Futuristisch

Om aan te geven dat een gebeurtenis of handeling in de toekomst plaatsvindt, gebruik je in principe de toekomende tijd (ook wel futurum of future genoemd). Daarvoor staan er diverse taalvormen ter beschikking. Maar per taal verschillen de mogelijkheden nogal. Voor het Nederlands zijn er dat alles bij elkaar vier.

Zuid-Europese (Romaanse) talen als het Frans, Italiaans en Spaans hebben een werkwoordsvorm die specifiek is bestemd om een toekomstige handeling of gebeurtenis aan te geven. In die talen kun je dus aan de werkwoordsvorm zien dat de toekomende tijd wordt bedoeld. Een voorbeeldje, als je wilt aangeven “dat wij er later nog wel over spreken” (de werkwoordsvormen staan onderstreept):

(1) (Frans) Nous en parlerons plus tard.
(2) (Italiaans) Ne parleremo più tardi.
(3) (Spaans) Hablaremos de eso más tarde.

Meer noordelijker Europese talen als Nederlands, Engels, Duits, Deens en Zweeds kennen deze speciale werkwoordsvorm niet. In die talen moet je je dus van andere middelen bedienen.

Alternatieven voor het Nederlands

In ieder geval voor het Nederlands geldt dat er vier mogelijkheden zijn om over de toekomst te spreken:

  • 1. De meest eenvoudig is de zin gewoon in de tegenwoordige tijd te zetten, in de hoop dat de hoorder/lezer wel snapt dat je het over de toekomst hebt:

(4) Nog één zo’n opmerking en ik vertrek!
(5) IJs en weder dienende kom ik bij je langs.

  • 2. Wil je nog iets duidelijker zijn dan voeg je aan de zin in de tegenwoordige tijd een tijdsbepaling toe die vooruit in de tijd ligt, dus rechts van NU op de tijdlijn:

(6) Morgen bel ik je nog wel op.
(7) Binnenkort ben ik jarig. Ik nodig dan de hele familie uit.

  • 3. De derde mogelijkheid is het gebruik van een speciaal hulpwerkwoord (“van de toekomende tijd”):

(8) Als hij de foto’s onder ogen krijgt, gaat hij wel wat spraakzamer worden.
(9) Wat dit voor gevolgen heeft, zal de toekomst ons nog leren.

  • 4. Een bijzondere manier is het gebruik van een pseudokoppelwerkwoord als raken of komen. Van onze enige drie echte koppelwerkwoorden zijnworden en blijven*) kennen de eerste twee enkele stilistische nevenvormen. Voor zijn, dat wijst op de huidige situatie, dus tegenwoordige tijd, zijn dat staanzittenvormen en vallen (Het staat/valt/is te bezien. Zo’n onweer vormt/is geen uitzondering. De doos zit/is vol). Voor worden, dat wijst op een toekomstige situatie, zijn dat raken en komen te: zeg je “Ik raak vermoeid“, dan bedoel je aan te geven dat er een begin wordt gemaakt met jouw vermoeid zijn. Zeg je “Deze regeling komt te vervallen“, dan bedoel je aan te geven dat er in de toekomst een moment komt waarop de regeling niet meer van kracht is.

Gaan of zullen?

In zeer veel taalmethoden en grammatica’s staat het hulpwerkwoord zullen genoemd als de ‘normale’ aanduider van de toekomende tijd, maar eigenlijk is dat onjuist.
Zullen behoort tot het rijtje van modale hulpwerkwoorden (zullenwillenkunnenmogenmoetenlaten). Deze werkwoorden hebben als overeenkomstige betekeniskenmerk dat zij de bijbehorende bewering plaatsen op de lijn van ofwel onwaarschijnlijk naar waarschijnlijk, ofwel ongewenst naar gewenst. Zo drukt zal in zin (9) niet zozeer de toekomst uit, als wel de waarschijnlijkheid die de spreker wenst uit te drukken. Bij gebruik van zullen is er dus steeds, en hoofdzakelijk, sprake van een (on)waarschijnlijkheid of een (on)gewenstheid; daarom heet het ook een modaal hulpwerkwoord.

Bij gaan ligt dat geheel anders. Dat werkwoord kan wijzen op een verplaatsing:

(10) Ik ga naar boven.
(11) In de wintermaanden gaan zij altijd naar Spanje.

In die zinnen betekent gaan: “zich verplaatsen“, en drukt het ook niet noodzakelijk een toekomst uit. Maar gaan, als het niet “zich verplaatsen” betekent, doet dat wel:

(12) Ik ga nadenken hoe ik hierop moet reageren.
(13) Dat gaat nog een hele kluif worden!

In deze en soortgelijke gevallen plaatst gaan de gebeurtenis op de tijdlijn, de lijn van links=vroeger naar rechts=later, en wel op een moment later dan het moment NU, dat midden op die tijdlijn ligt. Toekomende tijd dus. Zie bovenstaande afbeelding.
Dit gebruik van gaan als enige Nederlandse hulpwerkwoord van de toekomende tijd treffen we al aan in het Middelnederlands (1200-1500). Opmerkelijk is, dat het grote Woordenboek der Nederlandsche taal, dat het Nederlands beschrijft van 1500-±1920, dit gebruik afwijst als ‘gallicisme’, dus een te sterk van het Frans overgenomen gebruiksvorm, vooral in ons taalgebied binnengeslopen via het Vlaams.

Dat brengt mij weer even bij zin (1) hierboven. Ook het Frans kent namelijk een andere manier voor de toekomende tijd dan die specifieke werkwoordsvorm (in dit geval: parlerons). Naast die vorm hoor je met grote regelmaat, en zonder kennelijk betekenisverschil, het gebruik van aller (“gaan“) als hulpwerkwoord van de toekomende tijd:

(1a) Nous allons en parler plus tard.

en kun je naast elkaar gebruiken, zonder betekenisverschil, als je wilt uitdrukken dat “het wel zal lukken“:

(14a) Ça ira (toekomende-tijdvorm)
(14b) Ça va aller (va als hulpwerkwoord van de toekomende tijd; vergelijk het Vlaamse “Dat gaat wel gaan“.

Nog steeds gebruiken Vlamingen het toekomende gaan veel vaker dat Noord-Nederlanders:

(15) Dat gaat niet goed gaan.
(16) Je gaat de nieuwste ontwikkelingen niet kunnen tegenhouden.

Over het verschil in gebruik en betekenis tussen gaan en zullen is op internet nog veel meer te vinden.

