Hommage Bach hommage Varga

Ik bedoel het niet persoonlijk, maar zo af en toe kun je pas postuum iemand op waarde schatten. Dat overkwam Johann Sebastian Bach na 1750, dat overkwam Marián Varga na 2017. Ik kom er daarom niet omheen, om na mijn artikel over Collegium Musicum en Varga er een van zijn composities even uit te lichten.

Het was 1970 of 1971 toen ik in Praag min of meer bij toeval bovenstaand EP’tje in een winkel aantrof. Ik moest nog van alles ontdekken in de ČSSR, maar wist qua muziek wel af van het bestaan van de Slowaakse progressive rockgroep Collegium Musicum, en uit louter nieuwsgierigheid en hang naar excentrieke dingen liet ik het singletje niet liggen voor, meen ik, Kčs 12 (omgerekend ± ƒ 1,20 oftewel € 0,55).

Er gingen 48 jaren overheen. Bach was al lang dood, Varga nog niet zo lang. Het reorganiseren van mijn collectie grammofoonplaten, internet en youtube deden de rest.

Was het niet Felix Mendelssohn, ooit verguisd, want joods, die pas na bijna 100 jaar Bachs vergeten Matthäus Passion weer voor het voetlicht haalde en zich met die revival van ’s werelds beste muziekstuk van ’s werelds beste componist ooit onsterfelijk maakte?
Ik ga voor de helft, en vraag attentie voor Marián Varga’s Hommage à J.S. Bach, in 1970 op 45t-singletje uitgebracht, en nadien in diverse uitvoeringen bewaard gebleven.
Varga, met zijn klassieke conservatoriumopleiding, kende natuurlijk heel wat befaamde en minder befaamde voorbeelden uit de klassieke muziek. Waarom hij nu juist de partita nr.8 van Bachs Sarabande in C, BWV 990 uitkoos, is mij een raadsel. Maar dat mag zo blijven. Misschien was het een studieobject tijdens zijn opleiding die hem erg aansprak. Mij ook.

Ik doe een beroep op jullie om 22 minuten van je kostbare tijd te reserveren. Zet al je hinderlijke stoorzenders uit. Telefoon, smartphone, whatsapp, tv en wat al niet, eindelijk even rust en onbereikbaar, want ook daarop heeft een mens recht. Doe de gordijnen dicht en de volumeknop open, maar ga vooral niet rustig slapen. En benut die vrijgekomen tijd door even mijn viertrapsraket te beluisteren en te bekijken, waardoor je naar grote hoogte stijgt. Realiseer je a.u.b. dat de componisten, Johann Sebastian Bach en Marián Varga er meer tijd en kwaliteit en vakmanschap aan hebben gespendeerd dan jij ooit zult kunnen, waarschijnlijk. Honoreer dat door het tot je te nemen.

Trap 1: De originele Sarabande van Bach, daarvan partita nr.8 (in nevenstaande partituur IX genoemd). Trek er even 1:16 voor uit. Ik heb die partita uitgelicht uit de opname door pianist Romualdo Lucchi, die op youtube is te vinden. 

Trap 2: De uitvoering ervan door Marián Varga op het EP’tje uit 1970, bij mijn weten de oudst bewaard gebleven versie door Varga. Ik heb die van afgebeeld grammofoonplaatje gedigitaliseerd. Knap dat Panton 7:10 minuut in 1970 op één kant van een 45-toerenplaatje kreeg geperst. Je hoort Marián Varga (orgel), Fedor Frešo (gitaar) en Dušan Hájek (slagwerk). Zie https://youtu.be/DH7xmNTOpZ4

Trap 3: Het nummer kent vele uitvoeringen. Allereerst beveel ik de acht minuten durende versie aan uit november 2009 (live-opname in Bratislava) (https://www.youtube.com/watch?v=sleNjIk9Ukw) met Marián Varga (orgel), Fedor Frešo (basgitaar),  František Griglák en de fabelachtig goede drummer Martin Valihora (slagwerk), die er ook zichtbaar enorm plezier aan beleeft.
Zie ook de aftiteling met verdere verwijzingen helemaal aan het einde. Op de foto vlnr: Frešo, Varga, Valihora, Griglák.

