Sacrament 7a

Lezers van deze weblog zullen zich ongetwijfeld mijn bericht uit december 2012 herinneren waarin ik een vrij onverkwikkelijk voorval uit mijn Ignatiustijd beschreef. Daarop is nogal gereageerd, meestal buiten deze weblog om.
De tijd is nu daar om er een vervolg aan te geven, hoe zeer mij dat ook zwaar valt.
Wat ik in ieder geval herhaal, is mijn verzoek om ter zake te reageren, op welke geoorloofde manier dan ook.

In genoemd artikel doe ik drie algemene uitspraken.
De eerste is dat ik het bijkans naïef vind te veronderstellen dat het Ignatiuscollege de enige Heilige, Veilige Haven zou zijn waar niks voorviel, terwijl vanuit scholen, internaten, kloosters in Nederland, België, Frankrijk, Duitsland, Amerika, Ierland, … het ene na het andere schandaal boven tafel komt.

De tweede is dat het mij hogelijk zou verbazen, ik bedoel: dat ik niet geloof dat ik nou juist net de enige zou zijn die tegen een dergelijk evenement aanliep; het moeten er gewoonweg veel meer zijn geweest.daarmee leg ik de bal nadrukkelijk bij anderen. Ik heb gezegd”, besluit ik mijn betoog.

De derde is dat met het verbreken van het Grote Zwijgen in dit verband niet alleen mogelijk een persoonlijk belang is gediend, maar stellig ook een publiek belang. Zoiets als waarheidsvinding.

Ik kom op dat artikel terug na recentelijk telefonisch contact te hebben gehad met een oud-Ignatiaan die mij omstandig zijn ervaringen meedeelde. Het dreigt een beetje de allure te krijgen van een klassiek drama, want wederom is er sprake van een destijds (tweede helft jaren-’60) op het IG werkzame docent klassieken. Meer dan heer K. zal ik niet noemen. Ook niet met wie precies zich iets heeft voorgedaan, noch tijd, plaats of handeling – die drie eenheden zijn niet aan mij om hier te vermelden.

In genoemd geval betreft het iemand die vandaag de dag, na meer dan 45 jaar, nog steeds fysieke en psychische klachten ondervindt, die sterker zichtbaar worden zoals, in zijn woorden, “een foto in een bad ontwikkelaar steeds meer contouren en scherpte krijgt”.

Zeer binnenkort gaat de Commissie Hulp & Recht zich erover buigen. Voor betrokkene is dit geen pretje, zeker als je bedenkt dat er (uiteraard) geen getuigen zijn, en er voor zover hem en mij bekend ook geen andere klachten of meldingen tegen bedoelde docent zijn aangeleverd. En dan sta je niet zo sterk.

Als er lezers zijn die in dit specifieke geval een helpende hand kunnen bieden, zal dat de zware gang naar de Commissie wellicht wat verlichten. Een niet-anonieme reactie via deze weblog (die altijd eerst langs mij gaat ter plaatsing of niet) of per e-mail of telefoon direct naar mij is daarom meer dan welkom. Mijn gegevens staan op de Entrée-pagina van deze weblog. Enige haast is wel geboden, want uiterlijk 20 januari moeten alle relevante stukken zijn overlegd. Er is wellicht enige sterkte voor nodig, maar de dank zal, neem ik aan, zeer groot zijn.