Apetrots en keileuk

Ik ben hondsdol op taalkundige verzamelingen. Zo begon ik ooit aan een verzameling van vastevoorzetselverbindingen, denkend dat het er “vast wel duizend” zouden worden. Na jaren stond de teller op bijna vierduizend. Geen taal ter wereld doet dat het Nederlands na.

Misschien geldt iets dergelijks voor bijvoeglijke naamwoorden/bijwoorden die uit twee leden bestaan en waarvan het eerste lid de betekenis heeft “heel erg“, zoals in apetrots en keileuk: heel erg trots/leuk. In het Nederlands kan dat, net als in het Duits (heilfroh, sturzbetrunken, stinklangweilig, en met tegenzin de regel uit het Nazilied: Blut muß fließen knüppelhageldick, …), doordat onze woordvormingregels dat toelaten, anders dan bijvoorbeeld in het Frans of Italiaans. Maar de vierduizend zal de reeks bij lange na niet halen, schat ik.

Ik trap op 2 september 2018 maar even af met een voorlopige reeks van 80 stuks verschillende versterkingswoorden, op één zondag in de auto bij elkaar gedacht, en vraag lezers de lijst aan te vullen. Tot nu toe (26 maart 2020) heb ik er nog eens 136 nieuwe aan kunnen toevoegen en weer vijf moeten verwijderen omdat ze niet aan de voorwaarden voldoen (honkvast, moederziel, plompverloren, polyinterpretabel en steevast), zodat er nu 211 resteren. Lees hieronder en bij de reacties de motivatie voor dat schrappen van die woorden.

Spelregels: het moet gaan om tweeledige samenstellingen die in hun geheel bijvoeglijke naamwoorden of bijwoorden zijn, dus geen zelfstandige naamwoorden als het eigeel of het droomdebuut. Verder moet het eerste lid duidelijk een graadaanduidende, versterkende werking hebben; eigeel en mariablauw als bijvoeglijke naamwoorden/bijwoorden hebben dat niet, net zomin als hondsdolvlaamsgezind, bloedstollend, hemelsbreed, kamerbreedkopsterk, zinneprikkelend of kankerverwekkend. Die voorwoorden geven een specificatie of een soort lijdend voorwerp of zoiets, maar geen versterking. Probeer maar het eerste lid te vervangen door “heel erg” of “helemaal“; als dat lukt, dan zit je goed. Ook als je de samenstelling X-Y kunt vervangen door “zo Y als X“, “zo zoet als honing“, “heel erg zoet“, lijkt het een voltreffer te zijn.
Om die reden heb ik de verzameling woorden die eindigen op -loos niet opgenomen, zoals bodemloos, eindeloos, mateloos, oeverloos, radeloos, tomeloos en zielloos. Bij die woorden kun je niet parafraseren met “heel erg loos“. Integendeel. Loos heeft hier de betekenis ‘zonder‘, zodat in feite het omgekeerde het geval is: deze woorden laten zich parafraseren als “zonder bodem/einde/maat/oever/raad/toom/ziel“, en horen dus niet in de reeks thuis, want het eerste lid is geen versterkend deel, maar het hoofddeel.
Soms is er twijfel mogelijk: zo vind ik ruimhartig en breedvoerig niet passen in de reeks, want de parafrases “heel erg hartig” en “heel erg voerig” lijken mij incorrect. Sneeuwwit en snotverkouden zijn eigenlijk ook twijfelgevallen; duiden ze een soort aan of een versterking? Grootmoedig heb ik wel in de lijst opgenomen, al betekent moedig doorgaans iets anders.
Een van de respondenten wees mij op het feit dat poly-, als in polyinterpretabel, geen versterkend eerste deel is, maar een hoeveelheid aanduidt. Dat geldt dan ook voor woorden als meervoudig, multifunctioneel, veelzijdig e.d. Daar is het niet de betekenis “heel erg“/”helemaal“, maar de betekenis “heel erg veel“, waarmee het geen gradatie aanduidt, maar een kwantiteit. Om die reden heb ik ook polyinterpretabel uit de lijst geschrapt.
Een ander twijfel- of randgeval is roodgloeiend. In Hoogoventermen kun je rood als een specificatie van gloeiend lezen, maar als de telefoon roodgloeiend staat, gaat dat niet op. Denk ook aan witheet met zijn figuurlijke lezing, waarin wit wel degelijk een versterkend deel is.