Ook als gaan in de verleden tijd wordt gebruikt, kan het nog wel degelijk op de toekomst wijzen. We kennen in het Nederlands daarom ook de afkorting OVTT (Onvoltooid Verleden Toekomende Tijd).
Een wat ingewikkelde situatieschets: Sander wil buiten gaan voetballen, maar hij weet dat zijn ouders het niet op prijs stellen als hij te laat thuiskomt om te eten. Hij stelt daarom voor vertrek de vraag:

(17) Hoe laat gingen we ook al weer eten?

Wat Sander hier op de tijdlijn doet is uiterst boeiend: hij spreekt de zin op het moment NU, dat ligt bij X . Door de verleden tijd gingen te gebruiken (dus gelegen links van NU; vroeger in de afbeelding), refereert hij aan een eerdere uitspraak die het etenstijdstip bevatte, maar die betrekking had op een later moment (dus rechts van NU; toekomst in de afbeelding) waarop dat eten zal beginnen. Merk daarbij tevens op dat Sander de toekomst niet uitdrukt met zullen, maar met gaan. Zullen is hier niet mogelijk als hulpwerkwoord van toekomende tijd, maar uitsluitend als hulpwerkwoord van modaliteit. Zou hij hebben gevraagd:

(17) Hoe laat zouden we ook al weer eten?

dan drukt hij een waarschijnlijkheid uit, of eventueel een wenselijkheid, terwijl hij nu juist de zekere afspraak van de etenstijd wilde bevragen.

Het “ook al weer” is een typisch Nederlandse gewoonte om met behulp van stop- en bijwoordjes het grijs tussen zwart en wit aan te geven, of, in dit geval, Sanders onzekerheid over het afgesproken tijdstip. Een heel boeiende zin, alles bij elkaar.

Kort samengevat: Het hulpwerkwoord zullen heeft in hoofdzaak een modale betekenis (dus van waarschijnlijkheid of gewenstheid). Als er al een verwijzing naar de toekomst in de zin ligt, komt dat meer op rekening van de context en/of de rest van de zin, dan op het gebruik van zullen.
Het hulpwerkwoord gaan (niet in de betekenis van “zich verplaatsen“) wijst op een handeling of toestand in de toekomst, en is als zodanig ook het enige echte hulpwerkwoord van de toekomende tijd.
In Vlaams-Nederlands, zeker in gesproken Vlaams, is het gebruikelijker dan in het Noord-Nederlands om gaan te gebruiken als hulpwerkwoord van toekomende tijd. Het is al zó ingeburgerd, dat het niet langer zinvol is het als ‘gallicisme’ af te wijzen. Integendeel: als functiedrager van de toekomende tijd is het veel zuiverder dan het modale zullen.
_________________
*) Zie daarvoor mijn artikel op
https://educatie-en-school.infonu.nl/taal/18451-koppelwerkwoorden-hoeveel-en-waarom.html 

 

Huijbers-Oosterhuis op vinyl

In het kader van de grote schoonmaak doe ik zo af en toe een bepaalde partij in de aanbieding. Ditmaal betreft het mijn collectie grammofoonplaten met muziek van Bernard Huijbers en teksten van (meestal) Huub Oosterhuis. Niet dat ik erop ben uitgekeken of uitgeluisterd, maar je kunt niet alles blijven bewaren.
Wie belangstelling ervoor heeft, of iemand kent die erin is geïnteresseerd, kan mij een mailtje sturen om over de prijs te onderhandelen en de overdracht te regelen.

18 van de 23 platen zijn uit de reeks Didascalia, uitgegeven door Gooi & Sticht. Het betreft zowel 331/3– als 45-toerenplaten, alle goed speelbaar, al hebben sommige hoezen wel in wisselende mate onder de lange duur geleden. Ze stammen, voor zover ik weet, uit de periode 1959-1977.

Hier een korte omschrijving; voor meer details kun je me mailen.

  • Didascalia-1 : advent. 45t. Gaaf
  • Didascalia-2 : kersttijd. 45t. Gaaf
  • Didascalia-3 : epifanie en voorvasten. 45t. Gaaf
  • Didascalia-4 : vasten. 45t. Gaaf
  • Didascalia-5 : pasen. 45t. Gaaf
  • Didascalia-8 : tijd na pinksteren II. 45t. Gaaf
  • Didascalia-9 : tijd na pinksteren III. 45t. Gaaf
  • Didascalia-XI : de goede week – witte donderdag/goede vrijdag. 33t. Lichte hoesschade
  • Didascalia-XII : de goede week – de paasnachtwake. 33t. Lichte hoesschade en 1 nummer niet goed speelbaar
  • Didascalia-14 : Psalm 24 en 46/Het lied van de stad/Mensenlied. 45t. Gaaf
  • Didascalia-XV : heden en hier en in die dagen. 33t. Gaaf
  • Didascalia-XVI : open uw hart – gezangen om samen iets te vieren. 33t. Lichte hoesschade
  • Didascalia-XVIII : niemand leeft voor zichzelf – muziek voor en door gewone mensen. 33t. Lichte hoesschade
  • Didascalia-22 : gehoord in psalmen – gezangen uit “binnenkant”. 33t. Lichte hoesschade
  • Didascalia-27 : passage. 33t. Lichte hoesschade
  • Didascalia-29 : over de mensen. 33t. Lichte hoesschade
  • Didascalia-31-32 : zoiets als heb mij lief. 33t. dubbel-LP in kartonnen, beschadigde box
  • Ambrozijn en Groggelgijn – voor scholen van de Libanon. 45t. Gaaf
  • Iemand die recht doet. 45t. Gaaf
  • Het Woord is niet te hoog. Literama luisterplaat. 33t. Lichte hoesschade
  • Zijn liefde gaat van mond tot mond. 33t mono. Fontana (witte voorkant). Vochtschade hoes
  • Zijn liefde gaat van mond tot mond. 33t stereo. Philips (zwarte voorkant). Lichte hoesschade.

Liefst verkoop ik het geheel in één keer; dan kan het als pakketpost (bijna 4 kg) binnen Nederland worden verstuurd voor € 6,95 (voor andere landen: verzendkosten op aanvraag).

