Oost-Europese muziek

Ik ga 2018 uitluiden met een bericht over Oost-Europese rockmuziek, voornamelijk stammend uit de periode 1968-1992, de periode waarin ik meer dan 50 reizen naar het Oostblok maakte, voornamelijk naar Tsjechoslowakije, maar ook wel naar Polen en de DDR. Ik heb daarover eerder al iets gepubliceerd, maar de directe aanleiding nu was niet de viering van mijn 50-jarige “band” met Tsjechoslowakije, maar een mail die ik recentelijk binnenkreeg.

Ik zou uren kunnen vullen met verhalen over mijn passages van het IJzeren Gordijn, anekdotes, ervaringen, escapades; gesmokkel en gesoebat, zakjes mandarijnen of flessen Bols jenever op het dashboard om de passagetijd wat in te korten, kou, ellende, stiekeme dingen, zoals bovenstaande clandestiene foto die ik nam bij mijn allereerste bezoek aan de ČSSR in september 1968, toen het uiteraard streng verboden was dit “militaire object” te fotograferen, maar laat ik dat maar voor een andere gelegenheid bewaren.

De mail die ik ontving kwam van Thomas Werner, een muziekverzamelaar/-fanaat uit Nürnberg, gespecialiseerd in Oost-Europese rockmuziek. Die mail bevatte twee bijlagen. De eerste was het uitgebreide en voortreffelijke Engelstalige overzicht in PDF-formaat: Rock Music in Eastern Europe – Introduction 2018-12-30 van die muziek, geplaatst in een historisch, geografisch en politiek perspectief. Hoewel het duidelijk is dat zijn zwaartepunt in Joegoslavië ligt, is bestudering van het document toch meer dan de moeite waard.
Het tweede was een Excelbestand waarop hij ruim elfduizend EP’s, LP’s en CD’s van Oost-Europese rockmuziek bij elkaar heeft gezet met uitgebreide discografische informatie. WordPress staat “om veiligheidsredenen” niet toe dit bestand hier te uploaden, maar als iemand erin is geïnteresseerd, stuur ik het per e-mail wel toe.
Ook een bezoekje aan Werners uitgebreide website kan ik van harte aanbevelen, ook voor wie iets van vinyl uit die landen overweegt aan te schaffen.
Verdere informatie die Thomas Werner mij verstrekte:
– Cover foto’s van al zijn LP’s en boeken:
www.dropbox.com/sh/p5k40hxxrpftbwb/AADJKt3EPQmNdAKMnv9ByEHfa?dl=0
– Cover foto’s van al zijn CD’s en DVD’s:
www.dropbox.com/sh/oibdi8fjjlw7g3m/AACd5zqFzEzIatQW8wwDmDhCa?dl=0
– 3 PDF-bestanden met zeer uitgebreide info over Tsjechoslowaakse LP’s en CD’s van Supraphon en Opus, inclusief de tracklist van elke plaat:
Supraphon Release Information 2018-10-10
Supraphon Release Information -Distribution- 2018-10-07
Opus Release Information 2018-10-06

Het onderwerp zal in de komende jaren hier nog wel eens vaker de revue passeren.

 

 

Niet kijken – toch zien

Ik kom er even niet los van, een dialoog die wellicht eerder thuishoort in de psycholinguïstiek of sociolinguïstiek; of de argumentatieleer; of de logica – niet helemaal mijn terrein, maar niettemin toch interessant. 
Gedachtekronkels als de hier bedoelde heb ik ook in veelvoud te horen en te lezen gekregen van mijn universiteitsdocent Hugo Brandt Corstius, alias Piet Grijs, die mij als student zo vaak wist te triggeren met zinnen die balanceerden op het slappe koord van bevattelijkheid.

