Scherven en schoonheid

Sinds enige tijd ben ik lid van Les Pistons du Bassigny, een oldtimerclub hier in de buurt waarbij dik 70 mensen zijn aangesloten met rond de 40 auto’s van >25 jaar oud. Niet bijster interessant nieuws voor deze weblog; als je meer wilt weten over mijn Renault Dauphine, lees dan de artikelen die ik speciaal aan haar heb besteed. Maar voor je wegzapt, is het misschien de moeite om na mijn vorig bericht over St.Hubert en zijn Oliphant ook nog dit bericht te lezen over de volgende plek die de club op haar toertocht van 20 oktober jl. heeft bezocht.

Ik had bij het plannen de keus uit een technisch museum in Champlitte of een  middeleeuwse kerk in het nabijgelegen Champlitte-la-Ville. In overleg met de clubleiding besloot ik voor het laatste.

Champlitte-la-Ville bezit een kerk die in 1081 voor het eerst staat vermeld en die dus bijna duizend jaar oud is. Restanten daarvan zijn nog aanwezig, waaronder het grootste deel van een octogonale doopvont. Alle acht vlakken daarvan zijn rijkelijk gebeeldhouwd met uiterst boeiende, allegorische en symbolische afbeeldingen; de huidige adjunct-burgemeester Pierre Kornprobst en zijn vrouw, beiden zowat de conservatoren van deze kerk, kunnen daar met overgave meer dan een uur over vertellen. Hetzelfde geldt voor de architectuur en alle bouwkundige veranderingen in de loop der eeuwen van het gebouw, voor de meer dan 50 grafstenen die in de kerkpaden op de vloer liggen en voor het merendeel nog goed leesbaar zijn, en over Het Raam.

Achter het altaar, dus aan de oostkant van de kerk, zat van oudsher een groot raam met gebrandschilderd glas erin. Mooi, en niks aan de hand totdat op 22 februari 1808, rond middernacht, onverlaten het nodig vonden een groot deel van dat glas met stenen aan gruzels te gooien. De volgende ochtend reageerden de burgemeesters van Champlitte-la-Ville en het naastgelegen Margilley geschokt op de ontdekking van dat vandalisme. Zij stelden een acte op en vervolgens gebeurde er niets. Die acte is bewaard gebleven. Vertaald staat er het volgende in:

Op 22 februari 1808, omstreeks middernacht, is het grote raam achter het hoofdaltaar van Champlitte-la-Ville op goddeloze wijze ingegooid. Van het venster braken 12 ruiten; het lood en de ijzeren lijst kwamen tot op het koor van voornoemde kerk terecht. De geworpen stenen, elf in getal, met een diameter van minstens 8 duim, waren met zo veel kracht gegooid, dat drie of vier ervan de achterzijde van het tabernakel op vier verschillende plaatsen hebben beschadigd. Ook is de mijter erboven met zulk een kracht gebroken dat die in twee delen dreigt om te vallen.
Men heeft zich niet daartoe beperkt: ook het venster van de sacristie naast het hoofdaltaar werd verbrijzeld. Slechts vijf van de 16 ruiten bleven heel. De twee naar binnen geworpen stenen wogen elk 2 à 3 pond.
Dit vreselijke en ongodsdienstige delict werd daags erop, de 23e, ontdekt door beide burgemeesters van de gemeente die de parochie Champlitte-la-Ville omvat. Zij hebben in onderling overleg dit proces-verbaal opgesteld en ondertekend ter bewaring in het archief van de gemeente Champlitte-la-Ville en om te gelegener tijd en plaats te kunnen worden gebruikt tegen de daders van dit misdrijf.
Opgesteld te Champlitte-la-Ville op jaar, maand en dag als boven vermeld.
(w.g.) Lavoignet, maire en François, maire.

Er gebeurde niks, d.w.z. het is niet bekend of er daders of zelfs maar verdachten zijn aangehouden. Op zich wel een aardige plot voor een detectiveromannetje. Was hier opgeschoten, zo niet aangeschoten jeugd aan het werk geweest? Een zondaar die geen kwijtschelding van zijn misdragingen had gekregen bij de biecht en zich zo poogde te wreken? Mensen uit Margilley (dit verzin ik niet – het wordt gefluisterd) die het niet konden verkroppen dat dat dorp geen eigen parochie mocht hebben, maar ondergeschikt bleef aan Champlitte-la-Ville? Het zou allemaal zo maar kunnen. En heeft er dan rond middernacht niemand in de  buurt iets gehoord of gemerkt? Aan de achterkant van de kerk staat een rijtje huizen. Weliswaar gaan, zeker in februari, de luiken al eind van de middag dicht, maar zoveel laweit moet toch zeker worden opgemerkt in een dorpsgemeenschap waar de sociale controle groter is dan je soms zou wensen. Echter, uit het bewaard gebleven kaartmateriaal van de Carte d’État-Major (1820-1866) heb ik kunnen afleiden dat er in die periode nog geen huizen achter de kerk stonden; er was dus slechts bouwland of weideland.