 

3-6-9

In bepaalde kringen is het tv-spelletje 3-6-9 van De slimste mens behoorlijk populair. Wat velen echter niet weten, is dat 3-6-9 ook de inzet is van de komende campagne van de Rijksoverheid, daartoe gestimuleerd door gezondheidslobbyisten binnen het Europese Parlement, in het bijzonder Frankrijk, teneinde het verbruik van Nederlands zout drastisch te reduceren. Mogelijk speelt daarbij een rol dat Franse zoutboeren, vooral in Normandië en Bretagne, waar veel zeezout wordt gewonnen, niet efficiënt kunnen concurreren met hun Nederlandse collega’s die voornamelijk goedkoper mijnzout produceren. Bovendien beweren de Fransen dat hun (vochtig, grof) zeezout juist meer magnesium en minder natrium bevat dan het ‘gezuiverde’ en gejodeerde Nederlandse mijnzout.
In Nederland schijnen we dagelijks per persoon gemiddeld 9 gram zout te consumeren, maar dat zou eigenlijk 6 moeten zijn of, liever nog, 3.
Voor dit 3-6-9-spelletje is nu binnenkort een oplossing voorhanden.

Uit kringen rond het Ministerie van Economische Zaken is vernomen dat er op korte termijn een zeer precieze weegschaal op de markt gaat komen voor huishoudelijk gebruik die op 0,001 gram nauwkeurig afleesbaar is. Het instrument is vergelijkbaar met veel duurdere weegschalen die goudinkopers gebruiken om uw oude sieraden, munten en losgeraakte gouden kronen te wegen bij aanbieding. Om uw dagelijkse zoutinname te reguleren (lees: te reduceren), weegt u de eerste week elke dag des ochtends een plastic zakje af met daarin 6,000 gram zout, de Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid *).

PAS OP! Het gewicht van het zakje (al gauw 2 gram, zonder sluitclip) hoeft u niet mee te rekenen.
Mocht uw gezin, of het gezelschap dat die dag uit dezelfde keuken eet, uit meer personen bestaan, ongeacht de samenstelling, weeg dan voor iedere persoon een afzonderlijk zakje af en schrijf daarop de naam van de aanstaande gebruiker. Immers, als u de hoeveelheid van alle personen samen in één zakje weegt, is de kans groot dat de veeleter van het gezelschap meer zout tot zich gaat nemen dan de toegestane 6,000 gram. In uw zakje zit dus precies de hoeveelheid zout die u tot de volgende ochtend bij de maaltijden mag gebruiken. Het maakt niet uit of het zakje is bestemd voor een mannelijk of vrouwelijk persoon, of iemand die beide of geen van beide is dan wel wil zijn. Er bestaat immers geen mannelijk of vrouwelijk zout, dus het maakt niets uit.

In de daarop volgende week brengt u de af te wegen hoeveelheid zout terug tot 3,000 gram p.p.p.d. (per persoon per dag). Gaandeweg gaat u aan minder zout wennen en zult u de eigen smaak van de gerechten zelf ook meer gaan waarderen. Misschien denkt u: “Is dat allemaal niet veel te veel werk, en kan ik dat wel nauwkeurig genoeg doen?” U zult echter merken dat u, als u de meegeleverde gebruiksaanwijzing (in het Nederlands, Turks, Chinees, Marokkaans en Papiamento) goed raadpleegt, het slechts een kwestie van oefenen is, en dat u na enkele weken het ook zult beschouwen als een nuttige, handige en weinig gecompliceerde routinevoorbereiding voor een verantwoord voedingspatroon. Na enige tijd zult u zich erover verbazen hoe u het ooit zo zout heeft kunnen eten!

PAS OP! Veel kant-en-klaargerechten bevatten vaak grote hoeveelheden zout. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor kaas, pindakaas, bouillonblokjes. Mocht u zulke producten desondanks toch willen nuttigen, kijk dan eerst goed op de verpakking waarop de hoeveelheid zout per 100 gram moet staan aangegeven. Weeg vervolgens uw plakjes kaas, lepels pindakaas, aantal bouillonblokjes zorgvuldig af en bereken met de aangegeven hoeveelheid zout hoe veel u van uw dagelijks toegestane hoeveelheid u reeds buiten uw zakje om gaat consumeren. Verwijder eventueel wat zout uit uw zakje, om de aanbevolen hoeveelheid niet te overschrijden.
Een voorbeeld: u bent voornemens vandaag twee sneetjes brood (wit of bruin) met pindakaas te eten. Die sneetjes bevatten tussen de 0,32 en 0,44 gram zout per stuk, samen dus goed voor circa 0,7 gram zout. Als u daarop eerst ook nog boter smeert, dan zult u daar, afhankelijk van de keuze (op een schaal van halvarine tot gezouten roomboter) nog iets bij moeten tellen, zodat u reeds vóór de pindakaas al bijna 1 gram zout op uw bord hebt liggen. De pindakaas, twee porties à 15 gram, voegt daar nog eens 0,2 gram zout aan toe. Ter vergelijking: als u uw sneetjes belegd belegt met oude Goudse 48+ kaas à 20 gram per snee, dan neemt u nog eens ruim 1 gram zout tot u, zodat alleen deze maaltijd in totaal al goed is voor tweederde van de ideale Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid van 3 gram. U zult dus de rest van de dag vooral veel vet en suikers moeten eten en drinken.

Om tot een verantwoord resultaat te komen, is het aan te raden bij het koken van gerechten (bijvoorbeeld aardappelen, rijst of pasta) geen zout toe te voegen bij het kookvocht, maar pas na het afgieten; anders zult u bij het afgieten een deel van uw zout met het kookwater weggooien. Dat is zonde en bovendien ook niet gezond, want uw lichaam heeft natrium en magnesium nodig; niet te veel, maar ook niet te weinig.

De weegschaal werkt in principe op 2 batterijen van het type CR2032 (niet meegeleverd). Wel zit er een 220 Volt netadapter bij, zodat u ook zonder batterij elke dag uw portie(s) kunt afwegen. Over de verkoopprijs kan het Ministerie nog geen uitspraken doen; wel dat die beduidend lager zal liggen dan die bij diverse webshops wordt gehanteerd. Bedenk daarbij dat een webshop als bol.com weliswaar “gratis verzending” aanbiedt, maar de verzendkosten zitten tersluiks in de hogere verkoopprijs verstopt. Vermoedelijk zal de weegschaal ook in reguliere winkels voor huishoudelijke artikelen cq. drogisterijen verkrijgbaar zijn, zoals de Hema, Blokker, Marskramer, Etos, Kruidvat, DA; op termijn wellicht ook in de meeste supermarkten. De Kijkshop heeft inmiddels laten weten niet meer in het product geïnteresseerd te zijn.

PAS OP! Laat uw kinderen niet met de weegschaal spelen, want die kan daardoor aan precisie verliezen, en zorg ervoor dat zij de knoopcelbatterij van het type CR2032 (één of beide) niet inslikken. Zoiets kan ernstige gezondheidsproblemen veroorzaken. Mocht zich dat toch onverhoopt voordoen, waarschuw dan onmiddellijk een arts, bij voorkeur per telefoon, en laat hem/haar daarbij uw weegschaal zien.