Trap 4: De qua bezetting meest uitgebreide versie, met het Slowaaks Kamerorkest, is te zien en te horen op https://www.youtube.com/watch?v=1z15JcnIigw. Het lijkt een live-opname te zijn die door de Slowaakse TV is uitgezonden, maar een exacte datum weet ik niet. De youtube-film is in ieder geval in april 2008 geüpload en duurt minder lang dan de andere hierboven genoemd: nog nèt geen vijf minuten. Er zitten wat schoonheidsfoutjes in de uitvoering, maar dat is bij een live-opname onvermijdbaar.
We zitten dan toch bijna 40 jaar na het ontstaan van het nummer en is het inderdaad een stuk volwassener geworden. Voor de uitvoerenden en verdere informatie kun je de Engelstalige beschrijving bij de youtube-film lezen.
Pure kwaliteit allemaal. En puur muzikaal genot.
Er circuleert op YouTube nog een opname uit 2018, “In Memoriam Marián Varga“. Ik apprecieer die wat minder. Te hoog tempo en te weinig virtuoos. Varga is niet vervangbaar, zelfs niet kopieerbaar.

Een hele halve waarheid

Eerder heb ik me HIER al eens uitgelaten over het grammaticaal verkeerde gebruik van hele in zinnen als Het was een hele lekkere taart. Ik ben er eens verder naar op zoek gegaan waar de populariteit van die fout vandaan komt, en dat leidt tot merkwaardige, raadselachtige resultaten op het raakvlak van acceptabele taalverandering en onacceptabele taalverarming.

 

Voor alle duidelijkheid: het gaat om de vraag waarom velen in de loop van de 20e eeuw het bijwoord heel een buigings-e zijn gaan geven, terwijl het niet hoort bij een erop volgend zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld taart, maar bij het direct erop volgende bijvoeglijk naamwoord, bijvoorbeeld lekkere. Grammaticaal moet het dus een heel lekkere taart zijn, en niet een hele taart die lekker is. Tot zover de grammatica, en alles is klip en klaar.
Maar waarom dat toch maar steeds die hele fijne vakantie, die hele goede zorg, die hele aardige mevrouw?

Het Genootschap Onze Taal ziet in het gebruik van hele in de spreektaal een informele manier om de betekenis  “hartelijker of gemeender” te maken. Ik betwijfel dat ten zeerste en vind het ook een volstrekt non-argument, want dan zouden diezelfde mensen ook thuis kunnen komen van een erge verregende vakantie in een extreme koude periode. Maar daarover hoor je ze niet. En in de taalkunde en het taalgebruik is het begrip analogie een frequent en volstrekt aanvaard middel om taalverschijnselen te duiden en te verklaren. Andere gezaghebbende bronnen zoals de ANS en Van Dale, nemen een wat vrijblijvender standpunt in: eigenlijk is het fout, maar omdat zo veel mensen het in hun spraakgebruik hanteren, moet je het niet langer fout vinden, al is het in formeel en geschreven taalgebruik ongewenst.

Ik wil best af en toe een beetje liberaal zijn. Taal is een levend fenomeen en taalverandering is niet per se achteruitgang. Slechts wanneer zo’n verandering leidt tot verlies, bijvoorbeeld van nuanceverschillen of betekenissen, trap ik op de rem. Onze grammatica, ik herhaal het maar weer eens, is niet prescriptief (voorschrijvend), maar descriptief (beschrijvend), en daarom moet de grammatica ook het taalgebruik volgen. Maar dat hoeft niet blindelings, want dan kunnen we wel stoppen met taalonderwijs en iedereen maar in zijn eigen straattaalsop gaar laten koken.

