Mauthausen

Eigenlijk wilde ik het helemaal niet over Mauthausen gaan hebben, maar omdat ik er vandaag op de terugweg vanuit Wenen langskwam, kon ik de verleiding niet weerstaan de afslag van de A1 richting die memorabele plaats te nemen en bezocht ik de gedenkplaats van het concentratiekamp aldaar. Het gaf mij net dat zetje om eindelijk, na ruim twee jaar, mijn reflectie op de film Shoah te geven.

Over concentratiekamp Mauthausen zelf hoef ik niet veel te vertellen: genoeg teksten en beeldmateriaal daarover op internet te vinden. Wel bekroop mij het gevoel dat ik ook eerder al had bij mijn bezoeken aan Terezín (Theresienstadt) en Auschwitz: het is er zo clean. Dat kan ook moeilijk anders. Zeker Auschwitz, dat er vanuit de lucht als een vriendelijk dorpje uitziet, maar ook Mauthausen. Ook de jeugd moet, hoe dan ook, de herinnering in zich opnemen om herhaling te voorkomen. En het moet gezegd: de herinneringsplaats is uitermate informatief opgezet met toelichtingen en tentoonstellingen, alsmede met een groot aantal nationale herdenkingsmonumenten van diverse landen. Bij de ingangspoort van Mauthausen geen inspirerende leuzen als Arbeit macht frei (Dachau, Auschwitz) of Jedem das seine (Buchenwald). SS-ers begroetten binnengevoerde gevangenen met de simpele melding: “Door deze poort komen jullie dit kamp binnen; door die pijp“, wijzend op de lange schoorsteen, “zullen jullie het weer verlaten.
De beruchte dodentrap is via een omweg van dichtbij te bekijken (slecht aangegeven), maar eenmaal daar beland krijg je met eigen ogen een indrukwekkend beeld van wat je uit internetverhalen en -beelden in principe al lang wist.


Toen eind april 2016 de VPRO de film Shoah van Claude Lanzmann uitzond, volbracht ik het niet de zes (deels nachtelijke) uren aan de buis gekluisterd te blijven, maar dankzij internet kan ik er sindsdien vaak en op gepaste tijdstippen naar kijken.

Door de documentaireachtige stijl van de film spreekt er een ingetogenheid uit, maar het is tevens overduidelijk een ingehouden woede. Laat de beelden en de woorden spreken, dan is verder commentaar overbodig. Net zoals Eisenhower vlak na de bevrijding van Mauthausen in 1945 de lokale bevolking uit de omgeving dwong zelf in het kamp te komen kijken en zich er een oordeel over te laten vormen, zonder verder commentaar.

Shoah laat de feiten en interviews het werk doen, niet de onderliggende emoties. Er is ook niet veel verbeelding nodig om achter de coulissen van de vertoonde beelden zelf te constateren dat de film een beeld schetst van een niet te bevatten werkelijkheid die zich niet laat rijmen met de werkelijkheid en normen van nu, ook al krijgen wij uit andere delen van de wereld nog steeds zoveel signalen van middeleeuwse praktijken die wij hier alleen uit 1939-1945 kennen.

Op zich heb ik daaraan niets toe te voegen, maar Shoah zette mij op het spoor (sorry voor de beeldspraak) van twee bijkomende aspecten, ongetwijfeld minder desastreus dan het lot van de Joden, zigeuners, homo’s, Slaven, Jehova’s, communisten en andere asocialen, maar die toch onlosmakelijk met de bezetting en de Endlosung zijn verbonden.

Ik ga daarover twee vervolgartikelen publiceren. Eentje over de logistieke problematiek van de treintransporten naar de diverse kampen, en eentje over de levenslange wroeging en schaamte van hen die zelf, of hun ouders, geconfronteerd zijn of zijn geweest van samenwerking, gedwongen of niet, collaboratie, vrijwillig of niet. Ik vraag me af in hoeverre de top van het Derde Rijk zich van beide aspecten en hun consequenties bewust is geweest.

Ik ben zelf geen oorlogsslachtoffer. Weliswaar verwekt in een voormalig Jappenkamp in Tha Muang in Siam en prenataal opgegroeid al varend en reizend van Siam naar Oss door het Suezkanaal, verdien ik slechts het predicaat “tweede generatie”. Maar als nakomertje kreeg ik wel te maken met de verhalen van alle andere gezinsleden, in mijn herinnering elke dag weer aan tafel, maar ook nu nog steeds als er tijdens familiebijeenkomsten wordt gespeecht. De jappenkampen en de nagelaten wonden zijn nog steeds aanwezig, behalve bij mijn vader die, jarenlang werkzaam aan de Birmaspoorlijn, tot zijn dood de kaken op elkaar hield. Nog steeds koopt niemand van ons een Japanse auto. Het wachten is op de terugkeer van, of de compensatie voor de 12-cilinder Dodge D-8135 van mijn vader die hij in Bandoeng bij de internering in 1942 moest achterlaten.

In mijn familie heeft iedereen de oorlog overleefd, behoudens mijn achterachteroudoom Pierre Loonen (1884-1944) die na Buchenwald (1943) en Majdanek/Lublin (1944) als vermist staat genoteerd.

 


Dat de Tweede Wereldoorlog nog steeds de gemoederen bezighoudt, is voor mij een stimulans te meer de herinnering eraan levend te houden en door te geven.
__________________________________________________________________________

Vorig bericht: Tramlijn 8
Volgende berichten: De zijkant van Shoah (1 van 2) en De zijkant van Shoah (2 van 2)

 

 

 

 

 

 

2 gedachten over “Mauthausen

  1. Andreas Fröhlich was Joods-katholiek vluchteling en kwam ruim een jaar op het St.-Ignatiuscollege. Hij werd via een omweg in juni 1941 gedeporteerd naar Mauthausen en stierf ongeveer 28 oktober 1941. Zijn naam met 29 andere Ignatiaanse oorlogsslachtoffers werden vermeld op houten panelen onder schilderijen in de kapel.

    • Dat van dat houten paneel is al eens eerder in gesprekken aan bod gekomen. Jammer genoeg had ik het niet paraat, anders had ik de namen op de plaquettes van het Nederlandse herinneringsmonument kunnen verifiëren en fotograferen. Andreas Fröhlich staat wel degelijk in de lijst van Nedelanders die in Mauthausen zijn om gekomen; zie https://www.mauthausen.nl/namenlijst/.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.