Joep Baartmans-van den Boogaard

Joep (3e van links) tijdens een toneelopvoering door de sectie Nederlands op het Elzendaalcollege te Boxmeer ±1980

Gisteren overleed op 77-jarige leeftijd mijn oud-collega Joep Baartmans-van den Boogaard (1939-2017). Naast haar docentschap-Nederlands aan het Elzendaalcollege in Boxmeer was zij politiek actief in Boxmeer en het provinciaal bestuur van Noord-Brabant in Den Bosch, waarna enkele functies als burgemeester volgden. Ik heb haar, in mijn Elzendaalperiode van 1973-1983 dagelijks meegemaakt en bewaar er warme herinneringen aan.

Als collega-Nederlands maakte zij op mij grote indruk. Enerzijds als vakvrouw, niet zozeer op taalkundegebied, maar bovenal op het terrein van de literatuur. Haar belezenheid was voor mij van een onhaalbaar niveau. Geen literair werk, of zij had het wel gelezen, Nederlands- of buitenlandstalig, iets waaraan ik nooit kon tippen. Dat had zijn onherroepelijke weerslag of haar visie op het wereldgebeuren, en dat moet zeker hebben meegespeeld bij haar besluit, al noemde zij dat onbedoeld, maar het was onontkoombaar, als politica. Eerst als PvdA-raadslid in Boxmeer, later als Statenlid in Den Bosch en gedeputeerde voor Cultuur, Onderwijs en Welzijn. Van 1995-2007 was ze (waarnemend) burgemeester van achtereenvolgens Heusden, Schijndel, Son en Breugel en het VVD-nest Vught.

Ik leerde haar als sectiegenoot-Nederlands kennen en waarderen als uiterst toegankelijk, vriendelijk, warm, bekwaam en oplossingsgericht collega. Dat was zij overigens niet alleen tegenover collega’s, maar ook tegenover leerlingen. Ik herinner me goed de vele tientallen mondelinge schoolonderzoeken Letterkunde voor HAVO- en VWO-leerlingen die wij, als examinator of assessor, samen afnamen en waarin zij moeiteloos al het mogelijke deed het beste uit leerlingen tevoorschijn te halen. Als nieuwbakken docent-Nederlands (1973) trof ik in haar ook een bijna moederfiguur bij wie ik altijd terecht kon om vragen van allerhande soort aan een goed antwoord te helpen. En in haar vaak principiële stellingname toonde zij zich zeer standvastig, iets wat mij bijzonder trof.

Toen zij eenmaal in de Boxmeerse gemeenteraad zitting had, kon ik haar stellingname steeds wel billijken, al was ik daarmee binnen de PSP-Land van Cuijk een van de weinigen. Ik snapte ook wel dat een vanouds KVP-bolwerk als Boxmeer niet op stel en sprong een socialistisch paradijs kon worden. Een discrepantie die haar man, Jacques Baartmans, eveneens PvdA-lid en ex-collega-Nederlands, mij ooit eens treffend verwoordde: “Als ik net als jij in Amsterdam woonde, zou ik PSP gestemd hebben“.

Na haar en mijn vertrek van het Elzendaalcollege ontmoette ik Joep nog maar zelden of nooit, vooral vanwege de geografische afstand. Maar de herinneringen bleven, zulks in positieve zin.

Ik hoop van harte dat Jacques en hun zoon Bart-Jan de kracht vinden hun leven zonder vrouw en moeder in gunstige zin te vervolgen.

____________________________

Nagekomen:

Medio januari 2018 kreeg ik nevenstaande groepsfoto van het Nijmeegs Studentencabaret uit 1961 toegestuurd, met Joep van den Boogaard, bovenste rij, tweede van rechts. Dank daarvoor.
De foto komt uit de collectie van Riet Lousberg.

 

 

Kijk- en luiSTERgeld

Paul Römer, directeur van de NTR, liet ruim een maand geleden een proefballonnetje op door te verklaren dat STER-reclames binnen de Publieke Omroep zouden moeten worden afgeschaft. Of het alleen een proefballonnetje is, of de voorbode van een naderend besluit, kan ik niet beoordelen, maar vanuit mijn diepgewortelde haat tegen STER-spotjes klonken zijn woorden mij als muziek in de oren. Ik wil hem een beetje helpen.

De berichtgeving over dit grote nieuws komt uit een interview in De Telegraaf. Dat betekent dat we ongeveer de helft van de gegevens voor waar mogen aannemen en dat er vermoedelijk ook nog een verzwegen tweede helft van het verhaal bestaat. Ik moet het nu echter doen met wat de media erover hebben bericht.