Nog steeds bleef ik met de vraag zitten waarom het nou toch een hele fijne vakantie heet te zijn, en niet een erge fijne vakantie. Zo kwam ik terecht op een ander terrein van de taalwetenschap: de fonologie en de fonetiek, samen ook wel aangeduid als foniek. De fonetiek beschrijft hoe de anatomie van ons spraakorgaan diverse klanken weet te realiseren, en de fonologie spitst zich meer op de bestudering van betekenisdragende en betekenisonderscheidende spraakklanken. Welnu: aan het woordeinde van heel horen we de klank [l]. Die is betekenisonderscheidend ten opzichte van het woordeinde van een woord als hees, en dus is die distinctieve [l] nodig om de betekenis “heel” te communiceren. Maar deze fonologische dwang leidt tot een fonetisch probleem: om die [l] te realiseren, moeten we de tongpunt tegen de boventanden plaatsen, wat op zich geen probleem is. Maar wel is het een probleem om vanuit die mondstand een erop volgende klank te produceren, bijvoorbeeld de [f]: de tong moet razendsnel terug en de ondertanden moeten tegen de bovenlip; een soortgelijk probleem geldt ook als de erop volgende klank een [k] is, of een [r]. Of, zoals bij zeer fijn, om van de [r] razendsnel aan de [f] te geraken. Probeer het maar eens voor de spiegel.

Maar Nederlanders zijn inventief: om een dergelijke tongue twister te omzeilen voegen we er gewoon een huppel-utje tussen, zoals de meesten van ons, behalve enkele NCRV-achtigen, dat ook doen bij lastige woorden als melk en kerk: die worden uitgesproken als melluk en kerruk, iets correcter gespeld: als [mεlək] resp. [kεrək]. Doe je dat niet, dan is er maar één remedie: de [l] en de [r] worden verlengd om tijd te winnen voor de overgang. “Merck toch hoe sterck nu int werck sich al steld”. Het wordt dan echt [stεr:k], met een langgerekt [r] dus; de melodie van Valerius was er al op voorbereid. Op die wijze kan de lastige overgang van de [l] en de [r] naar de [k] worden versoepeld. Zo dus ook bij die heel fijne vakantie, die op fonetische gronden die tussen-ə in het spraakgebruik krijgt.

Tot zover lijkt alles verklaarbaar en in orde, maar er klopt geen fluit van. Dat wil zeggen: het is wel waar, maar als dat de reden was om een hele fijne vakantie te hebben, waarom spreekt men dan niet van een vele fijnere vakantie dan vorige zomer? Ook daar immers ‘stuit’ de [l] op een [f], is de overgang van het ene woord naar het andere identiek en even moeilijk, en dat zou dan ertoe leiden dat ook een woord als veel in het spraakgebruik in voorkomende gevallen die zogenaamde buigings-e krijgt (die dus helemaal geen buigings-e is, maar een fonetisch trucje om uit je woorden te komen). En ik vermoed dat bij een woord als erg iets vergelijkbaars speelt: ook de overgang van het einde van erg naar het begin van bijvoorbeeld leuk is wat omslachtig, waardoor je een erge leuke vakantie zou verwachten, maar daarover hoor je niemand.

Nog maar een schepje erbovenop: als die hele fijne vakantie wordt veroorzaakt door fonetische belemmeringen, waarom dan niet mut.mut. ook zeggen dat je het hele fijn vindt om op vakantie te gaan, waar toch dezelfde spraakmoeilijkheid optreedt?

