Met recht bezongen

=Boekbespreking=
Ze zijn er bij dozijnen: boeken van Nederlanders over Frankrijk en hun verblijf aldaar. En zelfs als je alle schrijfsels daarvan aftrekt die het infantiele niveau van de tv-serie Vive la Frans niet overstijgen, blijven er nog tientallen over die om welke reden dan ook de moeite van het lezen waard zijn. Meer dan alleen al de voortreffelijke werken van Martin Brill, Leo Prick, H.L. Wesseling en Ischa Meijer, bijvoorbeeld.
In 2012 publiceerde Rosemarijn Milo een verzameling brieven onder de titel Brieven uit La Dominance.
Een impressie en aanbeveling.

 

Begin 2006 vestigde Rosemarijn Milo (Amsterdam 1945) zich in Frankrijk. Samen met Yves Nicolay betrok zij een modern appartement in de “inbreiwijk” Queuleu in Metz, “calme et verdoyant”, zegt de immobilier, in een gebouw dat naar de naam La Dominance luistert. Vanuit die woonst leerde zij Metz kennen, zijn Frans-Duitse geschiedenis, de omgeving en, onvermijdelijk, de Franse gebruiken en gewoonten, woorden en letters der wetten en regelingen. Op mij, nog geen 200 km zuidelijker wonend, kwam een en ander bepaald niet onbekend over. Omdat zij bovendien een vakantiehuis bezaten in Marcilly-en-Bassigny, hier tien kilometer vandaan, leerde ik Rosemarijn en Yves kennen van bijeenkomsten en evenementen.

In 42 brieven, gedateerd tussen mei 2007 en juli 2009, beschrijft zij de periode dat zij in La Dominance woonden, inclusief de bouwplannen en -werkzaamheden van hun huidige ecologisch verantwoorde huis in Mey, ietsje oostnoordoost van Metz.

In de brieven komt een rijke hoeveelheid onderwerpen ter sprake, variërend van gezins-/familieleven tot gebouwen in Metz; van de frequent gebezigde inkortingen in het Frans (in het boek abusievelijk “afkortingen” genoemd) als véto, récré, impec; aan Franse afkortingen (SCICAE, INSEE, NIRPP), waarin Frankrijk Nederland naar de loef steekt, zou ook best eens een tenenkrommend berichtje kunnen worden besteed; van politiek (haar brieven vallen samen met de verkiezing van Sarkozy, met alle ellende van dien) tot de plaatselijke warme bakker, van rechtszittingen tot de perikelen rond de bouw van hun nieuwe woning in Mey. In dien zin lijken ze een pinacotheek te vormen. Maar de verbindende factor in het boek is de chronologie, de chrono, in  haar termen, die de logische volgorde der dingen bepaalt: de brieven lopen keurig netjes van 27 mei 2007 tot en met 23 juli 2009, met dien verstande dat op 8 oktober 2008 opeens 23 september 2008 volgt, hetgeen in ieder geval layouttechnisch onnodig was.

Ze zijn geschreven in helder, vlot te lezen Nederlands in een toon die eerder luchtig en losjes is dan stroef en formeel, eerder scherp en relativerend dan veroordelend, eerder humoristisch dan academisch. Ze laat de lezer alle ruimte zelf te oordelen, nodigt ook uit om dat te doen. Daarbij valt ze iets uit de toon als ze de PS, zeg maar de Franse PvdA, nogal neersabelt zonder dat dat ten faveure gaat van welke andere partij dan ook. Maar omdat ze tegen de PS ongeveer dezelfde bezwaren heeft als die ik heb tegen de PvdA en de Duitse SPD, zie ik dat door de vingers.


Haar werkwijze impliceert ook dat de diepgang van sommige onderwerpen wat oppervlakkig blijft, als ik die beeldspraak mag hanteren.
Zo is het bijvoorbeeld heel interessant te lezen dat er rond Metz zo veel plaatsnamen eindigen op -y (Pouilly, Nouilly, Marsilly, Mey, …), maar ontbreekt het gegeven dat die uitgang “water” betekent, hetgeen zij als rechtgeaarde Amsterdamse toch mocht weten: zowel de A- van Amsterdam als de IJ van het IJ en IJmuiden, zelfs -ij- in het boeiende Rijsel < Ter IJsala (= Lille, l’isle, waaraan door de volksetymologie onterecht de betekenis “lelie” werd toegekend, hetgeen nog in het stadswapen is terug te vinden ), beide dus in feite misspellingen, herbergen die toponymische herkomst. Het Frans is op dat punt nog veel rijker en onoverzichtelijker dan het Nederlands. Als het gaat om de veelheid aan mogelijkheden om een bepaalde fonetische weergave in letters neer te schrijven hoef ik maar te verwijzen naar de beruchte duo’s: “Au lion d’Or” vs. het oorspronkelijke “au lit on dort” en het nog complexere “Galle, amant de la Reine, alla -tour magnanime- gallament de l’arène à la Tour Magne à Nîmes”.

Rosemarijn is gelukkig te prijzen dat zij al na twee jaar haar Carte vitale mocht ontvangen (brief dd. 21 juni 2008); mij kostte het op een oor na vijf jaren. Lees die bureaucratische frustratie maar na op http://nardloonen.nl/2013/04/22/la-carte-vitale-ziekmakend/. Het neemt niet weg dat zij in die brief de spijker op de kop slaat.

Met Brieven uit La Dominance heeft Rosemarijn Milo een uiterst lezens- en aanbevelenswaardig boekje gepubliceerd, waarbij zij haar nauwelijks verhulde liefde voor Frankrijk en het Franse leven met recht bezingt, zonder daarbij haar muzikale en juridische opleiding al te zeer te laten domineren.

En we moeten dan maar voor lief nemen dat de prijs nogal hoog is (€ 17,95 voor 175 blzz. met foto’s in kleur en zwart-wit) alsmede dat zowel schrijfster als koper worden geconfronteerd met allerhande incompetenties, gebrek aan invoelen met (de couleur locale van) het onderwerp, een enkele niet-gecorrigeerde taal-/stijlfout, een irritant krommende kaft, en het gebruikmaken van 3 à 4 verschillende lettertypen op voorplat en titelpagina die op het conto moeten komen van POD-uitgeverij Boekscout. Het is een ergerniswekkende ervaring die Rosemarijn Milo in minstens even grote mate heeft ervaren als ik met diezelfde uitgeverij bij mijn publicatie over Hortes 1636.

______________________________________

Rosemarijn Milo, Brieven uit La Dominance. Soest 2012. Uitgeverij Boekscout.nl. ISBN 9789462064010. Prijs € 17,95. Te bestellen via www.boekscout.nl of rechtstreeks bij de schrijfster (niramory@gmail.com).