Elke weegschaal heeft een keurmerk van een erkend bedrijf, zoals Stimag of de Weeg Technische Dienst, die volgens de regels en normen van de Metrologische Dienst (voorheen het IJkwezen) jaarlijks de herkalibratie zal uitvoeren en een nieuwe sticker zal aanbrengen. De weegschaal moet tevens het CE-keurmerk bevatten. Veel buiten Europa gefabriceerde exemplaren, zoals in China of Taiwan, voldoen niet aan de eisen die in de Europese Unie, of volgens het NEN worden gesteld. Let daar dus goed op bij aanschaf van uw weegschaal.

Een voorlichter van het Ministerie, zelf geen VVD-lid, laat weten dat aanschaf, gebruik en ijking van uw weegschaal sterk wordt geadviseerd, maar vooralsnog niet wettelijk verplicht zal worden gesteld. “De vrije markt doet zijn werk prima en consumenten zijn ook prima in staat tot zelfregulering“, zo meldt hij. “Mochten in een later stadium desondanks toch onaanvaardbare praktijken blijken te ontstaan, dan zal Onze Minister niet aarzelen correctief in te grijpen.

Een hoge ambtenaar van het Ministerie van Volksgezondheid, die anoniem wenst te blijven, heeft aangegeven dat de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de verdere ontwikkelingen rond de weegschaal en de effecten van het gebruik ervan met grote belangstelling en nauwlettend in de gaten zal houden.

Tot slot nog een advies: zet nooit een zoutvaatje op tafel vóór of tijdens de maaltijd, want als iemand daarvan gebruikmaakt, is al uw zorgvuldige werk van eerder die dag nutteloos en voor niets geweest. Gebruik daarvoor in de plaats de door u tevoren afgewogen zakjes per persoon. U kunt ook het zoutvaatje tevoren vullen met gemalen cayennepeper of poedersuiker en dat dan op tafel zetten. Liefst niet met Biotex (groen of blauw), want dat geeft problemen bij inname.

________________

*) Genoemde waarden zijn voor volwassen personen. Voor kinderen die de leeftijd van 15 (vijftien) jaren nog niet hebben bereikt, dient u naar rato lagere waarden toe te passen.

_______________

Voor nadere toelichting: zie het vervolg.

 

Schumann

 

Ongetwijfeld heeft Erik Scherder gelijk als hij betoogt dat bezig zijn met muziek een enorme invloed heeft op de ontwikkeling van de hersenen, zeker bij kinderen tot 11 jaar. Wat dat betreft heb ik geboft: vroeger bij ons thuis plaatste mijn vader, slechthorend, met grote regelmaat schellakplaten op de Philips draaitafel en moesten wij allen stilzwijgend meeluisteren, anders kon hij de muziek niet goed horen. His Master’s Voice was wet. Die muziek werd slechts afgewisseld op zondag. Eerst rond het middaguur via de draadomroep met het politieke commentaar van Mr. G.B.J. Hilterman, waarvan ik pas later de afgrijselijke politieke kleur ben gaan inzien, maar dat destijds toch een hoogtepunt werd doordat wij tijdens die uitzending steevast een gevulde koek kregen  met een amandel erop. Dan, tegen het einde van de middag, ook via de draadomroep, met de voetbaluitslagen, gelezen door Frits van Turenhout, van Eredivisie tot en met 2e-divisie-B. Dat ging mij pas jaren later interesseren.

Niet dat klassieke muziek het enige genre was dat mijn hersenontwikkeling stimuleerde, maar ik wil me nu even wel daartoe beperken.

Iedereen zal wel het mysterieuze effect kennen dat sommige muziek de luisteraar (of uitvoerder) letterlijk tot tranen kan bewegen. Wat dat betreft legde Erik Scherder duidelijk minder de nadruk op twee andere eigenschappen van muziek: de emotionele uitwerking ervan en de een-op-een-associatie die ik maak van een bepaald muziekstuk met een bepaalde locatie of gebeurtenis. En zo kom ik bij Schumann terecht.

Op gezette tijden stapte mijn vader op de fiets met de kleine Nardje voorop het zitje dat aan het stuur hing, en zo gingen wij Amsterdam verkennen. Een blijvende herinnering is een rit naar de Oranjesluizen (of de Schellingwouderbrug, maar die kwam er pas later, meen ik), terwijl kort daarvoor het pianoconcert van Schumann door de veel te kleine huiskamer in de Anna Vondelstraat had geschald. Terwijl ik voorop de fietsstang grote moeite had met de vingertjes niet bekneld te raken tussen het samenstel van de nikkelen stangetjes langs het stuur van de trommelremmen, zoemde die muziek de hele tijd door mijn hoofd. Zo sterk zelfs, dat ik die associatie nu nog steeds maak. Slaat nergens op, behalve dat er een eenheid van tijd, plaats en handeling is, zoals een klassiek drama betaamt, en zulks ditmaal in zeer positieve zin. Alleen dat al helpt Schumann aan een plaats in mijn top-10 van favoriete componisten.

Maar dan nog iets. Afgelopen zondag reed ik van Boxmeer terug naar Rosoy. Eenmaal voorbij Arlon kun je dan op de autoradio France Musique ontvangen, de Hilversum-4 van Frankrijk met muziek van klassiek tot jazz, van middeleeuwen tot avant-garde. Dat is andere koek dan Hilterman of Van Turenhout, laat staan gevulde koek. Die middag had de omroep een speciale uitzending gewijd aan Sviatoslav Richter, voor mij de beste pianist ooit (al wil ik Arthur Rubinstein, Ingrid Hæbler, Dinu Lipatti, Wibi Soerjadi, de broertjes Jussen e.v.a. geenszins te kort doen). Zo ergens tussen Metz en Nancy kwamen opeens de tranen. Slaat nergens op, behalve dat het om het kwintet voor piano en strijkers ging, opus 44, van Robert Schumann. Oorzaak was het tweede deel: In modo d’una Marcia (un poco largamento). Een beetje te vergelijken met de Marche funéraire (prélude) van Chopin, maar ook weer niet helemaal. Ik kan het niet rationeel verklaren, maar dat tweede deel ging dwars door mij heen en laat mij nu al dagenlang niet los. De beruchte oorwurm met weerhaakjes. En Schumann is weer een paar plaatsen gestegen op mijn klassieke ladder.