Ergo en kortom: puur grammaticaal gezien is een hele fijne vakantie incorrect; daarover is iedereen het wel eens. Puur fonetisch gezien lijkt de huppel-ə weliswaar verklaarbaar, maar doordat die niet consequent wordt gebezigd, kan die niet als zaligmakend worden gezien. Bij iets nauwkeuriger analyse van wanneer die wel en wanneer die niet optreedt bij heel, blijkt dat dat slechts dán het geval is, wanneer de woordgroep bestaat uit heel+bijvoeglijk naamwoord+zelfstandig naamwoord, met als bijkomende voorwaarde dat dat zelfstandig naamwoord ofwel mannelijk of vrouwelijk is, ofwel een meervoud (mannelijk, vrouwelijk of onzijdig). Ten voorbeeld: je hoort wel:

  • een hele mooie man
  • een hele mooie vrouw
  • hele mooie mannen
  • hele mooie vrouwen
  • hele mooie kinderen

maar niet:

  • *een hele mooie kind
  • *een hele mooi kind
  • *een hele mooie boek
  • *een hele mooi boek

enzovoort.

En daarmee zitten we exact binnen de regelgeving voor de buigings-e voor bijvoeglijke naamwoorden.
Dus, alle andere argumenten ten spijt, zo plausibel als ze mogen klinken, ze zijn niet de doorslaggevende factor om van een hele fijne vakantie te spreken. Die factor is de woordverbuigingsregel.
Resteert dan de vraag waarom dit fenomeen wel de kop opsteekt bij heel, maar niet bij veel. Daar zal ik in een ander bericht nog op terugkomen, sprekend over sociolinguistische invloeden.

 

Marián Varga en Collegium Musicum

Het is dit jaar 50 jaar geleden dat ik voor het eerst lijfelijk kennismaakte met Tsjechoslowakije, oftewel de Tsjechoslowaakse Socialistische Republiek, ČSSR.
Meer dan 50 maal heb ik daarna, tot 2008, dat land bezocht, na 1992 alleen nog de Tsjechische Republiek. Ik kan daarover heel veel vertellen, maar ik beperk me nu even tot muzikale herinneringen. Dat op zich is al complex genoeg.

 

Inleiding
Al vrij snel vanaf dat eerste bezoek aan de ČSSR kwam ik in aanraking met de “muziek van eigen bodem”, hetzij via de radio, waar vooral naast klassieke muziek lokale Egerländermuziek te beluisteren viel, hetzij via gesprekken met Tsjechen en Slowaken, waarbij de verworvenheden van mijn bijvakstudie Tsjechich aan de UvA van eminent belang bleken, hetzij via grammofoonplaten die ik in winkels zag liggen en die voor een habbekrats te koop waren. LP’s van Supraphon of de Slowaakse pendant Opus, van welk genre dan ook, gingen doorgaans voor bedragen tussen de 40 en 60 kroon over de toonbank. Met de door mij gepraktijkte (zwarte) wisselkoers kwam dat neer op rond de € 2,50 per plaat. Daarvoor hoefde je ze dus niet te laten liggen.

Sporadisch lieten de autoriteiten ook verfoeilijke, decadente Westerse muziek toe, maar dan wel liefst in Tsjechische vertaling. Dan betrof het bijvoorbeeld Beatle-nummers op z’n Tsjechisch. Ooit, ik meen in 1970 of 1971, kwam ik tot mijn stomme verbazing een singletje tegen met daarop een Tsjechische variant van het Nederlandse (Nederlandse?) Ma belle amie van de Tee Set. Een overigens afgrijselijk nummer dat in de originele versie door Peter Tetterode in uiterst belabberd Engels en Frans gekweeld diverse top-10 noteringen haalde. Het EP-tje heb ik een keer aan iemand in Nederland uitgeleend. Nooit meer teruggekregen. Schande.
Gelukkig is er nu internet en kunnen we  DAAR het gewraakte nummer alsnog horen, in een vertaling van Jiří Štaidl en in 1970 gezongen/uitgevoerd door niemand minder dan Karel Gott himself (je bevindt je dan op het niveau van James Last en Rudi Carrell, wat het er al niet beter op maakt). De “officiële video” ervan staat HIER. Nog een tikkeltje erger vanwege de hele setting en de slechte nasynchronisatie. Je gaat er bijna van houden.

