Kerstroep-6: Credo

Het Credo is naar mijn mening het lastigste deel van Pascha’s kerstmis. Ook het deel dat de meeste extremen bevat. Het loopt, in de Venhoda-uitvoering van 16’40” tot 26’20” en is daarmee korter dan het Gloria. Maar wel ingewikkelder, zowel voor de luisteraars als voor de uitvoerenden, wat bijvoorbeeld al blijkt uit de vele dirigeer-aanwijzingen die Venhoda zelf in zijn handgeschreven partituur heeft aangebracht: “niet te snel”, “objectief gezongen”, “breeduit”, of het markeren van kennelijk onverwachte inzetten of noten van instrumenten. Zie het voorbeeld hiernaast.

Het in tien secties onder te verdelen Credo kent verschillende gezichten, van barok tot volksmuziek, van Latijn tot Slowaaks, van verrassend tot misschien wel saai. Ik heb de secties geletterd van X t/m AG (na Z volgt AA); Venhoda zelf nummert de secties, maar vergeet(?) af en toe die nummers te noemen: hij noteert uitsluitend 14, 16, 17, 18 en 22. Veel maakt dat niet uit, het zijn immers slechts regie-aanduidingen.

Het mijns inziens veel te lange deel X heeft de gebruikelijke Latijnse tekst: Credo in unum Deum, patrem omnipotentem, factorem cœli et terræ, visibilium et invisibilium. Credo in unum Jesum Christum, filium Dei unigenitum, et ex patre natum ante omnia sæcula. Deum verum de Deo vero. Genitum, non factum, consubstantialem patri, per quem omnia facta sunt. Dit dan in eindeloze herhalingen gezongen met eindeloos herhaalde muzikale motiefjes, lydisch en niet-lydisch, met voorspelbare harmonisatie en om de melodie heen dartelende fluiten en violen, evenzeer barokkerig te noemen als kenmerkend voor lokale volksdansmuziek. Maar op een gegeven moment heb ik het wel gehoord.

Erger nog, heel erg zelfs, vind ik de onbeholpen wijze waarop de Latijnse tekst onder de melodie lijkt te zijn gefrot. Elke dictie die bij de tekst zou horen door te klinken, ontbreekt ten ene male, alsof de componist een compositie klaar had liggen vooraleer te beseffen dat er ook nog tekst bij moest. Mogelijk vond hij de Latijnse tekstpassages (meervoud, want ook in andere delen van de mis bespeur ik deze tendens) van inferieur belang, had hij een sterke voorkeur voor de Slowaakse pastorella’s, en/of meende hij dat de kerkgangers van het Latijn toch niks konden bakken en alleen waren geïnteresseerd in teksten in hun moerstaal. Wie zal het zeggen.

Ik schreef dat het Credo een muziekstuk van uitersten was. Dat blijkt dan meteen uit het tweede deel, Y dus, met de tekst: Qui propter nos homines en propter nostram salutem descendit de cœlis, direct gevolgd door Ó! Božství veliké, což jest učinilo, což jest provinilo, že sa zimú trase v chlévje, žádný ho nelituje, proč pak ses’, Ježišku, kvítečku, tak velmi ponížil, že si spúsob služebníka za nás vzít umínil. Hij is van een tweekwartsmaat en F groot overgegaan naar een driekwartsmaat en c klein en componeert hier een juweel van een fragment, stemmige, sfeervolle barok, zoals we die ook bij Bach, Mozart en Vivaldi zouden kunnen tegenkomen.

Ik ben subjectief, ik weet het. Maar zonder mijn persoonlijke appreciatie zou ik me nooit zo intensief en zo lang, meer dan 40 jaar al, met deze mis hebben kunnen bezighouden. Laat mij tegelijkertijd boodschapper en bewonderaar zijn en laat een ieder er zelf van vinden wat hij vindt.

Uit het oogpunt van barokmuziek (en wederom van persoonlijke voorkeur) vormt Z het hoogtepunt van het Credo. Et incarnatus est de Spirito Sancto, ex Maria virgine, et homo factus est. Het is in deze passage dat het niet verboden is even aan Bach te denken, ook al benadert Pascha diens niveau bij lange na niet.