Römer pareert het argument tegen afschaffing dat het de staat, en dus de belastingbetaler, € 200 miljoen op jaarbasis gaat kosten met de bewering dat er 12 minuten zendtijd per dag worden gewonnen en dat 56% van de kijkers bereid is wat meer te betalen voor STER-loze publieke zenders. Ik moet de cijfers maar geloven, al denk ik dat die meerderheid van de kijkers die principieel verklaart best te willen betalen in ruil voor het verdwijnen van de STER wel anders piept als er opeens een rekening voor het in 2000 afgeschafte kijk- en luistergeld in de bus valt. Overigens meldt De Volkskrant op 15 september 2017, pag.8, dat de jaarlijkse STER-inkomsten een half miljard euro belopen, 2½ keer zo veel dus als in het Telegraafverhaal, en dat dat geld in de portefeuille van Onderwijs terecht komt, waarmee mijn wantrouwen jegens de betrouwbaarheid van persberichten maar weer eens goed is gevoed.

Even heb ik met de gedachte gespeeld nu een aantal paragrafen in te lassen waarin ik mijn gal spuw over een groot aantal reclamespotjes op radio en tv, maar ik zie daarvan af. Het is niet goed voor mijn gezondheid en ik denk dat velen zelf ook wel hoofdschuddend en misprijzend een en ander kunnen aandragen. Ik volsta daarom met de elfde stelling uit mijn proefschrift (2003), waar ik nog voor de volle honderd procent achter sta:

Het volstaat niet commerciële reclame op radio en televisie te kwalificeren als infantilisering van taal en denken. De permanente zweem van misleiding, volstrekt niet ter zake doende associaties tussen het aangeboden product en de setting van de reclame-uiting, het kwetsen van individuele burgers die op uiterlijke of innerlijke kwaliteiten niet voldoen aan de norm die door reclame-uitingen wordt gesuggereerd als standaard en goed, alsmede het gebrek aan juiste en voldoende consumentenvoorlichting die in reclame-uitingen wordt aangetroffen, vragen om verdergaande regelgeving dan de bevoegdheid en werkwijze van de Reclame Code Commissie tot op dit moment.

Om Paul Römer te helpen presenteer ik nu vier mogelijke scenario’s met betrekking tot STER-reclame op radio en tv. Thierry Baudet zal best bereid zijn een raadgevend, of liever nog: bindend referendum te organiseren om de Nederlandse bevolking haar voorkeur te laten uitspreken.

  1. Alles blijft zoals het is. De STER blijft reclameblokken op de Publieke Omroepzenders verzorgen, die daarvoor in ruil de genoemde € 200 miljoen (of welk reëel bedrag dan ook) incasseren. Dat betekent dat televisiekijkend Nederland 12 minuten per dag extra naar de wc moet gaan of koffie moet gaan zetten.
  2. De STER stopt met reclameblokken op de Publieke Omroepzenders, die daardoor genoemd bedrag aan inkomsten derven. Dat betekent dat televisiekijkend Nederland per dag minder naar de wc kan en eraan moet gaan wennen dat programma’s voortaan op tijd beginnen.

Dit zijn de twee uitersten. Uit het Telegraaf-interview maak ik op dat Römer wil aansturen op een derde mogelijkheid:

  1. De STER stopt met het verzorgen van reclameblokken op de Publieke Omroepzenders. De omroepbijdrage (het voormalige kijk- en luistergeld) wordt heringevoerd. Even grof calculerend: als 10 miljoen Nederlanders (in binnen- en buitenland) elk jaar voor € 20 worden aangeslagen, heb je die 200 miljoen alsnog binnen. Ter vergelijking: in Frankrijk betaal ik nu jaarlijks € 137, omdat ik eigenaar ben van “une résidence équipée d’un poste de télévision”, ook al zou ik dat beeldscherm alleen als computerscherm gebruiken en er geen tv mee kijken. Een andere hoogte van de bijdrage, maar dan inkomensafhankelijk, zou natuurlijk nog beter zijn. De Belastingdienst int dat bedrag door een aanpassing van de loon- en inkomstenbelasting, zoals dat ook in 2000 door het tweede paarse kabinet was geregeld. Er is wel een uitvoeringprobleem: waar je vroeger kon controleren of er wel of niet een antenne op het dak stond, of controleurs kon laten kijken of er een tv in huis was, werkend of niet, zit je nu met het gegeven dat velen radio en tv via de schotel ontvangen, of zelfs helemaal geen radio of tv hebben, maar via internet op pc, laptop, tablet of smartphone de publieke zenders (kunnen) ontvangen. Omdat dat alles niet meer te controleren valt, zou de omroepbijdrage door alle Nederlanders moeten worden betaald. Een heffing dus op de mogelijkheid om van het Publieke Omroepbestel te kunnen profiteren. Eventueel valt er te denken aan een vrijstelling voor baby’s en kleuters tot en met 4 jaar en aan bejaarden die een bewijs van eenzaamheid kunnen overleggen.