Het gaat mij nu om de passage onderaan op pagina 62 van de roman Rolien en Ralien van Josepha Mendels, eerste druk 1947, laatstelijk herdrukt in 2017. Eind jaren-’80 heb ik het boek gelezen, omdat een van mijn leerlingen het op zijn literatuurlijst voor het schoolonderzoek had gezet. In die roman is Rolien in gesprek met haar vader over schuttingtaal. Hij stelt vastberaden: “Dat is geen woord, maar een toevallige samenstelling van twee medeklinkers met een klinker in het midden (…). Wat overigens op schuttingen staat, moet je uitvegen of je moet er niet naar kijken“, iets wat op zich al een merkwaardige suggestie is. Maar het gevatte antwoord van Rolien stelt ons voor een raadsel: “Dan zal ik een stofdoek in mijn schooltas doen, want voordat ik er niet naar gekeken heb, heb ik het al gezien“.

Daarmee is het probleem bepaald: wat is het verschil tussen kijken en zien (en tussen luisteren en horen, want dat geeft een identieke complicatie).

Eerst even een grammaticale constatering: kijken en luisteren vereisen een voorzetselcomplement met naar; je kunt niet iets kijken of iets luisteren, terwijl zien en horen wel een gewoon lijdend voorwerp nemen: je hoort/ziet iets. Verder constateer ik dat het bij kijken of luisteren niet per se nodig is dat je ook daadwerkelijk iets ziet/hoort. Je kunt een hele nacht in bed liggen luisteren of je inbrekers hoort, zonder dat zij feitelijk wederrechtelijk binnendringen, of zo zij dat toch doen, zonder lawaai te maken. Met zien en horen ligt dat anders: dan is er echt iemand of iets het voorwerp van waarneming. Wil je kijken of luisteren koppelen aan een bepaald iets of iemand, dan hebben we daarvoor in het Nederlands de samengestelde vormen bekijken en beluisteren. Het voorvoegsel be– heeft de betekenis “helemaal, van alle kanten“, zoals je iets kunt bepalen of beperken door er paal en perk aan te stellen, dus door er paaltjes omheen te slaan. Iets beluisteren of bekijken houdt dus een bewuste, vrij intensieve handeling in van daadwerkelijk willen waarnemen. En als je bewust niet wil kijken, heeft het Nederlands een prima ander samengesteld werkwoord: wegkijken.

Piet Grijs is gek!” is geen schuttingtaal, maar evenmin een compliment. Hij zou het kunnen uitvegen, maar hem kennende zou hij het negeren en doorlopen. Zou Rolien ook hebben kunnen doen. Het doet mij denken aan de dag dat ik op een middag ons huis in de Lomanstraat uitliep en voor mij op de stoeptegels gekrijt zag staan: “NARD IS OP SILLA“. Silla, ongeveer van mijn leeftijd, zeg 14, 15 jaar, woonde verderop in Lomanstraat of een van de zijstraten. Zij was de dochter van de gevierde Joods-Amsterdamse zakenman Loe Lap die een aantal winkels had met legerdumpgoederen, vooral, net na de oorlog, Amerikaanse en Britse. Zijn Joods-Amsterdamse humor kenschetsend adverteerde hij onder meer met de leuze: “Als uw parachute niet opengaat, dan komt u maar even bij ons terug“. Net zo’n onmogelijke zin als de uitspraak van Rolien, vanwege de interne tegenstrijdigheid; net zo moeilijk interpreteerbaar als de zin “Alles wat ik zeg, is gelogen“.

Overigens vond ik Silla best wel aardig, maar ook niet veel meer dan dat, dus ik wist niet goed of ik de stoeptegeltjeswijsheid nu moest zien als een aansporing of een belediging. Misschien had ze het zelf wel gekalkt, of juist een jaloers vriendje. Met mijn voetzool heb ik de aanmatigende tekst gewist. Had Rolien beter ook kunnen doen misschien.