En wat te denken van dagdagelijks?

Let wel, het gaat hier alleen om de versterkende woorddelen, dus om woorden waarvan het eerste, versterkende lid niet al in de lijst voorkomt, bijvoorbeeld: superstaat al in de lijst, dus supermooi, supersnel, superintelligent &c insturen heeft geen zin, want supergaaf staat er al.

  1. aalglad
  2. aardedonker
  3. aartslui
  4. almachtig *)
  5. apetrots
  6. appelweek
  7. asgrauw
  8. barstensvol
  9. beeldschoon
  10. bekaf
  11. beresterk
  12. bikkelhard
  13. bitterkoud
  14. bladstil
  15. blafheet
  16. bliksemsnel
  17. bloedserieus
  18. bokkoud
  19. bom(metje)vol
  20. boordevol
  21. boterzacht
  22. brandschoon
  23. bremzout
  24. brilfokkingjant **)
  25. broodnodig
  26. dagenlang
  27. dieptriest
  28. doldriest
  29. donszacht
  30. doodsbang
  31. doodziek
  32. doornat
  33. drijfnat
  34. eeuwenlang
  35. eivol
  36. ellenlang
  37. ezelsdom
  38. felbegeerd
  39. fliederdun
  40. flinterdun
  41. fluweelzacht
  42. foeilelijk
  43. fonkelnieuw
  44. gifgroen
  45. gigagroot
  46. gitzwart
  47. glashelder
  48. gloednieuw
  49. gloeiendheet
  50. godsonmogelijk
  51. gortdroog
  52. goudeerlijk
  53. graatmager
  54. grootmoedig
  55. haarfijn
  56. hagelblank
  57. helverlicht
  58. hemelhoog
  59. hondsmoe
  60. honingzoet
  61. hoogbejaard
  62. hoogstwaarschijnlijk
  63. hoorndol
  64. huize(n)hoog
  65. hyperintelligent
  66. ijskoud
  67. ijzersterk
  68. inktzwart
  69. intriest
  70. kaarsrecht
  71. kakelvers
  72. katjelam
  73. keileuk
  74. kerngezond
  75. kersvers
  76. kiezelhard
  77. kipfit
  78. klaarwakker
  79. kleddernat
  80. klemvast
  81. kletsnat
  82. klinkklaar
  83. knakeduur
  84. knalrood
  85. knaphandig
  86. kneite(r)hard
  87. knettergek
  88. knoepduur
  89. knoerthard
  90. knotsgek
  91. koekerond
  92. kogelrond
  93. kokendheet
  94. kotsmisselijk
  95. kraakhelder
  96. krijtwit
  97. kristalhelder
  98. kurkdroog
  99. ladderzat
  100. lelieblank
  101. lentefris
  102. leplazarus
  103. lijkbleek
  104. lijnrecht
  105. loeihard
  106. loepzuiver
  107. loodzwaar
  108. megagroot
  109. melkwit
  110. metershoog
  111. mierzoet
  112. mijlenver
  113. moddervet
  114. mokerhard
  115. morsdood
  116. mud(je)vol
  117. muisstil
  118. muurvast
  119. nagelvast
  120. oersaai
  121. okselfris
  122. oliedom
  123. oppermachtig
  124. ovenvers
  125. overheerlijk
  126. panklaar ***)
  127. peperduur
  128. piekfijn
  129. piemelnaakt
  130. piepklein
  131. pijlsnel
  132. pik(ke)donker
  133. pimpelpaars
  134. pislink
  135. poedelnaakt
  136. poep(ie)link
  137. poeslief
  138. pokkensaai
  139. pompaf
  140. potdicht
  141. prinsheerlijk
  142. propvol
  143. pufheet
  144. puntgaaf
  145. ragfijn
  146. razendsnel
  147. retegoed
  148. reuzeblij
  149. roetzwart
  150. roodgloeiend
  151. roomblank
  152. rotsvast
  153. schathemeltjerijk
  154. schatrijk
  155. schijtnerveus
  156. smoorverliefd
  157. sneeuwwit
  158. snikheet
  159. snipverkouden
  160. snoeihard
  161. snorziek
  162. snotverkouden
  163. spekglad
  164. spiegelglad
  165. spierwit
  166. spijkerhard
  167. spiksplinternieuw
  168. spinnijdig
  169. spotgoedkoop
  170. splinternieuw
  171. springlevend
  172. spuugzat
  173. staalblauw
  174. stampvol
  175. stapelgek
  176. steenrijk
  177. stekeblind
  178. stervenskoud
  179. stijfbevroren
  180. stikdonker
  181. stinkrijk
  182. stokstijf
  183. stomverbaasd
  184. straalbezopen
  185. straatarm
  186. strakblauw
  187. strontziek
  188. supergaaf
  189. tjokvol
  190. toeterzat
  191. ton(ne)rond
  192. topfit
  193. torenhoog
  194. ultramodern
  195. vederlicht
  196. vliegensvlug
  197. vliesdun
  198. vlijmscherp
  199. vogelvrij
  200. volvet
  201. vuistdik
  202. vuurrood
  203. wagenwijd
  204. watervlug
  205. wijdverbreid
  206. witheet
  207. wonderschoon
  208. zeiknat
  209. zielsgelukkig
  210. zijdezacht
  211. zonneklaar