Hoe dan ook, de gaten in de ramen werden provisorisch gedicht, aan de buitenzijde werd een muur er tegenaan gezet en zo bleef het voortduren totdat in 2009 een erfgoedstichting de klus op zich nam het gehele venster te gaan restaureren. Zie o.a. deze beschrijving. Daarbij werd voor een groot deel de hulp van vrijwilligers ingeroepen, maar ook van individuele professionals en kunstacademies uit de wijde omtrek die de nodige expertise bezaten om de architectuur, de historische achtergronden en de feitelijke restauratiewerkzaamheden op zich te kunnen nemen. De oorspronkelijk begrote kostenpost van € 33.262,00 (ex BTW) werd natuurlijk grotelijks overschreden. Wat dat betreft is het in Frankrijk niet beter dan in Nederland. Het exacte uiteindelijke bedrag is nog niet vrijgegeven, maar schattingen wijzen op meer dan een halve ton; nog niet veel als je beseft wat daar allemaal voor is verricht:

Om het werk goed te kunnen uitvoeren, moest vooraleerst het hoofdaltaar van zijn plek. Men heeft dat stukje voor stukje gedemonteerd, daarna gerestaureerd en aan de andere kant van de kerk (bij de hoofdingang) in een zijkapel weer in volle glorie opgebouwd. Toen eenmaal aan de buitenzijde de muur was weggehaald, kon ook het hele raam inclusief het kunstige frame voorzichtig worden afgebroken. Het bleek dat de bogen aan de bovenzijde slechts voor een deel uit steen bestonden (daar waar zij aan de buitenbogen raken), maar dat zij naar binnen toe met hout aan elkaar waren bevestigd. De tand des tijds had er vervolgens voor gezorgd dat er van dat houten staketsel niets meer over was, zodat historisch architecten maar moesten gaan uitvogelen hoe dat raam er oorspronkelijk uit zou moeten hebben gezien – foto’s maken was er in 1808 niet bij.

Het werd een oeverloos gepuzzel om tot een historisch, geometrisch en architectonisch verantwoorde reconstructie van “het oorspronkelijke raam” te komen. En toen men uiteindelijk meende de oplossing te hebben gevonden, bleek die niet in het gapende gat te passen. Ik geef toe, je moet er een timmermansoog voor hebben en 99 van de 100 bezoekers zullen het nimmer opmerken, maar de bogen links en rechts zijn niet symmetrisch. Zie de rode lijntjes in de schets hiernaast. Wat was er aan de hand? Kennelijk was bij de oorspronkelijke bouw de Franse slag gehanteerd, in dier voege dat de bouwvakkers bij het pasklaar maken van de grote stenen die de boog vormden er achter kwamen dat ze links (vanuit het hoofdaltaar gezien) te dicht uitkwamen bij het tabernakel dat in de buitenmuur zit gemetseld, waarschijnlijk om van buitenaf door kloosterlingen te kunnen worden bevoorraad. Er is toen blijkbaar voor gekozen de linker boog maar wat steiler te maken, en bij de restauratie vanaf 2009 werd dat, alle knappe betrokken bouwkundigen ten spijt, pas vrij laat ontdekt. Wie goed kijkt, ziet dan ook dat de “druppel” rechts op de foto kleiner is dan zijn spiegelbeeld links. Zie ook het tabernakelgat rechtsonder, ter verduidelijking van de situatie.

Op 13 september 2013 was het dan zover: met uitbundig ceremonieel, toespraken, lichtbeelden, een kwartet jachthoornblazers, en vooral veel heerlijke hapjes en drankjes, werd het nieuwe raam voor het eerst aan het publiek getoond.

Ik heb de kerk al vele malen bezocht; kan er intussen ook al uren over vertellen als het moet. Maar beter lijkt het me als je er zelf maar eens gaat kijken. En om te overwegen het behoud en onderhoud van dit historisch monument financieel te ondersteunen. Zie onder meer deze uiteenzetting. De giftenteller staat momenteel op bijna elf mille. Bijkomend douceurtje (voor de Frans belastingplichtigen): de Franse staat verleent een belastingreductie aan natuurlijke personen die op deze wijze het Franse erfgoed helpen in stand te houden van 66% van het geschonken bedrag. Het is ongelogen waar, heb ik vorig jaar ook al mogen ervaren. Geen VVD-minister die dat snapt.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.