Wie daarop nog meer een plek hebben, kan ik niet definitief zeggen. Wel weet ik dat Bach bovenaan staat; bijna alle anderen staan als componist op zijn schouders. Verder vermoed ik om uiteenlopende redenen een ereplaats voor, in alfabetische volgorde: Chopin, Mahler, Mendelssohn, Mozart, Paganini, Satie, Schumann natuurlijk, …

Een hartgrondig hekel heb ik aan Van Beethoven. Niet omdat hij een slecht componist was, niet omdat hij voortborduurde op de erfenis van Mozart en Haydn, zelfs niet om zijn pompeuze Romantiek, waarbij een muziekstuk aan het einde maar steeds niet wil ophouden, maar juist om dat associatie-element dat ik hierboven uiteenzette. Tot driemaal toe heeft hij het voor elkaar gekregen mij tot walgens toe te kwellen.
Eerst toen op een dag, ik moet 10 of 11 zijn geweest, het mijn vader had behaagd die vreselijke 6e symfonie op te zetten, toen ik geboeid aan het lezen was in de zo spannende Prisma Juniores 32: Alfred Hageni, 50 dagen oerwoud. Net op het moment dat Beethoven het tijd vond om een van zijn romantische erupties door de luidspreker te schallen, was ik net op een bladzij met een heel spannend en eng moment in het verhaal. Gevolg: iedere keer als ik die symfonie hoor, val ik weer ten prooi aan de gevaren van de jungle. Ook nu nog.

Het tweede moment was de eerste (en laatste) keer dat ik meemaakte dat mijn moeder in een overspannen bui door het lint ging. Ik had zoiets nog nooit beleefd en schrok. Door de kamer en suite in de Lomanstraat klonk Beethovens 6e symfonie. De gevolgen waren desastreus. Ook nu nog steeds.

Het derde moment is geweest om voor het zogenaamde Europese Volkslied te kiezen voor Alle Menschen werden Brüder (Ode an die freude) uit Beethovens 9e symfonie. Welke oen heeft dat bedacht? Behalve dat Alle Menschen werden Brüder niet bepaald genderneutraal is, eerder voor 50% der Menschen transseksueel, is het ook je reinste science fiction, of op z’n minst wishful thinking. Dan hadden ze net zo goed kunnen kiezen voor Einigkeit und Recht und Freiheit, für das deutsche Vaterland! Danach laßt uns alle streben, brüderlich mit Herz und Hand! Evenmin genderneutraal, maar het benadert wel beter wie er in Europa de baas is, en het komt net iets minder kwetsend over dan Deutschland, Deutschland über alles, über alles in der Welt, al komt het wel op hetzelfde neer. Nu kan ik me voorstellen dat Angela Merkel (ex-DDR) niet erg was geporteerd voor die Einigkeit und Recht und Freiheit, omdat dat het begin is van het eerste couplet van het DDR-volkslied. Maar ze had toch ook kunnen kiezen voor iets Zweeds (geen Abba a.u.b.), iets Italiaans (geen Pavarotti a.u.b.) of desnoods iets Nederlands (geen Wien Neêrlands bloed a.u.b.)?

Beethoven staat dus niet in mijn top-10; sterker nog, hij staat onderaan en moet voor degradatie vrezen. Als de man nog leefde, zou hij zich omdraaien in zijn graf.

Van het tweede deel van Schumanns kwintet staan diverse uitvoeringen op YouTube.
Niet slecht vind ik die uit 2010 van de Meadowmount School of Music.
De complete partituur van het kwintet is HIER te downloaden.
Voor de pianisten heb ik In modo d’una Marcia gearrangeerd voor pianosolo; alleen het hoofdthema, zeg maar de eerste twee minuten, dat verderop nog in diverse varianties terugkeert.
Afbeelding staat hiernaast.


Had ik niet al anders besloten, dan zou ik misschien dat tweede deel van Schumanns kwintet wel op mijn uitvaart hebben willen gespeeld horen.
Maar ja, toekomstmuziek, hè. Ongetwijfeld.

 

 

 

De Eczeem Crème (slot)

Even dacht ik dat de firma Grahams na de publicatie van mijn vorige twee artikelen wijselijk had besloten het plaatsen van advertenties in De Volkskrant op te schorten; opeens zag ik die tekst niet meer verschijnen. Misschien was het advertentiebudget voor 2017 opgesoupeerd. Maar vandaag stond zij er weer, zij het in een andere opmaak: kleiner lettertype en meer witruimte. Daarvoor is Grahams te prijzen.
Bij nadere beschouwing bleek het echter louter om window dressing te gaan: de tekst was in het geheel niet aangepast.

Dat houdt in dat de 19 fouten die in de vorige artikelen waren geconstateerd er dus nog ongewijzigd in stonden. Sommige mensen zijn hardleers. Sterker nog, er was nog een twintigste bijgekomen, met dank aan een onvolwaardig afbreekprogramma. Zie bovenstaande afbeelding.

Ik vroeg aan de lezers om op de website van Grahams op zoek te gaan naar ook daar voorkomende taal- en stijlfouten; wie er minstens 25 vond, kon die mij per mail toesturen vóór 10 januari. De buit is groter dan ik al vreesde: 279 evidente fouten kwamen aan het licht, in de volgende verdeling:

2 http://www.grahams.nl/
20 http://www.grahams.nl/grahams
59 http://www.grahams.nl/producten
177 http://www.grahams.nl/ingredienten
4 http://www.grahams.nl/samples
16 http://www.grahams.nl/faq
1 http://www.grahams.nl/ervaringen
0 http://www.grahams.nl/verkooppunten
0 http://www.grahams.nl/contact

Ik ga die hier uiteraard niet allemaal noemen en verbeteren. Kijk en oordeel zelf maar.

Meer dan zorgelijk is het wel.

____________________________________

Vorige berichten:
http://nardloonen.nl/2017/12/10/de-eczeem-creme-1-van-2/
http://nardloonen.nl/2017/12/28/de-eczeem-creme-2-van-2/

 

HBS

HBS staat voor minstens drie betekenissen: Hogere Burger School, Harvard Business School en Home Bus System.
Over dat laatste gaat dit bericht.

Het frappante van de eeuwigdurende golfbeweging der geschiedenis is niet dat de huidige generatie ontwikkelingen van vroeger niet kent doordat die van te lang geleden zijn, terwijl de vorige generatie die ontwikkelingen niet meer kent doordat die van te lang geleden zijn, maar dat de huidige generatie dingen als “nieuw” bestempelt terwijl die door de vorige allang waren uitgevonden. Zoals het HBS dus.