Maar overigens omvat mijn aldus opgebouwde Tsjechoslowaakse collectie een grote reeks klassieke muziek, volksmuziek, muziek op oude instrumenten, religieuze muziek, orgelmuziek en moderne muziek van rock tot jazz. Ook in die veelheid moet ik me hier helaas beperken.

Collegium Musicum
Ik kom dan uit bij de Slowaakse rockgroep Collegium Musicum uit Bratislava, actief tussen 1969 en 1981, met als meest sturende kracht toetsenist Marián Varga (1947-2017). Verder zijn rond die groep tekstschrijvers Kamil Peteraj (1945-…) en Boris Filan (1949-…), gitarist Radim Hladík (1946-2016) en gitarist en zanger Pavol Hammel (1948-…) als prominente representanten te noemen. Het is wat lastig vrij exacte samenstellingen te noemen, want vaak wisselden muzikanten van groep waarmee zij optraden, in het geval van Collegium Musicum betrof dat bijvoorbeeld de groepen Prúdy (1963-…), Jazz Q (1964-…, mede opgericht door Martin Kratochvil op keyboard) en Modrý Efekt, aka M Efekt, aka Blue Efekt.

De muziek van Collegium Musicum kan in grote lijnen worden gekwalificeerd als symfonische, of liever: progressieve rock. Dat houdt onder andere in dat veel van hun nummers een link vertonen met de traditionele klassieke muziek en van grote lengte zijn, variërend van 1 tot 4 kanten van een LP of dubbel-LP. Meezingers zijn het niet: het is vooral luistermuziek die je moet ondergaan. Daarnaast produceerde Collegium Musicum ook kortere nummers, meestal liedjes, die ofwel op singeltjes werden uitgebracht, ofwel op verzamel-LP’s. Veel van hun werk is nu nog steeds te beluisteren, bijvoorbeeld op internet via YouTube. De platen zelf raken steeds lastiger verkrijgbaar, maar er zijn heruitgaven, al dan niet geresampled, op CD te koop, in Tsjechische platenzaken als Bonton op het Wenceslasplein in Praag en webshops. Je betaalt daarvoor nu een slordige 200 tot 600 kroon voor. Reken tegenwoordig daarvoor op prijzen tussen de € 8 en € 25 per CD.

De wel gehoorde bewering dat hun muziek gelijkenis vertoont met die van Emerson, Lake & Palmer, waaraan ik meteen de Nederlandse groep Focus (met o.m. Jan Akkerman en Thijs van Leer) wil toevoegen, vind ik correct om een aantal redenen. Genoemde groepen zijn alle ontstaan in de tweede helft van de jaren-’60; de bandleden zijn ook voor het merendeel geboren vlak na de oorlog en hebben dus zo’n beetje mijn leeftijd. Om in de tijd te plaatsen: ze volgen vrij direct op de Beatles en de Rolling Stones, die qua ontstaan en geboortedatums van de leden 5 jaar eerder zijn te situeren. Een andere overeenkomst is de muzikale achtergrond van de bandleden: in bijna alle gevallen betreft het klassiek opgeleide conservatorium-abituriënten die hun gedegen opleiding gingen uitbaten in eigentijdse composities.

