Het spel en de regels – de puntentelling

Ik herhaal het nog maar even: mijn reeks van vier artikelen over de voetbalspelregels wil een bijdrage zijn aan de discussie hoe het voetbal sneller, aantrekkelijker, “eerlijker” kan worden, voor zowel spelers als publiek. Velen zijn mij voorgegaan, velen zullen volgen.
In dit bericht wil ik de puntentelling onder de loep nemen, waarbij ik met twee voorstellen kom, die eventueel nog combineerbaar zijn ook.

Historie
Vanaf het seizoen 1995-1996 ging voetballend Nederland over op het zogenaamde driepuntensysteem: de winnaar krijgt 3 punten, de verliezer 0, en bij gelijkspel elk team 1 punt. Daarvoor was het 2 punten voor de winnaar. In Engeland werd dit systeem al in 1981 ingevoerd. Het doorslaggevende argument daarbij was dat het aantrekkelijker werd voor de zege te gaan, dan te kiezen voor de optie “een half ei is beter dan een lege dop“, hetgeen maar al te vaak leidde tot een bloedeloze salonremise om tenminste nog één punt over te houden. Overigens bleven dat soort dramatische remises voorkomen: coaches zijn calculerende burgers, en bijvoorbeeld bij voorronden van een kampioenschap kan het halen van een enkel punt voldoende zijn voor plaatsing in de knockoutfase. Maar ook met het driepuntensysteem kan zoiets beschamends voorkomen: meest trieste voorbeeld daarvan dat ik heb mogen aanschouwen was Duitsland-Oostenrijk op 25 juni 1982 op het WK in Gijon. Door de vroege 1-0 waren beide teams “binnen” op doelsaldo, en dus speelden ze 80 minuten lang de bal in de rondte zonder de intentie ook maar één doelkans te creëren. “Raus! Raus!”, klonk het van de tribunes.

Maar ook het driepuntensysteem is geen garantie voor betere wedstrijden. Door de salonremise bij Groningen-PSV (0-0) op 29 mei 2003 wist PSV dat het niet meer door Ajax kon worden ingehaald en dus kampioen werd, terwijl Groningen wist dat het hiermee de nacompetitie kon ontlopen. Een schandalig wedstrijdverloop was het voorspelbare gevolg.

Er zijn varianten denkbaar om de kans op zo’n doemscenario te minimaliseren. Ik behandel er twee.

No more ties
Bij het ijshockey hebben ze een goede aanzet gegeven: geen enkele wedstrijd mag meer in een gelijkspel eindigen; elke wedstrijd kent een winnaar. Hoe werkt dat? Ik beroep mij op  de officiële regels van de IIHF, de Wereldijshockeybond, het Official Rule Book 2018-2022.

Een wedstrijd duurt 3×20  minuten zuivere speeltijd. Is er daarna geen winnaar, dan wordt er verlengd. Dat kan, afhankelijk van de competitie of het toernooi een periode van 5 of 10 of 20 minuten zijn, steeds volgens het principe van de “golden goal” (voor de winnaar) oftewel “sudden death” (in de ogen van de verliezer); de term “game winning goal” wordt voornamelijk bij American Football gehanteerd, maar duidt op hetzelfde.

De meest memorabele voor mij is de goal van Mike Obiku in de kwartfinale Ajax-Feyenoord van de KNVB-beker in 1995: nadat hij in de verlenging de 1-2 scoorde, was de wedstrijd meteen afgelopen en ging Feyenoord door naar de halve finale.

Mocht er, om terug te keren tot het ijshockey, ook na de verlenging nog geen winnaar zijn, dan volgen shoot outs, penalty shots, eerst 5 om 5, en zonodig daarna nog 1 om 1. Hoe dan ook, de wedstrijd duurt voort tot er een winnaar is.