AA is een kort Slowaaks intermezzo, rustig en simpel. To pro naše telo, které zavinilo, pro pýchu stvorení, v chlévečku sklonený Búh narí. Daarna brandt het in alle hevigheid weer los met een plechtig, glorieus bijna (glorieus?) Crucifixus etiam pro nobis sub Pontio Pilato, passus et sepultus est. Dat is deel AB, gevolgd door een kort muzikaal intermezzo AC, uitmondend in een gezongen passage Protož jemu dekujme, na neho sa skladajme, který slivek, který hrušek, do vrecúška mu dajme, (een opsomming van te schenken gaven aan de pasgeborene), en vervolgens: Et resurrexit tertia die secundum scritpuras. Et ascendit in cœlum, sedet ad dexteram patris. Merk op dat hier de verhouding en correspondentie tussen Latijnse en Slowaakse tekst volstrekt zoek is: het kerst- en het paasverhaal lopen dwars door elkaar heen.

Een volgend extreem dient zich in AD aan: als een trompetsignaal in het leger, een alpenhoornsignaal in de bergen, galmt de zink enkele malen, met de basstem Et iterum als nagalm. De rest van de tekst (venturus est cum gloria t/m resurrectionem mortuorum) krijgen we geschonken. Alleen et vitam venturi sæculi. Amen hebben we nog tegoed. Hij is intussen weer teruggekeerd in F groot.

Wat die nagalm betreft: Pascha bedient zich uiterst frequent van de stijlfiguur herhaling. Ook al komt het nooit echt tot een fuga (te ingewikkeld voor de uitvoerenden? niet passend in deze context?) het herhalen van een motief door een ander instrument of een andere zangstem is evenzeer een barokkenmerk als de voortdurende versieringen door de bovenstemmen (fluiten en eerste viool) die aan de muziek iets frivools geven, een soort rijkdom toevoegen, en tevens beantwoorden aan hetgeen in de volksmuziek en bij de volksdansen in het Slowaaks-Moravische grensgebied zeer gebruikelijk was en misschien nog wel is. Dat die frivoliteiten niet bepaald stroken met delen van de tekst van Christus’ lijdens- en stervensverhaal, moeten we dan maar op de koop toenemen, al zegt het wel wat over de weinig charmante verhouding tussen tekst en muziek in de Latijnse delen.

We gaan afsluiten. AE is een regelrecht stuk volksdans, in tweekwartsmaat, getuige ook de tekst: hej, hej, hej, hej, hej, hej, že zas príde, beda nám, beda nám, súdit bude. Když prídeš súdit, Ježišku milý, nezapomínaj na nás v tú chvíli, odpust naše viny, zhlad nám všecky činy, zmiluj, zlituj se nad nami, chudobnými pastírami. Attaca, d.w.z. zonder pauze of tempowisseling, volgen deel AF (et vitam venturi sæculi. Amen) en een keurige Slowaakse uitleiding AG: Juž my sa zas, náš Ježišku, odbíráme, však pri tobě srdcá naše necháváme. Prijmi naše sprosté dary, které sme ti darovali a ze srdca odevzdali, chráň nás časne, spas nás večne, a po tejto smrtelnosti priveď nás všech do radosti, chráň nás časne, spas nás vječne. Opatruj, ochraňuj, nás, Ježišku,  waarin op Gods hulp en ontferming wordt gesmeekt.

Een stuk muziek vol extremen, zei ik. En vol gebreken en zwakke plekken, vind ik, die het verhinderen dat dit Credo een toppositie onder de composities zal innemen. Maar ook een stuk dat in mijn opvatting een aantal geweldige toppen bevat.

_______________________________________________________
Voor een Engelse vertaling van de Slowaakse en Latijnse teksten zie de zrunek-info; vertaling buiten mijn verantwoordelijkheid.

Vorige berichten:
Kerstroep-1: Jakub Jan Ryba
Kerstroep-2: Edmund Pascha (?)
Kerstroep-3: Pascha documentatie
Kerstroep-4: Kyrie
Kerstroep-5: Gloria
Volgend bericht:
Kerstroep-7: Sanctus-Benedictus-Agnus Dei 

 

2 thoughts on “Kerstroep-6: Credo

    • Dat waren mijn grootouders van vaderszijde ook. En Vlaams is ook Nederlands, toch?
      Overigens heeft dat weinig tot niks te maken met de aard van dit Credo-artikel of met de intentie waarmee ik het schreef.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.