Marián Varga
Marián Varga (1947-2017) is daarvan een uitnemend voorbeeld. Op de meeste LP’s bespeelt hij een Hammondorgel. Met zijn jaloersmakende grote handen en lange vingers bedient hij het instrument op virtuoze wijze, niet alleen binnen de aanvankelijk wat gesloten Tsjechoslowaakse rockmuziekcultuur, maar ook naar West-Europese maatstaven. Ik durf hem de duivelskunstenaar op toetsen te noemen à la Paganini op viool.Frequent zijn zijn improvisaties op klassieke composities van o.a. Bach (luister eens naar https://www.youtube.com/watch?v=1z15JcnIigw), Haydn, Rimsky-Korsakoff (luister eens naar https://youtu.be/EDtG252ej2A), Bartók, Strawinsky. Het merendeel van zijn muziek betreft eigen composities. Een uitgebreid, Engelstalig in memoriam vind je in The Slovak Spectator van augustus 2017, te raadplegen op https://spectator.sme.sk/c/20623080/music-legend-marian-varga-dies-at-70.html.

Een ander, uitgebreid Engelstalig artikel over de speelwijze en invloed van Marián Varga vind je op http://www.muzikus.cz/pro-muzikanty-workshopy/Rockove-klavesy-The-Influence-of-Marian-Varga~02~rijen~2016/.
Het loont de moeite verder zelf maar te googelen op “Marián Varga” en/of “Collegium Musicum”.

Zelená Pošta
Het is ondoenlijk hier een compleet overzicht te geven van de door Varga uitgebrachte nummers. Ik pik er één voorbeeldje uit: Cesty bláznov, te vinden op de LP Zelená Pošta (De groene postkoets). Dat nummer is o.a. bijzonder vanwege de tekst en het opmerkelijke basritme.

De tekst, geschreven door Boris Filan, valt te kwalificeren als surrealistische, voor mijn part psychedelische poëzie, zo’n beetje in de trant van Yellow submarine en de LSD-tekst Lucy in the Sky with Diamonds (Beatles), of teksten van Lennart Nijgh als Land van Maas en Waal en Verdronken vlinder, of Visite van Lenny Kuhr. Ik geef hier de originele tekst van Cesty bláznov in het Slowaaks met mijn Nederlandse vertaling:

Sú mestá, mestá, mestá bez domov,
Sú lesi, lesi, lesi bez domov,
Sú rána, rána keď sa nik nebudí,
Sú plné vlaky, vlaky bez ľ udí,
Sú noci zvláštne, dávajú skúsiť
Ľahké a vláčne dotyky múz.
Sú studne dávne, kde voda skrýva
Poklady slávne, mám k nim kľúč.
Sú ženy krásne, môžeš si kúpit
Za lacné básne klamstvo ich rúk.
Sú cesty bláznov, kde každý vláči
Krajinou bláznov slnečný lúč.

Malle wegen
Het zijn steden, steden, steden zonder huizen,
Het zijn bossen, bossen, bossen zonder bomen,
Het zijn ochtenden, ochtenden dat niemand opstaat,
Het zijn volle treinen, treinen zonder mensen,
Het zijn vreemde nachten die je de kans geven
Licht en week de muze aan te raken.
Het zijn aloude putten, waarin het water
Heilige schatten verbergt, ik heb er de sleutel van.
Het zijn schone vrouwen bij wie je bijna voor nop
Verzen kunt kopen, bedrog van hun handen.
Het zijn malle wegen waarlangs een ieder
Een zonnestraal sleept door een vreemd landschap.

Beluister het nummer maar eens op YouTubeJe hoort dan ook meteen aan het begin al een ander opmerkelijk aspect van de muziek: het ritme, liever gezegd: de maat: het nummer is gebaserd op een uiterst curieuze 19/16e maat (en dus niet op een 9/8e maat, zoals elders op internet wel vermeld). Zie de afbeelding hiernaast.

