14 juillet

Het zingen van de Marseillaise bij de jaarlijkse kranslegging op 14 juli behoort tot het vaste repertoire van de viering van de Franse nationale feestdag. In Rosoy gaat dat meestal gepaard met een optreden van de regionale harmonie die dan een goedbedoelde kakofonie van dissonanten ten gehore brengt waarvan de aanhef aan die van de Marseillaise doet denken, maar het nationaal bewustzijn poetst die smetten wel weg. Dit jaar ging het een beetje anders, maar het bracht mij wel op een overvloed aan gedachten en bedenkingen, daags na het WK in Brazilië.

De standaardroutine is dat de maire délégué (de sub-burgemeester van een deelgemeente) een ingepakte bos bloemen bij het oorlogsmonument legt, vervolgens een toespraak houdt die hem vanuit Parijs is toegestuurd en waarin de vrijheid en de heldhaftigheid der Fransen wordt geroemd, gevolgd door een oproep tot vrede, waarna de Marseillaise te gehore wordt gebracht met de zin “aux armes citoyens” (“burgers, te wapen!”), aan de voet van het monument ter nagedachtenis aan hen die vielen. Heel vanzelfsprekend is dat niet, net zomin als “van Duitschen bloed” dat is.

Dit jaar waren er slechts 17 stuks publiek aanwezig. Ik was een der jongsten, twee bij hun grootouders gedropte kleinkinderen daargelaten. De loco legde de bos bloemen bij het monument en verontschuldigde zich bij het saamgestroomde publiek voor het feit dat er geen toespraak was en ook geen fanfare, zoals hier op de foto in 2000 nog wel het geval was, inclusief de vendelier-veteranen uit de eerste, tweede of weet ik welke Franse oorlog. Tot mijn verrassing zette een bejaarde de Marseillaise in en zong iedereen het lied helemaal uit, beter dan de harmonie het had kunnen doen klinken. Klasse. Daarna toog een ieder, zoals te doen gebruikelijk, naar de salle des fêtes om er een aantal glazen nepchampagne+crême de cassis achterover te slaan (half twaalf ’s ochtends) met wat borrelnootjes en vrolijk keuvelend de feestdag het nodige cachet te geven.

Ik heb iets met nationale volksliederen. Mijn PSP-gedachtengoed, waarbij de wenselijkheid van het begrip “nationale staten” nogal in twijfel wordt getrokken ten spijt, krijg ik rillingen bij heel wat van die muzikale producties. Dat kan het Braziliaanse volkslied zijn (“het enige waarin Brazilië goed was dit WK”, orakelde Hugo Borst in Studio Brasil, nadat hij het furieus meezingende Braziliaanse mascottemeisje volstrekt ten onrechte had gedegradeerd tot een Noord-Koreaans geïndoctrineerd wicht), of het Zweedse, dat wij nu dus niet te horen kregen, maar dat toch een imponerend prachtlied is, of Buffon op de manier waarop hij zijn Italië-gevoel tot uiting brengt (dan zou je eigenlijk nooit kunnen verliezen). Spanjes Marcha Real (muziek uit 1770) heeft opmerkelijk genoeg geen tekst, al is dat niet zo vreemd als je bedenkt dat El Caudillo Franco het lied in 1942 per decreet tot volkslied heeft gebombardeerd. Nou ja, wereldkampioen Duitsland doet het nog steeds met het tweede couplet van het imperialistisch-fascistische Deutschland, Deutschland über alles, reden waarom ik daarbij ik nu nog steeds grimmig het tv-geluid uitzet.

Ook Argentinië lijkt niet over een tekst te beschikken. Iets wat overigens niet juist is, want er is een officiële tekst van 9 coupletten, geschreven in begin 19e eeuw door Vicente López y Planes: “Oíd, mortales, el grito sagrado: ¡Libertad! ¡Libertad! ¡Libertad!” (“Hoort sterfelijken, de heilige roep: Vrijheid! Vrijheid! Vrijheid!”), maar in de feitelijke uitvoering wordt het tekstloos uitgevoerd en weet het Argentijnse publiek er een vrolijk la-la-la-festijn van te maken. Het heeft hen tot in de finale gebracht.