In Dilemma, jg.1 nr.4 (juli/augustus 1987) publiceerde ik na enige studie een artikel over de Home Bus, iets wat wij tegenwoordig al als “normaal” hebben geaccepteerd, maar wat toen alleen in enge en natte dromen opdoemde als de rijzende zon uit een eng land. Het bijbehorende plaatje staat hierboven. De tekst van dat artikel, OCR-gescand, staat hieronder, in de toenmalige spelling dus.

Home Bus in aantocht
Sociaalkontroleurs overbodig

Goed nieuws uit Japan: de HOME BUS is in aantocht. Konsekwent doordenken over automatisering in huis levert een systeem op waarmee zowel binnen elke woning als tussen woningen, bedrijven en instellingen allerlei informatie heen en weer kan gaan stromen. Je hoeft de kamer niet meer uit om op zolder de video aan te zetten; je hoeft de deur niet meer uit om boeken in de bibliotheek te raadplegen; je kunt vanuit je werk de rijstkoker thuis inschakelen en het badwater alvast op temperatuur brengen. Maar dan ook niet zeuren als Jan en alleman een kijkje bij je thuis kan komen nemen, ter beveiliging, of zomaar.

Wat is een HOME BUS systeem wat kunnen we er allemaal mee, en hoever zijn de vorderingen met de invoering ervan ? En wie zijn er al tien jaar lang zo mateloos geïnteresseerd in de praktiese gevolgen van dit systeem ? Een niet bijster futuristies uitstapje naar verchipt woongenot.

In 1977 begon het Kansai Electronic Industry Development Centre (het KEC dus) aan het ontwerpen van een ‘house control system’. Met subsidie van de Japanse overheid startte het KEC, waarin bedrijfsleven en wetenschap elkaar hebben gevonden, in 1983 de proefproduktie van het eerste Home Bus System bij Sharp; in 1985 werden de eerste demonstratiehuizen in Kawasaki en Kyoto gebouwd. In mei 1987 was het tijd voor een echt symposium over huisautomatisering, georganiseerd door het KEC in Osaka. Geholpen door gegevens die de Nederlandse Ambassade in Tokio over dit onderwerp verstrekt (via Technieuws/Tokio, februari 1986 en juni 1987) kunnen we tot de volgende uiteenzetting komen:

Een home bus systeem (HBS) is een netwerk in de woning dat gegevens kan transporteren, zowel intern door de woning heen, als naar buiten toe en van buiten af. We kennen het principe van dergelijke systemen allang: eenwegsystemen als stroomaansluitingen, radio en tv zijn systemen die iets van buitenaf aan de woning toevoegen, en waarvan we naar behoefte gebruik kunnen maken. Bij een tweewegsysteem kan er informatie heen en weer vloeien. Viditel is zo iets, telefoon en telex ook. Essentieel is dat bij een eenwegsysteem niet op elk moment kan worden gekonstateerd of er van de faciliteiten gebruik wordt gemaakt, terwijl bij een tweewegsysteem de heen-en-weer kommunikatie juist de bedoeling is.
Weliswaar zijn er apparaten om van de straat af te kontroleren of er binnen tv wordt gekeken. De Dienst Luister- en Kijkgelden is er goed mee. Maar deze apparatuur is niet een direkt onderdeel van het tv-systeem. De vrijheid om al dan niet van een faciliteit gebruik te maken is bij eenwegsystemen in grote mate aanwezig.
Bij de tweewegsystemen ligt dat anders. Reakties die vanuit de woning de deur uitgaan zijn bedoeld om ergens te worden geregistreerd. Maar dat houdt onmiddellijk in dat je niet weet waar je informatie allemaal terecht komt. Het afluisteren van telefoongesprekken is daarvan een goed voorbeeld.

De homebus is een tweewegsysteem bij uitstek. Nemen we bovenstaand schematies plaatje als voorbeeld, en beperken we ons eerst tot wat er binnen de woning gebeurt, dan zien we dat een heel stelsel van sensoren (voelers voor warmte, licht, gas, enz.) en sub-controllers er voor zorgt dat in principe overal in de woning kan worden nagegaan wat er elders in de woning gebeurt, en dat daarop kan worden ingegrepen. Ik geloof best dat dat soms handig kan zijn, vanuit de huiskamer de komputer op de kinderkamer uitschakelen, en vanuit bad kijken wie er aan de deur staat te bellen, maar het laat wel een onprettig, bekeken gevoel achter. Je kunt je bovendien afvragen waarvoor dit welbeschouwd eigenlijk nodig is en ten koste van wat (privacy, lichaamsbeweging) dat gaat.

Het zou allemaal lang niet zo interessant zijn als de woning niet ook was voorzien van een home bus controller in de buitenmuur, waardoor we, als ware het een enorme elektroniese navelstreng, vitaal zijn gekoppeld aan de buitenwereld. Het kader links onder op de tekening geeft een keur van aansluitingen. Sommige daarvan lijken in eerste instantie bedoeld om er informatie vandaan te halen en niet andersom. Welk belang zal de bibliotheek hebben bij de airconditioning in mijn woning? Maar zo simpel is het niet.
Technies gezien is er geen enkel probleem om genoemde instellingen en bedrijven inzicht te verschaffen in vragen als: Is er iemand thuis? Wat wordt er gegeten? Hoe laat gaat men naar bed? Met wie wordt er getelefoneerd? Kortom, je hele leefpatroon wordt geregistreerd ten behoeve van wie er met zijn techniese vingers aan wil zitten.

Veel te somber gedacht. De funkties die men er, volgens onze Ambassade, in Japan aan toekent zijn Uitermate Nobel: Alarmfunkties, bv. bij brand of inbraak, gekoppeld aan politie en brandweer; regelfunkties van licht, gas en stroom, waardoor energiebesparing optreedt, en om van buitenaf de thermostaat alvast wat hoger te zetten, de sake warm en de Bokma koud (waarmee de vorige energiebesparing dus weer wordt tenietgedaan); waarnemingsfunkties om gas- en elektrameter van buitenaf af te lezen of om te kontroleren of de buitendeur wel op slot is gedaan (wie zou daarin nu geïnteresseerd zijn?); kommunikatiefunkties als thuisbankieren, teleshopping, elektroniese postbezorging. Geen woord over mogelijk misbruik, over nadelige effekten, over de vraag hoe vrij mensen zullen zijn wel of niet op het systeem te worden aangesloten (vergelijkbaar met de ellende rond al dan niet verplichte aansluiting op de Centrale Antennesystemen voor de tv). Alleen de angst bij mensen voor een hoge HBS-kostprijs komt ter sprake, maar die angst wordt door het Japanse, bedrijfsleven weggewuifd.

