zeggen dat je haar (!) zomaar overboord kunt gooien, zeker niet zolang ze in het Vlaams en Noord-Nederlandse dialecten nog levend is.

Alle goede bedoelingen ten spijt acht ik de kans echter uiterst gering dat er, van  bovenaf of van onderop, nieuwe vormen van een persoonlijk (vij) en bezittelijk (ins) voornaamwoord kunnen worden doorgevoerd. Neologismen treffen we aan bij de open klassen van zelfstandige naamwoorden, werkwoorden, bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden. Ze komen tot ons door ontlening vanuit andere talen, door de straattaal of door taalkunstenaars/goochelaars als Kees van Kooten of Johan Cruijff. Aan de andere kant van het spectrum staan de volstrekt gesloten klassen van de lidwoorden, voornaamwoorden en voegwoorden. De voorzetsels nemen als ‘poreuze’ klasse een tussenpositie in, weet ik uit betrouwbare bron. Dat is geen puur Nederlands verschijnsel, ook het Engels en Arabisch, die Van Nistelrooij in bijlage aandraagt ter verbreding van door haar geopperde taalaanpassing, kennen een vergelijkbare verdeling in gesloten en open woordklassen.

Detail: de keuze voor vij als vervanger van hij en zij vind ik fonetisch wat ongelukkig. Binnen het Nederlands taalgebied wordt de ij-klank in Den Haag, in Brabant, in Limburg, Friesland en in Vlaanderen verschillend uitgesproken, in ieder geval niet als de ‘correcte’ [ει]-klank; niet-Nederlandstaligen weten zich al helemaal geen raad met de Nederlandse ij en ei. Dat neemt niet weg dat Van Nistelrooij meer doet dan de vinger, of een waardevrije pleister, op de zere wond leggen. Zij draagt een goed onderbouwd alternatief aan, al voorziet zij het levensgrote probleem dat ik bovenaan dit artikel ook al aanhaalde: Veranderingen komen niet in één keer tot stand.

Over de niet strikt taalkundige onderwerpen die zij in het 208 bladzijden tellende boek bespreekt, wil ik het op een later moment nog wel eens hebben. Ga eerst zelf het boek maar eens lezen.
_____________________________

Nistelrooij, Mieke van, God is geen man: de noodzakelijke taalupdate na 3000 jaar.
Z.pl. [Makkum]:Booklight 2018. 208 p., 25 cm. ISBN 9789492595065. Prijs € 24,50
Website: godisgeenman.nl