IJzeren Gordijn
Ik kan niet voorbijgaan aan de politieke situatie in de ČSSR, of liever gezegd: de rol van het IJzeren Gordijn in de jaren 1968-1992. Dat werkte naar twee kanten als een barrière tot behoud van de status quo in Europa, zoals door de geallieerden op Yalta afgesproken. Het moest voorkomen dat invloeden van Oost naar West vloeiden en omgekeerd. De wurgende suprematie van Washington en Moskou diende zo veel mogelijk gerespecteerd te blijven. Dat had zo zijn politieke, maatschappelijke en culturele consequenties. Oost-Europa liep decennia lang zeker tien jaar achter bij het Westen. Ik herinner me nog goed dat begin jaren-’70 ‘opeens’ het plastic werd uitgevonden in Tsjechslowakije. Waar tot dan toe alles was verpakt in papier, hout, glas, textiel, en werd verkocht met touwtjes en kunstig aangebrachte linten om de verpakking, werd alles ineens van plastic: de draagtasjes, het fraaie houten speelgoed, alles nu verpakt in plastic en meegegeven in plastic zakken, huishoudelijke en andere gebruiksvoorwerpen, het interieur van de Škoda’s; voortaan allemaal plastic. Het was het begin van de kapitalistische reformatie die Praag maakte tot de eenheidsworst van een doorsnee Europese stad, gedomineerd door Coca Cola en McDonald’s, Ik hoef er dus niet meer zo nodig heen.

Maar het IJzeren Gordijn was niet waterdicht, hooguit een slecht werkend filter. Ik kan mij geen van mijn meer dan 50 bezoeken herinneren dat ik niet, en zulks zonder enig probleem, heen en weer door het Gordijn reed zonder iets bij me te hebben wat streng verboden was. Of het nu strafbare in- en uitvoer van Tsjechoslowaakse Kronen was, of sterke drank, of muziekcassettes, of kunstvoorwerpen, of tijdschriften, of zelfs complete apparatuur, alles glipte door de Westerse en Oosterse mazen van het Gordijn. Soms hielp het enorm als ik de Tsjechoslowaakse grensposten, die de hele auto scrupuleus doorsnuffelden, vol trots wees op de gastank die ik voorin mijn Škoda had laten monteren en waarin zij mateloos waren geïnteresseerd, dan wel doordat ik op het dashboard quasi achteloos een netje mandarijnen of flesje Bols Jenever had liggen, hetgeen zij zonder verdere vragen blij in ontvangst namen en de rest van de controle maar lieten zitten.

Tsjechische en Slowaakse vrienden baden mij om uit Nederland asjeblieft dit of dat mee te nemen, een bepaald boek, schoenen, een radio-cassettespeler, en vooral veel Westerse muziek op cassette of LP. In ruil kreeg ik dan fraaie dingen die in het Westen absoluut onverkrijgbaar waren, maar ontegenzeggelijk een enorme verrijking van mijn bezit betekenden.

Voor de mensen van Collegium Musicum lag de zaak net iets simpeler: hun muziek werd door de overheid oogluikend, zij het schoorvoetend, toegestaan, waarmee zij een opening hadden tot de Staatsomroep en aan hun bekendheid konden werken. Bovendien ligt Bratislava, hun thuisbasis, vlak aan de Oostenrijkse grens en vlakbij Wenen, waardoor zij, allerhande filters ten spijt, moeiteloos konden luisteren naar de vervloekte Westerse radio-uitzendingen en aldus redelijk op de hoogte konden zijn van de ontwikkelingen in de West-Europese en Amerikaanse popmuziek. Natuurlijk is het zo dat Marián Varga een andere carrière zou hebben beleefd, een betere of slechtere, als hij aan de andere kant van het IJzeren Gordijn zou zijn geboren en had gewerkt, maar het is slechts een door politici aan beide zijden gedroomde fictie dat het Gordijn als afsluiter deugdelijk functioneerde.

Maar laat ik er verder maar geen politieke discussie van maken nu.

