Schumann

 

Ongetwijfeld heeft Erik Scherder gelijk als hij betoogt dat bezig zijn met muziek een enorme invloed heeft op de ontwikkeling van de hersenen, zeker bij kinderen tot 11 jaar. Wat dat betreft heb ik geboft: vroeger bij ons thuis plaatste mijn vader, slechthorend, met grote regelmaat schellakplaten op de Philips draaitafel en moesten wij allen stilzwijgend meeluisteren, anders kon hij de muziek niet goed horen. His Master’s Voice was wet. Die muziek werd slechts afgewisseld op zondag. Eerst rond het middaguur via de draadomroep met het politieke commentaar van Mr. G.B.J. Hilterman, waarvan ik pas later de afgrijselijke politieke kleur ben gaan inzien, maar dat destijds toch een hoogtepunt werd doordat wij tijdens die uitzending steevast een gevulde koek kregen  met een amandel erop. Dan, tegen het einde van de middag, ook via de draadomroep, met de voetbaluitslagen, gelezen door Frits van Turenhout, van Eredivisie tot en met 2e-divisie-B. Dat ging mij pas jaren later interesseren.

Niet dat klassieke muziek het enige genre was dat mijn hersenontwikkeling stimuleerde, maar ik wil me nu even wel daartoe beperken.

Iedereen zal wel het mysterieuze effect kennen dat sommige muziek de luisteraar (of uitvoerder) letterlijk tot tranen kan bewegen. Wat dat betreft legde Erik Scherder duidelijk minder de nadruk op twee andere eigenschappen van muziek: de emotionele uitwerking ervan en de een-op-een-associatie die ik maak van een bepaald muziekstuk met een bepaalde locatie of gebeurtenis. En zo kom ik bij Schumann terecht.

Op gezette tijden stapte mijn vader op de fiets met de kleine Nardje voorop het zitje dat aan het stuur hing, en zo gingen wij Amsterdam verkennen. Een blijvende herinnering is een rit naar de Oranjesluizen (of de Schellingwouderbrug, maar die kwam er pas later, meen ik), terwijl kort daarvoor het pianoconcert van Schumann door de veel te kleine huiskamer in de Anna Vondelstraat had geschald. Terwijl ik voorop de fietsstang grote moeite had met de vingertjes niet bekneld te raken tussen het samenstel van de nikkelen stangetjes langs het stuur van de trommelremmen, zoemde die muziek de hele tijd door mijn hoofd. Zo sterk zelfs, dat ik die associatie nu nog steeds maak. Slaat nergens op, behalve dat er een eenheid van tijd, plaats en handeling is, zoals een klassiek drama betaamt, en zulks ditmaal in zeer positieve zin. Alleen dat al helpt Schumann aan een plaats in mijn top-10 van favoriete componisten.

Maar dan nog iets. Afgelopen zondag reed ik van Boxmeer terug naar Rosoy. Eenmaal voorbij Arlon kun je dan op de autoradio France Musique ontvangen, de Hilversum-4 van Frankrijk met muziek van klassiek tot jazz, van middeleeuwen tot avant-garde. Dat is andere koek dan Hilterman of Van Turenhout, laat staan gevulde koek. Die middag had de omroep een speciale uitzending gewijd aan Sviatoslav Richter, voor mij de beste pianist ooit (al wil ik Arthur Rubinstein, Ingrid Hæbler, Dinu Lipatti, Wibi Soerjadi, de broertjes Jussen e.v.a. geenszins te kort doen). Zo ergens tussen Metz en Nancy kwamen opeens de tranen. Slaat nergens op, behalve dat het om het kwintet voor piano en strijkers ging, opus 44, van Robert Schumann. Oorzaak was het tweede deel: In modo d’una Marcia (un poco largamento). Een beetje te vergelijken met de Marche funéraire (prélude) van Chopin, maar ook weer niet helemaal. Ik kan het niet rationeel verklaren, maar dat tweede deel ging dwars door mij heen en laat mij nu al dagenlang niet los. De beruchte oorwurm met weerhaakjes. En Schumann is weer een paar plaatsen gestegen op mijn klassieke ladder.