Ik wacht verdere reacties af.
_______________________________
*) Tot de groep woorden beginnend met het versterkingsdeel al- behoort ook een grote reeks Frans-Vlaamse woorden als albachten, albuuten. alzeeker; ze zijn te vinden op p.17-18 van het digitale Frans-Vlaamse woordenboek dat HIER online is te raadplegen.
**) brilfokkingjant is een vreemde eend in de bijt, met dank aan Paulien Cornelisse.
Ik neem aan dat het een samenstelling is van briljant en het versterkingsdeel fokking.
Daarmee is het het enige woord in de lijst waarbij het versterkende element niet vooraan het woord staat, maar tussenin is ingelast.
***) Zie voor een discussie over panklaar hier onderaan bij de reacties.

90 thoughts on “Apetrots en keileuk

  1. spekglad (toegevoegd)
    oeroud (oer- al aanwezig)
    stekeblind (toegevoegd)
    oliedom (olie- al aanwezig)
    brandschoon (toegevoegd)
    kotsmisselijk (toegevoegd)
    hondsbrutaal (honds- al aanwezig)
    hondsberoerd (honds- al aanwezig)
    pimpelpaars (toegevoegd)
    superintelligent (super- al aanwezig)

  2. steengoed (steen- al aanwezig)
    doodvermoeid (dood- al aanwezig)
    stomvervelend (dood- al aanwezig)
    stomdronken (stom- al aanwezig)
    bloedgeil (bloed- al aanwezig)
    roetzwart (toegevoegd)
    morstdood (mors- toegevoegd)

  3. ijskoud (ijs- al aanwezig)
    topzwaar (ik denk dat top- hier een localisering is van de onbalans; niet zozeer een versterking van de zwaarte)
    snikheet (toegevoegd)

  4. knaphandig (regionaal? toegevoegd)
    barstensvol (toegevoegd)
    beeldschoon (toegevoegd)
    bliksemsnel (toegevoegd)
    (meeslepend?) (betekent niet: “heel erg slepend“)
    razendsnel (toegevoegd)
    spijkerhard (toegevoegd)
    poedelnaakt (poedel- al aanwezig)

