De wraak op 1964

Op 29 november 1964 veegde Feyenoord in De Kuip Ajax van de mat met 9-4. Ik had een kaartje voor die wedstrijd, maar kon er niet naar toe. Waarom niet, dat heb ik eerder al beschreven, ongeveer middenin deel 2 van mijn Feyenoord-drieluik. Ik was die dag in 1964 niet eens in staat het radioverslag op Hilversum-1 te volgen, laat staan een tv-samenvatting te bekijken, en moest het dus doen met krantenverslagen.
Hoe anders nu, nu ik Foxsports heb en de wedstrijd van vandaag live en integraal kon volgen, met ontelbare herhalingen en analyses.

 

Er zijn wel wat parallellen tussen beide wedstrijden, die van 1964 en 2019. De absurde eindscore bijvoorbeeld, het feit dat in beide wedstrijden Ajax al vroeg op 0-1 kwam en er een tussenstand van 2-2 op het scorebord stond. Maar wat vandaag vooral overheerste, was de kwaliteit van Feyenoord in een topwedstrijd, zoals tegen PSV, en de hunkering van publiek, spelers en staf om na zo vele jaren weer eens De Klassieker te winnen.
Daarvoor moet je wel door diepe dalen; dit seizoen de uitwedstrijden tegen De Graafschap en PEC,  Fortuna thuis, of, vorig seizoen, tegen Trenčin uit en thuis bijvoorbeeld. Maar er zijn geen toppen zonder dalen.
Een samenvatting van de wedstrijd zal ongetwijfeld op youtube te vinden zijn. Anders heb ik die al wel op schijf staan.
En dan is er ook nog hoop op een herhaling van dit succes: over een week of vier in de halve finale KNVB-beker.

Misschien is wraak niet het goede woord. Genoegdoening voor wat ik 55 jaar geleden in 1964 niet mocht beleven.

 

Niet vragen – niet liegen

Een kleine twee jaar geleden besteedde ik uitvoerig aandacht  aan de communicatieve problemen die kunnen ontstaan als je niet ergens in het midden tussen twee zinnen zet. Het geijkte voorbeeld dat ik daarbij gebruikte was de zin:
Ik lust die dropjes niet omdat ze bruin zijn.
Ik kom daar nog even op terug, nu Teletekst mij weer eens op het verkeerde been zette.

 

 

Hedenochtend beloofde de NOS ons op de indexpagina 101 dat er op pagina 129 wordt toegelicht dat

(a) Trump aan Cohen vroeg om niet te liegen
(b) Trump niet aan Cohen vroeg om te liegen
(c)  geen van beide, want de zin staat tussen aanhalingstekens.

Wat is dit voor homonieme publieksvoorlichting?

Allereerst even die aanhalingstekens. Die geven aan dat er een bewering wordt gedaan die niet op rekening van de NOS-redactie komt, en die mogelijk door andere bronnen ook weer wordt tegengesproken. Een gerucht dus, of een proefballonnetje, of gewoon stemming- of bangmakerij.

Maar dan die ontkenning: het wordt even mistig als zinloos om lezers het bos in te sturen met een bewering die zo makkelijk verkeerd wordt gelezen. En dat had de redactie makkelijk kunnen voorkomen, bijvoorbeeld door het (niet zo fraaie) om in te lassen, zoals ik hierboven bij (a) en (b) heb gedaan. Daarmee verschaf je duidelijkheid over de interpretatie van een bewering die op zichzelf toch al betwistbaar lijkt te zijn.
Of ware het beter geweest het hele item maar niet op Teletekst te publiceren, nu het zo onduidelijk is wie er wat heeft gevraagd en wie er wat heeft gelogen?

Overigens bleek op pagina 129 dat parafrase (b) de bedoelde lezing weergaf.

 

Poppenkast

De hele Brexit-affaire heeft inmiddels de allure van een poppenkast waarin onechte personages (May, Juncker, Tusk,…) onechte berichten verspreiden en onechte voorstellen doen onder het voorwendsel (ook al onecht) dat ze het beste met “hun”mensen voor hebben. Het resultaat tot nu toe is dat de zaak muurvast zit en er geen “beste oplossing” lijkt te bestaan.