Als we nagaan wie er bij dergelijke elektroniese perfektionering gebaat is, dan kunnen we drie kategorieën gelukkigen onderscheiden:

  1. Het soort konsumenten dat kickt op alles wat nieuw is en dat met ongeduld de dag afwacht dat zijn elektriese tandenborstel ook met afstandsbediening leverbaar zal zijn. En voor zover die konsumenteninteresse ontbreekt, zal de reklamemachine haar werk wel doen.
  2. Het bedrijfsleven dat met de ontwikkeling bezig is, of van de introduktie en produktie van home bus systemen zal profiteren. Onderschat dat niet. Onderstaande grafieken tonen aan dat men in Japan grote verwachtingen koestert van het HBS. Niet alleen blijkt dat in 2010 meer dan de helft van alle Japanse woningen van een HBS zal zijn voorzien, bij een ‘normale’ toename van het aantal woningen, maar de toename van de omzet in de HBS-industrie (produktie, installatie, onderhoud, randapparatuur) is giganties: van zeker 140 miljard Yen in 1990 naar wellicht 1310 miljard in 2010. In guldens: van zo’n 2 naar bijna 20 miljard gulden. Dat is hoger dan de Nederlandse defensiebegroting (momenteel rond 13% miljard gulden) en meer dan een derde van de huidige Japanse defensiebegroting (3300 miljard Yen in 1986). Daar ligt even een markt open!
  3. En dan de lachende derde: het hele kompleks van inlichtingen- en veiligheidsdiensten dat dit kadootje met beide handen zal aangrijpen om gestandaardiseerde informatie te verkrijgen over werkelijk de totale handel en wandel van het burgervolk, dat daarmee ook gaandeweg verder wordt gestandaardiseerd. Gegevens die ongemerkt worden verkregen, die op alle mogelijke wijzen kunnen worden gekoppeld en gefilterd. En waarvan het gebruik niet ongemerkt aan ons voorbij zal gaan.

Hoever ligt Japan van ons vandaan? Reeds nu worden er in Japan, Amerika en Europa aktiviteiten ontplooid om te komen tot een standaardisatie van home bus systemen. Philips heeft een besturingssysteem ontwikkeld (het D2B-systeem) dat kans maakt ook de HBS-standaard te worden. In het tijdschrift Kijk van augustus 1987 staat een hoop tralala over (interne) huisautomatisering die wordt aangezwengeld door Philips, Siemens, Thomson (Frankrijk) en ITT (VS). Dat alles, gevoegd bij zowel de eksportidealen van Japan, als de behoefte van de VS en Europa om niet teveel achterop te lopen, geeft grond aan de veronderstelling dat men ook in Nederland rond 2000 enkele HBS-modelwoningen kan bezichtigen. Via mijn zelfgemaakte HBS-aansluiting zal ik dan keurig registreren wie daar met wie naar bed gaat, dat telefaxen naar Dorenbos*), als er niemand thuis is de rijst laten overkoken, de huisbaas een ijskoude douche bezorgen en klagen bij de woningkorporatie dat er in het huis geen wc is waar ik kan registreren wat het menselijk oog niet verdraagt.

______________________________

*) Bert Dorenbos (1942) was tot 1987 directeur van de EO en medeoprichter van de ethische stichting Schreeuw om Leven die ten strijde trok tegen abortus, euthanasie en zedenverwildering.

Naschrift
Ik heb geprobeerd recent cijfermateriaal te vinden om de verwachtingen uit 1987 te staven, maar dat blijkt een onmogelijke opgave. Appels en peren. De technologische ontwikkelingen en vernieuwingen zijn van dien aard dat vergelijkbare statistiek niet te geven is. Denk alleen maar aan de opkomst en mogelijkheden van de smartphone en gps; vermoedelijk nadert het percentage van inmiddels aangesloten woningen de 100 in plaats van de verwachte 50.
Mij lijkt dat een herwaardering van bovenstaand artikel zich zal moeten beperken tot het vervangen van de Orwelliaanse verbijstering van toen door de waarschuwende vinger van de huidige realiteit. In dat verband is het goed ook nog eens mijn robotartikel over RUR te lezen. De Volkskrant kwam er heel summier op 23 december 2017 ook al mee. De geboorte van onze toekomst ligt wel in het verleden.

Icarus

De harde val van een hoogvlieger“. Zo opende De Volkskrant vandaag. Zijn lichaamstaal spreekt boekdelen, met een meesmuilend schuin oog loerend naar zijn jeugdliefde. Hulde aan de fotograaf en de mensen van de opmaak.
Maar het zijn niet alleen Limburgers aan wie soort van schandalen kleven, noch uitsluitend VVD’ers. In min of meer chronologische volgorde kennen we intussen bijvoorbeeld Ton Hooijmaaijers,
Nurten Albayrak, Fred Teeven, Ivo Opstelten, Jos van Rey, Robert Mugabe, William Moorlag en Vitali Moetko.
Het uitgebreide artikel in Vrij Nederland (https://www.vn.nl/de-lijst-politieke-affaires-van-1983-tot-2013/) wijst op een nauwelijks te stoppen reeks affaires.

Eurlings fout was niet het, naar zijn zeggen, doordeweekse lichte handgemeen met zijn ex, niet fraai, maar het komt in de beste families voor, maar wel hoe hij er daarna mee is omgegaan. Haar aangifte werd hem fataal, maar hij had het kunnen voorkomen. Net als Bill Clinton, die ook de sigaar zou zijn geweest als zijn eega niet zo tactvol had opgetreden.
De betrokken politiek verantwoordelijken vertonen een vast gedragspatroon waaraan twee opvallende kenmerken kleven: 1. in de fout gaan; 2. proberen ermee weg te komen.
Iedereen maakt fouten. Ik ook. Ik weet het. En of dat nu bewust is, bijvoorbeeld uit eigenbelang, of minder gratuit, door bijvoorbeeld de heersende moraal of partijdiscipline te volgen, wie geschreven of ongeschreven wetten of regels overschrijdt, moet zich van de mogelijke gevolgen bewust zijn, en al zeker als het publieke functionarissen betreft, vaak zelfs in een door het volk verkozen positie.
Maar de reflex om te proberen er linksom of rechtsom mee weg te komen -en natuurlijk is dat eigenbelang; dat recht heeft een ieder tot op zekere hoogte- werkt maar al te vaak averechts uit, namelijk in het tegendeel: je gaat niet op je sorryknieën zitten, je ligt plat op je rug. Ons leert de geschiedenis immers hoe verkeerd het kan uitpakken.
Zeker als je een tijdje bij de KLM hebt bijgeschnabbeld vanuit de gedachte “the Sky is the Limit“, dan moet je toch weten dat het boomerangeffect van die limiet tot een akelige crash kan leiden.