  5. Aartslui (toegevoegd)
    Fonkelnieuw (toegevoegd, evenals spiksplinternieuw)
    Retegoed (toegevoegd)
    Snoeihard (toegevoegd)
    Witheet (toegevoegd)

  6. Bladstil (toegevoegd)
    Bremzout (toegevoegd)
    Huize(n)hoog (toegevoegd)
    Kletsnat en kleddernat (beide toegevoegd)
    Krijtwit (toegevoegd)
    Spinnijdig (toegevoegd)
    Ultramodern (toegevoegd)
    Alle varianten op dagenlang: uren/weken/maanden/jaren/eeuwen- etc (hierbij twijfel ik of het niet een specificatie van de duur betreft i.p.v. een versterking)

    Ik twijfel trouwens aan honkvast(36); je kunt makkelijk zeggen: erg honkvast (is inderdaad een twijfelgeval, maar ook versterkingen kunnen m.i. gradeerbaar zijn)

  7. Appelweek (Twents denk ik; iemand appelweek slaan= totaal verrot) (toegevoegd)
    Boterzacht (toegevoegd)
    Panklaar (?) (betekent niet: heel erg klaar, maar gereed ter bereiding)
    Piekfijn (toegevoegd)
    Pislink (toegevoegd)
    Vederlicht (toegevoegd)
    Vuistdik (toegevoegd)
    Vuurrood (toegevoegd)

  8. klinkklaar (toegevoegd)
    vlasblond(? of specificatie?) (ja, lijkt mij niet te betekenen heel erg blond)
    vliesdun (toegevoegd)

    • Dit is interessant, hoewel armoed een germanisme is (Armut) en dus volgens mij en de Woordenlijst Nederlandse Taal armoede moet zijn, en een zelfstandig namwoord is en dus niet in de lijst thuishoort.
      Het interessante is wel dat opeens de vraag opkomt of er naast “versterkende” voorvoegsels (ape-trots, kei-leuk) ook “verzwakkende” zijn; dat zou dus bij het bijvoeglijk naamwoord armoedig het geval wezen. Iets om verder over na te denken.
      Het is overigens nog maar de vraag of het ar-moede is of arm-oede; zie https://onzetaal.nl/taaladvies/in-arremoede-van-arremoede/

    • Bedankt, Bas voor eivol; de teller staat nu op 169. Dat is niet niks.
      Wat gifgroen/mariablauw betreft: soms is het zoeken naar het juiste gereedschap om een woord wel of niet toe te laten. Wat ik hanteer is: als je het voorwoord kunt lezen als “helemaal” of “heel erg”, dan is het toelaatbaar, want het duidt dan op een versterking. Dat is bij gifgroen het geval, enerzijds omdat gif helemaal niet groen is (meen ik; rattengif is rood), anderzijds omdat het inderdaad “heel erg groen” betekent.
      Maria daarentegen was misschien wel wat bleu, maar de naar haar vernoemde kleur is er een uit een reeks van kleuren blauw, en daarbij is de moeder Gods niet het uiterste van alle schakeringen. Het is hier dus een specificatie, net als tomaatrood of eigeel. Vandaar.

      • Helder. Je zou je trouwens nog kunnen afvragen waarom ‘vol’ überhaupt gradaties kent. Hoe dan ook, succes met het supercompleet maken van je lijst.

  9. Ze kloppen niet allemaal:
    Honkvast en steevast betekenen niet “heel erg vast”
    Het tweede deel van het woord moet dezelfde betekenis hebben als het hele woord, volgens mij. Muurvast is wel “heel erg vast”.

  10. Retesnel.
    En plompverloren is volgens mij niet “heel erg verloren” maar komend uit het niets of dergelijke betekenis.

    • Rete-” stond al in de lijst.
      Plompverloren” hoort er inderdaad niet tussen te staan; ik heb die verwijderd. Dank voor de opmerking.