Wie daarop nog meer een plek hebben, kan ik niet definitief zeggen. Wel weet ik dat Bach bovenaan staat; bijna alle anderen staan als componist op zijn schouders. Verder vermoed ik om uiteenlopende redenen een ereplaats voor, in alfabetische volgorde: Chopin, Mahler, Mendelssohn, Mozart, Paganini, Satie, Schumann natuurlijk, …

Een hartgrondig hekel heb ik aan Van Beethoven. Niet omdat hij een slecht componist was, niet omdat hij voortborduurde op de erfenis van Mozart en Haydn, zelfs niet om zijn pompeuze Romantiek, waarbij een muziekstuk aan het einde maar steeds niet wil ophouden, maar juist om dat associatie-element dat ik hierboven uiteenzette. Tot driemaal toe heeft hij het voor elkaar gekregen mij tot walgens toe te kwellen.
Eerst toen op een dag, ik moet 10 of 11 zijn geweest, het mijn vader had behaagd die vreselijke 6e symfonie op te zetten, toen ik geboeid aan het lezen was in de zo spannende Prisma Juniores 32: Alfred Hageni, 50 dagen oerwoud. Net op het moment dat Beethoven het tijd vond om een van zijn romantische erupties door de luidspreker te schallen, was ik net op een bladzij met een heel spannend en eng moment in het verhaal. Gevolg: iedere keer als ik die symfonie hoor, val ik weer ten prooi aan de gevaren van de jungle. Ook nu nog.

Het tweede moment was de eerste (en laatste) keer dat ik meemaakte dat mijn moeder in een overspannen bui door het lint ging. Ik had zoiets nog nooit beleefd en schrok. Door de kamer en suite in de Lomanstraat klonk Beethovens 6e symfonie. De gevolgen waren desastreus. Ook nu nog steeds.

Het derde moment is geweest om voor het zogenaamde Europese Volkslied te kiezen voor Alle Menschen werden Brüder (Ode an die freude) uit Beethovens 9e symfonie. Welke oen heeft dat bedacht? Behalve dat Alle Menschen werden Brüder niet bepaald genderneutraal is, eerder voor 50% der Menschen transseksueel, is het ook je reinste science fiction, of op z’n minst wishful thinking. Dan hadden ze net zo goed kunnen kiezen voor Einigkeit und Recht und Freiheit, für das deutsche Vaterland! Danach laßt uns alle streben, brüderlich mit Herz und Hand! Evenmin genderneutraal, maar het benadert wel beter wie er in Europa de baas is, en het komt net iets minder kwetsend over dan Deutschland, Deutschland über alles, über alles in der Welt, al komt het wel op hetzelfde neer. Nu kan ik me voorstellen dat Angela Merkel (ex-DDR) niet erg was geporteerd voor die Einigkeit und Recht und Freiheit, omdat dat het begin is van het eerste couplet van het DDR-volkslied. Maar ze had toch ook kunnen kiezen voor iets Zweeds (geen Abba a.u.b.), iets Italiaans (geen Pavarotti a.u.b.) of desnoods iets Nederlands (geen Wien Neêrlands bloed a.u.b.)?

Beethoven staat dus niet in mijn top-10; sterker nog, hij staat onderaan en moet voor degradatie vrezen. Als de man nog leefde, zou hij zich omdraaien in zijn graf.

Van het tweede deel van Schumanns kwintet staan diverse uitvoeringen op YouTube.
Niet slecht vind ik die uit 2010 van de Meadowmount School of Music.
De complete partituur van het kwintet is HIER te downloaden.
Voor de pianisten heb ik In modo d’una Marcia gearrangeerd voor pianosolo; alleen het hoofdthema, zeg maar de eerste twee minuten, dat verderop nog in diverse varianties terugkeert.
Afbeelding staat hiernaast.


Had ik niet al anders besloten, dan zou ik misschien dat tweede deel van Schumanns kwintet wel op mijn uitvaart hebben willen gespeeld horen.
Maar ja, toekomstmuziek, hè. Ongetwijfeld.