Discografie
Het is in dit bestek ondoenlijk een complete discografie te geven van Marián Varga/Pavol Hammel en/of de groepen Prúdy en Collegium Musicum. Ik beperk me maar even tot het volgende lijstje:

1970   Collegium Musicum, (EP) Hommage à J.S. Bach
1970   Collegium Musicum, (EP) Ulica plná plášťov do dažďa
1971   Collegium Musicum, (2LP) Konvergencie
1972   Hammel/Varga, (LP) Zelená pošta
1972   Skupina Prúdy, (LP) Šlehačková princezna
1973   Collegium Musicum, (LP) Live
1974   Skupina Prúdy, (LP) Hráč
1975   Marián Varga & Collegium Musicum, (LP)
1976   Hammel/Varga/Hladík, (LP) Na II. programe sna
1976   Skupina Prúdy, (EP) 3375 ( tri tri sedem päť )
1976   Skupina Prúdy, (EP) Stále je láska
1977   Collegium Musicum, (LP) Continuo
1977   Skupina Prúdy, (LP) Stretnutie s tichom
1978   Hammel/Varga, (LP) Cyrano z predmestia
1979   Collegium Musicum, (LP) On a ona
1981   Collegium Musicum, (2LP) Divergencie

2018   Marián Varga solo in concert

Zowat alles daarvan, en nog heel veel meer, is op YouTube te beluisteren.
De laatste titel is recentelijk (febr.2018) op CD verschenen; daarover meer in een volgend artikel.

 

 

 

 

Wedden dat?

Ik lijd niet aan gokverslaving, maar zo af en toe zie ik wel iets aankomen: Feyenoord gaat komende zondag in Rotterdam verliezen van AZ en Feyenoord gaat op 22 april in Rotterdam winnen van AZ. Dat lijkt op een deal, en dat is het volgens mij ook, net zoals Feyenoord en Vitesse vorig jaar een perfecte dubbel afleverden.

Hoe zat dat in Arnhem? In januari 2027 speelden beide clubs in de kwartfinale van de KNVB-beker. Vitesse was al 125 jaar aan een prijs toe, en Feyenoord was voluit op weg naar het landskampioenschap. En dus werd het 2-0 voor Vitesse, dat daarmee doorging in de beker en die uiteindelijk ook won. Toen de clubs elkaar weer troffen in Arnhem, april 2017, was het landskampioenschap in het geding. Dus liet Vitesse Feyenoord winnen. Voor wat hoort wat.

Dit gaat zich nu weer afspelen: Feyenoord kan het kampioenschap niet meer prolongeren, maar gaat voluit voor de beker. De finale is op 22 april tegen AZ. Die moet Feyenoord dus winnen, om nog iets succesvols van het seizoen te maken. En dat zal ook wel gebeuren. Maar komende zondag staan ze tegenover elkaar in Rotterdam voor de competitie. AZ, met nu maar 2 punten achter Ajax, wil dolgraag tweede op de ranglijst worden om zich aldus via een achterdeur te kwalificeren voor de Champions League. En met winst komende zondag kunnen ze al tweede staan. Dus de deal zal gaan lijken op die met Vitesse vorig jaar: AZ mag opgaan voor plek 2 in de competitie, en Feyenoord mag de beker winnen. Wedden dat?

 

Hoe vaak al?

Teletekst blijft boeien.
Is het niet door taalfouten (niet zo vaak), dan door dubbelzinnigheden. Denk aan Koenders (“uit onvrede in Moskou”).
Nu ontploft er op 4 maart iets in Poznan, waar ik ooit in de jaren-’80 ook eens een keer ben geweest; dat was toen al evenmin een groot succes.

In dit bericht gaat het me om de vrouw die al eerder was vermoord. De homonymie zit hem in eerder: dat kan betekenen “tevoren” of “vaker“. In dat laatste geval is zij de vrouwelijke pendant van Jezus Christus, die vlak na pasen opstond uit de dood en toen op onverklaarbare wijze spoorloos verdween. Een dergelijk déjà-vu lijkt me in het oerkatholieke Polen niet onmogelijk. Mevrouw werd echter voor de zekerheid nogmaals vermoord – je moet in het Polen van vandaag de dag maar beter niets aan het toeval overlaten.