Het vierde scenario ben ik nog nergens tegengekomen, maar vind ik zelf wel het beste:

  1. De STER stopt met het verzorgen van reclameblokken op de Publieke Omroepzenders. In plaats daarvan verzorgt de STER, of enig andere stichting, in samenwerking met consumentenorganisaties, op een aantal tijdstippen per dag reclameblokken die consumentenvoorlichting geven, ofwel voor één bepaald product van één bepaalde firma, ofwel een vergelijkend warenonderzoek van vergelijkbare producten van verscheidene firma’s. Bedrijven die hun producten graag in dergelijke reclamespots gepresenteerd willen zien, betalen daarvoor, zoals ze nu betalen voor de spotjes en clips die ze uitsluitend voor zichzelf laten uitzenden. Bedenk daarbij dat zij de productiekosten van die clips nu in eigen zak kunnen houden, in ruil voor een ongetwijfeld minder opdringerige en leugenachtige boodschap die momenteel te horen en te zien is.
    Kijkers en luisteraars betalen dus niets extra’s, en krijgen zinvolle informatie die hen kan helpen bij het koelen van hun koopwoede en die de teleurstelling van miskopen kan helpen verminderen.

In ben benieuwd hoe dit bij consumerend Nederland gaat vallen.

Panta rhei

Het Griekse panta rhei (voor de kenners: πάντα ῥεῖ) is net als zijn Latijnse pendant perpetuum mobile een tegeltjeswijsheid die je te pas en te onpas kunt gebruiken, maar waarvan de wetenschappelijke en feitelijke waarheid op los zand berust. Dat besefte ik maar weer eens vorige week tijdens een wandelingetje bij de spoorwegovergang in Rosoy: uit het fonteintje aan de bron van de Amance kwam opeens geen water meer.

Sinds ons verblijf in Rosoy in 1998 had ik het een enkele maal eerder meegemaakt: des zomers bij lange droogteperioden en des winters bij langdurige strenge vorst, als er alleen maar een ijspegel aan de uitloop hing. Maar kennelijk was augustus 2017 dermate droog dat er geen nieuw water uit de bron meer voorhanden was.
Heel veel scheelde het niet, want in de nabij, en iets lager gelegen publieke tapkraan, waar boeren en burgers hun watertanks gratis kunnen vullen, of de auto voor niks kunnen wassen, kwam nog wel water. Ook die tapplaats, kan ik me herinneren, heeft in hete, droge zomers wel eens droog gestaan.
Zo niet nu. Ook dit jaar kon ik enkele malen derwaarts rijden en voldoende water tappen om de dagelijkse bewatering van bloemen, groeten en fruit te kunnen volbrengen, zo weinig als dat in 2017 nodig was.

Toch weerspiegelt panta rhei in zekeren zin wel het sentiment van een dorp als Rosoy: alles heeft zijn loop, en laat het alsjeblieft altijd zo blijven. De volgende gedachtestap is dan dat elke verandering een boze indringer is die het fragiele, maar langdurige evenwicht dreigt te verstoren. De mentaliteit van “laat alles bij het oude”, het teren en vertrouwen op eeuwenoude tradities die het leven leefbaar maken en overzichtelijk houden heeft zo zijn aantrekkelijke kanten. Geen aanpassing is vereist. Als je ’s ochtends opstaat, is alles zoals toen je gisteren naar bed ging. Vandaar dat je kunt constateren dat men hier zo’n 50 jaar achter loopt.

Au quai, een enkele keer is de voortschrijdende techniek niet tegen te houden.
Er kwam elektriciteit in het dorp (we schrijven 1924). Er kwam tv; eerst alleen zwart-wit en later, revolutionair, ook in kleur. Dat verschil heeft, tussen haakjes, lang doorgesudderd in de Franse bureaucratie: tot voor kort moesten de tv-bezitters bij hun belastingaangifte voor kijk- en luistergeld aangeven of ze alleen zwart-wit dan wel kleur hadden, waar verschillende belastingtarieven bij hoorden. Dat is inmiddels gelijk getrokken.
Er kwam glasvezel. Dat wil zeggen: in Rosoy en omliggende dorpen ondergronds door alle hoofdstraten tot aan de plaatselijke centrale, maar nog niet van die hoofdleiding naar de huizen, zodat je nog steeds met een stuk bovengrondse telefoonkabel zit en het debiet nog steeds beneden alle peil is.
Er kwamen ledlampen in de straatlantaarns, vorige maand zijn ze in Rosoy allemaal vervangen. Het bespaart stroomkosten en geeft veel beter licht. Alleen gaan ze om half elf al uit, zodat je er niet lang van kunt genieten.