Door wie worden de vermeende schuinsmarcheerders op het matje geroepen of tot de orde, door wie ontmaskerd, belaagd, of in de kleren van de kroonprins ter aarde geworpen? Toch niet alleen door moraalridders als Sybrand Buma, dunkt me.

  • Door hun eigen superieuren of verantwoordelijken, zoals de Tweede Kamer een minister of staatssecretaris kan wegsturen; een aangenomen motie van wantrouwen volstaat. Komt niet zo gek vaak voor. In het geval van Opstelten en Teeven waren zij zo’n motie net voor door eigener beweging op te stappen, zij het met de melding dat alles “voor volk en vaderland” was gebeurd. Dan kun je tenminste met opgeheven hoofd weer elders aan het stuur gaan zitten. En laat ik maar zwijgen over de gewijde mantel der liefde der Roomschen, die nu niet helemaal slijtvast meer blijkt te zijn, waar nogal wat geestelijken als wormpjes in een aasmandje krioelen in een doofpot en waarvan er zo af en toe een enkeling door het dekseltje blijkt te ontglippen.
  • Door de dagbladpers, tv en radio. Er zijn genoeg schrandere en fanatieke journalisten die zich op een dossier storten en de beerput weten open te trekken. De sneeuwbal gaat dan vanzelf rollen. Feit is wel dat dit soort berichtgeving dubbel gecheckt moet worden, want niet voor niets worden berichten later herroepen of genuanceerd, maar dan is het onheil al geschied.
  • Sterker geldt dat nog voor het oeverloze, ongeleide en hitzige gekwek en geblaat via de asociale media. Daar kan iedereen nagenoeg straffeloos de grootst mogelijke onzin uitkramen. Betrokkenen krijgen zo de kans zich als slachtoffer in plaats van dader op te stellen (waar menig rechter nog gevoelig voor is ook). Van Rey was een fraai voorbeeld van iemand die meer de schuld van alle ellende bij de media zocht dan bij hemzelf. Hillary Clinton deed dat overigens ook, toen zij van Trump verloor.
  • Nog verwoestender voor de positie van betrokkene is de publieke opinie in algemene zin. Als die zich tegen iemand keert, is het hek van de dam. Dan is het uiteindelijk toch maar beter, zoals Eurlings deed, de eer(?) aan jezelf te houden en “in het belang van de sport en de sporters” een stap opzij te doen. Ik snap het huilerig verweer van de zielepoot wel: zit je net zo gebeiteld bij het IOC in een eervol vrijwilligersbaantje met een daggeld van $ 1.000, nog afgezien van de jaarlijkse € 5.800 voor onvoorziene kosten binnen Nederland. Zo vrijwillig zou ik ook wel willen graaien en schnabbelen op kosten van McDonald, Gazprom en Coca Cola, na binnen het CDA en bij de KLM als te licht te zijn afgeserveerd.
  • Maar het kan nog erger. Volkswoede kan omslaan in volksgericht, en ook dat komt nog steeds voor, in Nederland net ietsje minder dan elders: Honderd jaar geleden werd de Tsaar met zijn hele Romanov-familie door opstandige bolsjewieken tegen de muur gezet; nog geen dertig jaar geleden onderging Nicolae Ceaușescu, samen met zijn vrouw, hetzelfde lot. Het gevalletje Saddam Hussein in 2003 (“Ladies and gentlemen, We Got Him“, liet Bush door Paul Bremer vreugdevol verklaren) dat van Khadaffi (2011), en veel eerder al Adolf Eichmann (1961) lijken me absoluut niet het gevolg van onbeteugelde volkswoede, maar eerder van partijen, binnen- en/of buitenlandse derden die er alle belang bij hadden dat er even “schoon schip” werd gemaakt. Alhoewel, ook Eichmann, Saddam, Khadaffi hadden wellicht erger kunnen voorkomen als ze zich eerder een beetje anders hadden gedragen. Assad en Kim Jong-un zijn gewaarschuwd.

Dan kwamen diverse DDR-kopstukken er nog goed van af: Erich Honecker kreeg de ruimte, vanwege zijn slechte gezondheidstoestand, om via de voor Duitsers niet geheel onbekende vluchtroute naar Zuid-Amerika te ontkomen; Egon Krenz kreeg 6½ jaar cel (dik 4 jaar effectief) voor zijn aandeel aan incidenten bij de Muur; Gregor Gysi, een uitmuntend jurist, wist aan elke veroordeling te ontkomen. Ik kan niet beoordelen hoe de daden van laatstgenoemde drie zich verhouden tot eerder vermelde kopstukken, maar dat hun lot minder dramatisch is als in vele andere gevallen, mag interessant worden genoemd.

Gysi is eigenlijk wel een opmerkelijke uitzondering. De meeste personen in kwestie verschansen zich in een afweerbastillon met drie verdedigingsgordels.

  • De eerste is consequent alles ontkennen, of op z’n minst bagatelliseren; de in de psychologie bekende ontkenningsfase. Afgelopen vrijdag nog Moetko, met een stalen gezicht, geïnterviewd door Jeroen Stekelenburg tijdens het EK-langebaanschaatsen in Kolomna, net zoals een paar weken geleden de nieuwe Amerikaanse ambassadeur in den Haag het flikte in een interview met Wouter Zwart.
  • De tweede is door met een vertragingstactiek oeverloos tijd te rekken. Daarmee hopen ze “dat het wel overwaait“, dat ze voor de media niet meer interessant zijn, dat het volk hen vergeet. Het is als speculeren op de beurs: zoiets kan lukken, maar als het niet lukt, ben je nog verder van huis. Moorlag lijkt er toch maar op te gokken.
  • De derde is het juridische traject, tot aan de hoogste instantie aan toe proberen ergens je gelijk, of vrijspraak, of dan tenminste vermindering te ontmoeten.
    En daar lag nu juist Gysi’s kracht, die vele malen sterker was dan die van Albayrak of Van Rey.

Hoe Mugabe het voor elkaar heeft gespeeld, is mij een raadsel. 30 jaar lang schier onbetwist en ongeremd zijn gang kunnen gaan en dan, als 93-jarige, op nogal elegante wijze met riante toezeggingen terzijde worden geschoven. Misschien heeft het ook maar een haartje gescheeld, ik weet het niet. Mladić en Karadžić zouden er hoe dan ook voor hebben getekend.
Mijn Servische ijshockeyvriendjes vinden dat geen leuke opmerking. 
Maar wat is er nog leuk, na dit hele verhaal?