Variaties

Ik ben doorgaans niet voor variaties op een thema door derden. Ik zie niet in waarom een latere musicus denkt een succesnummer van een groots voorganger te moeten ‘verbeteren’. Echt goede muziek overleeft de eeuwen in zijn liefst authentieke vorm; slechte muziek behoeft helemaal niet te worden geïmiteerd – die verdwijnt vanzelf in het gat der vergetelheid. Maar er zijn uitzonderingen.

 

 


Zo hoorde ik afgelopen vrijdag in de auto, op weg van Rosoy naar Boxmeer bij France Musique de Amerikaanse pianist Leonard Pennario (1924-2008) magistraal en compleet de vloer aanvegen met Johann Strauss, wiens grootste verdienste het is dat hij de hofleverancier is van André Rieu, de volksmenner-in-Dreivierteltakt aan de onderkant van Neêrlands Volksmusikempfinden. Pennario verblijdde mij met een bijna zeveneneenhalve minuut durende variatie op Strauss’ Kaiser-Walzer (opus 437), en zulks met een geraffineerde humor waarvan ik dacht dat die was voorbehouden aan Erik Satie. Je kunt die uitvoering HIER beluisteren. Even naar beneden doorscrollen tot 10:30 (“Léonard Pennario, pianiste (5/5)”) en genieten maar.

Ik moest dit even kwijt, maar ik zou hierover nooit zijn begonnen als ik een uur daarvoor op dezelfde zender niet een quatre-mainsuitvoering hoorde van het thema uit Brahms’ Variaties op een thema van Haydn uit 1873, opus 56b, waarvan hierboven de partituur van dat thema. (Opus 56a is de orkestversie van Brahms’ compositie.)
Ik hoor Bernard Huijbers nog met enige regelmaat verzuchten dat “niemand tegenwoordig nog een baslijn kan volgen“. Nu weet ik niet of dat vroeger wèl, of meer, het geval was, maar in ieder geval raakte ik bij het luisteren compleet gebiologeerd door de baspartijen die de twee pianisten ten gehore brachten. Klik in dezelfde link als hierboven op 09:00 (“Variations rococo selon Tchaikovsky”) en verschuif onderaan de tijdbalk naar 13min 40s. Je hoort dan een bijna mathematisch gecomponeerd stuk klassemuziek. Je vindt het thema (quatre-mains) ook HIER op YouTube.
Over welk thema van Haydn hebben we het overigens? Dat vind ik nergens terug.

Ik herinner mij nog een gunstig voorbeeld. Max Reger (1873-1916) schreef in 1914 Variationen und Fuge über ein Thema von Mozart, op. 132, op de 11e pianosonate van Mozart, KV 311, die er overigens zelf ook niet vies van was om te pronken met andermans veren, getuige onder meer zijn variaties op Altijd is Kortjakje ziek en op het Wilhelmus. Het hebbedingetje Mozart, aan wiens muziek niemand echt een hekel kan hebben, is verworden tot een muzikaal en commercieel gebruiksvoorwerp dat van voor tot achter wordt uitgebaat. Zo ook door Max Reger. Nu wil het toeval dat ik van dat orkestwerk van Reger een LP-uitvoering heb uit de goeie ouwe tijd (1971), ooit eens gekocht in de DDR in een uitvoering van de Staatskapelle Dresden o.l.v. Heinz Bongartz, dus met kennelijke instemming van het Staatsbedrijf VEB Deutsche Schallplatten Berlin. Beter kun je het niet hebben. Ik wilde de plaat digitaliseren en online zetten, maar vanwege de grote hoeveelheid storende spetters kan ik dat maar beter niet doen, en neem ik opnieuw mijn toevlucht tot een uitvoering op YouTube met hetzelfde orkest en dezelfde dirigent. Misschien is het ook wel dezelfde opname, eventueel geremastered en in 1973 uitgebracht.
Het stuk begint met een lieflijk exposé van het thema – dan zijn we allemaal weer thuis.
Zie hiernaast het begin van de partituur, de karige bezetting en de graziozo-speelaanwijzing. Maar allengs wordt het in de variaties van Reger wilder en verder verwijderd van Mozarts variaties.
De compositie eindigt met de fuga in wat ik maar noem volvette, bombastische DDR-muziek met veel koper en tromgeroffel en zo. Die fuga is alleszins de moeite van een gedegen analyse waard. Ook die begint met een lieflijk exposé van het thema, maar culmineert uiteindelijk in een machtig (“maestoso” en “ƒƒƒ“) slot, waarvan hier de laatste maten, met vanaf sectie 30 het Mozart-thema. Zie hieronder.

Vooral vanwege dat slot -maar niet alleen daarom- spreek ik van DDR-muziek. Dat is natuurlijk een anachronisme, want Reger kende de DDR niet, maar ik wel en ik vind dat. En ik kan ervan genieten.

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.