 

 

Het spel en de regels – de puntentelling

Ik herhaal het nog maar even: mijn reeks van vier artikelen over de voetbalspelregels wil een bijdrage zijn aan de discussie hoe het voetbal sneller, aantrekkelijker, “eerlijker” kan worden, voor zowel spelers als publiek. Velen zijn mij voorgegaan, velen zullen volgen.
In dit bericht wil ik de puntentelling onder de loep nemen, waarbij ik met twee voorstellen kom, die eventueel nog combineerbaar zijn ook.

Historie
Vanaf het seizoen 1995-1996 ging voetballend Nederland over op het zogenaamde driepuntensysteem: de winnaar krijgt 3 punten, de verliezer 0, en bij gelijkspel elk team 1 punt. Daarvoor was het 2 punten voor de winnaar. In Engeland werd dit systeem al in 1981 ingevoerd. Het doorslaggevende argument daarbij was dat het aantrekkelijker werd voor de zege te gaan, dan te kiezen voor de optie “een half ei is beter dan een lege dop“, hetgeen maar al te vaak leidde tot een bloedeloze salonremise om tenminste nog één punt over te houden. Overigens bleven dat soort dramatische remises voorkomen: coaches zijn calculerende burgers, en bijvoorbeeld bij voorronden van een kampioenschap kan het halen van een enkel punt voldoende zijn voor plaatsing in de knockoutfase. Maar ook met het driepuntensysteem kan zoiets beschamends voorkomen: meest trieste voorbeeld daarvan dat ik heb mogen aanschouwen was Duitsland-Oostenrijk op 25 juni 1982 op het WK in Gijon. Door de vroege 1-0 waren beide teams “binnen” op doelsaldo, en dus speelden ze 80 minuten lang de bal in de rondte zonder de intentie ook maar één doelkans te creëren. “Raus! Raus!”, klonk het van de tribunes.

Maar ook het driepuntensysteem is geen garantie voor betere wedstrijden. Door de salonremise bij Groningen-PSV (0-0) op 29 mei 2003 wist PSV dat het niet meer door Ajax kon worden ingehaald en dus kampioen werd, terwijl Groningen wist dat het hiermee de nacompetitie kon ontlopen. Een schandalig wedstrijdverloop was het voorspelbare gevolg.

Er zijn varianten denkbaar om de kans op zo’n doemscenario te minimaliseren. Ik behandel er twee.

No more ties
Bij het ijshockey hebben ze een goede aanzet gegeven: geen enkele wedstrijd mag meer in een gelijkspel eindigen; elke wedstrijd kent een winnaar. Hoe werkt dat? Ik beroep mij op  de officiële regels van de IIHF, de Wereldijshockeybond, het Official Rule Book 2018-2022.

Een wedstrijd duurt 3×20  minuten zuivere speeltijd. Is er daarna geen winnaar, dan wordt er verlengd. Dat kan, afhankelijk van de competitie of het toernooi een periode van 5 of 10 of 20 minuten zijn, steeds volgens het principe van de “golden goal” (voor de winnaar) oftewel “sudden death” (in de ogen van de verliezer); de term “game winning goal” wordt voornamelijk bij American Football gehanteerd, maar duidt op hetzelfde.

De meest memorabele voor mij is de goal van Mike Obiku in de kwartfinale Ajax-Feyenoord van de KNVB-beker in 1995: nadat hij in de verlenging de 1-2 scoorde, was de wedstrijd meteen afgelopen en ging Feyenoord door naar de halve finale.

Mocht er, om terug te keren tot het ijshockey, ook na de verlenging nog geen winnaar zijn, dan volgen shoot outs, penalty shots, eerst 5 om 5, en zonodig daarna nog 1 om 1. Hoe dan ook, de wedstrijd duurt voort tot er een winnaar is.