Puntentelling: winst in reguliere speeltijd (3×20 minuten) levert 3 punten op en 0 punten voor de verliezer; winst in overtime, al dan niet na shoot outs: 2 punten voor de winnaar en 1 voor de verliezer. Dat klinkt al een stuk eerlijker, want de uiteindelijke verliezer wordt aldus toch nog beloond voor het gelijke spel na de reguliere speeltijd, en de uiteindelijke winnaar houdt er een punt meer aan over. Grootste winnaar is echter het publiek, dat meer spel, meer spanning en meer sensatie krijgt voorgeschoteld. De zendgemachtigden moeten het met hun programmering maar zien te plooien.

Zespuntensysteem
Maar nog is daarmee een bestaand onrecht niet verholpen: ook bij het nu vigerende driepuntensysteem levert een moeizame 1-0 thuisoverwinning evenzeer 3 punten op als een eclatante 0-7 zege in een uitwedstrijd. Weliswaar kan uiteindelijk het doelsaldo van beslissende waarde zijn, maar doorgaans is dat van secundair belang.
Ik stel daarom het volgende voor:

  • De winnaar krijgt 6 punten, de verliezer 0.
  • Bij een gelijkspel (als dat nog bestaat): beide teams 3 punten.
  • Voor elk gescoord thuisdoelpunt: 1 punt extra.
  • Voor elk gescoord uitdoelpunt: 2 punten extra.
  • Voor elk gescoord tegendoelpunt thuis: 2 punten aftrek.
  • Voor elk gescoord tegendoelpunt uit: 1 punt aftrek.

Voorbeelden:

  • A speelt thuis tegen B, uitslag 1-0
    A krijgt 6+1=7 punten; B krijgt 0-1=-1 punt.
  • A speelt thuis tegen B, uitslag 4-3
    A krijgt 6+4-6=4 punten; B krijgt 0-4+6=2 punten.
  • A speelt thuis tegen B en speelt 0-0 gelijk
    A en B krijgen elk 3 punten.
  • A speelt thuis tegen B en speelt 3-3 gelijk
    A krijgt 3+3-6=0 punten; B krijgt 3-3+6=3 punten.
  • A speel thuis tegen B en verliest met 1-2
    A krijgt 0+1-4=-3 punten; B krijgt 6-1+4=9 punten.
  • A speelt thuis tegen B en verliest met 3-6
    A krijgt 0+3-12=-9 punten; B krijgt 6-3+12=15 punten.

Je ziet: de score wordt direct in punten vertaald en de puntentotalen van alle teams op de ranglijst zullen verder uiteen gaan lopen. Daarmee wordt de amusementswaarde van de wedstrijd, voor zover doelpunten daaraan een bijdrage leveren, ook in punten uitgedrukt.

Ik zou een programma kunnen schrijven voor de consequentie die dit systeem voor de ranglijst gaat hebben, maar dat heb ik tot nu toe nog niet gedaan. Ik volsta hier even met een becijfering van de eerste 13 speelronden van de huidige eredivisie, dus tot en met 6 december 2018. Zie bijgaand overzicht. Daaruit blijkt dat maar liefst 14 van de 18 teams op een andere positie terechtkomen dan bij het huidige driepuntensysteem. Alleen PSV, Ajax, Feyenoord en Vitesse blijven staan waar ze nu staan. De kans is zeer groot dat het na 34 speeldagen belangrijke consequenties gaat hebben voor zowel kampioenschap, Europese deelname, play-offs, degradatie en nacompetitie. Geen club kan voorspellen of die er beter of slechter van wordt, maar elk team krijgt wel de stimulans om de score zo hoog mogelijk te laten worden en in ieder geval af te zien van de bloedeloze en armetierige salonremises van 0-0 of 1-1.

Laat het publiek de uiteindelijke winnaar zijn, waarvoor de betreffende clubs mede worden beloond.

Als Marco van Basten nog verdere toelichting wenst, nodig ik hem uit contact met mij op te nemen.

____________________________________________

Berichten in deze reeks:

  1. Zuivere speeltijd
  2. Respect en kaarten
  3. Puntentelling (dit bericht)
  4. Belijning

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.