Hele mooie bekers

Mijn grote interesse in het foutief gebruik van het bijwoord hele in plaats van heel zij inmiddels genoegzaam bekend. In hele mooie bekers slaat hele op mooie, en is dus een bijwoord (in de woordgroepleer: een “interne bijwoordelijke bepaling bij mooie“), dat volgens de grammatica’s geen buigings-e kan krijgen. Eerder al constateerde ik dat deze heel/hele-transitie zich wel handoverhand voordoet bij heel, maar niet bij veel, zodat de mogelijkheid dat het hier gaat om een taalverandering omwille van fonetisch gemak niet stand houdt. Niemand spreekt bijvoorbeeld van een vele mooiere beker.

Bovendien is het zo, dat de ‘moderne’ Nederlandssprekende zich bij dit gebruik van hele keurig netjes houdt aan de buigingsregels van Nederlandse bijvoeglijke naamwoorden. Je hoort dus tegenwoordig:

  • een hele mooie man (mannelijk)
  • een hele mooie vrouw (vrouwelijk)
  • een heel mooi kind (onzijdig)
  • een heel mooi dier (onzijdig)
  • hele mooie mannen/vrouwen/kinderen/dieren (meervoud)

De meest voor de hand liggende verklaring is dat mensen niet kunnen ontleden en dus denken dat dat bijwoord heel/hele, net als het erop volgende woord mooi(e) ook een bijvoeglijk naamwoord is en daarom hypercorrect in voorkomende gevallen de buigings-e krijgt.

Tot zover is dit allemaal oud nieuws, gelet op mijn eerdere artikel.

Het afgelopen WK-voetbal leverde mij, behalve twee mooie wedstrijden (Frankrijk-Argentinië en vooral Brazilië-België), ook enkele taalkundige verrassingen op:

– Tijdens die wedstrijd Frankrijk-Argentinië op 30 juni kwam NOS-commentator Philip Kooke opeens aanzetten met een behoorlijke valse nummer negen (al weet ik niet meer welke speler hij bedoelde). In die uitspraak verscheen dus het heel/hele-probleem opeens ook bij het woord behoorlijk. Dat is groot nieuws.

– Daags erop versloeg Jan Roelfs de wedstrijd Spanje-Rusland, gespeeld in het Loezjniki-stadion in Moskou. Roelfs roemde dat prachtige gebouwde stadion. Fout dus, ook fonetisch gezien, want prachtiggebouwde bekt makkelijker dan prachtigegebouwde. Zijn grammaticaal waninstinct won het dus van zijn spreekgemak. Dat is nog groter nieuws.

– Ja, dan hebben we ook nog Jeroen Grueter, voor mij na Frank Snoeks de beste NOS-sportcommentator, voornamelijk vanwege hun beider taalgebruik. Ook hij bezondigt zich aan de heel/hele-fout, maar ik vergeef het hem. Want tijdens Kroatië-Denemarken op 1 juli viel mij iets geweldigs op.
Ik beluister en bekijk sportuitzendingen al sinds 1958, waarmee ik een zestigjarige ervaring heb met stijl en taalgebruik van de verslaggevers. Voor Han Hollander was ik helaas te laat geboren, maar de stemmen van Dick van Rijn, Dick de Vree, Bob Spaak, Theo Koomen en de allergrootste: Rick de Saedeleer, herinner ik mij nog zeer goed. Op zeker moment trad er een soort ‘nieuwe zakelijkheid’ op in de verslaggeving. Bij voetbalverslagen begon dat in mijn beleving bij Theo Reitsma en Eddy Poelmann, en velen na hen bleven dat spoor der saaiheid volgen. Zo niet Frank Snoeks en Jeroen Grueter, die hun verslagen nog steeds met voldoende peper en zout kruiden.

Laatstgenoemde bestond het om tijdens zijn verslag van Kroatië-Denemarken op 1 juli 2018 het voetbalvocabulaire met twee woorden uit te breiden: kassarol en pinguïn. Zie voor een toelichting op beide termen mijn vervolgartikel.

Met al mijn zestig jaar kijk- en luisterervaring durf ik te zeggen dat die twee woorden nog  nimmer zijn gebezigd in een voetbal-, ijshockey- of schaatsverslag op de Nederlandse radio of tv. Hulde.