Puntentelling: winst in reguliere speeltijd (3×20 minuten) levert 3 punten op en 0 punten voor de verliezer; winst in overtime, al dan niet na shoot outs: 2 punten voor de winnaar en 1 voor de verliezer. Dat klinkt al een stuk eerlijker, want de uiteindelijke verliezer wordt aldus toch nog beloond voor het gelijke spel na de reguliere speeltijd, en de uiteindelijke winnaar houdt er een punt meer aan over. Grootste winnaar is echter het publiek, dat meer spel, meer spanning en meer sensatie krijgt voorgeschoteld. De zendgemachtigden moeten het met hun programmering maar zien te plooien.

Zespuntensysteem
Maar nog is daarmee een bestaand onrecht niet verholpen: ook bij het nu vigerende driepuntensysteem levert een moeizame 1-0 thuisoverwinning evenzeer 3 punten op als een eclatante 0-7 zege in een uitwedstrijd. Weliswaar kan uiteindelijk het doelsaldo van beslissende waarde zijn, maar doorgaans is dat van secundair belang.
Ik stel daarom het volgende voor:

  • De winnaar krijgt 6 punten, de verliezer 0.
  • Bij een gelijkspel (als dat nog bestaat): beide teams 3 punten.
  • Voor elk gescoord thuisdoelpunt: 1 punt extra.
  • Voor elk gescoord uitdoelpunt: 2 punten extra.
  • Voor elk gescoord tegendoelpunt thuis: 2 punten aftrek.
  • Voor elk gescoord tegendoelpunt uit: 1 punt aftrek.

Voorbeelden:

  • A speelt thuis tegen B, uitslag 1-0
    A krijgt 6+1=7 punten; B krijgt 0-1=-1 punt.
  • A speelt thuis tegen B, uitslag 4-3
    A krijgt 6+4-6=4 punten; B krijgt 0-4+6=2 punten.
  • A speelt thuis tegen B en speelt 0-0 gelijk
    A en B krijgen elk 3 punten.
  • A speelt thuis tegen B en speelt 3-3 gelijk
    A krijgt 3+3-6=0 punten; B krijgt 3-3+6=3 punten.
  • A speel thuis tegen B en verliest met 1-2
    A krijgt 0+1-4=-3 punten; B krijgt 6-1+4=9 punten.
  • A speelt thuis tegen B en verliest met 3-6
    A krijgt 0+3-12=-9 punten; B krijgt 6-3+12=15 punten.

Je ziet: de score wordt direct in punten vertaald en de puntentotalen van alle teams op de ranglijst zullen verder uiteen gaan lopen. Daarmee wordt de amusementswaarde van de wedstrijd, voor zover doelpunten daaraan een bijdrage leveren, ook in punten uitgedrukt.

Ik zou een programma kunnen schrijven voor de consequentie die dit systeem voor de ranglijst gaat hebben, maar dat heb ik tot nu toe nog niet gedaan. Ik volsta hier even met een becijfering van de eerste 13 speelronden van de huidige eredivisie, dus tot en met 6 december 2018. Zie bijgaand overzicht. Daaruit blijkt dat maar liefst 14 van de 18 teams op een andere positie terechtkomen dan bij het huidige driepuntensysteem. Alleen PSV, Ajax, Feyenoord en Vitesse blijven staan waar ze nu staan. De kans is zeer groot dat het na 34 speeldagen belangrijke consequenties gaat hebben voor zowel kampioenschap, Europese deelname, play-offs, degradatie en nacompetitie. Geen club kan voorspellen of die er beter of slechter van wordt, maar elk team krijgt wel de stimulans om de score zo hoog mogelijk te laten worden en in ieder geval af te zien van de bloedeloze en armetierige salonremises van 0-0 of 1-1.

Laat het publiek de uiteindelijke winnaar zijn, waarvoor de betreffende clubs mede worden beloond.

Als Marco van Basten nog verdere toelichting wenst, nodig ik hem uit contact met mij op te nemen.

____________________________________________

Berichten in deze reeks:

  1. Zuivere speeltijd
  2. Respect en kaarten
  3. Puntentelling (dit bericht)
  4. Belijning