Huiskamerantwoord: de drie landen die een volkslied in mineur hebben zijn Turkije, Israël en Roemenië. Dat viel mij toevallig vele jaren geleden op toen ik bij een interlandwedstrijd Cristian Chivu met volle overtuiging zijn (nieuwe, na Ceauşescu) volkslied echt in trance zag meezingen, maar wel in mineur, dus het werd een verloren wedstrijd.

De Marseillaise dus, want het is hier quatorze juillet.

Voor mij is Frank Snoeks, wiens taalgebruik, humor en vakbekwaamheid graag de mijne mochten zijn, veruit de beste NOS-commentator, op de voet gevolgd door Jeroen Grueter, al is het allen maar omdat die ook nog eens goed thuis is in ijshockey. Dan een hele tijd niks en ergens onderaan (van het niveau Leo Oldenburger, die ons haarfijn de namen van de spelers weet te noemen die aan de bal zijn, maar waarvan wij het rugnummer ook allang hebben gezien – vergelijkbaar met het provinciaal niveau van Gerrit Hiemstra die ons bij voorkeur trakteert op foto’s en feiten uit het noorden des lands, waarna een slap aftreksel volgt van het weerbericht van Omrop Fryslân) bungelt Arno Vermeulen. Hem siert het dat hij heel goed zijn huiswerk doet en blocnotes vol met aantekeningen heeft volgekladderd om zijn commentaar op te leuken. Dat verraadt kwaliteit, maar helaas gaat het ten koste van zijn wedstrijdcommentaar, waardoor hij handsballen verwart met buitenspel, de verkeerde naam bij spelers noemt en hij zich, klap op de vuurpijl, vergallopeert aan de Marseillaise.
We noteren 15 juni, Porto Alegro, Frankrijk-Honduras. Met een hoop aplomb laat Arno Vermeulen ons merken dat hij zijn voorwerk heeft gedaan: we krijgen voorafgaand aan de wedstrijd een bewonderenswaardig en langdradig exposé over de Marseillaise. Dat het een oud Frans strijdlied is, maar dat het eigenlijk een Russisch revolutionair lied is dat voor het eerst te horen was in Tsjajkovski’s Ouverture 1812 n.a.v. Napoleons veldtocht tegen Rusland. Boeiende info, zo vlak voor een voetbalwedstrijd. En bovendien volstrekt onjuist: de muziek stamt uit 1792 en werd gecomponeerd door Claude Joseph Rouget de Lisle als strijdlied voor het Franse Rijnleger.

Om het drama te vervolmaken: in zijn ijver zijn pseudokennis met ons te delen, ontgaat Arno Vermeulen compleet de onvergeeflijke FIFA-blunder dat de organisatie vergeet de volksliederen van Frankrijk en Honduras überhaupt ten gehore te brengen. De in slagorde opgestelde spelers sjokken ten einde raad maar naar de middenstip en Vermeulen heeft niks in de gaten. Had hij zijn oortje uitgezet, in plaats van zijn microfoon?

 

 

2 gedachten over “14 juillet

  1. Ik had na maag- en buikklacht wel zo een slapeloze nacht dat ik TV5 niet heb kunnen zien. Zo spijtig, de legionairs met de bijl op hun schouder mag je niet missen.

  2. Nard. Leuke evaluatie van presentatoren en volksliederen van het afgelopen WK. Ja, Buffon en de Braziliaanse kindjes vond ik ook mooi. Maar ook de aanvoerder van Brazilië wiens naam ik vergeten ben. Die heb ik gemist. Hij stond met gesloten ogen ahw het volkslied te bidden. Jammer dat de muziek er niet bij was, bijv. van de Marseillaise in Rosoy.

Laat een reactie achter aan Jos Heitmann Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.