Een nuchtere analyse legt een aantal oorzaken bloot van de huidige situatie.

Aan de Continentale kant: we weten intussen allemaal wel dat dat hele Europese gedoe is geïnitieerd, wordt gedomineerd en gepropageerd door wat Jesse Klaver het economisme noemt. Aan elk besluit en aan elke uiting van ongebreidelde expansiedrang liggen economische motieven ten grondslag. Vanuit die visie is een vertrek van de UK uit de EU een ramp; voor de rest kunnen we die rare Britten missen als kiespijn.

Aan de Britse kant is er veel meer te constateren. Laat ik beginnen met te zeggen dat ik dol ben op Groot-Brittannië, op het land, de cultuur, de tradities, de taal, de voetbalstadions, en vooral op de Britse humor – wat minder op het lokale eten. Ik kom er graag en ben van harte bereid links te rijden en LSD te betalen, dus £ 1/12/6 in plaats van £ 1.63 of, gruwelijk, € 1,84 als dat al wordt geaccepteerd.

Maar aan het lang niet zo Verenigd Koninkrijk kleven ook wel wat nadelen. Met Schotten, Welshmen en Noord-Ieren aan boord hebben de Engelsen per traditie nogal wat problemen en dat vertaalt zich onder meer in de politiek en in uitslagen van verkiezingen en referenda. Verder hebben de Britten toch al nooit zo veel opgehad met het Continent, iets wat volgens mij destijds het sentiment bij het Brexitreferendum heeft gevoed.

Wat de Britse politiek ook geen goed doet, is dat die de facto een tweepartijenstelsel hanteert. Er zijn wel enkele kleinere partijen (LibDem, Sinn Fein en UKIP bijvoorbeeld), maar hun inbreng is marginaal, het zijn steeds de Conservatives en Labour die al stuivertejewisselend de dienst in de UK uitmaken. Het is nog net niet zo erg en verlammend als in Amerika, waar het tweepartijenstelsel elk spoor van coalitievorming ontbeert.  Zeker nu blijkt dat de stemverhoudingen onder de Britse bevolking  zo’n beetje 50-50 is, en de politieke verhoudingen weinig souplesse bevatten, mogen we aannemen dat er van de overkant van het Kanaal geen eenduidige oplossing voor het EU-probleem zal komen.

Oorzaak van die vastgeroeste politieke verhoudingen, zowel in de USA als in de UK, is het Britse districtenstelsel, waarbij “the winner takes it all”, hetgeen in strijd is met het bij onze bekende systeem van evenredige vertegenwoordiging. Dan maar liever 27 partijen, zoals in Nederland, al is dat ook niet altijd een garantie voor goed beleid. En de recente coalitieperikelen in België, Zweden en Oostenrijk zijn evenmin bepaald geruststellend.

De huidige poppenkast rond de Brexit heeft meerdere gezichten. Zie bovenstaande foto. Dagelijks worden we op tv verblijd met opnamen uit het House of Parliament. Daar zien we dan de altijd olijke Theresa May en rechts van haar zo’n zuurpruim. Even googelend kun je vinden dat deze Jan Klaassen niemand minder is dan Philip Hammond, ex-minister op 3 departementen onder Cameron. Met zijn uitgestreken smoel zit hij wat verveeld voor zich uit te kijken, tot May iets positiefs zegt. Dan beweegt zijn hoofd voorgeprogrammeerd van boven naar beneden; zegt ze iets negatiefs, dan schudt hij braaf van nee. In extreme gevallen zie je hem “hear, hear!” mompelen. Zijn handelen zit met touwtjes aan de conservatieve regisseurs vast. Zijn denken wellicht ook. Loyaliteit kun je hem niet ontzeggen, en met zijn pensioenvoorziening zit het ook wel snor, al is dat aan zijn gezicht niet af te lezen.

