Acht verlepte rozen

Dit is geen hommage aan of een persiflage op Toon Hermans, maar het betreft een taalkundige eigenaardigheid in het Nederlands en in de ons omringende talen.
Kort samengevat: hoe dienen we acht verlepte rozen te analyseren,
en hoe zit dat dan met zeer frequente ongelukken?

Sinds mijn kennismaking met de Transformationeel-generatieve Grammatica, de TGG dus, weet ik dat acht verlepte rozen een deel van een samengestelde zin is, die uiteenvalt in de acht nevengeschikte zinnen:

Roos1 is verlept |en| roos2 is verlept |en| roos3 is verlept |…| roos8 is verlept.

Dat wil dus zeggen dat de eigenschap “verlept” waar is voor elk van de acht bedoelde rozen.
Tot zover is alles duidelijk en m.i. correct.
Anders ligt dat bij zeer frequente ongelukken. Daarvan kan immers niet worden gezegd:

ongeluk1 is frequent |en| ongeluk2 is frequent |…| ongelukn is frequent.

Bijvoeglijke naamwoorden als frequent, veelvuldig, talrijk en veel voorkomend vereisen een meervoudig zelfstandig naamwoord, maar in tegenstelling tot de acht verlepte rozen is die kwantor frequent/veelvuldig/ enz. niet van toepassing op elk der elementen van de verzameling, maar zegt hij iets over het aantal leden der verzameling zelf.

Toch krijg ik iedere keer als ik in de Ardennen het op twee na hoogste punt passeer, Baraque de Fraiture, 640 m hoog, de aanvechting om de waarschuwing ACCIDENTS FREQUENTS foutief te vinden. Enerzijds omdat ik er nog nooit ook maar één ongeluk heb gezien, tweërzijds omdat dat nu net het moment is dat je zonder gas te geven gedurende 4½ km en daarna nog eens 2 km met 140 km/u heel economisch naar beneden kunt rijden (totdat men in Wallonië op het idee komt er een snelheidscamera te plaatsen), en derderzijds omdat ik er niet aan wil dat die fictieve ongelukken stuk voor stuk elk ook meteen een frequent ongeluk zijn. Een ongeluk komt weliswaar nooit alleen, maar frequent is het nimmer. Het is uniek, maar dat is wat anders.

Juister zou het in mijn optiek zijn om frequent niet bijvoeglijk, maar bijwoordelijk te maken: “FREQUEMMENT ACCIDENTS”; dat rijmt eveneens en is ritmisch zelfs nog wat sterker, iets waar Fransen zo dol op zijn, of in het Nederlands “HERHAALDELIJK/VAAK ONGELUKKEN”.

Vormen de accidents fréquents daarmee een taalfout, evenals het Duitse häufige Unfälle? Ik kan dat niet bewijzen. In de grammatica komt het vaker voor dat er meer dan één specifieke interpretatie mogelijk is. Het verhaal van de verlepte rozen en frequente ongelukken doet me een beetje denken aan de drie mogelijkheden om het lidwoord de te interpreteren:

  1. als bepaald lidwoord, dus duidend op één bepaald iets:
    De walvis is overleden.
  2. als categoriaal lidwoord, dus geldig voor elk element der verzameling:
    De walvis is een zoogdier (al vraag ik me af of dat ook voor mannetjeswalvissen geldt, maar goed; dan betekent “zoogdier”: een diersoort waarvan de jongen worden gezoogd).
  3. als generiek lidwoord, dus geldig voor de soort als zodanig, maar niet van toepassing op één of meer elementen uit die verzameling:
    De walvis dreigt uit te sterven (want één walvis kan niet in z’n eentje uitsterven).

Aldus kunnen we, met enige welwillendheid, frequente en fréquents interpreteren als “generiek bijvoeglijk naamwoord”, dat wil zeggen: van toepassing op de soort zelve, maar niet op enig element uit bedoelde verzameling.
Om het nog wat sterker uit te drukken: er zwemmen veel vissen in de vijver, maar voor niet één vis geldt dat die “veel” is. Dit voorbeeld opent de weg naar nog een andere mogelijkheid: net als veel kan ook frequent, veelvuldig, talrijk worden gezien als een onbepaald hoofdtelwoord. Voor menig geldt dat ook, maar daarvan is het opvallende dat het juist een enkelvoudig substantief bij zich heeft: menig ongeluk is aan drankmisbruik te wijten, terwijl je van geen enkel ongeluk kunt beweren dat het “menig” is.
Een argument om in genoemde woorden een telwoord te zien is de eigenschap dat ze zich niet laten combineren met een ander telwoord; je kunt niet twee veel ongelukken meemaken. Net zo min kun je twee frequente ongelukken zien gebeuren.

Bijvoeglijk naamwoord of telwoord – het blijft een puzzeltje.

_______________________

Ik moet eerlijk bekennen dat ik de bovenste foto heb verkozen die ik aantrof in een merkwaardige Afrikaanse blog (’n roos verlep), beginnend met de hartekreet: Ek het nog niks ledemate of ingewande gebreek nie, maar daar is sekerlik nie een pyn wat naby ‘n hartbreek kom nie!

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.