    • Ik vind polyinterpretabel moeilijk. Kan je iets ‘heel erg’ interpreteren? Het “poly” betekent toch alleen maar dat er meerdere interpretaties mogelijk zijn, niet per se dat er heel erg veel interpretaties mogelijk zijn?

      • Het is juist dat poly– als in polyinterpretabel en polycentrisch eerder “heel erg veel” betekent dan louter “heel erg“/”helemaal“. Dat heeft het gemeen met multi– als in multidisciplinair, dat ik (nog) niet in de lijst had opgenomen. Ik ga er voorlopig nog maar eens over nadenken. Dank voor de observatie.

    • Van knoerterhard kom ik geen vindplaats tegen, ook niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal/Groene Boekje. Is het wellicht dialectisch? Zo ja, in welk dialect?
      Knoerthard en knettergek bestaan wel, en die staan al in de lijst.

  11. knotsgek
    pokkensaai

    Ik ben niet zeker of moederziel volgens de spelregels in de lijst hoort. Het eerste deel (moeder) versterkt niet het tweede deel (ziel): de betekenis is niet “heel erg ziel”. Het volledige woord versterkt wel “alleen” in de uitdrukking “moederziel alleen”. Als we even buiten beschouwing laten dat het twee woorden zijn en redeneren dat “moederziel alleen” een versterking is van “zielsalleen”, dan klopt dit etymologisch niet omdat volgens Onze Taal “ziel” aan “moeder al ene” toegevoegd en zo “moeder” versterkt. (zie: https://onzetaal.nl/taaladvies/moederziel-alleen/)
    Zie ik hier iets over het hoofd?

    • Klopt. Ik heb moederziel uit de lijst gehaald.
      Wat moeder al ene betreft: ik twijfel nog om ook de Frans-Vlaamse woorden albachten, albuuten enz. in de lijst op te nemen; bij die woorden heeft al wel degelijk de betekenis “helemaal”. Wat vind je daarvan?

    • Pufheet heb ik in de lijst opgenomen.
      Bij oerendhard heb ik het probleem dat ik er nergens een vindplaats van tegenkom als één aaneengeschreven woord, ook niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal (het Groene boekje). Kan ik daarvan een voorbeeld krijgen?

  12. Fluweelzacht.
    Donszacht. (Volgens mijn Van Dale Groot Woordenboek der Nederlandse Taal uit 1976: zo zacht als dons, wat volgens mijn Van Dale Groot woordenboek hedendaags Nederlands uit 2002 betekent: zeer zacht…)

  13. ‘ait’ als in ‘aitverdan’
    Komt uit Rijssen.
    De betekenis:
    Verdan betekent letterlijk ‘verder’, zowel in de tijd als fysiek in een richting. Met ‘ait’ ervoor hebben we de overtreffende trap van verder. Dat kan positief maar ook negatief zijn. ‘He geet aitverdan’ kan dus betekenen ‘hij/zij is een doorzetter’. He zeurt aitverdan = hij/zij dramt.
    Met dank aan mijn vrouw die uit Rijssen komt.

    • Gloeiendheet: hoewel ik er zelf voor zou kiezen dit als 2 woorden te schrijven, kom je het sporadisch wel tegen. Bovendien had ik kokendheet ook al opgenomen.
      Kristalhelder: toegevoegd.
      Knakeduur staat weliswaar niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal, maar komt al jarenlang voor in artikelen en berichten. Toegevoegd dus.
      Buitengewoon wil ik niet opnemen. Het betekent immers niet “heel erg gewoon“, maar juist “niet gewoon“; vgl ook “extraordinaire“, zoals wij hier zeggen.