 

 

 

Ik heb een tien voor taal

De heruitzending op 6 januari 2019 van het programma TV Monument: Drs.P. (2017, BNNVARA) bracht mij in herinnering dat ik mij tijdens mijn docentjaren op het Elzendaalcollege te Boxmeer vrij intensief heb beziggehouden met het liedrepertoire van de Drs. en vooral met zijn ongeëvenaarde rijmkunst.
Onder het motto “Ik heb een tien voor taal, maar rijmen doe ik niet aan mee” stelde ik in 1980, in de aanloop naar Sinterklaas, een overzicht samen van soorten rijm in het Nederlands. Het werd een beknopt, maar alleszins veelomvattend taalwetenschappelijk werkje met een vette glimlach. Getypt op mijn elektrische IBM-bolletjesschrijfmachine, want tekstverwerken was er toen nog niet bij.
Omdat ik niet wil uitsluiten dat sommige leerlingen van destijds het boekje niet meer beschikbaar hebben, en omdat er wellicht ook nog anderen in zijn geïnteresseerd, laat ik het hier gescand en integraal volgen, met alleen een kleine aanpassing op pagina 2.
Vrij te gebruiken/verspreiden voor wie daaraan behoefte gevoelt.


PF2019

Zoals gebruikelijk rond 1 januari is hier mijn nieuwjaarswens voor wie hem niet al eerder per e-mail heeft ontvangen. En al even gebruikelijk zal ik wat toelichting bij tekst en afbeelding geven.

 


Eerst even de foto. Die heb ik vanuit de keuken genomen naar onze voortuin. Door de diafragma-instelling wekken de takken van de catalpa op de achtergrond een haast psychedelische sfeer. Komt dat even goed uit. De fluweelboom is echt. Het houten vogelhuisje met een soort graantjespasta, als een potje met vet, voor de zielige vogeltjes ook. Er hebben inmiddels ook wel wat vogels aan zitten snavelen, maar net niet als ik de camera paraat had en de zon een beetje gunstig stond, dus de koolmees heb ik er met knip- en vliegwerk ingemonteerd. Dat maakt voor de duiding van het plaatje niks uit.

Dan de tekst. Ik ben niet vrolijk, en vermoedelijk ook niet optimistisch.
Huisje, boompje, beestje komt wellicht wat oubollig over, hoewel het in de luchtvaart duidt op het vliegen op zicht (VFR) in plaats van op de radar (IFR). Goed uitkijken dus.
Ik weet niet of het een kwestie van leeftijd is, maar vanaf zeker moment ben je tal van veranderingen meer dan zat, zeker als je die als negatieve veranderingen ervaart. Waar denk ik zoal aan?
– stijgende prijzen, dalende lonen (per saldo).
– toenemende hufterigheid van jan publiek. Doen allochtonen dat (ik bedoel: buitenlanders), dan wordt dat terrorisme genoemd; bij autochtonen heet het onbeschoft gedrag. Ooit schermde Lubbers met het idee om in de Flevopolders heropvoedingskampen in te richten. Nooit meer iets over gehoord later.
– een schier onophoudelijke VVD-politiek van de partij die onbetwist koploper schuinsmarcheerders, jokkebrokken en dubbelepettenpolitiek is; het begint normaal te worden, en geaccepteerd, want bij de volgende verkiezingen eindigt de partij weer als grootste.
– een klimaatverslechtering die vooralsnog alleen commissies, conferenties, vage akkoorden en vooral veel intenties-voor-een-volgend-kabinet oplevert, naast natuurlijk de merkbare ellende in natuur en milieu.
– een toenemende kloof tussen arm en rijk, ook in zo’n prachtig land als Nederland, dat oogt als een vaasje van craquelé.
– de opkomst van een nieuwe generatie malloten die een land mogen besturen, vaak zelfs nog via reguliere verkiezingen. Zo breidt het lijstje schurkenstaten zich wel uit met de VS, Brazilië, Hongarije, de Filipijnen. Hoe we over Italië, Zweden en Oostenrijk moeten denken, staat nog te bezien.
– de toenemende prijs die we voor onze gezondheidszorg moeten betalen, los van de vraag of die zorg er ook maar iets beter op is geworden.
– de toenemende internetcriminaliteit, voorwaar niet alleen vanuit Nigeria of Oekraïne, en van harte aangejaagd door asocial media als Facebook en Twitter.

– en vast nog veel meer.

Als ik hoop zag op beter, had ik in plaats van een koolmeesje wel een struisvogel in de afbeelding gemonteerd. Met zijn kop diep in het potje.