 

Vind je het dan gek dat Marine le Pen in deze contreien hoog scoort? Bij de recente eerste ronde van de presidentsverkiezingen behaalde zij in het departement Haute-Marne 33% tegen Macron 18%. Bij de tweede ronde was dat 50% voor Macron en 49% voor Le Pen. In de wat dunner bevolkte gebieden als de gemeente Haute-Amance, waaronder Rosoy valt, was het nog explicieter: daar scoorde Le Pen in de eerste ronde 36% (Macron 16%) en bij de tweede ronde 52% (Macron 48%).

Het is niet zo dat men hier maalt om immigratieproblematiek. Het ligt algemener en dieper: elke verandering is een bedreiging, zoals ik hierboven al aangaf, en dat betreft ook indringers van buitenaf. Ik zit hier nu bijna 20 jaar, en nog steeds hoor ik er niet helemaal bij. Buitenlanders worden getolereerd omdat zij hier panden opknappen en geld investeren. En als je af en toe stroopwafels uit Nederland meeneemt, worden die in dank aangenomen en verpeuzeld. Maar liever beperkt men zich tot het ons kent ons. Alleen al het feit dat zo ongeveer iedereen hier in het dorp familie is van iedereen is daarvan een overduidelijke blijk. Verder is het niet zo dat het met name moslims zijn die men liever ziet gaan dan komen. Veel wantrouwiger kijkt de inheemse bevolking aan tegen lieden uit Parijs of Marseille – xenofobie is geen buitenlandersprobleem, maar veeleer een departementaal probleem.

Een politieke dorpspartij als Pantaray zou hier wellicht hoog scoren.

A propos: nu, begin oktober, komt er gelukkig weer water uit het fonteintje boven aan de straat, dus toch een beetje panta rhei.

 

 

Cruquius

Een goed initiatief van Christiaan om naast onze jaarlijkse reünie van klas Gym-Ib uit 1960 ook een educatieve uitbreiding te verzorgen: een rondleiding in en om het Cruquiusgemaal aan de rand van de Haarlemmermeerpolder. Hij was daar enige tijd geleden min of meer bij toeval als rondleider ingerold, geheel buiten zijn eigenlijke vakgebied om, en wist er inmiddels zo veel over te vertellen dat het de moeite loonde zijn verhaal te aanhoren en met eigen ogen dit wonder van techniek en vernuft te aanschouwen.

De Cruquius is al lang niet meer functioneel (verrichtte zijn werk in hoofdzaak van 1849 tot 1852 ter drooglegging van de Haarlemmermeer), maar nog wel werkend. Vorige week werd het Wouda-stoomgemaal in Lemmer nog ingezet ter voorkoming van wateroverlast, maar er zal nog heel wat water over de dijken moeten klotsen om ook het Cruquius-reservegemaal een dergelijke beschermende functie te laten uitoefenen.

Het nu hydraulische gemaal was in feite een prestigeobject van Willem I, wiens PR na zijn echec in 1830, het verlies van België, wel een opkikkertje kon gebruiken. Over ’s konings verbittering dienaangaande heb ik al eerder bericht. Vanuit zijn kennis van en connecties met de Britse machine-industrie wist hij rond 1848 de bouw van het gemaal te realiseren, geheel in Engelse stijl, fraai afgewerkt en van ornamenten voorzien en van een degelijkheid die ervoor zorgt dat de hele machinerie nog steeds draaiende kan worden gehouden. Pronkstuk, in mijn ogen, van die artistieke afwerking is de gietijzeren wenteltrap; een excellent staaltje van functional design.

De halve klas van destijds heeft, op twee achtereenvolgende zaterdagen, aan de excursie deelgenomen en daardoor de eigen kennis weer wat weten op te vijzelen.

Vreemd eigenlijk: heb ik ongeveer 25 jaar in Amsterdam gewoond, en was ik in al die jaren nog nooit op deze zo unieke plek in de naaste omgeving geweest. Maar goed, een mens is nooit te oud om een verzuim uit het verleden alsnog goed te maken. Met dank aan Christiaan, en in de hoop dat het ook andere klasgenoten ertoe kan bewegen een van hun kunstjes aan de anderen te gaan vertonen.