11-11

In Nederland kenen we het niet, maar in Frankrijk is 11 november traditioneel een nationale feestdag ter herdenking van de wapenstilstand in 1918. Zo ook dit jaar, waarbij de gemeente Haute-Amance (Hortes, Rosoy-sur-Amance, Troischamps en Montlandon) flink uit de slof was geschoten met een expositie in de Salle des Fêtes in Hortes, 10, 11 en 12 november, geanimeerd door de Association Militaria uit Chaumont.
Men was er zeer zeker vroeg bij om al in 2017 de ‘centenaire’ van 1918 te vieren, dat moet gezegd. Zuid-Nederlandse carnavalvierders lopen met hun 11.11. slechts drie maanden vooruit.

Op 10 november werd een en ander in Hortes geïnstalleerd en kwam er een aantal schoolklasjes op bezoek voor een voorbeschouwing met tekst en uitleg. Dat is iets waar Frankrijk een goede beurt maakt: het betrekken van schoolkinderen bij culturele en historische evenementen, of het nu vaste exposities in musea betreft of incidentele gebeurtenissen als deze tentoonstelling.
Het betekent evenwel meteen al dat ik er nogal tweeslachtig tegenaan kijk: de kinderen raakten in hoofdzaak geobsedeerd door het modelkanon dat stond opgesteld en de ‘echte’ schietgeweren uit ’14-’18 die ze maar wat graag in hun handen hadden. Evident loopt daardoor de verheerlijking van wapentuig en patriottisme ver vooruit op het leggen van nadruk op oorlogsellende en vredespromotie, zeker als je ziet dat enkele jongelui vol trots zich in nepuniformen tooiden en zich al doende een vechtjas-in-de-dop waanden. Het ophemelen van militaria: quel exemple pour les petits.

Gedurende de twee officiële expositiedagen vertoonde het scherm af en toe een foto-diaporama van mijn Parisot-boek, maar verder voornamelijk een continue DVD met een Apocalypsflim van de Eerste Wereldoorlog. Een indrukwekkende documentaire, maar eerlijk gezegd keek er geen hond naar. Veel meer was men geïnteresseerd in het uitgestalde wapentuig en het met elkaar kletsen over wat dan ook, waarbij helaas moet worden gezegd dat het zeer slechte weer, twee dagen onophoudelijke regen, het aantal bezoekers tot een bedenkelijk minimum reduceerde.

Hoewel Hortes ongetwijfeld boven zichzelf uitsteeg met de verzorging van dit driedaagse evenement, bleek ook uit van alles en nog wat de schrijnend lage organisatiegraad. Dat begon al op de 11e: na de obligate kranslegging bij het monument in Hortes, buiten ieders schuld compleet verregend, volgde als goedmakertje een vin d’honneur in het gemeenschapshuis; drank maakt veel goed. Die werd gevolgd door een zeer geanimeerde lunch voor de organisatoren. Dat tafelen liep echter uit tot na half vier, voor Franse begrippen heel vanzelfsprekend, terwijl de tentoonstelling volgens plan om 14 uur zou opengaan. Ik heb niemand ontmoet die zich daarover opwond.
Verder was er geen georganiseerd optreden, noch enige toespraak, noch enig gepland discussiemoment.


Ook verbazingwekkend was dat mij op zondagmiddag door de secretaris van de Association Militaria, minder vriendelijk dan dringend werd verboden foto’s te maken, met als argument dat het ‘zijn privécollectie’ betrof. Alsof hij zich er voor schaamde al dat tuig in een openbare ruimte uit te stallen, waaronder een hier afgebeelde Pruisische punthelm (“Zur Treue Fest”), waarvan ik uit eerstehand bronnen weet dat het de ultieme oorlogsbuit was voor Franse militairen in ’14-’18. Ik hield me, hoewel hogelijk verbaasd over dit mallotige vertoon van protectionisme, verder maar op de vlakte. Ik had toch al rond de 100 foto’s gemaakt, ruimschoots genoeg voor dit artikel en ter aanvulling van mijn eigen privécollectie, en dacht er vervolgens het mijne van.


Het aantal uitgestalde oorlogshebbedingetjes was groot, sommige vooral illustratief zoals medische attributen, instrumenten en andere voorzieningen, sommige die eerder een wrange verheerlijking waren van artistieke uitbating van oorlogsherinneringen, zoals de vele bewerkte granaathulzen, ook in België en Nederland wel bekend.
Verder was er opvallend veel aandacht besteed aan de Amerikaanse inbreng in de bevrijdingsoperatie, die ook in Hortes sterk voelbaar is geweest, maar was er nauwelijks enige aandacht voor het leed en alle andere ellende die voor WO-I, zoals voor alle oorlogen, toch het meest kenmerkend zijn.


Slechts een enkele foto liet iets zien van de tristesse van deze zwarte periode, maar dan moet je er toch nog enige tijd goed naar kijken. Desgevraagd was de keuze voor de tentoongestelde collectie simpel en tweeledig: de Association toont wat zij in huis heeft, en dat zijn memorabilia van militaire en nationalistische snit, en voorts werden er veel kinderen verwacht, aan wie je al die ellende niet moet laten zien. Nee, maar wel de aanleiding daartoe. De logische vervolgstap blijft aldus achterwege. Laat staan dat er enige diepgang of discussie plaatsvond.

Maar à la, al met al was het toch veel meer dan de alledaagse attitude in deze contreien, waarbij men hoopt dat morgen alsjeblieft hetzelfde zal zijn als gisteren, en waarbij het verre verleden net zo oninteressant is als de verre toekomst. Ik meen daarover al eens eerder iets te hebben geschreven.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.