    • traditiegetrouw betekent niet zoeer “heel erg trouw“, maar “trouw aan iets speciaals, nl. traditie“; zo ook “gewoontegetrouw” bijvoorbeeld.
      krankzinnig betekent niet “heel erg zinnig” maar juist het tegenovergestelde: “krank (=ziek, verminderd) van zinnen“, dus “niet goed bij je hoofd“.
      polyvalent had ik eerder wel opgenomen, maar later weer verwijderd; zie mijn uitleg onderaan het artikel, vlak boven de lijst met 200 woorden.
      beeldschoon stond al in de lijst.

  14. prinsheerlijk
    Van Dale verklaart “zo heerlijk als een prins” en dat lijkt me wel . Maar het bijwoord wordt steeds enigszins ironisch gebruikt.

  15. Panklaar.
    Overzicht van een mailconversatie tussen respondent B en mij (N).

    B: Panklaar?
    N: Ik denk dat panklaar, net als bijvoorbeeld beetgaar, eerder een fase in een proces aanduidt dan dat het de connotatie “heel erg” bevat, maar helemaal zeker ben ik er niet van. Ik denk er nog over na.
    B: Maar in de zin: “Tadić legt de bal panklaar neer voor Van de Beek”, lijkt het me wel goed.
    N: Ik weet niet voor welke club Tadić en Van de Beek spelen (althans, ik wil het niet weten), maar in deze figuurlijke lezing wordt het woord een aantrekkelijke kandidaat, zoals loepzuiver dat ook is. Dat staat al wel in de lijst. Valt hapklaar ook in de prijzen, denk je?
    B: Hmmm, hapklaar. Hierbij voel ik toch meer een handeling: klaar om te consumeren/iets tot je te nemen. Doorgaans consumeer je iets niet als het half klaar is, maar toch. Ik vind het meer “klaar om te …” dan een mate van klaar zijn.
    N: Het is wat met die consumptietermen. Zo wil ik beetgaar (=al dente, dus nog net niet helemaal gaar) maar laten vallen, maar heb ik ooit na lang wikken en wegen ovenvers wel in de lijst gezet vanwege de illusie “verser dan dat kun je het niet hebben“.
    Laat ik me maar verder beperken tot panklaar in de niet-consumptieve betekenis. In de wel-consumptieve betekenis is het panklare eten helemaal niet klaar, hooguit klaar om bereid te gaan worden. Geschilde aardappelen stop je niet rauw en koud in je mond, maar ze zijn wel panklaar.
    B: Ga je nou de namen van die Ajacieden fingeren als je mijn voorbeeldzin post?
    N: Moet ik nog even over nadenken…

  16. Wij hadden bij Montessori een legwerkje met dit soort woorden. Daarin komen ook hokvast, brandnodig, doodsbang, broodmager, stokoud, springlevend, keihard, splinternieuw en hemelsbreed in voor.

    • Dit is een heel interessante aanvulling. Ik loop de woorden even langs:
      hokvast: Bedoel je hokvast of honkvast? Dat laatste woord heb ik in het artikel al beschouwd als niet in de lijst thuishorend. Hokvast ken ik niet, maar als het bestaat, lijkt het me in dezelfde categorie als honkvast thuis te horen.
      Brandnodig: Ook dat woord ken ik niet, maar omdat brandschoon al in de lijst staat, hoef ik het niet toe te voegen.
      Doodsbang: Voeg ik wel toe; tot nu toe stond alleen dood– (doodziek) in de lijst.
      Broodmager: Brood– (broodnodig) staat al in de lijst.
      Stokoud: Idem (stokstijf).
      Springlevend: Voeg ik toe.
      Keihard: Staat al in de lijst (keileuk).
      Splinternieuw: Voeg ik toe, naast spiksplinternieuw.
      Hemelsbreed: Volgens mij betekent dat niet “heel erg breed“, maar “de kortste lijn tussen A en B“; zie het artikel. Anders ligt dat volgens mij met “hemelhoog“, al is dat wel een beetje een germanisme.

    • Ik kende het woord niet; staat ook niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal, maar Meertens/KNAW meldt het wel: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal. Dat is dan nummer 211, mede dankzij (tot nu toe) 89 reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.