Kerstroep-7: Sanctus-Benedictus-Agnus Dei

Ter afsluiting van de zevendelige serie over de Vianočná Omša van Edmund Pascha (of Juraj Zrunek) volgen hier nog enkele opmerkingen bij de laatste drie korte delen: het Sanctus (2’20”), het hiernaast afgebeelde Benedictus (1’10”) en het Agnus Dei (3’30”). Samen met de voorafgaande zes delen is de kerstmis daarmee wel voldoende belicht, hoop ik.

 

 

Het Sanctus is, wat oneerbiedig gezegd, een lappendeken van bekende motiefjes uit eerdere delen: in totaal tien secties (AH t/m AN), waarvan er eentje (AK) als een soort refrein viermaal voorkomt. Ik had het bij het Credo al over het begrip herhaling als bouwsteen van een muzikale compositie. Hier zien we dat in overmaat optreden, wederom niet als fuga, en ook niet als antifoon. Verder worden de delen enerzijds gemarkeerd door maatwisselingen: vierkwarts-, tweekwarts- en driekwartsmaat volgen elkaar vlot op, d.w.z. zonder ritardando’s. Anderzijds hebben we de inmiddels wel bekende taalwisselingen: naast de volledige Latijnse tekst (“Sanctus, sanctus, Dominus Deus sabaoth. Pleni sunt cœli et terra gloria tua. Hosanna in excelsis”) enkele korte Slowaakse frasen, kennelijk uitgesproken door de herders rond de kribbe: Refrein (Hosanna in excelsis); Ó, jak jest premilé, to dieťatko krásné, očičky spanilé, ústečká prejasné; refrein; Nadevšecko stvorení ozdobené; refrein; Jozef ho kolíbá, Matka jemu spívá; ‘in excelsis Deo’, húfové anjeliščí velkú radost drží; refrein.

(Nogmaals: voor een Engelse vertaling: zie de Zrunek-files.)

De allerlaatste maat van het Sanctus is wat merkwaardig. Venhoda’s manuscript, zie hiernaast, noteert tegelijkertijd een bes in de zangstemmen en een (herstelde) b in de orkestbalken; zie de rode pijltjes die ik erbij heb geplaatst.
In de door hem verzorgde uitvoering meen ik echter alleen de herstelde, lydische b als overmatige kwart te horen. Het zou me ook minder fraai lijken in een 18e-eeuws muziekstuk b en bes tegelijkertijd te laten klinken. Helaas is het er nooit van gekomen dat ik het met hem daarover kon hebben.


Het Benedictus (“Jen vokalně” = a capella = zonder instrumenten) is werkelijk een trouvaille van de bovenste plank. En nog niet eens zo makkelijk ook, want het is simpeler uit volle borst te zingen, dan heel zachtjes en toch met vaste stem en zuivere toon. De (hier uitsluitend Latijnse) tekst Benedictus qui venit in nomine Domini wordt gedomineerd door het woord benedictus waarvan de eerste lettergreep door de drie stemmen, sopraan, alt, bariton steeds wordt geëchood – een instinker voor het Nationaal Dictee!

We horen: bè, bè, bè, bè-nè-dic-tus, enkele malen achter elkaar. Er circuleren twee verklaringen voor deze merkwaardige passage. De eerste is dat het de weergave is van de schaapjes (wie heeft het over lammetjes met kerstmis?) die zich samen met de herders rond het kribje hebben geschaard. De andere komt voort uit de wetenschap dat de lokale bevolking uit voorzorg bij het ter kerke gaan het kwetsbare vee mee de kerk in nam, om te voorkomen dat het door wilde beesten, wolven, beren, of door naburige lieden met kwade inborst zou worden verscheurd of ontvreemd. In die optiek is het Benedictus een soort beurtzang, waar koor en veevolk elkaar afwisselen. Ik vind dat een verklaring die even plausibel als charmant is te noemen. En wat de waarheid ook zij, het Benedictus is een uniek stukje muziek.

Over herhalingen gesproken: het eerste deel AP van het Agnus Dei is een regelrechte herhaling van Q (qui tollis…) en van R (qui sedes…) uit het Gloria. En het daarop volgende stuk AQ (O, Beránku tichý…) is niet alleen qua melodie, maar zelfs ook qua tekst deels nagenoeg identiek aan een stukje Gloria, namelijk deel R. Zoiets verleent inderdaad wel enige consistentie aan de totale compositie, maar ik vind niet dat daarmee de cirkel rond zou zijn.
In het Agnus Dei zien we wederom een soort refrein (Dona nobis pacem), zoals dat ook in het Sanctus voorkwam. Maar nu is de opeenvolging der delen in mijn ogen ronduit rommelig. Afgewisseld door het refrein zijn het nog steeds de herders rond de kribbe die elkaar, en het ouderlijk paar, en tot slot nog God de Vader toespreken:

AP: Agnus Dei qui tollis peccata mundi.
AQ: O, Beránku tichý, kterýž snímáš hríchy, udel nám pokoja, bydlícím na zemi, neb si svjeta Pánem, kraluješ na nebi.
AR (refrein): Dona nobis pacem.
AS: Juž sa odbíráme, dalej ubíráme, prijdi k nám na hody, vína tobě dáme, demikát s kapustú tobě pripravíme.
AR: (refrein)

AT: Ješte jednu na rozchodnú, múj Juríčku, zahraj, potom ale pomaličky do domu sa zbíraj.
AR: (refrein)
AU: Na dobrú noc Ježiškovi, by mohel spáti, na gajdence jemu zahraj, však ti to on zaplatí.
AR: (refrein)

AR: (refrein)
AV: A ty, Jano starý, budeš ho kolébat, a ty, Mišo s Ondrejem, budeš jemu zpívat, mej se dobre, náš Ježišku, všecek roztomilý, juž se dalej ubíráme od tebe v tu chvíli. Ty, Matičko, tvého Syna, opatrne zhrívaj, ty, Jozefe to dieťatko bedlive zahrívaj.
AR: (refrein)
AW: Dona nobis pacem. (anders dan het refrein)
AX: Tobe Bože, budiž chvála na vjeky, žes nám poslal Syna svého z nebeskej výsosti.
AY: Dona nobis pacem. (anders dan het refrein en ook anders dan AW), gevolgd door nogmaals AY.

Mij kan het Agnus Dei maar matig bekoren. Geen verrassingen, wel veel van hetzelfde, en vooral een veel te rommelig geheel, meer dan dat ik dat ook al van het Sanctus vond.

In Kerstroep-1 had ik beloofd deze serie te publiceren “in de aanloop naar kerstmis 2014“. Dat is me in ieder geval gelukt, al weet ik dat er over deze mis nog veel meer te zeggen valt.

En mijn wens de hele partituur uit te schrijven is nog onvoltooid, om van een uitvoering nog maar te zwijgen. Maar van mijn interesse en algehele appreciatie van de Vianočná Omša heb ik waarschijnlijk wel ruim voldoende blijk gegeven. En met groot genoegen.

Fijne feestdagen.

_______________________________________________________
Vorige berichten:

Kerstroep-1: Jakub Jan Ryba
Kerstroep-2: Edmund Pascha (?)
Kerstroep-3: Pascha documentatie
Kerstroep-4: Kyrie
Kerstroep-5: Gloria
Kerstroep-6: Credo