Het spel en de regels – zuivere speeltijd

Ik had me vlak na het afgelopen WK voorgenomen een viertal artikelen te schrijven over de regels van het edele voetbalspel. Omdat ik echter wel belangrijker zaken te doen had, was dat er nog niet van gekomen. Maar nu ga ik aftrappen met een verdediging van een voorstel tot verbetering: de invoering van de zuivere speeltijd.
Eigenlijk is er wel een meerderheid voor het vervangen van de huidige 2×45 minuten plus eventuele extra tijd, vooral om het spel eerlijker, sneller en aantrekkelijker te maken, maar tussen droom en daad staan logge instanties als FIFA en UEFA in de weg.

Waarom zuivere speeltijd?
Per wedstrijd gaat er zo’n 25 tot 40% aan tijd verloren met dode spelmomenten, dus de periode tussen het affluiten door de scheidsrechter en de daadwerkelijke spelhervatting. Naarmate de wedstrijd vordert en de eindstand waarschijnlijker wordt, neemt het tijdrekken door een van beide partijen merkbaar toe. Dat is onderdeel van het spel, maar daarvoor komt niemand naar het stadion.

Verder kan de arbitrage weliswaar aan het einde van elke helft een min of meer arbitrair aantal minuten aan extra speeltijd toevoegen, maar het spreekt voor zich dat een der partijen en een deel van het publiek die toegevoegde tijd absoluut te kort of juist te lang vinden.

Waarom geen zuivere speeltijd?
Allereerst doordat FIFA en UEFA logge, stoffige en conservatieve instanties zijn die een hekel hebben aan verandering, ook die van de spelregels.

Verder, zo wordt wel geopperd, is er het probleem dat de zendgemachtigden die een live verslag van een wedstrijd verzorgen in de knoop kunnen komen met de programmering, als de werkelijke wedstrijdduur ongewis is.

En ten derde is er het argument van het technische gedoe, want er is een tijdwaarnemer nodig die voortdurend registreert of het spel voortgaat of stil ligt.

Tegen bezwaar 1 breng ik in dat dat de verandering niet tegenhoudt, maar alleen opschort. Een bureaucratische vorm van tijdrekken dus. Maar ook binnen deze instanties zijn er Marco van Bastens genoeg om vroeg of laat de gewenste herzieningen door te voeren; zijn latere interview in De Volkskrant van 21 december 2018 biedt voldoende ondersteuning. Zo is dat ook ten lange leste met de doellijntechnologie en de VAR gegaan.

Bezwaar 2 is om minstens twee redenen volstrekte nonsens. Ten eerste is ook de werkelijke speeltijd van een wedstrijd nu ook al ongewis, nooit precies 2×45 minuten met een kwartier pauze ertussen, maar altijd langer, niet zelden variërend van 5 tot 20 minuten. Ten tweede moeten die zendgemachtigden dan maar eens een kijkje nemen in de keuken van Noord-Amerikaanse zenders van live wedstrijden (basketbal, ijshockey,..); bij die sporten wordt met zuivere speeltijd gewerkt, maar de zenders raken niet in paniek: zij programmeren ruim, en is er tijd over, dan lassen ze een of meer interviews in. Sterker nog: soms weten die commerciële zenders het zo te regelen dat een wedstrijd een minuut of wat wordt stilgelegd voor een zogenaamde commercial break. Niet dat ik daarvan voorstander ben, maar het zegt iets over de flexibiliteit van die omroepen bij wedstrijden met zuivere speeltijd.

Dan is bezwaar 3 een stuk reëler. Wie houdt die tijd bij? De scheidrechter die een accurate stopwatch heeft (dat ding heet niet voor niks zo)? Of een van zijn secondanten langs de lijn, de assistent-scheidsrechters of de vierde man? Of moet er een tijdofficial ergens langs de lijn zitten met één enkele opdracht: de tijdknop op de seconde af aan of uit zetten. En dan moet ook nog eens de verstreken of nog te spelen tijd exact op het scorebord of de jumbotron worden weergegeven, maar dat is bij de huidige stand van de (draadloze) techniek niet zo complex meer. Het antwoord op de vraag naar de tijdwaarnemer kan afhankelijk zijn van het belang/niveau van de wedstrijd: een recreatief potje op zaterdagochtend vereist minder dan een Champions League of WK-wedstrijd waarmee miljoenen zijn gemoeid.

Voorstel
Mijn idee is om een voetbalwedstrijd 2×35 minuten zuivere speeltijd te laten duren met een kwartier pauze ertussen. Dus geen extra/toegevoegde/blessuretijd meer.

Als de scheidrechter fluit om het spel te onderbreken, stopt de tijd. Als de scheidsrechter fluit om het spel te hervatten, start de tijd en zijn er zes piepjes te horen, elke seconde één. Heeft de betreffende partij bij het zesde piepje het spel nog niet hervat (ingooi/intrap, doeltrap, aftrap, enz.), dan fluit de scheidsrechter af en gaat de beurt naar de tegenpartij.

Het is aan de scheidsrechter om te bepalen wanneer hij voor spelhervatting fluit. Zo moet bij een doelpunt de bal naar de middenstip – nog steeds een doodspelperiode. Hoe lang hij echter wil wachten tot de kluwen gelukkige speler over elkaar heen tuimelen, kussend, aaiend, grabbelend, knuffelend, of zich tot de bank of het publiek wenden, lijkt me een kwestie van aanvoelen van de wedstrijd. Een doelpunt mag worden gevierd, maar niet ten koste van de zuivere speeltijd.

Van mij mag 2×35 ook 2×30 worden, en mogen de zes seconden er ook wel vijf worden; het is aan de statistici daarover een zinnige uitspraak te doen. En als er een verlenging noodzakelijk is: hooguit 2×10 minuten zuivere speeltijd.

Dit voorstel staat los van mijn voorstellen in de volgende artikelen, maar ook weer niet helemaal. Dat wordt binnenkort wel duidelijk.

____________________________________________

Berichten in deze reeks:

  1. Zuivere speeltijd (dit bericht)
  2. Respect en kaarten
  3. Puntentelling
  4. Belijning

1 gedachte op “Het spel en de regels – zuivere speeltijd

  1. Het spijt me te zeggen dat ik me niet voor sport interesseer, nooit geweest maar wel vanaf jongs voor klassieke muziek. Zoveel waag ik te zeggen, met Uw welnemen, dat een wedstrijd gelijk een muziekuitvoering in het Concertgebouw een fixe eindtijd moet hebben om de buitenstedelingen de trein te laten halen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.